Aftrek voorbelasting, Beperking aftrek personenwagens, Beroepswerkzaamheid · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van Cassatie 1 februari 1996

Zoeken

Aftrek voorbelasting, Beperking aftrek personenwagens, BeroepswerkzaamheidAftrek voorbelasting,Beperking aftrek personenwagens,Beroepswerkzaamheid

https://juriel.be/nl/rechtspraak/aftrek-voorbelasting-beperking-personenwagens-beroepswerkzaamheid-cassatie-brussel-1996-02-01-a313

Rechtscollege
Hof van Cassatie
Datum
1 februari 1996

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

28 paragrafen

Tekst van de beslissing

ARREST C 96/1

Arrest van het Hof van Cassatie dd. 01.02.1996

De Fiscale Koerier 1996/232

Aftrek voorbelasting - Beperking aftrek personenwagens - Beroepswerkzaamheid

De belastingplichtige die enkele automobielen verhuurt in besloten kring, oefent geen beroepswerkzaamheid uit bestaande in de verkoop of verhuur van automobielen, waarop de bij art. 45, § 2, tweede lid, a, W.BTW, voorziene beperking van de aftrek van belasting niet van toepassing is.

(...)

C.93.0519.N

HET HOF,

Gelet op het bestreden arrest, op 18 januari 1993 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen;

Over het eerste middel, gesteld als volgt : schending van de artikelen 2 zoals gewijzigd door de wet van 27 december 1977, 4, 45 inzonderheid § 1 zoals gewijzigd door de wet van 27 december 1977 en § 2 zoals gewijzigd door de wet van 22 juni 1972, van het BTW Wetboek zoals het bestond voor de wijziging ervan door de wet van 28 december 1992, 97 van de Grondwet en van het algemeen rechtsbeginsel houdende het beschikkingsbeginsel, zoals neergelegd in o.m. artikel 1138, 2° van het Gerechtelijk Wetboek toepasselijk krachtens artikel 2 van hetzelfde wetboek, en van laatstgenoemde artikelen,

doordat, het bestreden arrest, onder bevestiging van het vonnis a quo, de vordering van eiseres tot teruggave van het ten onrechte door verweerder ingehouden bedrag van 1.105.277 fr., als ongegrond afwijst op grond van de motieven

"dat (eiseres) niet bewijst dat zij de beroepswerkzaamheid - het verhuren van automobielen - effectief uitoefent door het voorbrengen van haar statuten waarin (art. 3) - in zeer omvang rijke en gediversifieerde doelomschrijving - haast terloops vermeld wordt 'de verhuring van diverse materialen, voertuigen en boten';

dat (eiseres) enkele facturen overlegt waarin melding wordt gemaakt van de verhuring van voertuigen aan natuurlijke- of rechtspersonen; dat evenwel blijkt dat deze zijn ofwel haar eigen afgevaardigde-bestuurder (...), ofwel haar externe accountant (...) tevens de bestuurder van haar rechtsvoorganger (...), ofwel één harer zustermaatschappijen (...) ofwel ten slotte de beheerders of de echtgenoten van de beheerders van één van voormelde maatschappijen (...);

dat (eiseres) door dergelijke 'verhuringen' geenszins bewijst een onderneming te zijn van wie de specifieke beroepswerkzaamheid (of één van de specifieke beroepswerkzaamheden) bestaat in het verhuren van automobielen (voorwaarde voor de toepassing van art. 45, § 2, lid 2, a van het BTW-wetb.);

dat (eiseres) slechts aantoont af en toe auto's te verhuren aan een zeer beperkte groep (cfr. de aangehaalde natuurlijke- en rechtspersonen) doch geenszins bewijst dat zij een onderneming is die naar buiten uit gekend is als verhuurder van wagens die haar diensten aanbiedt aan het publiek in het algemeen zodat al wie een wagen wenst te huren bij haar terecht kan;

dat, waar niet bewezen wordt dat (eiseres) een beroepswerkzaamheid voert die bestaat in het verhuren van voertuigen aan derden, zij ten onrechte beroep doet op het argument van de dubbele belasting of van het feit dat de voertuigen tweemaal effectief zouden belast worden;"

terwijl, eerste onderdeel, in de regel krachtens artikel 45, § 1 en § 2, lid 1 (oud) BTWWetboek, ten aanzien van levering en invoer van automobielen voor personenvervoer, daaronder begrepen de voertuigen die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen, en ten aanzien van leveringen en diensten met betrekking tot die voertuigen, de aftrek van de voorbelasting beperkt is tot het beroepsgebruik, zonder dat dit in geen geval hoger mag zijn dan 50 % van de betaalde belasting; dit maximum forfait van 50 % evenwel niet van toepassing is, krachtens artikel 45, § 2, lid 2, a (oud) BTW-Wetboek, op voertuigen bestemd om te worden verkocht of te worden verhuurd door een belastingplichtige die een beroepswerkzaamheid uit oefent die bestaat in de verkoop of de verhuur van automobielen; een onderneming die BTW-belastingplichtige is overeenkomstig de artikelen 2, § 1, 1° en 4 (oud) BTW-Wetboek, omdat haar beroepswerkzaamheid erin bestaat geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, hier te lande leveringen van goederen of diensten te verrichten door de verhuur van automobielen, de aftrekbeperking tot maximaal 50 % voorzien in artikel 45, § 2, lid 1 (oud) BTW-Wetboek niet ondergaat en dit ongeacht of deze onderneming naar buiten uit gekend is als verhuurder van wagens die haar diensten aanbiedt aan het publiek in het algemeen zodat al wie een wagen wenst te huren bij haar terecht kan en ongeacht of deze auto's verhuurd worden aan een zeer beperkte groep;

zodat, het bestreden arrest door de vordering van eiseres af te wijzen om de aldus aangehaalde motieven en hoewel het aanneemt dat zij aantoont auto's te verhuren weze het aan een beperkte groep en haar activiteit bijgevolg bestaat in het verhuren van voertuigen aan derden, welke activiteit de specifieke beroepswerkzaamheid is (of één van de specifieke beroepswerkzaamheden), die voorwaarde is voor de toepassing van artikel 45, § 2, lid 2, a (oud) BTW-Wetboek), voorwaarden toevoegt die deze wettekst niet stelt (schending van de artikelen 2, 4 en 45 (oud) BTW-Wetboek), minstens niet naar recht verantwoord is omdat de enkele omstandigheid dat de voertuigen verhuurd worden aan gelieerde personen en vennootschappen, zoals opgesomd door het bestreden arrest zonder enige veinzing of fictiviteit ervan vast te stellen, niet wegneemt dat eiseres belastingplichtige is voor deze beroepswerkzaamheid voor de toepassing van de BTW (schending van de artikelen 2, 4 en 45 (oud) BTW-Wetboek);

Wat het eerste onderdeel betreft :

Overwegende dat, krachtens de te dezen toepasselijke tekst van artikel 45, §2, tweede lid, sub a, van het BTW-wetboek, de beperking van de aftrek niet van toepassing is op wie een beroepswerkzaamheid uitoefent die bestaat in de verkoop of de verhuur van automobielen;

Dat als beroepswerkzaamheid geldt het geregeld en zelfstandig leveren van goederen en diensten,

Overwegende dat de appelrechter de gevallen onderzoekt waarin eiseres auto's heeft verhuurd en oordeelt dat, geldt op de aard van de verhuringen, zij geen beroepswerkzaamheid opleverden;

Dat hij op grond van de feitelijke gegevens die hij aan geeft, vermocht te oordelen dat die enkele verhuringen in gesloten kring niet beantwoordden aan het begrip beroepswerkzaamheid;

Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen;

Beschikkend gedeelte

OM DIE REDENEN,

Verwerpt de voorziening;

Veroordeelt eiseres in de kosten.

(...)

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 451 voorkomen

Rechtspraak

3

België

3

Hof van beroep te Antwerpen25.04.2006

Omvang van het recht op aftrek;vervoermiddelen

Rechtbank van eerste aanleg te Gent29.04.2008

Recht op aftrek van belasting

Bekijk de 3 documenten

Vergelijkbare beslissingen

8