Fiche van de FOD Financiën
Vonnis rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge dd. 20.04.2026 (24/1133/A)
WF 714-15-21/016493 en 714-15-21/013096
Finaliti 54313555/01 en 54283855/01
Wettelijke bepalingen Artikelen 2, 4, §1, 45, §1, 1° en 70 §1bis WBTW
Samenvatting
1. Feiten
Eiseres is ingeschreven als btw-belastingplichtige voor de activiteit van organisatie van openluchtconcerten.
Naar aanleiding van een fiscale controle met betrekking tot de jaren 2017 en 2018 stelde de administratie inbreuken op de btw-wetgeving vast, meer bepaald inzake het recht op aftrek van btw. Volgens de administratie werd ten onrechte btw in aftrek gebracht op inkomende handelingen die verband houden met een gratis dienstverlening.
Op 10 en 17 november 2017 werden voor het jaar 2017 en 2018 een proces-verbaal van regularisatie opgesteld.
De btw-schulden werden opgenomen in een innings- en invorderingsregister, dat vervolgens uitvoerbaar werd verklaard.
Op 15 april 2024 legde eiseres een tegensprekelijk verzoekschrift neer ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge.
2. Het vonnis
De rechtbank stelt vast dat de hoofdactiviteit van eiseres bestaat uit de organisatie van een jaarlijks muziekfestival dat gratis toegankelijk is. Volgens de rechtbank vormt de organisatie van dit festival geen handeling die binnen het toepassingsgebied van het Btw-Wetboek valt, aangezien zij niet onder bezwarende titel wordt verricht.
Ter verwezenlijking van haar hoofddoel verstrekt eiseres reclamediensten, biedt zij dranken en spijzen aan en verkoopt zij merchandising. Deze handelingen worden wel onder bezwarende titel verricht en vallen bijgevolg binnen het toepassingsgebied van het Btw-Wetboek.
De rechtbank oordeelt dat het recht op aftrek niet kan worden aanvaard voor de btw op de inkomende facturen met betrekking tot de prestaties van artiesten, techniekers, commissies, podium, huur klank en licht. Deze kosten hebben namelijk een rechtstreeks en onmiddellijk verband met een handeling die buiten het toepassingsgebied van de btw valt. De rechtbank besluit dat de administratie het recht op aftrek van de btw terecht heeft verworpen.
Wat de opgelegde geldboete betreft, oordeelt de rechtbank dat deze niet onevenredig is aan de vastgestelde inbreuk. Zij ziet geen enkele reden die een kwijtschelding van de boete of een uitstel van de tenuitvoerlegging kan rechtvaardigen.
De rechtbank verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk, maar ongegrond.
Volledige tekst
Tekst van de beslissing
De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie burgerlijke rechtbank, Kamer B.10, heeft het volgend vonnis verleend:
In de zaak : 24/ 1133/A
Hoofdzaak :
cie1 (KBO: ...), maatschappelijke zetel te ... ..., ...,
eisende partij,
hebbende als raadsman meester SANDRA JAN, advocaat te 8500 KORTRIJK, President
Kennedypa rk 41 (ref.: 3362 JS/DVH - secretariaat@imposto.be).
tegen :
de BELGISCHE STAAT FOD FINANCIËN (KBO: ...), in de persoon van de Minister van Financiën, met kantoren gevestigd te 1000 BRUSSEL, Wetstraat 12, handelend ten verzoeke van de adviseur-generaal, Directeur van het KMO Centrum KORTRIJK en de Administratie van de INNING en INVORDERING, in de persoon van de Adviseur Invordering — Ontvanger van het Team Invordering Rechtspersonen Kortrijk, met kantoor te 8500 Kortrijk, Hoveniersstraat 31, correspondentieadres: Gaston Crommenlaan 6, bus 762 te 9050 LEDEBERG,
verwerende partij,
voor wie optreedt de heer D.A., attaché (ref.: ...).
I RECHTSPLEGING
Gelet op het verzoekschrift d.d. 15 april 2024.
De rechtbank nam kennis van de dossiers van de rechtspleging en van de door partijen neerlegde stukken. Partijen werden gehoord in hun middelen in de openbare terechtzitting van 23 maart 2026.
Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.
II BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK
1. Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer ..., voor de activiteit van organisatie van openluchtconcerten. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.
Na een controle worden op 10 en 17 november 2020 processen-verbaal opgemaakt voor de jaren 2017 en 2018. In deze processen-verbaal worden de vaststellingen opgenomen, namelijk onterecht aftrek van BTW van inkomende handelingen gekoppeld aan gratis dienstverlening. Verschuldigd is voor 2017 als BTW 12.954,67 EUR, als proportionele geldboete 1.290 EUR en nalatigheidsintresten vanaf 21 januari 2019 en voor 2018 als BTW 13.574,96 EUR, als proportionele geldboete 1.350 EUR en nalatigheidsintresten vanaf 21 januari 2019. De schulden werden opgenomen in een innings- en invorderingsregister.
Door eiseres wordt een verzoekschrift neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, op 15 april 2024.
Eiseres vraagt dat:
de eis ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;
de processen-verbaal nietig worden verklaard of worden ontheven, minstens voor recht wordt
gezegd dat de erin opgenomen bedragen niet verschuldigd zijn;
verweerder wordt veroordeeld tot terugbetaling van alle sommen die werden geïnd of
ingehouden, te vermeerderen met de intresten;
verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding met inbegrip van de geïndexeerde
rechtsplegingsvergoeding.
Verweerder vraagt dat:
de eis ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard;
eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding.
III. BEOORDELING
A.Betreffende de toelaatbaarheid
Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de eis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, is de eis toelaatbaar.
B.Betreffende de grond
Conform artikel 2 WBTW zijn de leveringen van goederen en diensten die door een als zodanig handelende belastingplichtige onder bezwarende titel worden verricht, aan de belasting onderworpen wanneer ze in België plaatsvinden.
Conform artikel 4 §1 WBTW is een belastingplichtige eenieder die in de uitoefening van een economische activiteit geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen of diensten verricht die in het wetboek zijn omschreven, ongeacht op welke plaats de economische activiteit wordt uitgeoefend.
Conform artikel 45 §1,1° WBTW heeft een BTW-belastingplichtige het recht om de belasting in aftrek te brengen van de aan hem geleverde goederen en aan hem verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen, voor zover dat hij de goederen of de diensten gebruikt voor het verrichten van belastbare handelingen.
De bewijslast dat de voorwaarden van artikel 45 §1 WBTW zijn voldaan, ligt bij de belastingplichtige.
Om een recht op aftrek te hebben moet er een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaan tussen een bijzondere handeling in een eerder stadium en een of meer in een later stadium verrichte handelingen waarvoor een recht op aftrek bestaat.
Het recht op aftrek wordt ook toegekend ingeval de kosten deel uitmaken van de algemene kosten van de met BTW belaste economische activiteit van de belastingplichtige. Er is dan een rechtstreeks en onmiddellijk verband met het geheel van de economische activiteit.
Er is geen sprake van een heffing van BTW in een later stadium noch van aftrek van BTW in een eerder stadium, wanneer door een belastingplichtige ontvangen goederen of diensten verband houden met vrijgestelde handelingen of handelingen die niet binnen de werkingssfeer van de BTW vallen.
Bij een gedeeltelijke belastingplichtige, die zowel economische als niet- economische activiteiten verricht, is de BTW verbonden aan de activiteiten slechts aftrekbaar voor zover deze kosten kunnen toegerekend worden aan de economische activiteit van de belastingplichtige.
Het hoofddoel van eiseres is het promoten en bevorderen van muzikale evenementen in en rond .... Eiseres organiseert jaarlijks een muziekfestival in ... onder de naam cie1. Het betreft verschillende muziekoptredens op een festivalterrein. Het festival is gratis toegankelijk.
De organisatie van het muziekfestival betreft dus geen handelingen die onder toepassing van het WBTW vallen, want het betreft geen handelingen die onder bezwarende titel werden verricht. De hoofdactiviteit van eiseres is niet gericht op het realiseren van duurzame opbrengsten.
Om het hoofddoel te realiseren verstrek eiseres reclamediensten, verschaft zij dranken en spijs en verkoopt zij merchandise. Deze handelingen zijn ten bezwarende titel en vallen onder toepassing van BTW.
Volgens haar statuten worden door eiseres bijkomstig handelsdaden gesteld.
Dit alles heeft tot gevolg dat er geen recht op aftrek bestaat over inkomende handelingen die rechtstreeks en onmiddellijk verband houden met handelingen die buiten de toepassing van het WBTW vallen. Eiseres betreft een gedeeltelijk belastingplichtige met een gedeeltelijk recht op aftrek.
Dit betekent dat de aftrek niet kan aanvaard worden wat betreft inkomende facturen m.b.t. kosten prestaties artiesten, techniekers, commissies, podium, huur klank en licht. Al deze kosten hebben namelijk een rechtstreeks en onmiddellijk verband met een handeling die buiten toepassing van de BTW valt (gratis concert).
Ten onrechte stelt eiseres dat er sprake zou zijn van een onlosmakelijk geheel en van een geheel van economische activiteit (concert, verkoop drank, reclame en merchandise). Uit de feiten blijkt dat het hoofddoel van eiseres is het organiseren van een gratis muziekfestival. De drank- en reclameverkoop is daaraan ondergeschikt.
Ten onrechte verwijst eiseres naar het arrest d.d. 22 oktober 2015 van het Hof van Justitie (arrest cie2, zaak c-126-14). Het hoofddoel was daar niet het gratis toegankelijk ontdekkingspad. Het hoofddoel was daar de verkoop van drank, voedsel en souvenirs, zijnde aan BTW onderworpen handelingen.
Verweerder heeft derhalve terecht de aftrek van de BTW verworpen.
Op de zitting van 23 maart 2026 vraagt eiseres om de boete van 10% kwijt te schelden.
Een geldboete van 10 % op het verschuldigde BTW-bedrag heeft een repressief karakter. Het zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel mochten de rechtbanken het recht ontzegd worden om op de betwiste administratieve beslissing om een dergelijke geldboete op te leggen, een toetsing met volle rechtsmacht uit te oefenen. Een toetsing met volle rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in rechte en in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, eerbiedigt (Arbitragehof, 24 februari 1999, rolnr. 1279, arrest nr. 22/99).
Dat kan alleen in die zin begrepen worden dat de rechtbank (onder andere) de macht heeft om na te gaan of de concrete administratieve boete al dan niet in een redelijke verhouding staat tot de feiten waaraan de belastingplichtige zich bezondigd heeft. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich dat de rechtbank de belastingplichtige, om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid, zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.
Uit niets blijkt dat eiseres eerst kwijtschelding of vermindering van de geldboete heeft gevraagd op grond van artikel 9 van het Regentbesluit van 18 maart 1831.
Uit de dossier blijkt dat eiseres BTW ten onrechte heeft afgetrokken.
De rechtbank stelt op basis van de vaststellingen en de inbreuk vast dat de door verweerder bepaalde administratieve boete beantwoordt aan een juiste toepassing van de betreffende wettelijke en reglementaire bepalingen op de vast gestelde feiten, ondanks het relatief hoge bedrag ervan berekend in absolute cijfers. Het opleggen van de boete is in deze zaak verantwoord en niet onevenredig met de inbreuken.
De rechtbank ziet geen enkele reden om een kwijtschelding of uitstel te verlenen.
C.Betreffende de kosten
Gezien eiseres in het ongelijk wordt gesteld, moet zij overeenkomstig artikel 1017,1° lid GerW de gerechtskosten dragen.
Verweerder wordt niet bijgestaan door een advocaat en heeft derhalve geen recht op een rechtsplegingsvergoeding.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
De rechtbank,
Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.
Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend.
Verklaart de eis toelaatbaar, doch ongegrond.
Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven en aan de zijde van verweerder begroot op 00,00 EUR.
Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, burgerlijke sectie, kamer B.10, op maandag twintig april tweeduizend zesentwintig waar zitting hadden:
Lucienne De Peuter, rechter;
Jorina Teerlinck, griffier.
J. Teerlinck | L. De Peuter
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.