Tarief, Sociale woning, Eengezinswoning, Woonruimte, Spouwmuur, Geventileerde spouw · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van Cassatie F.09.0035.F 26 februari 2010

Zoeken

Tarief, Sociale woning, Eengezinswoning, Woonruimte, Spouwmuur, Geventileerde spouw

https://juriel.be/nl/rechtspraak/tarief-sociale-woning-eengezinswoning-woonruimte-cassatie-brussel-2010-02-26-2028

Rechtscollege
Hof van Cassatie
Rolnummer
F.09.0035.F
Datum
26 februari 2010

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Strekking volgens de FOD
ongunstig voor de Belgische Staat

Tekst

59 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van Cassatie dd. dd. 26.02.2010 (F.09.0035.F)

Tarief - Sociale woning - Eengezinswoning - Woonruimte - Spouwmuur - Geventileerde spouw

Wettelijke bepalingen

K.B. nr. 20, BTW

Samenvatting

Uit artikel 1, A, d), van het ministerieel besluit nr. 20 van 22 december 1995 tot vaststelling van de bijzondere voorwaarden en modaliteiten voor de toepassing van het verlaagd tarief van de belasting over de toegevoegde waarde van 12 pct. in de sector van de sociale privéwoningen volgt dat wanneer de woonruimte van een eengezinswoning omgeven is door muren in betonblokken die door een geventileerde spouw gescheiden zijn van de in gevelsteen opgetrokken muren die de buitenkant vormen, de oppervlakte van ieder vlak gedeelte van de woning gemeten moet worden vanaf en tot de buitenkant van de opgaande betonnen muren die vóór de geventileerde spouw zijn opgetrokken.

Tekst van het arrest

Tekst van de beslissing

Arrest van het Hof van Cassatie

dd. dd. 26.02.2010

(F.09.0035.F)

BELGISCHE STAAT, minister van Financiën, Mr. F.K., advocaat bij het Hof van Cassatie.

tegen

1. V. H. E. en

2. P. L.

Mr. P.C., advocaat bij de balie van Luik.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 5 maart 2008 gewezen door het hof van beroep te Luik.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert een middel aan.

Geschonden wettelijke bepalingen

- artikel 1quater, §1, van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten, in dat besluit ingevoegd door het koninklijk besluit van 1 december 1995;

- artikel 1, inzonderheid eerste lid, A, van het ministerieel besluit nr. 20 van 22 december 1995 tot vaststelling van de bijzondere voorwaarden en modaliteiten voor de toepassing van het verlaagd tarief van de belasting over de toegevoegde waarde van 12 pct. in de sector van de sociale privéwoningen.

Aangevochten beslissingen

Het hof van beroep verklaart door bevestiging van het beroepen vonnis het verzet dat de verweerders gedaan hebben tegen het dwangbevel dat de btw-administratie hun op 15 juli 2002 heeft afgeleverd, op grond van een proces-verbaal van 11 april 2002, ontvankelijk en gegrond; dat dwangbevel had voor de bouwwerken van de woning van de verweerders gelegen te Villers-le-Bouillet, het gebruikelijke tarief van 21 pct. gehanteerd, terwijl de verweerders aanvoerden dat zij recht hadden op het verminderde tarief van 12 pct. bedoeld in artikel 1quater, §1, van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970. Het baseert die beslissing op de onderstaande redenen:

"Er weze aan herinnerd dat het aan het hof (van beroep) voorgelegde geschil betrekking heeft op de uilegging van artikel 1quater, §1, van het koninklijk besluit nr. 20 tot vaststelling van het btw-tarief dat voor de periode van 1 januari 1996 tot en met 31 december 1997 voorziet in een verlaagd btw-tarief van 12 pct. voor de bouw van een woning waarvan de totale oppervlakte, die wordt berekend volgens door de Minister van Financiën vastgestelde criteria, 190 m² niet overschrijdt, en meer bepaald op de toepassing in deze zaak van artikel 1 van het ministerieel besluit nr. 20 van 22 december 1995 dat nader omschrijft volgens welke criteria de totale oppervlakte van het gebouw wordt berekend;

De woonruimte in het betrokken pand is omgeven door muren in betonblokken die door een geventileerde spouw gescheiden zijn van de in gevelsteen opgetrokken muren die de buitenkant vormen;

Volgens de administratie wordt de oppervlakte van de benedenverdieping berekend vanaf en tot de buitenkant van de in gevelsteen opgetrokken muren en wordt de oppervlakte van de zolder berekend op basis van de gewelven waarop de vloeren rusten.

Door op die manier te werk te gaan komt de administratie, na aftrek van de oppervlakte van het trapgat, voor de benedenverdieping uit op een oppervlakte van 130,12 m² en voor de zolder op een oppervlakte 68,60 m², dus in totaal 198,72 m² en weigert zij bijgevolg (de verweerders) het voordeel van het verlaagd tarief toe te kennen;

De (verweerders) betwisten die berekening op grond dat de oppervlakte van de benedenverdieping moet worden berekend door rekening te houden met de buitenkant van de betonblokken, zonder de geventileerde spouw en de gevelstenen die voor die blokken zijn geplaatst, en die van de zolder door rekening te houden met de oppervlakte van de betonnen chape waarop de vloer van de zolder ligt;

Volgens dat uitgangspunt moest de oppervlakte van de vloer volgens de (verweerders) in vergelijking met de door de administratie in aanmerking genomen oppervlakten, met 9,22 m² verminderd worden en die van de zolder met 11,94 m², zodat de totale oppervlakte minder dan 190 m² zou bedragen, ook al zou er maar een van de betwiste oppervlakten volgens de zienswijze van de (verweerders) moeten worden berekend;

Artikel 1, A, van het voornoemde ministerieel besluit nr. 20 luidt daarentegen als volgt: ‘wat een eengezinswoning betreft, door de oppervlakten van ieder vlak gedeelte (draagvloer) van de woning samen te tellen, gemeten vanaf en tot de buitenkanten van de opgaande muren';

De muren waarvan die bepaling gewaagt zijn die welke in het verlengde liggen van het vlak gedeelte (draagvloer) van het huis dat met die muren één ononderbroken oppervlak vormt;

Wanneer in het verlengde van die draagvloer een betonnen muur staat die zelf door een geventileerde spouw van de in gevelsteen opgetrokken buitenmuur gescheiden is, moet, zoals de (verweerders) te dezen staande houden, het oppervlak gemeten worden vanaf en tot de buitenkant van die betonnen muur zonder rekening te houden met de geventileerde spouw, die geen muur is in de zin van die bepaling, noch met de in gevelstenen opgetrokken buitenmuur, die wegens de aanwezigheid van een geventileerde spouw, geen samenhangend geheel vormt met het vlak gedeelte (draagvloer) in de zin van die bepaling en dus niet tot hetzelfde oppervlak behoort;

De vergelijking die (de eiser) maakt met de gevallen waarin artikel 1, A, a en b, van het voornoemde ministerieel besluit nr. 20 voorziet, zijn niet relevant, aangezien die bepalingen alleen rekening houden met het mogelijk bestaan van een gemene muur, hetgeen het bestaan van een geventileerde spouw uitsluit;

De schatting door de (verweerders) van de bijkomende oppervlakte die het resultaat is het verschil tussen hun berekening volgens dat uitgangspunt en de berekening van de administratie die de buitenkant van de in gevelsteen opgetrokken muren als uitgangspunt neemt, namelijk 9,22 m², wordt door (de eiser) niet ter discussie gesteld, aangezien hij enkel bevestigt dat de oppervlakte moet worden berekend tot aan de buitenkant van de in gevelsteen opgetrokken muren;

Dat verschil volstaat om te rechtvaardigen dat de totale in aanmerking te nemen oppervlakte minder bedraagt dan de 190 m² die zijn vastgelegd door het voornoemde ministerieel besluit nr. 20, zodat er geen reden is om het argument i.v.m. de oppervlakte van de zolder te onderzoeken, noch om na te gaan of het evenredigheidsbeginsel eventueel moet worden toegepast op de proportionele geldboete van 10 pct. die aan de geïntimeerden is opgelegd;

Het dictum van het beroepen vonnis moet bijgevolg worden bevestigd".

Grieven

Luidens de aangewezen bepaling van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970, worden voor een beperkte periode van 1 januari 1996 tot en met 31 december 1997 onder meer onderworpen aan het tarief van 12 pct. "werk in onroerende staat (...) (dat) de oprichting tot voorwerp (heeft) van een woning die na uitvoering van de werken: een totale oppervlakte heeft, berekend volgens criteria vastgesteld door de Minister van Financiën, die voor huizen 190 m² (...) niet overschrijdt" en dat het pand "hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, wordt gebruikt als vaste privéwoning" en zulks mits aan bepaalde vermelde voorwaarden is voldaan.

Die in de tekst bedoelde criteria werden vastgelegd in artikel 1, eerste lid, A, van het ministerieel besluit nr. 20 van 22 december 1995.

Luidens die verordenende bepaling "wordt de totale oppervlakte van een woning bepaald: A) wat een eengezinswoning betreft, door de oppervlakten van ieder vlak gedeelte (draagvloer) van de woning samen te tellen, gemeten vanaf en tot de buitenkanten van de opgaande muren".

Uit de aangehaalde tekst van het ministerieel besluit valt af te leiden dat de oppervlakten van elk vlak gedeelte (draagvloer) worden gemeten tot de buitenkant van de opgaande muren van de woning.

Dat is eveneens het geval wanneer de opgaande muren gevormd zijn door gevelstenen, een klein holle spouw en betonblokken.

Hieruit volgt dat het arrest, door te beslissen dat, "wanneer in het verlengde van die draagvloer een betonnen muur staat die zelf door een geventileerde spouw van de in gevelsteen opgetrokken buitenmuur gescheiden is, (...) het oppervlak moet gemeten worden vanaf en tot de buitenkant van die betonnen muur zonder rekening te houden met de geventileerde spouw, die geen muur is in de zin van die bepaling, noch met de in gevelstenen opgetrokken buitenmuur, die wegens de aanwezigheid van een geventileerde spouw, geen samenhangend geheel vormt met het vlak gedeelte (draagvloer) in de zin van die bepaling en dus niet tot hetzelfde oppervlak behoort", zijn beslissing niet naar recht verantwoordt.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Het middel

Artikel 1quater, §1, A, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten, zoals het werd ingevoegd bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 1 december 1995, bepaalt dat vanaf 1 januari 1996 tot en met 31 december 1997 onderworpen worden aan het tarief van 12 pct. over een totale gecumuleerde maatstaf van heffing van 2.000.000 frank, exclusief btw: werk in onroerende staat en andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, §3, 3° tot 6°, van tabel A van de bijlage bij dit besluit, die de oprichting tot voorwerp hebben van een woning die na uitvoering van de werken, een totale oppervlakte heeft, berekend volgens criteria vastgesteld door de Minister van Financiën, die voor huizen 190 m² niet overschrijdt en hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, wordt gebruikt als vaste privéwoning.

Voor de toepassing van die bepaling zegt artikel 1, A, van het ministerieel besluit nr. 20 van 22 december 1995 tot vaststelling van de bijzondere voorwaarden en modaliteiten voor de toepassing van het verlaagd tarief van de belasting over de toegevoegde waarde van 12 pct. in de sector van de sociale privéwoningen dat de totale oppervlakte van een woning wordt bepaald, wat een eengezinswoning betreft, door de oppervlakten van ieder vlak gedeelte (draagvloer) van de woning samen te tellen, gemeten vanaf en tot de buitenkanten van de opgaande muren met inachtneming van de bijzonderheden en afwijkingen waarin die bepaling voorziet.

Krachtens littera d) van die bepaling wordt de oppervlakte van de kruipruimten (in de Franse tekst: "vides ventilés") niet in aanmerking genomen.

Hieruit volgt dat, zoals in deze zaak, wanneer de woonruimte van een eengezinswoning omgeven is door muren in betonblokken die door een geventileerde spouw gescheiden zijn van de in gevelsteen opgetrokken muren die de buitenkant vormen, de oppervlakte van ieder vlak gedeelte van de woning gemeten moet worden vanaf en tot de buitenkant van de opgaande betonnen muren die vóór de geventileerde spouw zijn opgetrokken.

Het middel volgens hetwelk, in die onderstelling, de oppervlakte gemeten moet worden vanaf en tot die buitenkant van de in gevelsteen opgetrokken muren, faalt naar recht.

Beschikkend gedeelte

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter …

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer …

Ondertekeningen

Aangehaalde teksten

1

Rechtspraak

1

België

1

Rechtbank van eerste aanleg te Luik25.02.2016

BTW-tarief, verlaagd tarief van 12%, Tijdelijke maatregel

Bekijk het document

Vergelijkbare beslissingen

8
Tarieven, Verlaagd btw-tarief van 6%1 gemeenschappelijke bepalingen
BTW tarief 6%1 gemeenschappelijke bepalingen
Werken in onroerende staat1 gemeenschappelijke bepalingen
Tarief, Verlaagd tarief van 6 %1 gemeenschappelijke bepalingen