Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 21.11.2012
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op éénentwintig november tweeduizend en twaalf in openbare zitting van de 4 F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :
L. B., enig rechter,
N. D., griffier.
In zake : AR nr. 10/6453/A
N. R. BVBA, ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….
eisende partij,
verschijnende bij meester D. C. loco meester V. D., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Fiscaliteit, Sector BTW, in de persoon van de heer Gewestelijk Directeur van de BTW te Antwerpen, wiens burelen gevestigd zijn te Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.
verwerende partij,
verschijnende bij de heer S. V., in hoedanigheid van inspecteur.
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :
- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 12 oktober 2012,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 1 van het Gerechtelijk Wetboek op 3 december 2010,
- de besluiten van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 24 oktober 2012.
Eiseres staat voor de BTW geregistreerd voor 'maatwerk in natuursteen'.
Een ter zake BTW bevoegd ambtenaar verrichtte in de loop van 2009 controle ten aanzien van eiseres over periode 1 juni 2006 tot en met 31 december 2008.
Hij bevond dat de registratie van eiseres als aannemer (alvast in die periode) was geschrapt en dat zij desondanks verlaagd tarief van 6 % had toegepast.
De ambtenaar stelde hierover correctieopgave op.
Deze behelst navordering van rechten, een van 200 % naar 10 % herleide boete en intrest vanaf 21 januari 2009 op de rechten.
Een gevolmachtigde onderschreef deze correctieopgave zonder voorbehoud op 4 juni 2009.
Met de Ontvanger BTW werd daarop volgend een afbetalingsplan overeengekomen en eiseres verrichtte naderhand in dat kader blijkbaar ettelijke betalingen.
Een Koninklijk Besluit van 2juni 2010 hief art. 1bis, § 1, 4° van KB 20 inzake BTW op.
Over wat daarna in de feiten geschiedde is een en ander niet zo duidelijk.
Eiseres stelt 'bij schrijven van 2 juni 2010” om teruggaaf te hebben verzocht.
De rechtbank treft geen zulk schrijven.
Verweerder stelt dat de raadsman van eiseres om 'kwijtschelding' heeft verzocht.
De rechtbank treft hierover enkel de brief met beslissing van de gewestelijk directeur als stuk 2 van verweerder, alvast niet enige brief tot aanvraag.
Wat er ook van zij, de beslissing weigerde 'teruggaaf, zulks gemotiveerd.
Ze stelt met name dat de opheffing van hoger vermeld art. 1bis, § 1, 4° niet terugwerkt.
Een raadsman legde op 12 oktober 2010 ter griffie verzoekschrift op tegenspraak neer.
Afschrift van vermelde beslissing is aan het gedinginleidend verzoekschrift gehecht.
Door elk der partijen werd laatst geconcludeerd in juli 2012.
Ontvankelijkheid en toelaatbaarheid van de rechtsvordering staan niet in betwisting.
De rechtbank onderkent geen ambtshalve aan te voeren oorzaak tot ontoelaatbaar verklaring.
Ten gronde
Het akkoord van 4 juni 2009 bindt de partijen, tenzij het onwettig is.
Dit is te dezen dan ook de te onderzoeken rechtsvraag.
Dwaling (in de zin van art. 1110 eerste lid Burgerlijk Wetboek) heeft hiermee alvast niets te maken.
Men kan dwalen omtrent de feiten of omtrent de voorstelling daarvan.
Hier gaat het om lezing van de wet en van het recht.
Arrest C-433/04 van 9 november 2006 van het Europese Hof van Justitie behelst verbod op inhoudingsplicht voor "opdrachtgevers en aannemers die een beroep doen op·niet in België geregistreerde buitenlandse aannemers".
Uit niets blijkt dat de hier voorliggende betwisting daarop slaat.
Nochtans blijkt het Verslag aan de Koning bij KB 2 juni 2010 uitdrukkelijk zulke koppeling te maken.
Dit neemt evenwel niet weg dat het arrest enkel beslist wat het beslist.
Het arrest mag dan wel aanleiding zijn geweest tot schrapping van hoger vermeld art. 1bis, § 1, 4°, de schrapping vindt evenwel er haar noodzakelijke oorzaak niet in.
Eiseres stelt -verder- dat ongelijk tarief het gelijkheids- en neutraliteitsbeginsel inzake BTW schendt.
Zij stelt meer bepaald dat ze zich in gelijke omstandigheden bevond als haar concurrenten en desondanks ongelijk werd behandeld.
Verweerder betwist deze stelling uitdrukkelijk niet (laatste conclusie, randletter C).
Hij voert ook geen rechtsgrond aan die de toegepaste differentiatie zou rechtvaardigen.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak,
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,
Verklaart de rechtsvordering ontvankelijk en toelaatbaar, verder als volgt gegrond,
Verklaart de door eiseres op 4 juni 2009 onderschreven correctieopgave onwettig en verbiedt er de uitvoering van,
Veroordeelt verweerder tot terugbetaling aan eiseres van de op deze correctieopgave betaalde sommen, meer moratoire intrest overeenkomstig artikel 91 Wetboek BTW,
Veroordeelt verweerder tot de kosten,
Vereffent de kosten in hoofde van eiseres op 3.300,00 (drieduizend driehonderd) EUR bij wijze van wettelijk geïndexeerde rechtsplegingvergoeding,
Wijst eiseres tenslotte af van het meer dan wel anders gevorderde.
N. D. L. B.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.