Proportionele geldboete, Niet-proportionele geldboete, Non bis in idem-beginsel, procedure · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van Cassatie Brussel F.20.0097.N/1 23 december 2021

Zoeken

Proportionele geldboete, Niet-proportionele geldboete, Non bis in idem-beginsel, procedure

https://juriel.be/nl/rechtspraak/proportionele-geldboete-non-bis-in-cassatie-brussel-2021-12-23-dd25

Rechtscollege
Hof van Cassatie
Zetel
Brussel
Rolnummer
F.20.0097.N/1
Datum
23 december 2021

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Strekking volgens de FOD
gunstig voor de Belgische Staat

Tekst

65 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Arrest Hof van Cassatie d.d. 23.12.2021 (F.20.0097.N/1)

WF 804-15-17/032903

[Gunstig voor de Belgische Staat]

Belasting over de toegevoegde waarde – Proportionele geldboete – Niet-proportionele geldboete - Non bis in idem-beginsel

Wettelijke bepalingen

Art. 70 WBTW;

KB nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van proportionele geldboeten op het stuk van btw;

KB nr. 44 van 9 juli 2012 tot vaststelling van niet-proportionele geldboeten op het stuk van btw;

Art. 14.7 IVBPR, art. 6 EVRM en art. 4.1 van het Zevende Aanvullend Protocol EVRM

Samenvatting

1. Feiten en eerste aanleg

De belastingplichtige is fabrikant van verlichtingsapparaten en gehouden tot het indienen van periodieke kwartaalaangiften. Doordat deze in gebreke bleef wat het betalen van de btw betreft en het indienen van periodieke aangiften, werd de rekening-courant diverse malen op nul gezet. In de bijzondere rekeningen werden zowel proportionele geldboetes wegens niet-betaling van de btw als niet proportionele boetes wegens niet-indiening van de periodieke aangiften opgenomen. Ook werd verscheidene malen aan de gewestelijk directeur een verzoekschrift tot kwijtschelding van de boetes gericht. Telkens werd beslist de geldboeten niet te verminderen noch kwijt te schelden. Verschillende dwangbevelen werden uiteindelijk aan de belastingplichtige bij deurwaardersexploot betekend. Tegen deze dwangbevelen werden verzoekschriften neergelegd ter griffie van de rechtbank te Brugge.

De rechter in eerste aanleg oordeelde dat de litigieuze proportionele geldboeten van 15 % die dateren van een latere datum dan de niet-proportionele geldboeten strijdig zijn met het non bis in idem beginsel. De proportionele geldboeten zijn grotendeels niet verschuldigd, aldus de rechter.

Tegen dit vonnis ging de administratie in hoger beroep.

2. Arrest van het hof van beroep

Administratieve sancties hebben niet per definitie of automatisch een repressief karakter. Het Hof van Cassatie heeft in het arrest van 25 mei 1999 geoordeeld dat de fiscale geldboeten een repressief karakter kunnen hebben, afhankelijk van de afweging van verschillende criteria. Indien na afweging van deze criteria blijkt dat de strafrechtelijke aspecten de doorslag geven, moet de administratieve sanctie inzake belasting als een strafsanctie in de zin van de vermelde verdragsbepalingen worden beschouwd.

Het hof oordeelt dat in deze zaak de niet-proportionele boeten wegens laattijdige indiening van de btw-aangiften niet als zwaar kunnen worden beschouwd en ze dus geen repressief karakter hebben. Er is geen sprake van een cumulatie van sancties met een repressief karakter, waardoor het non bis in idem-beginsel niet toepasselijk is. Bovendien werden de proportionele en de niet-proportionele boeten opgelegd op grond van verschillende feiten die aanleiding gaven tot verschillende overtredingen en boetes.

Bovendien, zelfs indien de niet-proportionele geldboeten als repressief zouden kunnen worden beschouwd, is er hier geen sprake van schending van het non bis in idem-beginsel.

Er is onmiskenbaar een nauwe temporele band tussen het opleggen van de beide boeten. Zelfs rekening houdende met de hypothese van het repressief karakter van de verschillende soorten en tegelijk opgelegde boeten, oordeelt het hof dat deze samen een gepaste en evenredige bestraffing inhouden, rekening houdende met de systematische opeenstapeling van overtredingen.

Tegen dit arrest stelde de belastingplichtige cassatieberoep.

3. Arrest van het Hof van Cassatie

In het tweede onderdeel van haar enig middel in cassatieberoep verwijst de belastingplichtige naar de beslissing van de appelrechter, dat door te beslissen dat de niet-proportionele boete wegens laattijdige indiening van de btw-aangifte geen repressief karakter heeft zonder de verschillende criteria daarvoor, mee in overweging te nemen, de appelrechter de artikelen 14.7 IVBPR, 6 EVRM en 4.1 van het Zevende Aanvullend Protocol EVRM, samen met het algemeen rechtsbeginsel "non bis in idem" heeft miskend.

Het Hof van Cassatie antwoordt in zijn arrest op dit tweede onderdeel van het enige middel dat de appelrechter de verschillende criteria tegen elkaar heeft afgewogen om te beslissen dat, gelet op het feit dat “in deze zaak de niet-proportionele boeten wegens laattijdige indiening van de btw-aangiften niet als zwaar kunnen worden beschouwd”, deze administratieve sancties geen repressief karakter hebben. Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

De overige 2 onderdelen van het enige middel zijn volgens het Hof bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk.

Het Hof van Cassatie verwerpt het cassatieberoep van de belastingplichtige.

Tekst van het arrest

Tekst van de beslissing

Hof van Cassatie van België, arrest Nr. F.20.0097.N

23 December 2021

N.E. nv, met zetel te ..., ingeschreven bij de KBO onder het nummer 044...09, eiseres, vertegenwoordigd door mr. ..., advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te ..., waar de eiseres woon­ plaats kiest,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal­ centrumdirecteur van het Centrum Grote Ondernemingen Brugge en de adviseur­ invordering-ontvanger van het Team Invordering Rechtspersonen Brugge 1, beiden met kantoor te 8000 Brugge, G. Vincke Dujardinstraat 4, verweerder, vertegenwoordigd door mr. ..., advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. ..., advocaat bij de balie te ..., beiden met kantoor te ..., waar de verweerder woon plaats kiest.

I. RECHTSPLEGJNG VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 14 januari 2020.

Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 22 november 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSJNG VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede onderdeel

1. De appelrechter oordeelt dat:

- "administratieve geldboeten niet per definitie of automatisch een repressief karakter [hebben]", dat "(...) fiscale geldboeten een repressief karakter kunnen hebben, afhankelijk van de afweging van de volgende criteria", en dat "nagegaan moet worden of de sanctie:

1) zonder onderscheid elke belastingplichtige en niet slechts een bepaalde groep met een particulier statuut betreft;

2) een bepaald gedrag voorschrift en op de naleving ervan een sanctie stelt;

3) niet alleen een vergoeding in geld van een schade betreft, maar essentieel ertoe strekt te straffen om de herhaling van gelijkaardige handelingen te voorkomen;

4) stoelt op een norm met een algemeen karakter, waarvan het oogmerk tezelfdertijd preventief en repressief is;

5) zeer zwaar is gelet op het bedrag ervan;

- "indien na afweging van al deze elementen blijkt dat de strafrechtelijke aspecten de doorslag geven, de administratieve sanctie inzake belasting ais een strafsanctie in de zin van de vermelde verdragsbepalingen [moet] worden beschouwd";

- "in deze zaak de niet-proportionele boeten wegens laattijdige indiening van de btw-aangiften niet ais zwaar kunnen worden beschouwd;

- "in hoofde van de [eiseres] tien keer een boete van 100 euro [werd] opgelegd, 1 keer van een boete van 200 euro en 1 keer een boete van 300 euro", dat "het telkens afzonderlijke boeten [betreft}" die "niet ais zwaar kunnen worden beschouwd, zodat "ze geen repressief karakter hebben"."

2. Aldus heeft de appelrechter de vermelde criteria opgesomd en tegen elkaar afgewogen om te beslissen dat, gelet op het feit dat "in deze zaak de niet­ proportionele boeten wegens laattijdige indiening van de btw-aangiften niet ais zwaar kunnen worden beschouwd, deze administratieve sancties geen repressief karakter hebben.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Eerste onderdeel

3. Het oordeel dat het non bis in idem-beginsel niet toepasselijk is, blijft naar recht verantwoord door de vergeefs in het tweede onderdeel aangevochten beslissing dat de niet-proportionele boeten wegens laattijdige indiening van de btw­ aangiften niet als zwaar kunnen worden beschouwd en bijgevolg geen repressief karakter hebben.

Het onderdeel dat opkomt tegen de beslissing dat de proportionele en niet­ proportionele boeten werden opgelegd op grond van verschillende feiten, kan niet tot cassatie leiden en is bijgevolg, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk.

Derde onderdeel

4. Het onderdeel dat opkomt tegen het oordeel dat zelfs indien de niet­ proportionele geldboeten ais repressief zouden kunnen worden beschouwd, er geen sprake is van schending van het non bis in idem-beginsel omdat de cumulatie van de sancties voorzienbaar is geweest, er onmiskenbaar een nauwe materiële en temporele band bestaat tussen het opleggen van de boeten en zij een gepaste en evenredige bestraffing inhouden, komt op tegen een ten overvloede gegeven reden en is bijgevolg, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk.

Beschikkend gedeelte

Dictum

Het Hof,

Eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 847,23 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit ..., en in openbare rechtszitting van 23 december 2021 uitgesproken door sectievoorzitter ..., in aanwezigheid van ...

Ondertekeningen

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 702 voorkomens

Rechtspraak

3

België

3

Bekijk de 3 documenten

Vergelijkbare beslissingen

8