Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel d.d. 24.03.2025 (Rolnr. 2024/3626/A)
54960599/01 en 54961604/01
[ Gunstig vonnis ]
Bezoek ter plaatse - Vragen om inlichtingen - Geen huisvisitatie - Toestemming - Beroepsgeheim - Privégegevens vs beroepsgegevens
Samenvatting van het vonnis
Wat betreft de doelgebondenheid
[…]
Zoals verweerder terecht stelt, blijkt in deze omstandigheden niet dat het onderzoek op dit ogenblik) verder gaat dan de btw-reglementering of ten onrechte zou zijn ‘uitgebreid’ naar DAP en/of de heer en mevrouw Malisart-Goeyvaerts. Ook in het kader van een btw-onderzoek kan de administratie onderzoeken of natuurlijke personen een handelsactiviteit uitoefenen en hier desgevallend de nodige gevolgen (inzake btw) aan koppelen.
[…]
Wat betreft de toestemming tot kopijname
[…]
Zowel uit het proces-verbaal van verklaringen als uit het proces-verbaal van informaticahandelingen blijkt dat de heer en mevrouw Malisart-Goeyvaerts, in hun hoedanigheid van respectievelijk bestuurder van DAP en facturatieverantwoordelijke van DAP, in aanwezigheid van hun boekhouder vrijwillig twee gegevensdragers (laptop en desktop) hebben aangebracht en samen met verweerder zijn overgegaan tot het verlenen van toegang tot deze gegevensdragers en het nemen van een kopie van bepaalde specifieke bestanden. Het lijdt daarbij geen twijfel dat eisers toestemming hebben verleend aan verweerder voor het nemen van een kopie van de betrokken bestanden.
[…]
Wat betreft de omvang van de kopijname en het beroepsgeheim
[…]
In een vierde middel stellen eisers dat de heer Malisart conform artikel 5, §2 van de wet van 19 december 1950 tot instelling van de Orde der dierenartsen als dierenarts gebonden is door het beroepsgeheim en dat dit beroepsgeheim conform artikel 458 van het Strafwetboek ook strafrechtelijk geldt. De twee gegevensdragers (laptop en computer) kunnen volgens eisers vertrouwelijk informatie bevatten (e-mails, boekhouding,...) die beschermd is door het beroepsgeheim.
Uit de uiteenzetting van het middel blijkt dat eisers van oordeel zijn dat bij het onderzoek de tussenkomst van de tuchtoverheid vereist was voor een ‘zuivering van het dossier’, wat niet gebeurt is waardoor de inzameling van de data die zich op de voormelde gegevensdragers bevinden, onrechtmatig is.
[…]
Evenwel blijkt niet dat eisers, en in het bijzonder de heer Malisart, op enig ogenblik — tijdens of kort na het onderzoek op 16 mei 2024 — het beroepsgeheim van de dierenarts hebben doen gelden ten aanzien van verweerder. Er kan aan deze laatste dan ook niet worden verweten hiermee geen rekening te hebben gehouden bij het uitlezen en kopiëren van bepaalde bestanden van de gegevensdragers.
[…]
Uit de processen-verbaal, de uiteenzetting van eisers en de overige gegevens leidt de rechtbank af dat verweerder op 16 mei 2024 gegevensdragers heeft uitgelezen en gekopieerd die een principieel professioneel karakter hebben, met name in het kader van de dierenartsenpraktijk uitgeoefend door de vennootschap DAP, doch dat verweerder volgens eisers ten onrechte geen rekening heeft gehouden met het feit dat de heer en mevrouw Malisart-Goeyvaerts de gegevensdragers ook af en toe gebruiken voor privézaken en er aldus sprake is van een mailbox en bepaalde gegevens met een gemengd karakter (beroep/privé).
Een eerste vaststelling in dat verband is dat eisers zeer vaag blijven over de aard van de privébestanden die verweerder zou hebben gekopieerd, evenals de draagwijdte ervan. Eisers spreken over ‘kunnen’, ‘af en toe’, enz... doch zetten niet op concrete wijze uiteen over welk soort privébestanden het dan wel zou gaan en wat de impact hiervan zou kunnen zijn op hun privéleven. Enige concrete stukken worden in dat verband niet voorgelegd. Stuk 4 van eisers gaat over e-mails die onder het beroepsgeheim zouden vallen, doch niet over privémails.
Verweerder voert in hoofdorde dan ook terecht aan dat eisers hun middel niet ‘concretiseren’, zodat het feitelijke grondslag mist.
Voor zover als nodig, louter ten overvloede, merkt de rechtbank nog op dat op basis van de uiteenzetting van eisers hoogstens zou kunnen worden aangenomen dat de e-mails met privékarakter in de betroken mailbox en de aangevoerde privébestanden niet duidelijk kunnen worden afgescheiden van de e-mails en bestanden met bedrijfskarakter, zodat er sprake zou kunnen zijn van een gemengd karakter. Dit gemengde karakter en het gebrek aan duidelijke scheiding kan evenwel bezwaarlijk de onderzoeksmogelijkheden van de administratie beknotten. Bij gemengde mailboxen en gemengde bestandengroepen kunnen eisers zich niet beroepen op het feit dat deze niet uitsluitend voor de economische activiteit worden gebruikt en aldus niet het voorwerp kunnen
uitmaken van een onderzoek. Op die manier zou de onderzoeksbevoegdheid van de administratie immers afhankelijk worden gemaakt van de keuze van de belastingplichtige om haar mailboxen/bestanden al dan niet gemengd te laten gebruiken.
Volledige tekst:
Tekst van de beslissing
Vonnis van de nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel d.d. 24.03.2025
(Rolnr. 2024/3626/A)
In de zaak van:
1.De BV D.M., met zetel te …, met ondernemingsnummer …,
2.De heer W.M., wonende te …,
3.Mevrouw I.G., wonende te …,
eisers,
vertegenwoordigd door mr. K.R. loco mr. T.L., advocaat met kantoor
te …
Tegen:
De BELGISCHE STAAT, KBO 0308.357.159, FOD Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op verzoek van de Algemene Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie Brussel, met kantoor te 9050 Ledeberg, Gaston Crommenlaan 6, bus 806,
verweerder,
vertegenwoordigd door N.V., adviseur, T.U., attaché, en J.D., attaché.
In deze zaak, in beraad genomen op 10 maart 2025,
spreekt de rechtbank volgend vonnis uit:
I. PROCEDURE
De rechtbank heeft onder meer kennis genomen van:
•het verzoekschrift, neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, op 17 september 2024,
•het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 22 november 2024 waarbij de zaak wordt verwezen naar deze rechtbank,
•de conclusie voor eisers, elektronisch neergelegd (Antwerpen) op 4 november 2024,
•de conclusie voor verweerder, elektronisch neergelegd op 10 maart 2025,
•de stukken van de partijen.
De raadsman van eisers en de heren N.V., T.U. en J.D. zijn gehoord tijdens de openbare terechtzitting van 10 maart 2025. Vervolgens zijn de debatten gesloten en is de zaak in beraad genomen.
Il. FEITEN
De BV D.M. stelt dat zij een dierenartspraktijk is die gespecialiseerd is in paarden. De heer W.M. is bestuurder van deze vennootschap. Mevrouw I.G. is de echtgenote van de heer W.M. en aandeelhouder van de BV E. (hierna ook aangeduid ais eisers).
Op 14 mei 2024 melden twee ambtenaren van verweerder zich onaangekondigd aan op het adres te ... Zij treffen mevrouw G. aan die onder meer meedeelt dat de heer M. niet aanwezig is.
Vervolgens wordt, blijkbaar telefonisch, een afspraak vastgelegd op 16 mei 2024 waarbij de heer M., mevrouw G. en de boekhouder, de heer P.H., aanwezig zuilen zijn.
Op 16 mei 2024 melden vijf ambtenaren van verweerder zich aan op het adres te ... Zij worden ontvangen door de heer M., mevrouw G. en de heer P.H.
Naar aanleiding van dit bezoek worden op 17 mei 2024 een 'proces-verbaal van verklaringen' en een 'proces-verbaal van informaticahandelingen' opgesteld.
Op 17 september 2024 stellen eisers een vordering in bij de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen. Met een vonnis van 22 november 2024 verwijst de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen de zaak naar deze rechtbank.
III. VORDERING
Eisers vorderen het volgende in hun conclusie:
- "De vordering van verweerster met betrekking tot de onontvankelijkheid van de vordering van concluanten af te wijzen als onontvankelijk minstens ongegrond.
- De zaak indien nodig wegens territoriale onbevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen door te verwijzen naar de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel of de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Gent.
- In het geval de rechtbank zich bevoegd acht de zaak te behandelen, vervolgens de vordering van concluanten ontvankelijk en gegrond te verklaren;
- In toepassing van artikel 19, 3e lid Ger. W. ju. artikel 13 EVRM in hoofdorde:
•De Belgische Staat te bevelen alle gekopieerde documenten, bestanden, mailbox(en),...die meegenomen werden naar aanleiding van de (huis)visitatie dd. 16 mei 2024 in de woonplaats van concluant 2 en concluante 3 over te dragen aan gerechtsdeurwaarder BART MARYNS van het
GERECHTSDEURWAARDERSKANTOOR BART MARYNS BV (KBO nr. 0897.154.780), met kantoor en zetel te 9051 Gent, Loofblommestraat 7, zonder dat de fiscale Administratie hiervan onder enige vorm nog een kopij in haar bezit houdt, dit uiterlijk de derde werkdag volgend op de betekening van het tussenvonnis dat uitspraak doet over de gevorderde voorlopige maatregelen, op straffe van een dwangsom van 1.000,00 EUR per dag vertraging;
Gerechtsdeurwaarder BART MARYNS, voornoemd, op te dragen een inventaris op te stellen van de aldus ontvangen documenten, en een kopij hiervan over te maken aan concluanten en aan de Belgische Staat;
Gerechtsdeurwaarder BART MARYNS, voornoemd, in toepassing van artikel 1961 e. v. oud BW Gan te stellen als sekwester, en deze op te dragen het geheel van de ontvangen documenten te bewaren tot de tussenkomst van een vonnis ten gronde;
Ten aanzien van verweerster te horen bevelen om de door de sekwester gehouden informatie voor te leggen aan de voorzitter van de Orde der Dierenartsen en concluanten of diens vertegenwoordiger zodat de voorzitter van de Orde der Dierenartsen kan instaan voor de naleving en handhaving van het beroepsgeheim tussen patiênt en dierenarts en alzo kan overgaan tot zuivering van het dossier daarop;
De kosten van de sekwester door de Belgische Staat te laten provisioneren, waarbij Uw Rechtbank in het eindvonnis ten gronde zal oordelen wie deze kosten zal dienen te dragen;
(...)
- ten gronde in hoofdorde voor recht te zeggen dat de dd. 16 mei 2024, naar aanleiding van de (huis)visitatie in de woonplaats van concluant 2 en concluante 3, gekopieerde bestanden, gegevens en mailbox(en) onrechtmatig ingezameld werden, en dat deze vernietigd dienen te worden door de fiscale Administratie zonder dat zij zich daar op enige wijze een kopij van voorbehoudt (of door de sekwester uitsluitend aan concluanten dienen te worden teruggegeven indien Uw Rechtbank de gevraagde voorafgaande maatregel toekent, zie deel IV.A van onderhavig verzoekschrift) en niet aangewend kunnen worden in enig fiscaal onderzoek / enige fiscale rechtzetting dat/die lastens concluanten gevoerd / uitgevoerd wordt of werd;
ten gronde in ondergeschikte orde voor recht te zeggen dat de voormelde gekopieerde bestanden, gegevens en e-mails vernietigd dienen te worden door de fiscale Administratie zonder dat zij zich daar op enige wijze een kopij van voorbehoudt (of door de sekwester uitsluitend aan concluanten dienen te worden teruggegeven indien Uw Rechtbank de gevraagde voorafgaande maatregel toekent, zie deel IV.A van onderhavig verzoekschrift) in zoverre deze vertrouwelijk zijn en/of geen fiscaal relevantie hebben;
- (..)"
- de Belgische Staat te veroordelen tot de rechtsplegingsvergoeding, begroot op het basisbedrag van 1.800,00 EUR, alsmede tot de terugbetaling van de bijdrage aan het begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand, en, indien van toepassing, tot de kosten verbonden aan de aanstelling van de sekwester."
Verweerder vraagt de vordering ongegrond te verklaren en eisers te veroordelen tot de kosten van het geding.
IV. BEOORDELING
Algemeen
De zaak is op de openbare terechtzitting van 10 maart 2025 volledig behandeld, met inbegrip van het pretaxatiegeschil. De raadsman van eisers deelt ter zitting mee dat in deze omstandigheden niet meer wordt aangedrongen op de gevraagde voorafgaande maatregel op basis van artikel 19, derde lid van het Gerechtelijk Wetboek.
Bijgevolg wordt hierna enkel ingegaan op het pretaxatiegeschil, door eisers in het beschikkend gedeelte van hun conclusie opgenomen onder de noemer 'ten gronde'.
Ontvankelijkheid
Er is geen betwisting over de ontvankelijkheid van de vordering. De rechtbank merkt geen ambtshalve op te werpen gronden van niet-ontvankelijkheid op.
Ten gronde
Eerste middel - 'de onregelmatigheid van de uitgevoerde visitatie aangezien deze niet doelgebonden is'
ln een eerste middel voeren eisers aan dat de visitatie op 16 mei 2024 onwettig is omdat het onderzoek niet doelgebonden is en er sprake is van een zogenaamde 'fishing expedition'. Zij voeren onder meer het volgende aan:
- Het was de intentie van verweerder een onderzoek te voeren naar S.H. en niet naar eisers, en op 16 mei 2024 wordt het onderzoek uitgebreid naar de BV D.M. en de BV E.;
- Verweerder maakt geen onderscheid tussen de privéwoning van de heer en mevrouw M.-G. en de professionele ruimte;
- Er wordt afgeweken van het doel van het onderzoek, met name door vragen te stellen over de btw situatie van D.M. en over het bezit van paarden in hoofde van de heer en mevrouw M.-G., wat betrekking heeft op de personenbelasting van deze natuurlijke personen;
- Vervolgens volgt er op 4 juni 2024 een vraag om inlichtingen ten aanzien van de heer en mevrouw M.-G. over een economische activiteit in paarden.
Eisers spreken in hun conclusie over een visitatie als bedoeld in artikel 63 van het btw-wetboek, dit is het op elk tijdstip en zonder voorafgaande verwittiging verlenen aan verweerder van vrije toegang tot de ruimten waar de activiteit wordt uitgeoefend om onderzoek te doen van de boeken en stukken die zich aldaar bevinden en van de op informatiedragers geplaatste gegevens, evenals om de aard en de belangrijkheid vast te stellen van de aldaar uitgeoefende werkzaamheid, waarbij er — met machtiging van de politierechter — ook de mogelijkheid is toegang te krijgen tot particuliere woningen of bewoonde lokalen tussen vijf uur 's morgens en negen uur 's avonds.
Evenwel blijkt zowel uit de uiteenzetting van de partijen ais uit het proces-verbaal van verklaringen dat verweerder in samenspraak met de heer en mevrouw M.-G. op 14 mei 2024 een datum heeft vastgelegd voor het plaatsbezoek van 16 mei 2024.
Op 16 mei 2024 zit verweerder samen met de heer en mevrouw M.G. en de boekhouder in de woonkamer op het adres te …, en hierbij:
- geeft de heer M. een antwoord op bepaalde vragen van verweerder, is een kopie genomen van bestanden die zich op een laptop (boekhouding DM en downloads) en een desktopcomputer (e-mailverkeer, Excel bestanden, downloads en een usb stick) bevinden, en dit met medewerking van de heer en mevrouw M.G.
Het blijkt niet dat verweerder op enig ogenblik actief op zoek is gegaan naar boeken, stukken, informaticadragers of andere informatie, noch in het woongedeelte noch in de het bedrijfsgedeelte.
Rekening houdend met deze feitelijke elementen moet worden vastgesteld dat het, zoals verweerder aangeeft, geen fiscale visitatie betreft ais bedoeld in artikel 63 van het btw-wetboek, doch een boekenonderzoek zonderverplaatsing ais bedoeld in artikel 61 van het btw-wetboek.
Eisers stellen dan ook tevergeefs dat verweerder geen onderscheid zou hebben gemaakt tussen de privéwoning en de professionele ruimte.
Deze vaststelling doet evenwel geen afbreuk aan het feit dat de fiscale administratie (ook) tijdens een boekenonderzoek moet handelen binnen de grenzen van haar fiscaal onderzoek en dat de controlemaatregel de proportionaliteitstoets moet doorstaan. De administratie heeft immers een doelgebonden bevoegdheid en haar onderzoeksbevoegdheden kunnen in beginsel enkel worden uitgeoefend met het oog op het vaststellen of de toepasselijke btw-wetgeving is nageleefd.
Uit de twee processen-verbaal blijkt dat verweerder een onderzoek voert in het kader van de btw-reglementering (zie onder meer randnummer 1.4 van het proces-verbaal van verklaringen) en dat dit onderzoek wordt gevoerd ten aanzien van twee vennootschappen, met name D.M. en de BV E. (zie randnummer 1.1 van beide processen-verbaal) en ten aanzien van de heer en mevrouw M.-G.
Dit volgt, wat betreft de heer M., vooreerst afdoende uit het document dat is gevoegd bij het proces-verbaal van verklaringen, met name een borderel van de S. voor de verkoop van een voertuig Mercedes Mercedes Actros door de heer M., 'handelend als particulier', voor een totaal bedrag van 200.000,00 euro, opgesteld op 15 december 2021 (zie stuk 13 van verweerder). Uit de vragen die verweerder op 16 mei 2024 stelt aan de heer M. kan worden afgeleid dat verweerder het vermoeden heeft (had) dat de 200.000,00 euro mogelijks een vergoeding is voor geleverde (professionele) prestaties. Daarbij dringt zich de vaststelling op dat de vordering van eisers niet is gericht tegen de verklaringen die de heer M. op dit punt heeft afgelegd.
Voorts verwijst verweerder naar zijn stuk nr. 9, met name een lijst van paarden op naam van de heer en mevrouw M.-G. en van hun dochter L.M., verkregen van de Belgische confederatie van het paard (BCP) nadat verweerder hiertoe een vraag heeft gesteld op 13 mei 2024. Hieruit blijkt, wat betreft mevrouw G. en eveneens — aanvullend — voor de heer M., de aanleiding voor het onderzoek ten aanzien van de heer en mevrouw M.-G., naast de twee voormelde vennootschappen.
Verweerder stelt op 16 mei 2024 in eerste orde een aantal vragen over D.M., de BV E., S. en het voormelde borderel, met name de eerste dertien vragen. Vanaf de veertiende vraag spitst verweerder zijn vragen in het bijzonder toe op bepaalde activiteiten van eisers, met name het fokken, aankopen en verkopen van paarden. Ook hier dringt zich de vaststelling op dat de vordering van eisers niet is gericht tegen de verklaringen die de heer M. op dit punt heeft afgelegd.
Zoals verweerder terecht stelt, blijkt in deze omstandigheden niet dat het onderzoek (op dit ogenblik) verder gaat dan de btw-reglementering of ten onrechte zou zijn 'uitgebreid' naar D.M. en/of de heer en mevrouw M.-G. Ook in het kader van een btw-onderzoek kan de administratie onderzoeken of natuurlijke personen een handelsactiviteit uitoefenen en hier desgevallend de nodige gevolgen (inzake btw) aan koppelen.
Het eerste middel is ongegrond.
Tweede middel — 'de onregelmatigheid van de uitgevoerde (huis)visitatie'
Het twee middel vertrekt ten onrechte van het uitgangspunt dat de controlemaatregel op 16 mei 2024 een visitatie betreft als bedoeld in artikel 63 van het btw-wetboek. Het is dan ook tevergeefs dat eisers gewag maken van een gebrek aan (blijvende) toestemming voor het onderzoek in hoofde van eisers of het ontbreken van een machtiging van de politierechter.
Het tweede middel is ongegrond.
Derde middel — 'de onregelmatigheid van de uitgevoerde visitatie inzake de kopijname van elektronische bestanddelen'
Volgens eisers heeft verweerder twee computers ingezien en uitgelezen zonder toestemming van eisers, en is dit in strijd met de artikelen 61 en 63 van het btw-wetboek, de artikelen 15 en 22 van de Grondwet en artikel 8 EVRM.
Zowel uit het proces-verbaal van verklaringen als uit het proces-verbaal van informaticahandelingen blijkt dat de heer en mevrouw M.-G., in hun hoedanigheid van respectievelijk bestuurder van D.M.en facturatieverantwoordelijke van D.M., in aanwezigheid van hun boekhouder vrijwillig twee gegevensdragers (laptop en desktop) hebben aangebracht en samen met verweerder zijn overgegaan tot het verlenen van toegang tot deze gegevensdragers en het nemen van een kopie van bepaalde specifieke bestanden. Het lijdt daarbij geen twijfel dat eisers toestemming hebben verleend aan verweerder voor het nemen van een kopie van de betrokken bestanden.
Het is op basis van de processen-verbaal en de bestanden die zijn gekopieerd ook afdoende duidelijk dat het uitlezen en het kopiëren van bepaalde bestanden op de voormelde gegevensdragers gericht is op de professionele activiteiten van DAP.
Bijgevolg dringt de vaststelling zich op dat de argumentatie van eisers feitelijke grondslag mist.
Het derde middel is ongegrond.
Vierde middel — 'de onregelmatigheid van de uitgevoerde visitatie inzake de omvang van de kopijname van elektronische bestanddelen'
ln een vierde middel, omschreven in de conclusie als 'in hoofdorde 5', stellen eisers dat de heer M. conform artikel 5, §2 van de wet van 19 december 1950 tot instelling van de Orde der dierenartsen als dierenarts gebonden is door het beroepsgeheim en dat dit beroepsgeheim conform artikel 458 van het Strafwetboek ook strafrechtelijk geldt. De twee gegevensdragers (laptop en computer) kunnen volgens eisers vertrouwelijk informatie bevatten (e-mails, boekhouding,...) die beschermd is door het beroepsgeheim. Uit de uiteenzetting van het middel blijkt dat eisers van oordeel zijn dat bij het onderzoek de tussenkomst van de tuchtoverheid vereist was voor een 'zuivering van het dossier', wat niet gebeurt is waardoor de inzameling van de data die zich op de voormelde gegevensdragers bevinden, onrechtmatig is.
Artikel 5, §2, tweede lid van de wet van 19 december 1950 tot instelling van de Orde der dierenartsen bepaalt:
"De gewestelijke raden zorgen voor de naleving van de veeartsenijkundige plichtenleer, de eer, de eerlijkheid en de waardigheid van en de geheimhouding door de leden van de Orde in de uitoefening of naar aanleiding van de uitoefening van het beroep, en zelfs buiten hun beroepsbedrijvigheid in geval van zware fouten, die een weerslag zouden hebben op de eer van het beroep."
Het blijkt, en dit wordt als zodanig niet betwist door verweerder, dat dierenartsen onderworpen zijn aan een beroepsgeheim.
Artikel 334 WIB92 bepaalt:
"Wanneer een krachtens de artikelen 315, eerste en tweede lid, 315bis, eerste tot derde lid, 316 en 322 tot 324 aangezochte persoon het beroepsgeheim doet gelden, verzoekt de administratie om tussenkomst van de territoriaal bevoegde tuchtoverheid opdat deze zou oordelen of, en gebeurlijk in welke mate, de vraag om inlichtingen of de overlegging van boeken en bescheiden verzoenbaar is met het eerbiedigen van het beroepsgeheim."
Hoewel geen gelijkaardige wettelijke bepaling in de btw-regelgeving is terug te vinden, mag — in tegenstelling tot wat verweerder stelt - worden aangenomen dat een gelijkaardig beschermingsmechanisme zich opdringt bij btw, onder meer op basis van de artikelen 6 en 8 EVRM.
Evenwel blijkt niet dat eisers, en in het bijzonder de heer M., op enig ogenblik — tijdens of kort na het onderzoek op 16 mei 2024 — het beroepsgeheim van de dierenarts hebben doen gelden ten aanzien van verweerder. Er kan aan deze laatste dan ook niet worden verweten hiermee geen rekening te hebben gehouden bij het uitlezen en kopiëren van bepaalde bestanden van de gegevensdragers.
Voor zover ais nodig, louter ten overvloede, wijst de rechtbank nog op het feit dat bij een eventuele latere taxatie (navordering btw) — in de hypothese dat er zich een probleem zou stellen met het beroepsgeheim — in elk geval de zogenaamde Antigoon-toets zal moeten gebeuren (vgl. Cass. AR F.16.0031.N, 18 januari 2018).
Het vierde middel is ongegrond.
Vijfde middel — 'de onregelmatigheid van de uitgevoerde visitatie inzake de omvang van de kopiiname van elektronische bestanddelen'
In een vijfde middel voeren eisers samengevat aan dat verweerder bij het uitlezen en kopiëren van bestanden van de computer en de laptop ook privébestanden heeft gekopieerd die onder de vertrouwelijkheid van de briefwisseling kunnen vallen als bedoeld in artikel 8 EVRM. In het bijzonder wijzen eisers op de e-mails die zich in de mailbox 'm…@telenet.be' bevinden en in het algemeen privébestanden die zich op de computer en de laptop bevinden. Volgens eisers is er om die redenen sprake van een onwettige 'fishing expedition' (niet doelgebonden) en het onwettig meenemen van privé-gegevens zonder enige fiscale relevantie (schending van de artikelen 61 en 63 van het btw-wetboek, de artikelen 15 en 22 van de Grondwet en artikel 8 EVRM). Een vernietiging van de gekopieerde bestanden dringt zich op, aldus eisers.
Eisers geven aan dat zowel de desktopcomputer, met inbegrip van de mailbox 'm@telenet.be', als de laptop worden gebruikt voor professionele doeleinden. Evenwel stellen zij daarbij onmiddellijk dat deze ook af en toe voor privédoeleinden
worden gebruikt, en aldus 'eveneens privébestanden mee gekopieerd' zijn (zie bladzijde 19 onderaan van de conclusie van eisers).
Uit de processen-verbaal, de uiteenzetting van eisers en de overige gegevens leidt de rechtbank af dat verweerder op 16 mei 2024 gegevensdragers heeft uitgelezen en gekopieerd die een principieel professioneel karakter hebben, met name in het leader van de dierenartsenpraktijk uitgeoefend door de vennootschap DAP, doch dat verweerder volgens eisers ten onrechte geen rekening heeft gehouden met het feit dat de heer en mevrouw M.-G. de gegevensdragers ook af en toe gebruiken voor privézaken en er aldus sprake is van een mailbox en bepaalde gegevens met een gemengd karakter (beroep/privé).
Een eerste vaststelling in dat verband is dat eisers zeer vaag blijven over de aard van de privébestanden die verweerder zou hebben gekopieerd, evenals de draagwijdte ervan. Eisers spreken over 'kunnen', 'af en toe', enz... doch zetten niet op concrete wijze uiteen over welk soort privébestanden het dan wel zou gaan en wat de impact hiervan zou kunnen zijn op hun privéleven. Enige concrete stukken worden in dat verband niet voorgelegd. Stuk 4 van eisers gaat over e-mails die onder het beroepsgeheim zouden vallen, doch niet over privémails.
Verweerder voert in hoofdorde dan ook terecht aan dat eisers hun middel niet 'concretiseren', zodat het feitelijke grondslag mist.
Voor zover als nodig, louter ten overvloede, merkt de rechtbank nog op dat op basis van de uiteenzetting van eisers hoogstens zou kunnen worden aangenomen dat de e-mails met privékarakter in de betroken mailbox en de aangevoerde privébestanden niet duidelijk kunnen worden afgescheiden van de e-mails en bestanden met bedrijfskarakter, zodat er sprake zou kunnen zijn van een gemengd karakter. Dit gemengde karakter en het gebrek aan duidelijke scheiding kan evenwel bezwaarlijk de onderzoeksmogelijkheden van de administratie beknotten. Bij gemengde mailboxen en gemengde bestandengroepen kunnen eisers zich niet beroepen op het feit dat deze niet uitsluitend voor de economische activiteit worden gebruikt en aldus niet het voorwerp kunnen uitmaken van een onderzoek. Op die manier zou de onderzoeksbevoegdheid van de administratie immers afhankelijk worden gemaakt van de keuze van de belastingplichtige om haar mailboxen/bestanden al dan niet gemengd te laten gebruiken.
De rechtbank acht de bewijsgaring in elk geval niet disproportioneel in het licht van het beoogde doel, mede gelet op het doelgebonden karakter van een fiscale controle en de proportionaliteitstoets die de onderzoeksmaatregel moet doorstaan. Enige schending van de door eisers aangehaalde wettelijke, grondwettelijke of verdragsrechtelijke bepalingen ligt niet voor.
Het vijfde middel is ongegrond.
Zesde middel — 'de vertrouweliik en fiscaal niet-relevante gekopieerde en meegenomen gegevens dienen vernietigd te worden'
Rekening houdend met wat is geoordeeld bij de bespreking van het vijfde middel, wordt ook het zesde middel verworpen als ongegrond.
V. KOSTEN
Eisers zijn in het ongelijk gesteld en worden veroordeeld tot de kosten van het geding, zoals hierna bepaald. Verweerder wordt niet bijgestaan door een advocaat zodat hij geen aanspraak kan maken op een rechtsplegingsvergoeding.
Het betreft een fiscaal geschil zodat in toepassing van artikel 279/1 en 162, 4° W.Reg. geen rolrechten verschuldigd zijn (Punt II Circ. nr. 2019/C/26 van 15 februari 2019 betreffende de hervorming van de rolrechten).
Beschikkend gedeelte
VI. BESLISSING
De rechtbank,
Rekening houdend met de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,
In eerste aanleg en op tegenspraak,
Verklaart de vordering van eisers ontvankelijk doch ongegrond,
Veroordeelt eisers tot de kosten van het geding, aan de zijde van verweerder vastgesteld op 0,00 euro.
Deze beslissing is uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 7' kamer van de
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel, op 24 maart 2025,
waar aanwezig waren en zitting namen:
De heer F. V.: rechter,
Mevrouw E. A.: griffier.
Nota van de FOD Financiën
Referentie WF
54960599/01 en 54961604/01
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.