Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank eerste aanleg te Gent d.d. 24.06.2019
WF 709-15-17/031372
[gunstig voor administratie, niet definitief]
Belasting over de toegevoegde waarde – recht op aftrek – administratieve geldboete
Wettelijke bepalingen
WBTW: art. 45, §1 ;art. 70 §1;art. 84
K.B. 41 W.BTW: art. 1, laatste lid
Samenvatting
1)Feiten en voorgaande procedure
Belastingplichtige is geregistreerd als btw-belastingplichtige voor de activiteiten van verhuur en lease van sport- en recreatieartikelen, catering en reclamebureau. Op 9 januari 2017 vond op de maatschappelijke zetel van belastingplichtige, een btw-controle plaats over de periode van 1 januari 2014 tot 31 december 2015.
Op 22 februari 2017 werden overtredingen en vaststellingen opgenomen in een correctie-opgave (betreffende het verwerpen van het recht op aftrek van de kosten van een geleasede boot) en een proces-verbaal, waarmee belastingplichtige zich evenwel niet akkoord kon verklaren.
Op 1 december 2017 vaardigde de administratie een dwangbevel uit dat werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de fiscale administratie op 4 december 2017. Het door belastingplichtige ingediende bezwaarschrift werd afgewezen.
Op 26 december 2017 legt belastingplichtige een verzoekschrift neer op de rechtbank als verzet tegen het betekende dwangbevel.
2)De procedure in eerste aanleg of hoger beroep
De vordering van belastingplichtige strekt ertoe om de bestreden aanslagen in de btw, gevestigd onder proces-verbaal dd. 28 april 2017 te vernietigen, minstens te ontheffen en de Belgische Staat te veroordelen tot de kosten van het geding, de rechtsplegingsvergoeding inbegrepen.
de btw inzake de geleasde boot
Het geschil heeft betrekking op de btw-aftrek m.b.t. facturen die eiseres betaalde, enerzijds voor het leasen van de boot en anderzijds voor het onderhoud van de boot.
Belastingplichtige is van oordeel dat zij recht heeft op aftrek van de btw op die facturen omdat deze facturen zich situeren binnen haar maatschappelijk doel en omdat de boot wel degelijk wordt gebruikt voor belaste handelingen. Minstens kaderen de facturen in de algemene werking van belastingplichtige zoals die blijkt uit haar statuten, dan wel in de behoeften van haar algemene economische activiteit.
De administratie daarentegen verwerpt de btw-aftrek op grond van de stelling dat de boot wordt gebruikt voor privédoeleinden.
De rechtbank volgt de stelling van belastingplichtige niet.
Het loutere feit dat de betaalde facturen kaderen binnen de statutaire maatschappelijke activiteit van belastingplichtige, betekent niet automatisch dat er een recht op aftrek van de betaalde btw bestaat. Belastingplichtige bewijst niet dat zij de boot gebruikte voor het verrichten van belastbare handelingen in de zin van artikel 45, §1 van het WBTW.
De administratie heeft dan ook terecht de btw-aftrek op de boot verworpen, zeker nu vaststaat dat in de betreffende periode de boot geen huurinkomsten heeft opgeleverd.
*inzake de administratieve geldboete
Belastingplichtige vordert de kwijtschelding, minstens de vermindering van de geldboete. Zij stelt dat zij vele inspanningen heeft geleverd ter ‘commercialisatie’ van de boot en dat zij te goeder trouw is.
De rechtbank volgt het standpunt van belastingplichtige echter niet.
De administratie heeft terecht een geldboete opgelegd die bovendien evenredig is met de weerhouden inbreuken en met het doel van een administratieve geldboete.
De vordering van belastingplichtige werd dan ook ongegrond verklaard.
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
Vonnis van de Rechtbank eerste aanleg te Gent d.d. 24.06.2019
Rolnummer: 17/4497/A
IN DE ZAAK VAN:
L. BVBA, met zetel te …, …, met ondernemingsnummer …,
eiseres; vertegenwoordigd door mr. J. G., advocaat met kantoor te …, …;
TEGEN:
DE BELGISCHE STAAT, FOD Financiën - Stafdienst Logistiek - 1030 Brussel, Koning Albert Il laan 33 bus 971, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, op vervolging en benaarstiging van de Adviseur-generaal Centrumdirecteur van het Centrum KMO Aalst - Expertise 1, met kantoren gevestigd te 9300 Aalst, Dr. A. Sierensstraat 16B1,
verweerster, voor wie optreedt de heer B. V., attaché bij een fiscaal bestuur;
BESLIST DE RECHTBANK ALS VOLGT:
I. DE RECHTSPLEGING
De rechtbank hoorde partijen in hun argumenten op de openbare terechtzitting van 13 mei 2019. Vervolgens sloot de rechtbank het debat en nam de zaak in beraad. De rechtbank zag het dossier van de rechtspleging en de bewijsstukken in en in het bijzonder het geding inleidende verzoekschrift van 26 december 2017, het dwangbevel inzake BTW (artikelnummer 500/1792/68197) en de conclusies van partijen.
ll. DE VORDERING
Eiseres vordert in synthesebesluiten de vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren:
"De bestreden aanslagen in de BTW gevestigd onder:
- Proces-verbaal d.d. 28 april 2017 van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit, Kleine en Middelgrote Ondernemingen, KMO Centrum Aalst, Controle 11, voor een totaalbedrag van … EUR, ingevolge waarvan een dwangbevel inzake BTW met artikelnummer 500/1792/68197 werd opgesteld;
Te vernietigen, minstens te ontheffen;
De Belgische Staat te veroordelen tot de kosten van het geding, met inbegrip van de wettelijke verschuldigde rechtsplegingsvergoeding voor in geld waardeerbare vorderingen, in hoofde van verzoeker begroot op een bedrag van … EUR."
Verweerster vordert in syntheseconclusies de vordering ontvankelijk en ongegrond te verklaren en eiseres te veroordelen tot de gedingkosten.
lIl. RELEVANTE FEITEN EN GESCHIL
1. Eiseres is geregistreerd als btw-belastingplichtige onder nummer BE … voor de activiteiten van verhuur en lease van sport- en recreatieartikelen, catering en reclamebureau.
Op 9 januari 2017 vond op de maatschappelijke zetel van eiseres, gelegen te Temse, een controle plaats teneinde de juiste toepassing van de btw-wetgeving en -reglementering in hoofde van de vennootschap te controleren over de periode van 1 januari 2014 tot 31 december 2015.
2. Op 9, 23 januari en 2 februari 2017, heeft de fiscale ambtenaar boekhoudstukken opgevraagd bij de accountant van eiseres, dhr. J. V. C. (van het accountantskantoor VP Accountants en Belastingconsulenten BVBA).
3. Op 22 februari 2017 werden overtredingen en vaststellingen opgenomen in een correctie-opgave (betreffende het verwerpen van het recht op aftrek van de kosten van de geleasde boot Sunseeker Manhattan) en een proces-verbaal, waarmee eiseres zich evenwel niet akkoord kon verklaren.
Desalniettemin werd aan eiseres op 28 april 2017 een kennisgeving van de beslissing tot naheffing toegestuurd. Daarin werden volgende bedragen weerhouden:
- EUR … als btw
- EUR … als geldboete
- Interesten vanaf 21 januari 2014
4. Op 1 december 2017 werd een dwangbevel uitgevaardigd (met referte RCIV-nr. …) dat op 4 december 2017 werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard voor een totaalbedrag van … EUR.
5. Eiseres diende een be_zwaarschrift in op 13 juni 2017.
6. Op 29 november 2017 wees de fiscale administratie dit bezwaar af als ongegrond. Middels fiscaal verzoekschrift neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 26 december 2017, bestrijdt eiseres de naheffing in het dwangbevel.
IV. BESPREKING
1. Ontvankelijkheid
Verweerster voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt is de vordering ontvankelijk.
2. Ten gronde
Inzake de btw inzake de boot Sunseeker Manhattan
2.1.
Het voorliggende geschil heeft betrekking op de BTW-aftrek inzake de facturen die eiseres in de periode van 1 januari 2014 tot 31 december 2015 betaalde voor de boot ''Sunseeker Manhattan". Enerzijds hebben deze facturen betrekking op ING-facturen die betaald werden door eiseres voor het leasen van de boot. Anderzijds betreft het facturen inzake het .onderhoud ('Endless Sea'). Eiseres bracht deze BTW op deze hierboven genoemde facturen volledig in aftrek.
2.2.
Eiseres argumenteert dat de facturen zich situeren in haar maatschappelijk doel en dat de boot wel degelijk wordt gebruikt voor belaste handelingen. Minstens kaderen de facturen in de algemene werking van eiseres zoals die blijkt uit haar statuten dan wel in de behoeften van haar algemene economische activiteit.
2.3.
De fiscale administratie heeft de BTW-aftrek verworpen. Volgens haar wordt de boot gebruikt voor privé-doeleinden.
2.4.
Overeenkomstig artikel 45, §1, 1° van het W.BTW heeft een BTW-belastingplichtige het recht om de belasting in aftrek te brengen van de aan hem geleverde goederen en aan hem verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen, in de mate dat hij de goederen of de diensten gebruikt voor het verrichten van belastbare handelingen.
Artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969, met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde bevestigt dat in geen geval voor aftrek in aanmerking komt, de belasting geheven van de goederen en diensten die een belastingplichtige bestemt voor privé-doeleinden of voor andere doeleinden dan die van zijn economische activiteit. Wanneer een goed of een dienst bestemd is om gedeeltelijk voor zulke doeleinden te worden gebruikt, is het recht op aftrek naar verhouding van dat gebruik uitgesloten. Die verhouding dient door de belastingplichtige te worden bepaald onder controle van de BTW-administratie.
Uit het bestemmingsprincipe van artikel 45, §1 van het W.BTW volgt dat de belastingplichtige zelf het bewijs moet leveren dat het door hem uitgeoefende recht op aftrek bestaat. Het komt met andere woorden eiseres toe om haar recht op BTW-aftrek gestand te doen en dus aan te tonen dat in het voorliggende geschil de boot "Sunseeker Manhattan", in de betreffende periode werd gebruikt voor de doeleinden van haar economische activiteit.
2.5.
De rechtbank is van oordeel dat eiseres faalt in haar bewijslast. Zij kan niet aantonen dat zij de boot tijdens de gecontroleerde periode heeft gebruikt voor de doeleinden (algemene of concrete) van haar economische activiteit. Des te meer daar eiseres niet betwist dat haar hoofdactiviteit bestaat in het verhuren op korte termijn van Karcherreinigingstoestellen.
Vervolgens merkt de rechtbank op dat het verhuren van boten wel wordt vermeld in de statuten van eiseres, doch dat dit geenszins bewijst dat de boot "Sunseeker Manhattan" ook daadwerkelijk wordt gebruikt voor het verrichten van belastbare handelingen.
Ten slotte legt eiseres voor 2014 en 2015 geen enkel stuk voor waaruit blijkt dat de boot werd verhuurd in deze periode.
Op de openbare terechtzitting bevestigt eiseres dat er inderdaad geen huurinkomsten zijn geweest in deze periode zodat zij het niet aannemelijk maakt dat de boot ook maar iets bijdraagt tot het verwezenlijken van haar economische activiteit.
2.6.
De rechtbank besluit dat het loutere feit dat de betaalde facturen kaderen binnen de statutaire maatschappelijke activiteit van eiseres, niet betekent dat er 'automatisch' een recht op aftrek van de betaalde BTW bestaat. Eiseres bewijst wel degelijk niet dat zij de boot "Sunseeker Manhattan" gebruikte voor het verrichten van belastbare handelingen in de zin van artikel 45, §1 van het W.BTW. De fiscale administratie heeft dan ook terecht de BTW-aftrek van eiseres inzake de boot "Sunseeker Manhattan" verworpen. Zeker nu vaststaat dat in de betreffende periode de boot geen huurinkomsten heeft opgeleverd.
De grief is ongegrond.
Inzake de administratieve geldboete
2.7.
Eiseres poneert dat zij vele inspanningen heeft geleverd met het oog op de commercialisatie van de boot, en gelet op de duidelijke goede trouw verzoekt zij om de opgelegde boete kwijt te schelden, dan wel te verminderen.
2.8.
De rechtbank stelt vast dat verweerster een verminderde boete heeft opgelegd van … EUR. De fiscale administratie heeft deze opgelegd omdat een inbreuk op de BTWwetgeving werd vastgesteld inzake de BTW-aftrek.
2.9.
Overeenkomstig artikel 70 §1 WBTW wordt, voor iedere overtreding van de verplichting de belasting te voldoen, een geldboete opgelegd gelijk aan het dubbele van de ontdoken of niet tijdig betaalde belasting. Overeenkomstig artikel 70 §1bis W. BTW verbeurt ieder die op onrechtmatige of ongeoorloofde wijze de belasting in aftrek heeft gebracht, een geldboete gelijk aan het dubbele van die belasting, in zover die overtreding niet wordt bestraft bij toepassing van §1, eerste lid.
Overeenkomstig artikel 84 WBTW wordt het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten binnen de door de wet gestelde grenzen verminderd volgens een schaal waarvan de trappen door de Koning worden vastgesteld.
Overeenkomstig artikel 1, laatste lid van het KB nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de BTW is de schaal voor de vermindering van de proportionele fiscale geldboeten niet van toepassing ten aanzien van overtredingen begaan met het oogmerk de belasting te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken.
2.10.
De rechter die gevraagd wordt een administratieve sanctie te controleren die een strafrechtelijk karakter heeft in de zin van artikel 6 EVRM, zoals in voorliggend geval, moet de wettigheid van die sanctie nagaan en kan meer bepaald onderzoeken of die sanctie verenigbaar is met de dwingende vereisten van de internationale verdragen en van het interne recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen. Dat controlerecht biedt de rechter de mogelijkheid om, met in aanmerkingneming van alle omstandigheden van de zaak, te onderzoeken of de straf niet buiten verhouding staat tot de overtreding, zodat hij kan onderzoeken of de administratie redelijkerwijs een administratieve sanctie van die omvang mocht opleggen. In dat opzicht kan de rechter inzonderheid rekening houden met de ernst van het misdrijf, het bedrag van de reeds opgelegde sancties en de wijze waarop uitspraak is gedaan in soortgelijke zaken. Dit controlerecht houdt niet in dat de rechter, louter om opportuniteitsredenen en in strijd met de wettelijke regels, geldboeten kan kwijtschelden of verminderen (zie ook Cass. 18 april 2013, F.11.0142.F, www.cass.be).
Gelet op de volle rechtsmacht die deze rechtbank heeft inzake administratieve boetes die een strafrechtelijk karakter hebben in de zin van artikel 6 EVRM, is deze rechtbank van oordeel dat zij bevoegd is om de opgelegde geldboete te verminderen of zelfs kwijt te schelden. Artikel 70 W.BTW moet in grondwettelijke zin worden geïnterpreteerd (zie ook GwH 15 mei 2008, nr. 79/2008).
2.11.
Uit de omstandigheden en de gedane vaststellingen blijkt duidelijk dat er in hoofde van eiseres sprake is geweest van een overtreding van de BTW-wetgeving.
De fiscale administratie heeft een verminderde proportionele geldboete opgelegd. Aangezien deze geldboete dusdanig werd verminderd heeft deze niet meer het repressief karakter in de zin van artikel 6 EVRM.
2.12.
De rechtbank besluit dan ook dat de fiscale administratie aan eiseres terecht een geldboete van … EUR heeft opgelegd die bovendien evenredig is met de weerhouden inbreuken en met het doel van een administratieve geldboete. Eiseres faalt in haar bewijslast en maakt het ook niet aannemelijk, om het tegendeel aan te tonen zodat de rechtbank de administratieve geldboete niet kan verminderen of kwijtschelden.
De grief van eiseres is ongegrond.
Besluit
2.13.
Alle meeromvattende en strijdige conclusies worden verworpen als niet ter zake dienend.
Op basis van de hierboven gemaakte overwegingen is de vordering van eiseres ongegrond zodat het BTW-dwangbevel met artikelnummer … wordt bevestigd.
V. GERECHTSKOSTEN – RECHTSPLEGINGSVERGOEDING
1. De kosten omvatten in de voorliggende zaak onder meer de rechtsplegingsvergoeding, zoals bepaald in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek (art. 1018, 6° Gerechtelijk Wetboek).
In toepassing van de artikelen 279 en 162,4° van het Wetboek der registratie-, hypotheek en griffierechten is geen rolrecht verschuldigd.
2. Aangezien verweerster geen beroep op een advocaat heeft gedaan, kan zij ook geen aanspraak maken op een rechtsplegingsvergoeding. In deze omstandigheid is het dan ook overbodig tot begroting ervan over te gaan.
Beschikkend gedeelte
OP DIE GRONDEN,
DE RECHTBANK beslist, recht doende OP TEGENSPRAAK,
met inachtneming van de artikelen 2 en 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken:
- alle meeromvattende en strijdige conclusies te verwerpen als niet ter zake dienend;
- de vordering van eiseres ontvankelijk en ongegrond te verklaren;
- eiseres te veroordelen tot de kosten van deze aanleg met name de bijdrage bedoeld in artikel 4 § 2 en 5 §§ 1 en 2 van de wet van 19 maart 2017 tot oprichting van een begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand ten belope van … EUR ten hare laste te leggen en te zeggen voor recht dat dusver geen andere kosten van het geding te begroten zijn.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent op maandag vierentwintig juni tweeduizend negentien, waar aanwezig waren:
- de heer T.L., rechter, voorzitter van deze kamer,
- mevrouw M. T., griffier.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.