Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Hasselt d.d. 01.10.2009
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER A, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :
IN ZAKE A.R. nr. 07/1375/A :
O.V. L..N., voorheen gekend als CVBA R. M. en daarna als CVBA A. L. O.V., met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….
Eiseres, vertegenwoordigd door mr. V. H., advocaat te …, ….
tegen :
ADMINISTRATIE VAN DE BTW - REGISTRATIE EN DOMEINEN, in de persoon van de gewestelijk directeur van de directie BTW Hasselt, met burelen gevestigd te 3500 Hasselt, Voorstraat 43 bus 40.
DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN, Kabinet van de Minister van Financiën, 1000 Brussel, Wetstraat 12.
Verweerder, vertegenwoordigd door mr. D. D. loco mr. R. F., advocaat te …, ….
VOLGT HET VONNIS :
Gelet op :
- het verzoekschrift op tegenspraak dat werd neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 06.06.2007;
- de besluiten, aanvullende besluiten, synthesebesluiten en de stukken van verweerder;
- de conclusies, syntheseconclusies, nieuwe syntheseconclusies, verbeterende syntheseconclusies en de stukken van eiseres.
I. DE VORDERINGEN
1. Het geding wordt ingeleid door de opdrachthoudende vereniging A. L., eiseres, bij verzoekschrift op tegenspraak dat op 06.06.2007 werd neergelegd ter griffie van deze rechtbank.
De door eiseres ingestelde vordering strekt ertoe te horen verklaren voor recht dat de door haar uitgeoefende bijkomende aftrek correct is.
Zij verzoekt dienvolgens verweerder te veroordelen tot de terugbetaling van een bedrag van … euro + … euro (totaal … euro), te vermeerderen met de wettelijke intresten vanaf 01.11.2005.
Verder vraagt zij verweerder te verwijzen tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding, die begroot wordt op … euro.
Tot slot vraagt zij de navolgende prejudiciële vraag te stellen aan het Europees Hof van Justitie :
"Is het strijdig met artikel 168 e.v. RI. 2006/112 en het neutraliteitsbeginsel inzake BTW de aftrek van BTW op uitgaven te beperken tol de mate waarin deze uitgaven worden vergoed,"
2. Verweerder concludeert tot de ongegrondheid van het door eiseres ingestelde vordering.
Verweerder vraagt hierbij te verklaren voor recht dat de bijkomende aftrek niet correct is en, dienvolgens, eiseres af te wijzen in haar verzoek tot terugbetaling van … euro + … euro. Zij vraagt de rechtbank de herziening van de BTW slechts toe te laten volgens de percentages uiteengezet in de punten 1 en 2 van de directionele brief van 23.08.2006.
In ondergeschikte orde, en in de veronderstelling dat haar standpunt met betrekking tot de codes 322 en 332 niet zou worden weerhouden, de aftrek van. de BTW met betrekking tot deze kosten te bepalen aan de hand van het verhoudingsgetal waarbij in de teller en de noemer het bedrag van de vergoedingen uitgekeerd door F. P. voor de terugbetaling van de schroot wordt opgenomen en waarbij de toelagen van de vennoten voor bet ophalen en het verbranden van het huisvuil enkel in de noemer terug te vinden zijn.
Tot slot vraagt verweerder eiseres te veroordelen tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding, die begroot wordt op … euro.
II. FEITEN EN VOORGAANDEN
1. Eiseres heeft het statuut van een gedeeltelijke belastingsplichtige, die enerzijds optreedt voor rekening en in de plaats van de bij haar aangesloten gemeenten en, anderzijds, belastbare activiteiten verricht voor derden.
Als intercommunale ressorteert eiseres niet onder artikel 4, 5° van de Zesde Richtlijn of onder artikel 6 BTW-Wetboek. De intercommunales worden immers opgericht bij wijze van vereniging en niet bij wijze van stichting. De ontheffing van de BTW-belastingsplicht als publiekrechtelijk lichaam is er derhalve niet op van toepassing.
Niettemin zijn de intercommunales ook ontheven van de BTW-plicht indien ze handelen voor rekening en in de plaats van de gemeenten. Dit vereist dat de gemeente, lid van de intercommunale, afstand heeft gedaan - ten voordele van de intercommunale - van haar reglementerings- en beheersrechten met betrekking tot de opdrachten welke aan de intercommunale werden toevertrouwd.
De afstand van de reglementerings- en beheersrechten is hierbij essentieel. Doet de gemeente hiervan geen afstand, dan is de intercommunale een gewone BTW-plichtige krachtens het gemeen recht. Indien de gemeente hiervan wel afstand doet, moet verder onderzocht worden of de werkzaamheden van beheer al dan niet aan de BTW zijn onderworpen. De intercommunale belichaamt de aangesloten gemeente en is slechts BTW-plichtig in de mate dat de gemeenten dat vóór de aansluiting tot de intercommunale zouden zijn. Anderzijds dient eveneens onderzocht of de intercommunale al dan niet handelt binnen het raam van de haar in de statuten toegekende bevoegdheden.
2. Eiseres is een gedeeltelijke belastingsplichtige die de BTW op de aan haar gefactureerde goederen en diensten in aftrek mag brengen volgens de regel van het werkelijk gebruik zoals voorzien in artikel 46, § 2 W.BTW.
Wat de algemene kosten en investeringen betreffen, diende een bijzonder verhoudingsgetal toegepast te worden dat berekend werd volgens een breuk met als noemer de verwerkte tonnage afval toegeleverd door derden (handelingen waarvoor op grond van art. 45 W.BTW recht op aftrek van BTW bestaat) en als teller het totale verwerkte tonnage (komend van derden en de aangesloten gemeenten).
Bij brief van 14.10.2004 stelde eiseres dat er zich door de gewijzigde toestand in de sector van de afvalverwerking een herziening van het stelsel opdrong en dat zij van oordeel was met betrekking tot het verleden recht te hebben op een bijkomende aftrek BTW (zie stuk 2 bundel eiseres).
Deze gewijzigde toestand is er gekomen omdat er in uitvoering van Europese Richtlijnen in de jaren negentig een samenwerkingsakkoord werd afgesloten tussen de drie gewesten betreffende de preventie en beheer van verpakkingsafval (zie stuk 2, bundel eiseres).
Dit akkoord hield o.a. in dat elke producent, handelaar, ... die verpakkingsmateriaal gebruikt ervoor dient te zorgen dat dit materiaal wordt teruggenomen. M.a.w. wie goederen verkoopt in flessen, karton, ... dient deze verpakkingen terug te nemen. De terugname van de verpakkingen mocht worden uitbesteed aan een erkend organisme.
Een dergelijke organisme werd opgericht nl. VZW F. P.. Sedert 1995 werd F. P. door de Vlaamse regering gemandateerd voor de ophaling en de verwerking van verpakkingsmateriaal. F. P. heeft deze taak verder gedelegeerd aan de toenmalig genaamde "R. M.", thans O.V. L. N. (huidige eiseres). De VZW F. P. betaalde de R. M. hiervoor een vergoeding, die gefactureerd wordt met BTW, en die regelmatig werd afgedragen door de R. M.. Met betrekking tot deze activiteiten werden er door haar evenwel geen BTW afgetrokken en zij is van oordeel hierop gerechtigd te zijn.
Aldus deelde eiseres haar voornemen mee om, gelet op de verjaringstermijn van 3 jaar, deze aftrek reeds uitoefenen in de aangifte van september 2004 en januari 2005 (via vak 62) en, zodoende, een bedrag van … euro terug te vragen als nog niet uitgeoefende aftrek.
3. Bij brief van 23.08.2006 betwistte verweerder het door eiseres ingenomen standpunt inzake de bijkomende aftrek BTW (zie stuk 2, bundel verweerder).
Onder verwijzing naar de overeenkomst tussen de R. M. en F. P., waarbij de intercommunale belast werd met de selectieve inzameling en sortering in haar zone van huishoudelijk verpakkingsafval, oordeelt de administratie dat de intercommunale een dienst verricht bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 1° W.BTW waarvan de plaats van de dienst wordt bepaald overeenkomstig artikel 21, § 2 W.BTW. Daar de intercommunale deze diensten verricht buiten het raam van de statutaire betrekking tussen haar en de aangesloten gemeenten maar aan een derde verstrekt, zijn deze handelingen volgens haar onderworpen aan de BTW en wel tegen het normaal tarief.
Verder besluit de administratie op grond van het door haar verrichte onderzoek dat de R. M. recht heeft op een bijkomende aftrek, doch dat deze beperkt dient te worden als volgt (stukken 2 en 3, bundel eiseres) :
- tot de BTW op de algemene kosten en investeringen die betrekking hebben op de administratieve zetel (code 331);
- tot de BTW op de rechtstreekse kosten m.b.t. de inzameling van glas, kunststoffen en papier en karton (code 321),
hetzij tot een bedrag van … euro aan totaal gerechtvaardigde bijkomende aftrek en derhalve werd een bedrag van … euro teveel terug gewaagd.
In besluiten zet de administratie uiteen dat zij van oordeel is dat de bijkomende BTW-aftrek dient berekend te worden volgens een bijzonder verhoudingsgetal dat rekening houdt met hetgeen gefactureerd wordt, met toepassing van de BTW, aan F. P.. Zo wordt het ophalen van het gemengde huisvuil of restafval (grijze zakken) en de verbranding ervan in de verbrandingsoven gedurende de betreffende periode niet vergoed door F. P., met uitzondering van het schroot en zodoende behoren ze niet tot de aan de BTW onderworpen handelingen.
Bovendien stelt de administratie dat er rekening dient gehouden te worden met het feit dat het ophalen van gemengd huisvuil en de verbranding ervan in de verbrandingsoven, slecht een dienstprestatie is ten aanzien van de VZW F. P. als het gaat over het ophalen van en verwerken van schroot, maar dat dit niet geldt voor het andere afval in de grijze zakken. Dus ook niet voor huishoudelijke verpakkingsmiddelen in de grijze zakken waarvoor eiseres in de plaats treedt van de aangesloten gemeenten en dus handelingen stelt waarvoor op grond van art. 45 W.BTW geen aanspraak op aftrek van BTW bestaat. Hieruit volgt volgens de administratie dat de bijkomende BTW die in aftrek werd gebracht met betrekking tot de BTW op de uitgaven inzake het ophalen en het verwerken van het gemengd huisvuil met inbegrip van de uitgaven met betrekking tot de verbrandingsoven, overdreven is.
4. Ingevolge de diverse besprekingen tussen partijen, liet de wnd. directeur van. de BTW-administratie bij brief van 13.03.2007 weten dat de administratie haar zienswijze zoals weergegeven in de brief van 23.08.2006 handhaafde. Bij ministeriële beslissing E.T. 112.311 van 08.03.2007 heeft de Centrale Administratie deze zienswijze bevestigd met dien verstande dat men akkoord ging met het principe dat, gezien F. P. de metalen verpakkingen vergoedt die in de verbrandingsoven verwerkt worden, er rekening zal gehouden worden met deze verwerking om de aftrek m.b.t. de verbrandingsovens te bepalen, na berekeningen bleek dit echter geen invloed te hebben op de herberekende BTW zoals opgenomen in de brief van 23.08.2006 (zie stuk 8, bundel eiseres).
Tevens stelde de wnd. directeur dat het bedrag van … euro terug op de rekening courant van eiseres zou worden geboekt, en zulks in afwachting van de door eiseres uit te voeren rechtzetting.
IIl. BEOORDELING
1. Ontvankelijkheid :
Er worden door verweerder geen middelen van niet-ontvankelijkheid opgeworpen en de rechtbank bemerkt geen ambtshalve op te werpen excepties met betrekking tot haar bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de vordering.
De vordering is dan ook ontvankelijk.
2. Ten gronde :
1. De betwisting betreft de vraag of eiseres kon overgaan tot aftrek van BTW met betrekking tot uitgaven die zij deed in verband met de diensten die zij verleent aan de VZW F. P..
2. Krachtens art. 45, § 1 W.BTW waarin het beginsel van recht op aftrek is vastgelegd, mag de belastingplichtige, op de belasting die hij verschuldigd is, in aftrek brengen de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat bij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van :
1° belastbare handelingen;
2° handelingen die vrijgesteld zijn krachtens de artikelen 39 tot 42;
3° handelingen in het buitenland waarvoor recht op aftrek zou ontstaan zijn indien zij in het binnenland zouden plaatsvinden;
4° handelingen bedoeld in art. 44, § 3, 4° tot 10°, telkens wanneer de medecontractant buiten de Gemeenschap is gevestigd, of de genoemde handelingen. volgens door of vanwege de Minister van Financiën te bepalen voorwaarden, rechtstreeks samenhangen met goederen die bestemd zijn om te worden uitgevoerd naar een land buiten de Gemeenschap;
5° diensten als makelaar of lasthebber bij in 4° bedoelde handelingen.
Opdat er derhalve een recht op aftrek zou bestaan :
- moet het gaan om een belastingplichtige (mits enkele uitzonderingen);
- hij moet de "uitgaven" waarvan hij de BTW wil aftrekken voor welbepaalde handelingen gebruiken.
De handelingen moeten effectief belast zijn dan wel van belasting zijn vrijgesteld wegens uitvoer of omdat zij in het buitenland plaatsvinden.
Art. 1 van het KB nr. 3 houdt een correctie in op art. 45 W.BTW. Hierin wordt namelijk verwezen naar de vermoedelijke bestemming van de ontvangen goederen en diensten. Er wordt voorzien in de mogelijkheid van een recht op aftrek indien de uitgaven op het moment ervan, bestemd zijn om in de toekomst BTW-handelingen te stellen.
Het basisbeginsel is dat de BTW een eenmalige verbruiksbelasting is en dat enkel de eindverbruiker wordt belast.
3. De relevante bepalingen in de Europese Richtlijnen zijn artikel 168, 169 en 173 van RI. 2006/112 van 28 november 2006 (vroegere art. 17 van de zesde richtlijn).
Deze beginselen moeten gezien worden in het licht van het neutraliteitsbeginsel dat vervat is in artikel 1 van Rl. 2006/112 (artikel 2 van de zesde richtlijn) :
"(...) Het gemeenschappelijke BTW-stelsel berust op het beginsel dat op goederen en diensten een algemene verbruiksbelasting wordt geheven die strikt evenredig is aan de prijs van de goederen en diensten, zulks ongeacht het aantal handelingen dat tijdens het productie- en distributieproces voor de fase van heffing plaatsvond.
Bij elke handeling is de BTW, berekend over de prijs van het goed of van de dienst volgens het tarief dat voor dat goed of voor die dienst geldt, verschuldigd onder aftrek van het bedrag van de BTW waarmede de onderscheiden elementen van de prijs rechtstreeks zijn belast.
Het gemeenschappelijk BTW-stelsel wordt toegepast tot en met de kleinhandelsfase."
Het zou in strijd zijn met het neutraliteitsbeginsel uit artikel 1 RI. 2006/112 en het bestemmingsbeginsel uit artikel 168, 169 en 173 RI. 2006/112 indien geen BTW zou mogen worden afgetrokken op kosten die deel uitmaken van de prijs van goederen en diensten die verhandeld worden in het kader van een belastbare activiteit.
4. Wat betreft het BTW-statuut van een intercommunale :
Eiseres is een gedeeltelijke belastingplichtige die aan de ene kant optreedt voor rekening en in de plaats van de bij haar aangesloten gemeenten en langs de andere kant belastbare activiteiten verricht voor derden.
De intercommunales zijn vrijgesteld van BTW indien ze handelen voor rekening en in de plaats van de gemeenten. Dit veronderstelt dat de gemeente, lid van de intercommunale, afstand heeft gedaan ten voordele van de intercommunale van haar reglementerings- en beheersrechten met betrekking tot de opdrachten die aan de intercommunale worden toevertrouwd. De intercommunale wordt gespijsd door werkingstoelagen van de gemeenten en zij presteert derhalve geen leveringen of diensten onder bezwarende titel.
Daarnaast stelt de intercommunale handelingen onder bezwarende titel. O.a. zijn dit de handelingen die voor de VZW F. P. worden verricht. In dat geval blijven de gewone regels die gelden met betrekking tot de aftrek van de BTW van toepassing :
- hebben de kosten betrekking op handelingen die onder BTW ressorteren, dan is er een volledig recht op aftrek;
- hebben de kosten betrekking op handelingen die niet onder BTW ressorteren, dan is er geen recht op aftrek;
- hebben de kosten betrekking op beide soorten handelingen, dan moet er een verdeelsleutel gezocht worden (verhoudingsgetal, in principe pro rata in functie van de omzet).
5. Sedert 1995 werd de VZW F. P. door de Vlaamse regering gemandateerd voor de ophaling en de verwerking van verpakkingsmateriaal De VZW F. P. heeft deze taak verder gedelegeerd aan de toenmalig genaamde "R. M.", thans O.V. L. N. (huidige eiseres). M.a.w. de VZW F. P. verricht een dienst voor haar leden tegen betaling nl. het ten laste nemen van de terugnameplicht van haar leden. Deze dienst wordt geacht verricht te zijn onder bezwarende titel en is dus onderworpen aan BTW.
De VZW F. P. heeft deze dienst verder uitbesteed aan o.m. eiseres. De VZW F. P. sloot met eiseres verschillende contracten af die betrekking hebben op verschillende jaren (vanaf 1995 tot heden) (zie stuk 5, bundel eiseres).
De dienst die eiseres verleende, de terugname van de verpakkingen, gebeurde zowel volgens selectieve inzameling van verpakkingen (glasinzameling, drankkartons, papier en karton, ...) als op niet selectieve wijze (bijv. gemend huisvuil via huisvuilzakken).
De VZW F. P. betaalde de R. M. voor de geleverde diensten een vergoeding, die gefactureerd wordt met BTW, en die regelmatig werd afgedragen door de R. M..
Met betrekking tot deze activiteiten werden er door haar evenwel geen BTW afgetrokken en zij is van oordeel hierop gerechtigd te zijn.
De vraag is in welke mate eiseres deze BTW kan aftrekken.
In haar brief van 14.10.2004 met bijlagen maakt eiseres een berekening van de volgens haar aftrekbare BTW voor de periode september 2001 tot en met 30 september 2004 (geen aftrek kon nog verricht worden voor de periode daaraan voorafgaand wegens verjaring van het recht op aftrek). De totale aftrek bedroeg … euro (zie stuk 7, bundel eiseres).
Bij de berekening van dit bedrag ging men ervan uit dat de inzameling van verpakkingsmateriaal op 2 manieren is gebeurd :
- rechtstreekse inzameling en verwijdering via recyclageparken, glasbollen en huis aan huis inzameling (selectieve inzameling);
- onrechtstreekse inzameling en verwijdering via de huisvuilzakken en verbranding in de verbrandingsoven (algemene inzameling).
Bij directorale beslissing van 23.08.2006 werd gesteld dat eiseres inderdaad recht heeft op een bijkomende aftrek, maar dat niet kon akkoord gegaan worden met de berekening van de bijkomende aftrek zoals voorgesteld. De bijkomende BTW die in aftrek werd gebracht m.b.t. de BTW op de uitgaven inzake het ophalen en verwerken van bet gemengde huisvuil met inbegrip van de uitgaven m.b.t. de verbrandingsoven werden geweigerd. De totaal gerechtvaardigde bijkomende aftrek bedroeg volgens de BTW-administratie … euro.
De discussie betreft derhalve nog een bedrag van … euro en heeft betrekking op.
- De directe kosten met betrekking tot het selectief rechtstreeks inzamelen van het verpakkingsafval :
Eiseres verzocht de administratie dat de aftrek van BTW geheven op de kosten met betrekking tot de inzameling van glas, kunststoffen, papier en karton en drankkartons op de volgende wijze dient herzien te worden :
- glas : 100 %
- kunststoffen : 100 %
- papier en karton : 30 % en 25 %
- drankkartons : 100%
De administratie stond toe :
- glas : 100 %
- kunststoffen : 33 %
- drankkartons : 100 %
- papier en karton : 25%
De reden die de administratie aangeeft om slechts een beperkte aftrek toe te staan is dat uit het contract gesloten tussen eiseres en de VZW F. P. blijkt dat de VZW F. P. ook maar in die mate de inzameling vergoedt.
In tegenstelling tot hetgeen verweerder voorhoudt, kan eiseres de BTW in aftrek brengen zoals gevorderd.
Het contract met de VZW F. P. voorziet in de inzameling van alle verpakkingsmateriaal zonder beperking. Het betreft een contract onder bezwarende titel. Alle kosten die worden gemaakt voor de VZW F. P. in verband met het verzamelen van verpakkingsafval, blijven derhalve betrekking hebben op een contract dat onder BTW ressorteert.
Het zou in strijd zijn met het neutraliteitsbeginsel uit artikel 1 Rl. 2006/112 en het bestemmingsbeginsel uit artikel 168, 169 en 173 RI. 2006/112 indien geen BTW zou mogen worden afgetrokken op kosten die deel uitmaken van de prijs van goederen en diensten die verhandeld worden. in het kader van een belastbare activiteit.
De prijsafspraken die gemaakt zijn in het contract (bijv. vergoeding van 33 % van de gemaakte kosten voor de inzameling van kunststof), zijn niet relevant voor bet bepalen van het recht op aftrek.
De aldus ten onrechte verworpen aftrek bedraagt … euro.
De vordering van eiseres is wat dit punt betreft gegrond.
- Onrechtstreekse inzameling van verpakkingsafval (huisvuilzakken)
Eiseres is van oordeel dat de inzameling van verpakkingsmateriaal via de huisvuilzakken een onderdeel van het contract met de VZW F. P. vormt, ook al ontvangt zij hiervoor geen vergoeding. De kosten terzake betreffen ook de inzameling van ander afval. Dit wordt niet vergoed maar is gedekt door werkingstoelagen. Deze kost heeft betrekking zowel op een BTW-activiteit als op een niet aan BTW onderworpen activiteit. Het betreft aldus een "gemengde kost". Derhalve moet er naar een omslagsleutel worden gezocht voor het berekenen van de aftrek. Vermist de huisvuilzakken 20 % verpakkingsafval bevatten, is eiseres van oordeel dat 20 % en correcte maatstaf is voor het berekenen van de aftrek.
Eiseres is dan ook van oordeel dat de verhoudingsgetallen als volgt dienen te worden aangepast :
- voor 2001 : van 6 % naar 23 %
- voor 2002 : van 6 % naar 24 %
- voor 2003 : van 3 % naar20 %
Tot staving van haar stelling dat het contract met de VZW F. P. niet enkel de selectieve inzameling betreft maar ook het sorteren en het recycleren van verpakkingsafval dat terug te vinden is in huisvuilzakken, verwijst eiseres o.m. naar :
- erkenning F. P. p. 3 en. 4;
- artikel 2 overeenkomst F. P.;
- artikel 12 erkenning F. P.;
- artikel 18 erkenning F. P..
Deze bepalingen overtuigen de rechtbank niet dat het onrechtstreeks inzamelen van verpakkingsmateriaal via huisvuilzakken ook tot het contract behoort met de VZW F. P..
De overeenkomst heeft als voorwerp de selectieve inzameling en de sortering van verpakkingsmateriaal.
De in artikel 18 Erkenning F. P. bepaalde vergoeding die door F. P. wordt uitgekeerd aan eiseres slaat enkel op schroot en niet op een percentage van verpakkingsafval dat terug te vinden is in huisvuilzakken. Dit wordt bovendien bevestigd in een brief van F. P. aan eiseres (zie stuk 7, bundel verweerder).
Verweerder merkt tevens op dat de ophaling en verbranding van de grijze huisvuilzakken met restafval waarin zich ook huishoudelijk verpakkingsmateriaal bevindt, gebeurt ter nakoming van de verplichtingen die eiseres heeft ten opzichte van de deelnemende gemeenten.
Terecht is verweerder van oordeel dat er slechts wanneer en in zoverre dat de ophaling en verbranding door de VZW F. P. wordt vergoed aan eiseres, er een recht kan zijn op een bijkomende aftrek van BTW.
De vordering van eiseres is op dit punt ongegrond.
- Indirecte kosten met betrekking tot rechtstreeks inzameling en verwijdering van verpakkingsafval :
Rekening houdend met het aantal personeelsleden dat ingezet wordt voor het verrichten van diensten voor F. P., werd door de administratie een bijzonder verhoudingsgetal van 33,33 % weerhouden. Eiseres heeft dit afgerond tot 34 %.
Bij een gedeeltelijke belastingplichtige zoals eiseres, is het aangewezen om de regel van het werkelijk gebruik van goederen en diensten zoals bedoeld in art. 46, § 2 W.BTW toe te passen in zoverre dit mogelijk is.
Aangezien het hier handelt om een bijzonder verhoudingsgetal is de administratie terecht van oordeel dat het bekomen percentage niet voor afronding in aanmerking komt. De afronding, zoals door eiseres weerhouden, is enkel van toepassing in de situaties waarbij er sprake is van een algemeen verhoudingsgetal zoals bepaald in art. 46, § 1 W.BTW.
De vordering is op dit punt ongegrond.
Wat betreft de kosten van de procedure dient er rekening gehouden te worden met de inwerkingtreding van de wet van 21.04.2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten van een advocaat (B.S. 31.05.2007) en de onmiddellijke toepassing van deze wet op alle hangende gedingen vanaf 01.01.2008 (zie art. 13 en 14).
Partijen hebben ter zake standpunt ingenomen en begroten de rechtsplegingsvergoeding in akkoord op … euro.
De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni. 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN :
De rechtbank, rechtdoende op tegenspraak,
Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en in de volgende mate gegrond,
VerkIaart voor recht dat de door eiseres uitgeoefende bijkomende aftrek ten bedrage van … euro correct is.
Veroordelen verweerder tot terugbetaling van een bedrag van … euro, te verhogen met de wettelijke intresten vanaf 1 november 2005.
Wijst het meer gevorderde af.
Veroordeelt verweerder tot de helft van de kosten. van het geding en vereffent deze in hoofde van eiseres op … euro rechtsplegingsvergoeding.
Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare zitting van de elfde kamer A, op het gerechtshof te Hasselt op 01.10.2009, alwaar aanwezig waren :
Mevrouw M. C., enige rechter, en
De Heer L. P., griffier.
L. P. M. C.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.