lid 1De Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten van de Belgische Staat, de provincies, de agglomeraties, de gemeenten en de openbare instellingen worden niet als belastingplichtige aangemerkt voor de werkzaamheden of handelingen die zij als overheid verrichten, ook niet indien zij voor die werkzaamheden of handelingen rechten, heffingen, bijdragen of retributies innen. (1)
lid 2De hoedanigheid van belastingplichtige wordt hen evenwel toegekend voor deze werkzaamheden of handelingen voor zover een behandeling als niet-belastingplichtige tot concurrentieverstoring van enige betekenis zou leiden.
lid 3Zij worden in elk geval als belastingplichtige voor de belasting over de toegevoegde waarde beschouwd voor de volgende werkzaamheden of handelingen, voor zover deze niet van onbeduidende omvang zijn:
de telecommunicatiediensten;
de levering en de voorziening van water, gas, elektriciteit en stoom;
het goederen- en personenvervoer;
de levering van goederen en het verrichten van diensten in het kader van de exploitatie van havens, bevaarbare waterlopen en vlieghavens;
de levering van nieuwe goederen geproduceerd voor de verkoop;
de handelingen van de landbouwinterventiebureaus met betrekking tot landbouwproducten, die worden verricht op grond van verordeningen houdende een gemeenschappelijke marktordening voor deze producten;
de exploitatie van commerciële beurzen en tentoonstellingen;
de exploitatie en het verlenen van rechten op de exploitatie van een parkeergelegenheid, een opslagplaats en/of een kampeerterrein;
de werkzaamheden inzake reclame;
de diensten van reisbureaus bedoeld in artikel 1, § 7;
de leveringen van goederen en de diensten verricht door bedrijfskantines, bedrijfswinkels, coöperaties en soortgelijke inrichtingen;
de leveringen van goederen en de diensten verricht door radio- en televisieomroepdiensten.
(1) Art. 39, a), W 27.12.2006, tot wijziging van het eerste lid van art. 6, W.BTW, werd vernietigd bij arrest Grondwettelijk Hof nr. 104/2008, 17.07.2008, (B.S. 11.08.2008), met handhaving van de gevolgen van de vernietigende bepaling tot 31.12.2008. De vernietigde bepaling luidde als volgt:
“De Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten van de Belgische Staat, de provincies, de agglomeraties, de gemeenten en de openbare instellingen die handelingen verrichten andere dan die welke zijn vrijgesteld krachtens artikel 44, worden niet als belastingplichtige aangemerkt voor de werkzaamheden of handelingen die zij als overheid verrichten, ook niet indien zij voor die werkzaamheden of handelingen rechten, heffingen, bijdragen of retributies innen.”
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Aangehaalde teksten
2Rechtspraak
23België
19Hof van Cassatie11.01.2024
Recht op aftrek, Historische btw-aftrek, Belastingplicht -Diensten van advocaten
Hof van CassatieF.12.0121.F11.09.2014
Administratieve geldboete, Proportionaliteit, bevoegdheid van de rechter, Vermindering, evenredigheid
Europese Unie
4Het Hof legt de richtlijn uit die dit artikel omzet.
Hof van JustitieC-400/1820.11.2019
Vrijstellingen
GerechtT-575/2425.02.2026
Gemeenschappelijk btw-stelsel, behandeling bij voorrang
Administratieve doctrine
322Wetgeving
3345 verwijzen naar geen enkel bijzonder punt, 3 verwijzen naar een punt dat de gepubliceerde tekst niet draagt. De koppeling wordt in de tekst van de documenten gelezen.
Opeenvolgende versies
4 versies eerste op 01.01.1971| Van kracht | Wijziging | Bron |
|---|---|---|
| 01.07.2007van kracht | Het tweede en het derde lid, werden gewijzigd | b |
| 01.01.1993 | Het artikel werd vervangen | W 28.12.1992 |
| 01.01.1990 | Het eerste lid, werd vervangen | W 28.12.1989 |
| 01.01.1971 | Het artikel werd ingevoegd | W 03.07.1969 |