Fiche van de FOD Financiën
Arrest van het Hof van beroep Antwerpen d.d. 20.01.2026 (2024/AR/880)
WF 5520214901
Samenvatting
Niet beschikbaar
Volledige tekst
Tekst van de beslissing
Hof van beroep Antwerpen
Arrest
Kamer B6M, burgerlijke zaken
20 januari 2026
2024/AR/880
BELGISCHE STAAT - FOD FINANCIEN, ON ..., in de persoon van de minister van Financiën, met kabinet te 1000 BRUSSEL, Wetstraat 12, handelend ten verzoeke van de ALGEMENE ADMINISTRATIE VAN DE BIJZONDERE BELASTINGINSPECTIE, vertegenwoordigd door de ADVISEUR-GENERAAL VAN DE BBI, Gewestelijke Directie Gent, met correspondentieadres te 9050 LEDEBERG, Gaston Crommenlaan 6 bus 803 en handelend ten verzoeke van de ALGEMENE ADMINISTRATIE INNING EN INVORDERING, vertegenwoordigd door de ADVISEUR INVORDERING-ONTVANGER VAN HET TEAM INVORDERING RECHTSPERSONEN MECHELEN 1, ON ..., met diensten te 2800 MECHELEN, Zwartezusterstraat 24 B 11,
Eiser in hoger beroep, voor wie optreedt mevrouw M.B., fiscaal ambtenaar (kenmerk: 503-15-22/060482)
tegen het vonnis van de AFi4 kamer van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling
Antwerpen van 25 maart 2024, gekend onder rolnummer 22/3140/A
tegen
cie1, ON ..., met zetel te ... ..., ...,
Verweerster in hoger beroep,
Hebbende als raadslieden mr. PANIS Wim en mr. SMETS Julie, beiden advocaat te 1000
BRUSSEL, Loksumstraat 25
Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd waaronder een eensluidend afschrift van het bestreden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 25 maart 2024, waarvan geen akte van betekening wordt overgelegd, alsmede het verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd ter griffie van het hof van beroep te Antwerpen op 4 juni 2024 waarbij een naar vorm en termijn regelmatig en ontvankelijk hoger beroep wordt ingesteld.
1. Voorafgaande feiten en procedure
De betwisting heeft betrekking op de btw-schuld van verweerster in hoger beroep opgenomen in het innings- en invorderingsregister op 28 december 2021 onder het schuldnummer 500/2482/25396 dat op 29 december 2021 uitvoerbaar werd verklaard.
1.1. Procedure voor de eerste rechter
Verweerster in hoger beroep legde op 9 augustus 2022 een verzoekschrift neer ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen.
Bij vonnis van 25 maart 2024 werd de vordering ontvankelijk en als volgt gegrond verklaard. De rechtbank stelde vast dat verweerster in hoger beroep de schuld opgenomen in het innings- en invorderingsregister op 28 december 2021 met schuldnummer 500/2482/25396, uitvoerbaar verklaard op 29 december 2021, niet verschuldigd was en beval de terugbetaling van de bedragen die in voormelde mate eventueel betaald of geïnd werden op basis van het deels onwettig verklaarde innings- en invorderingsregister, vermeerderd met moratoriuminteresten in toepassing van artikel 91 WBTW. Eiser in hoger beroep werd veroordeeld tot de kosten van het geding, in hoofde van verweerster in hoger beroep begroot en door de rechtbank vereffend op 3.750,00 euro rechtsplegingsvergoeding en op 22,00 euro kosten van het fonds voor juridische tweedelijnsbijstand.
1.2. Procedure voor het hof van beroep
Eiser in hoger beroep heeft een verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie van het hof van beroep te Antwerpen op 4 juni 2024.
Op 8 januari 2026 hebben partijen een akkoordconclusie neergelegd ter griffie.
Het hof oordeelt dat dit akkoord in overeenstemming is met de wet en dat het kan worden gehonoreerd.
Beschikkend gedeelte
Beslissing
Het hof beslist bij arrest op tegenspraak.
De rechtspleging verliep in overeenstemming met de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de taal in gerechtszaken.
Het hof verklaart het hoger beroep van eiser in hoger beroep ontvankelijk.
Het hof verleent akte aan partijen van het tussen hen gesloten akkoord dat luidt als volgt:
"- de afstand van geding en de afstand van rechtsvordering door Appellante te acteren;
- het bestreden vonnis in al zijn beschikkingen te bevestigen, op grond van een andere motivering en met dien verstande dat tevens de vernietiging wordt bevolen van de inschrijving in het innings- en invorderingsregister met artikelnummer 500.2482.25396;
- het proces-verbaal betekend op 23 november 2021 te vernietigen en te zeggen voor recht dat de bedragen erin vermeld ten titel van btw, geldboeten, en interesten niet verschuldigd zijn;
- de Belgische Staat te veroordelen tot de terugbetaling van alle ten onrechte geïnde of betaalde sommen, verhoogd met moratoire interesten overeenkomstig artikel 91 WBTW;
- de Belgische Staat te veroordelen tot de kosten van het hoger beroep begroot op 23.546,51 euro (rechtsplegingsvergoeding hoger beroep), alsook tot de kosten van eerste aanleg begroot op 3.750,00 euro (rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg)."
Het hof stelt vast dat onderhavige zaak vrij is van rolrecht overeenkomstig art. 2791, 1°, juncto 162, 4° W.Reg..
Dit arrest werd uitgesproken in de openbare zitting van 20 januari 2026 door
C. PRINCEN Raadsheer dd. voorzitter
E. DE BRAUWER Raadsheer
K. LEYSEN Raadsheer
E. CLEYMANS Griffier
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.