Administratieve sancties met repressief karakter, Wettelijkheid van de sanctie · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van Cassatie C.09.0096.N 11 maart 2010

Zoeken

Administratieve sancties met repressief karakter, Wettelijkheid van de sanctie

https://juriel.be/nl/rechtspraak/administratieve-sancties-repressief-karakter-wettelijkheid-cassatie-brussel-2010-03-11-97d8

Rechtscollege
Hof van Cassatie
Rolnummer
C.09.0096.N
Datum
11 maart 2010

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Strekking volgens de FOD
gunstig voor de Belgische Staat

Tekst

42 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van Cassatie dd. 11.03.2010 (C.09.0096.N)

Administratieve sancties met repressief karakter - Wettelijkheid van de sanctie - Toetsingsrecht van de rechter

Wettelijke bepalingen

Artt. 70, § 1, en 84, W.BTW

Samenvatting

Het toetsingsrecht van de rechter aan wie gevraagd wordt een B.T.W.-boete te toetsen die een repressief karakter heeft, houdt niet in dat de rechter op grond van een subjectieve appreciatie van wat hij redelijk acht, om loutere redenen van opportuniteit en tegen wettelijke regels in, boeten kan kwijtschelden of verminderen; de rechter die in zijn beoordeling expliciet wijst op het feit dat de belastingplichtige de B.T.W. wetens en willens niet heeft gefactureerd en doorgestort, vaststelt dat de afgevaardigd bestuurder strafrechtelijk werd veroordeeld en dat in de omstandigheden zoals deze blijken uit een proces-verbaal en de gevoerde onderhandelingen, het opleggen van een geldboete van 20 percent verantwoord is, en vervolgens de opgelegde geldboete van 2OO procent van de ontdoken belasting vermindert om de enkele reden dat die boete onevenredig is, geeft niet aan waarin de onevenredigheid zou bestaan, laat na te onderzoeken in welke mate het bestuur zelf gebonden was door een sanctie en preciseert niet op welke gronden het bestuur van de vaste schalen had moeten afwijken.

Tekst van het arrest

Tekst van de beslissing

Arrest van het Hof van Cassatie

dd. 11.03.2010

(C.09.0096.N)

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, in de persoon van de Rekenplichtige van het tweede btw-ontvangkantoor te Hasselt, met kantoor te 3500 Hasselt, Thonissenlaan 20, eiser, vertegenwoordigd door mr. A.D.B., advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te … , waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

H.V.Z., naamloze vennootschap, met zetel te … , verweerster, met als raadslieden mr. H.V., F.S. J.B. , advocaten bij de balie te Hasselt, met kantoor te … .

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 13 mei 2008 gewezen door het hof van beroep te Antwerpen.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan.

Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 70, §1, van het Btw-wetboek, wordt voor iedere overtreding van de verplichting de belasting te voldoen, een geldboete opgelegd gelijk aan het dubbele van de ontdoken of niet-tijdig betaalde belasting.

Krachtens artikel 84, derde lid, van dat wetboek, wordt binnen de door de wet gestelde grenzen, het bedrag van de proportionele fiscale boeten bepaald volgens een schaal waarvan de trappen door de Koning worden vastgesteld.

Krachtens artikel 1, laatste lid, van het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten, zijn de schalen voor vermindering van de proportionele fiscale geldboeten niet van toepassing ten aanzien van de overtredingen begaan met het oogmerk de belasting te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken.

2. De rechter aan wie gevraagd wordt een administratieve sanctie te toetsen die een repressief karakter heeft in de zin van artikel 6 EVRM, moet de wettigheid van die sanctie onderzoeken en mag in het bijzonder nagaan of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het interne recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen.

Dit toetsingsrecht moet in het bijzonder aan de rechter toelaten na te gaan of de straf niet onevenredig is met de inbreuk, zodat de rechter mag onderzoeken of het bestuur naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van een administratieve geldboete van zodanige omvang.

De rechter mag hierbij in het bijzonder acht slaan op de zwaarte van de inbreuk, de hoogte van de reeds opgelegde sancties en de wijze waarop in gelijkaardige zaken werd geoordeeld, maar moet hierbij in acht nemen in welke mate het bestuur zelf gebonden was in verband met de sanctie.

Dit toetsingsrecht houdt niet in dat de rechter op grond van een subjectieve appreciatie van wat hij redelijk acht, om loutere redenen van opportuniteit en tegen wettelijke regels in, boeten kan kwijtschelden of verminderen.

3. De appelrechters oordelen dat:

- vaststaat dat de btw wetens en willens niet werd gefactureerd en doorgestort aan de Belgische Staat;

- bij de beoordeling van de boete in aanmerking moet genomen worden dat de verweerster onrechtstreeks werd getroffen door de strafrechtelijke veroordeling van haar afgevaardigd bestuurder en financieel directeur;

- het bestuur niet in redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van een administratieve geldboete van 200 pct.;

- in de gegeven omstandigheden zoals deze blijken uit het proces-verbaal van 25 november 2004 en uit de gevoerde onderhandelingen het opleggen van een geldboete van 20 pct. verantwoord is.

Het arrest geeft niet aan waarin de onevenredigheid zou bestaan, laat na te onderzoeken in welke mate het bestuur zelf gebonden was door een sanctie en preciseert niet op welke gronden het bestuur van de vaste schalen had moeten afwijken.

Het middel is gegrond.

Beschikkend gedeelte

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, in zoverre het uitspraak doet over de geldboete en de kosten.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit …

Ondertekeningen

Aangehaalde teksten

3
KB nr. 41 art. 11 voorkomen
WBTW art. 701 voorkomen
WBTW art. 841 voorkomen

Rechtspraak

7

België

7

Hof van beroep te Luik2024/RG/100303.03.2026

Intracommunautaire levering, Localisatie

Hof van beroep te Bergen2014/RG/89511.01.2016

Belastingplicht

Bekijk alle 7

Bekijk de 7 documenten

Vergelijkbare beslissingen

8