Vr. en Antw., Kamer G.Z.1983-1984 blz. 2581
Werk in onroerende staat - Onroerend goed - Gebouw - Bouwmateriaal - Bouwsector - Maatstaf van heffing - Normale waarde - Minimummaatstaf van heffing - Bouwwaarde - Bewijs - Bouwdossier - Controlemaatregel - Bewaring van de facturen bij werk in onroerende staat - Factuur - Verplichtingen - Bouwaangifte - Controleschatting - Deskundige schatting - Op te richten gebouw - Woning - Ontoereikende maatstaf
VRAAG
De Vlaamse deelregering heeft onder de impuls van de Gemeenschapsminister voor Huisvesting talrijke zaken gedaan om de bouwnijverheid te stimuleren. Zo werden de bouwpremies verhoogd, rentetoelagen toegestaan, enz. Allemaal prachtige initiatieven die de bouwnijverheid ongetwijfeld gesteund hebben. Nu blijkt echter dat jonge bouwers voor een andere werkelijkheid komen te staan, wanneer hun woning voltooid is. Dan komt de nationale regering hopen geld innen omdat de bouwers zogezegd te weinig BTW betaald hebben en daardoor een bijkomende aanslag krijgen. Men heft zogezegd de BTW op de oprichtingswaarde van de nieuwe woning; geen enkele ambtenaar mag echter meedelen aan de bouwers hoe men aan deze oprichtingswaarde komt. Blijkbaar zijn dit geheime cijfers waartegen niets kan ingebracht worden.
ANTWOORD
Door deze regeling moeten velen soms meer dan 50.000 fr. bijbetalen aan BTW plus een boete omdat ze volgens de huidige wetgeving in het « zwart » zouden gewerkt hebben.
Kan de Minister me daarom meedelen:
1. Op welke wijze men aan de oprichtingswaarde van een woning komt ?
2. Hoe kan de juistheid van deze oprichtingswaarde gecontroleerd worden door de bouwheer?
3. Realiseert de Minister zich welke moeilijkheden deze grote sommen kunnen meebrengen voor jonge bouwers, die uiteraard andere financiële zorgen hebben ?
4. Hoe valt te verklaren dat de bij te betalen sommen de laatste twee jaren zo erg omhoog zijn gegaan ? Is dit in opdracht van uw departement ?
5. Waarom moet er boete betaald worden wanneer iemand volledig juist heeft gehandeld en zogezegd niets in het « zwart » heeft aangekocht of betaald aan een aannemer ?
6. Waarom wordt een richtprijs voor het ganse land aangehouden terwijl het toch vast staat dat men op de plattelandsgemeenten in de meeste gevallen beterkoop kan bouwen ?
7. Er zijn tevens veel klachten over het feit dat eigen werk te weinig geapprecieerd wordt door de ambtenaren; hoe wordt dit berekend ?
Antwoord:
1. en 7. Voor de wijze waarop de administratie de normale oprichtingsprijs van het gebouw en de normale waarde van het werk van de bouwheer vaststelt, wordt verwezen naar het antwoord op de vraag nr. 275 van 17 september 1982 (1) van Mevr. de Volksvertegenwoordigster Demeester-De Meyer, bulletin van Vragen en Antwoorden, nr. 40, van 12 oktober 1982, Kamer, zitting 1981-1982.
2. Indien de bouwheer meent dat de door de administratie bepaalde normale waarde van het werk in onroerende staat tot oprichting van het gebouw betwistbaar is, kan hij zijn zienswijze uiteenzetten ter gelegenheid van een discussie met de bevoegde ambtenaar, waartoe hij trouwens steeds wordt uitgenodigd.
Hij kan eveneens de deskundige schatting die door artikel 59 § 2, van het BTW-Wetboek wordt voorgeschreven en door het koninklijk besluit nr. 15 van 3 juni 1970 wordt geregeld, hetzij zelf vorderen hetzij het resultaat ervan afwachten wanneer die vordering door de administratie is ingesteld (zie het antwoord op de vraag nr. 116 van 2 september 1981 (2) van de heer Senator Lagneau bulletin van Vragen en Antwoorden, nr. 50, van 22 september 1981, Senaat, zitting 1980-1981).
3. De financiële moeilijkheden die de betaling van een belastingsupplement voor bepaalde bouwheren tot gevolg kan hebben ontgaan mij niet. In een dergelijk geval kan een ruime betalingsregeling worden toegestaan.
4. De bewering van het geacht Lid wordt niet bevestigd door de gegevens waarover de administratie beschikt.
5. Wanneer de belasting over een ontoereikende maatstaf werd voldaan, verbeurt de bouwheer krachtens artikel 70, § 5, van het BTW-Wetboek van rechtswege een geldboete ten bedrage van de aanvullende belasting indien het tekort gelijk is aan of groter dan een achtste van de maatstaf waarover de belasting werd voldaan.
Die geldboete wordt, overeenkomstig de algemene richtlijnen voor de vermindering van de geldboeten inzake BTW, verschenen in het Belgisch Staatsblad van 26 juni 1973, aanzienlijk verminderd naargelang van de grootte van de ontoereikende maatstaf
Overigens kan de bouwheer, wanneer de prijs van een dienst niet zou beantwoorden aan de normale waarde van die dienst de wettelijke geldboete ontlopen door spontaan de BTW over een hogere maatstaf te voldoen (zie het antwoord op de vraag nr. 145 van 17 april 1975 (3) van de heer Volksvertegenwoordiger Coens, bulletin van Vragen en Antwoorden, nr. 28, van 13 mei 1975, Kamer, zitting 1974-1975).
6. Ik verwijs naar het antwoord op zijn vraag nr. 67 van 16 december 1982 (4) bulletin van Vragen en Antwoorden, nr. 9, van 4 februari 1983, Kamer, zitting 1982-1983.
(1) Z. Revue nr. 56, blz. 49, nr. 9 art. 32 BTW-Wetboek. (2) Z. Revue nr. 51, blz. 671, art. 9 BTW-Wetboek. (3) Z. Revue nr. 22, blz. 327, nr. 1, art. 36, § 1 BTW-Wetboek. (4) Z. Revue nr. 57, blz. 164, nr. 10, art. 32, BTW-Wetboek.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.