(Uitvoering van de artikelen 4; 53; 56 en 56bis, van het Wetboek)
Officieuze coördinatie nr. 8 - Dit K.B. nr. 19 werd opgeheven met ingang van 01.01.2025 bij:
15 DECEMBER 2024 - Koninklijk besluit nr. 19 met betrekking tot de vrijstellingsregeling van belasting over de toegevoegde waarde in het voordeel van kleine ondernemingen (B.S. 24.12.2024, pg. 141324, Numac : 2024011567)
Dit koninklijk besluit nr. 19, van 29 juni 2014, werd met ingang van 01.01.2025 opgeheven en vervangen door het Koninklijk besluit nr. 19, van 15 december 2024, met betrekking tot de vrijstellingsregeling van belasting over de toegevoegde waarde in het voordeel van kleine ondernemingen
art. 1
8 documentenlid 1(De tekst van KB nr. 19-2014, art. 1, eerste lid, werd vervangen met ingang van 01.01.2016 (Art. 1, KB 18.12.2015, B.S 28.12.2015 – Ed. 2, pg. 79606))
lid 2De belastingplichtige van wie de in België gerealiseerde jaaromzet niet meer bedraagt dan het bedrag bepaald in artikel 56bis, § 1, eerste lid, van het Wetboek, kan belastingvrijstelling genieten voor de leveringen van goederen en diensten die hij verricht.
lid 3Wanneer verscheidene personen in onverdeeldheid of in vereniging een economische activiteit uitoefenen, wordt er voor de toepassing van het eerste lid rekening gehouden met het jaarlijks totaalbedrag van de overeenkomstig artikel 56bis, § 4, van het Wetboek bepaalde omzetcijfers die ze realiseren.
lid 4Wanneer echtgenoten een onderscheiden economische activiteit uitoefenen, wordt er voor de toepassing van het eerste lid afzonderlijk rekening gehouden met de activiteit van ieder van de echtgenoten, ongeacht hun huwelijksvoorwaarden.
art. 2
(De tekst van KB nr. 19 (2014), art. 2, § 2, werd gewijzigd en § 3, werd vervangen met ingang van 01.12.2022 (Art. 9, KB 26.10.2022, B.S. 10.11.2022 - Ed. 2, pg. 82151, Numac: 2022042522). De Franse tekst werd nog gewijzigd met ingang van 01.01.2024 (KB 17.12.2023, B.S. 22.12.2023, pg. 120969, Numac: 2023048329))
De belastingplichtige die een economische activiteit aanvangt, kan de vrijstellingsregeling van belasting genieten wanneer hij, onder controle van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde, in de bij artikel 53, § 1, eerste lid, 1°, van het Wetboek bedoelde aangifte verklaart dat zijn activiteit naar alle waarschijnlijkheid zal voldoen aan de voorwaarden die voor de toepassing van die regeling zijn gesteld in artikel 56bis van het Wetboek.
Wanneer evenwel uit de omstandigheden duidelijk blijkt dat aan de voorwaarden gesteld voor de toepassing van de vrijstellingsregeling van belasting niet is voldaan, beslist de administratie […] dat de belastingplichtige onderworpen is aan een andere belastingregeling.
Wanneer voor het verstreken kalenderjaar, de omzet van een belastingplichtige onderworpen aan de normale belastingregeling of aan de forfaitaire regeling voorzien in artikel 56 van het Wetboek, niet meer bedraagt dan het bedrag bedoeld in artikel 56bis, § 1, eerste lid, van het Wetboek, stelt de administratie deze laatste in kennis dat hij vanaf 1 juli de vrijstellingsregeling van belasting kan genieten. De belastingplichtige die deze vrijstellingsregeling wenst te genieten, moet in dat geval vóór 1 juni daarvan aangifte doen door middel van de aangifte bedoeld in artikel 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10, van 29 december 1992, met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, bedoeld in de artikelen 15, § 2, vierde lid, 21bis, § 2, 9°, vierde lid, 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid en 44, § 3, 2°, d) van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de aangiften van aanvang, wijziging, stopzetting van activiteit en de voorafgaande kennisgevingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde.
De belastingplichtige onderworpen aan de normale belastingregeling of aan de forfaitaire regeling bedoeld in artikel 56 van het Wetboek, die wil genieten van de vrijstellingsregeling van belasting vanaf 1 januari van het volgend jaar, kan daartoe een aanvraag indienen in de loop van het laatste kwartaal maar vóór 15 december van het lopend jaar, door middel van de aangifte bedoeld in artikel 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10, van 29 december 1992, met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, bedoeld in de artikelen 15, § 2, vierde lid, 21bis, § 2, 9°, vierde lid, 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid en 44, § 3, 2°, d) van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de aangiften van aanvang, wijziging, stopzetting van activiteit en de voorafgaande kennisgevingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde.
De in het eerste lid bedoelde aanvraag vermeldt ook het bedrag van de omzet van de eerste drie kwartalen van het lopende jaar, evenals een raming van de omzet van het vierde kwartaal.
art. 3
1 document(De tekst van KB nr. 19-2014, art. 3, werd ingevoerd met ingang van 01.04.2014 (Art. 3, KB 29.06.2014, B.S 09.07.2014, pg. 52811))
De belastingplichtige die overeenkomstig artikel 2, paragrafen 2 en 3, niet langer onderworpen is aan de normale regeling van de belasting of aan de forfaitaire regeling van artikel 56 van het Wetboek, herziet de door hem verrichte aftrek van de belasting geheven:
van de goederen, andere dan bedrijfsmiddelen, die nog niet werden vervreemd en van de diensten die nog niet werden gebruikt bij de wijziging van belastingregeling;
van de nog bruikbare bedrijfsmiddelen die op dat tijdstip bestaan en waarvan de oorspronkelijke aftrek het voorwerp uitmaakt van een herziening.
De overgang naar de vrijstellingsregeling van belasting wordt gelijkgesteld met het verlies van de hoedanigheid van belastingplichtige bedoeld in artikel 49, 3°, van het Wetboek.
Het bedrag van de terug te storten belasting wordt bepaald op basis van een inventaris van de voorraad op het tijdstip van de wijziging van belastingregeling en van een staat van de op dat tijdstip nog bruikbare bedrijfsmiddelen. Die stukken worden opgemaakt in drie exemplaren waarvan er twee bestemd zijn voor het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder de belastingplichtige ressorteert. Ze vermelden op een gedetailleerde wijze de goederen en diensten die voor herziening vatbaar zijn, alsmede de datum waarop die goederen werden geleverd en die diensten werden verstrekt aan de belastingplichtige en het nummer van de aankoopfactuur of van het invoerdocument, de maatstaf van heffing waarover ze met de belasting over de toegevoegde waarde werden belast en het terug te storten bedrag.
Deze stukken worden binnen de maand vanaf de wijziging van belastingregeling ingediend bij het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder de belastingplichtige ressorteert.
art. 4
1 document(De tekst van KB nr. 19-2014, art. 4, werd vervangen met ingang van 22.07.2019 (Art. 7, KB 28.06.2019, B.S 12.07.2019, pg. 70370))
De belastingplichtige die op 31 december de vrijstellingsregeling van belasting toepast, stelt vóór 31 maart van het volgend jaar, de administratie in kennis van het totaalbedrag van de omzet, gerealiseerd in de loop van het voorgaand kalenderjaar.
In het geval de economische activiteit aanvangt in de loop van het jaar, moet de belastingplichtige bovendien opgeven gedurende welk tijdvak hij die activiteit heeft uitgeoefend.
Die gegevens worden vermeld in het daartoe bestemde kader van de jaarlijkse lijst van de belastingplichtige afnemers die de belastingplichtige bij de administratie moet indienen overeenkomstig artikel 53quinquies, eerste en tweede lid, van het Wetboek.
De belastingplichtige die, overeenkomstig artikel 53quinquies, derde lid, van het Wetboek ervan ontheven is de jaarlijkse lijst van de btw-belastingplichtige afnemers in te dienen, is eveneens ontheven van de in paragraaf 1 bedoelde verplichtingen.
art. 5
lid 1(De tekst van KB nr. 19-2014, art. 5, werd ingevoerd met ingang van 01.04.2014 (Art. 5, KB 29.06.2014, B.S 09.07.2014, pg. 52811))
lid 2De belastingplichtige die geregeld leveringen verricht bedoeld in artikel 56bis, § 2, 3°, van het Wetboek, van goederen opgenomen in de bijlage bij dit besluit, kan niet genieten van de vrijstellingsregeling van belasting.
art. 6
(De tekst van KB nr. 19 (2014), artikel 6, § 1, tweede lid; § 2, eerste lid en § 2, tweede lid, werd gewijzigd met ingang van 01.12.2022 (Art. 10, KB 26.10.2022, B.S. 10.11.2022 - Ed. 2, pg. 82151, Numac: 2022042522). De Franse tekst werd nog gewijzigd met ingang van 01.01.2024 (KB 17.12.2023, B.S. 22.12.2023, pg. 120969, Numac: 2023048329))
Wanneer het totaalbedrag van de omzet, in de loop van een kalenderjaar, meer bedraagt dan het bedrag bedoeld in artikel 56bis, § 1, van het Wetboek, is de belastingplichtige onderworpen aan de normale regeling van de belasting vanaf de eerste handeling, in haar geheel genomen, waarvoor het bovenbedoeld bedrag wordt overschreden.
Deze belastingplichtige stelt de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde hiervan onmiddellijk in kennis door middel van de aangifte bedoeld in artikel 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10, van 29 december 1992, met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, bedoeld in de artikelen 15, § 2, vierde lid, 21bis, § 2, 9°, vierde lid, 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid en 44, § 3, 2°, d) van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de aangiften van aanvang, wijziging, stopzetting van activiteit en de voorafgaande kennisgevingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde. Bij ontstentenis van optie zal hij onderworpen zijn aan de normale regeling van de belasting.
De overeenkomstig artikel 56bis, § 6, van het Wetboek bedoelde optie voor de normale regeling van de belasting, wordt uitgeoefend door middel van de aangifte bedoeld in artikel 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10, van 29 december 1992, met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, bedoeld in de artikelen 15, § 2, vierde lid, 21bis, § 2, 9°, vierde lid, 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid en 44, § 3, 2°, d) van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de aangiften van aanvang, wijziging, stopzetting van activiteit en de voorafgaande kennisgevingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde. Die optie heeft uitwerking te rekenen vanaf het verstrijken van de maand na die waarin de aangifte is gedaan.
Vóór 1 januari van het derde jaar na dat waarin de optie uitwerking heeft gehad, kan de belastingplichtige niet opnieuw overgaan naar de vrijstellingsregeling van belasting. Van die wijziging in de belastingregeling wordt vóór 1 december kennis gegeven aan de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde door middel van de aangifte bedoeld in artikel 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10, van 29 december 1992, met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, bedoeld in de artikelen 15, § 2, vierde lid, 21bis, § 2, 9°, vierde lid, 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid en 44, § 3, 2°, d) van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de aangiften van aanvang, wijziging, stopzetting van activiteit en de voorafgaande kennisgevingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde. Die wijziging heeft uitwerking met ingang van 1 januari van het volgend jaar.
art. 7
3 documenten(De tekst van KB nr. 19-2014, art. 7, werd ingevoerd met ingang van 01.04.2014 (Art. 7, KB 29.06.2014, B.S 09.07.2014, pg. 52811))
van de goederen, andere dan bedrijfsmiddelen, die nog niet werden vervreemd en van de diensten die nog niet werden gebruikt bij de wijziging van belastingregeling;
van de nog bruikbare bedrijfsmiddelen die op dat tijdstip bestaan en waarvan het herzieningstijdvak bepaald bij artikel 48, § 2, van het Wetboek, of ter uitvoering ervan, niet is verstreken.
De teruggaaf is afhankelijk van de indiening bij het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder de belastingplichtige ressorteert, binnen drie maanden vanaf de wijziging van belastingregeling, van een inventaris van de voorraad op het tijdstip van de wijziging en van een staat van de op dat tijdstip nog bruikbare bedrijfsmiddelen. Die stukken worden opgemaakt in drie exemplaren waarvan er twee bestemd zijn voor het controlekantoor. Ze vermelden op een gedetailleerde wijze de goederen en diensten die in aanmerking worden genomen voor het berekenen van de voor teruggaaf vatbare belasting, alsmede de datum waarop die goederen werden geleverd en die diensten werden verstrekt aan de belastingplichtige en het nummer van de aankoopfactuur of van het invoerdocument, de maatstaf van heffing waarover ze met de belasting over de toegevoegde waarde werden belast en het terug te geven bedrag.
De belastingplichtige oefent zijn recht op teruggaaf uit bij het indienen van de aangifte met betrekking tot de handelingen van de laatste maand van het kalenderkwartaal na dat waarin de in het eerste lid bedoelde stukken bij het controlekantoor werden ingediend.
art. 8
lid 1(De tekst van KB nr. 19-2014, art. 8, werd ingevoerd met ingang van 01.04.2014 (Art. 8, KB 29.06.2014, B.S 09.07.2014, pg. 52811))
lid 2Het koninklijk besluit nr. 19 van 29 december 1992 met betrekking tot de vrijstellingsregeling bepaald door artikel 56, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde in het voordeel van kleine ondernemingen wordt opgeheven.
art. 9
1 documentlid 1(De tekst van KB nr. 19-2014, art. 9, werd ingevoerd met ingang van 01.04.2014 (Art. 9, KB 29.06.2014, B.S 09.07.2014, pg. 52811))
lid 2Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 2014.
art. 10
lid 1(De tekst van KB nr. 19-2014, art. 10, werd ingevoerd met ingang van 01.04.2014 (Art. 10, KB 29.06.2014, B.S 09.07.2014, pg. 52811))
lid 2De minister bevoegd voor Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
lid 3Bijlage
lid 4Omschrijving
lid 5GN-Code
lid 6Beenderen en hoompitten, ruw, ontvet of eenvoudig voorbehandeld (doch niet in vorm gesneden), met zuur behandeld of ontdaan van gelatine; poeder en afval van deze stoffen
lid 7506
lid 8Dierlijke en plantaardige vetten en oliën, alsmede fracties daarvan, geheel of gedeeltelijk gehydrogeneerd, veresterd, opnieuw veresterd of geëlaïdiniseerd, ook indien geraffineerd, doch niet verder bereid
lid 91518
lid 10Slakken (andere dan gegranuleerde hoogovenslakken), walsschilfers en ander bij de vervaardiging van ijzer en staal verkregen afval
lid 112619
lid 12Slakken, assen en residuen (andere dan die verkregen bij de vervaardiging van ijzer en staal), die metaal, arseen of verbindingen daarvan bevatten
lid 132620
lid 14Dextrine en ander gewijzigd zetmeel (bijvoorbeeld voorgegelatineerd of veresterd zetmeel); lijm op basis van zetmeel, van dextrine of van ander gewijzigd zetmeel
lid 153505
lid 16Colofonium en harszuren, alsmede derivaten daarvan; essence en olie van colofonium; gesmolten harsen
lid 173806
lid 18Resten en afval van kunststof
lid 193915
lid 20Resten en afval, van niet-geharde rubber, alsmede poeder en korrels verkregen uit resten en afval van niet-geharde rubber
lid 214004
lid 22Geharde rubber (bijvoorbeeld eboniet) in ongeacht welke vorm, resten en afval daaronder begrepen; werken van geharde rubber
lid 234017
lid 24Pelterijen (koppen, staarten, poten en andere delen, geschikt voor bontwerk, daaronder begrepen), niet gelooid noch anderszins bereid, andere dan de ongelooide huiden en vellen bedoeld bij de posten 4101, 4102 en 4103
lid 254301
lid 26Papier en karton voor het terugwinnen (resten en afval)
lid 274707
lid 28Lompen en vodden; afval en oud goed, van bindgaren, van touw of van kabel
lid 296310
lid 30Resten en afval, van gietijzer, van ijzer of van staal
lid 317204
lid 32Omschrijving
lid 33GN-Code
lid 34(schroot); afvalingots van ijzer of van staal
lid 35Resten en afval, van koper
lid 367404
lid 37Resten en afval, van nikkel
lid 387503
lid 39Resten en afval, van aluminium
lid 407602
lid 41Resten en afval, van lood
lid 427802
lid 43Resten en afval, van zink
lid 447902
lid 45Resten en afval, van tin
lid 468002
lid 47Resten en afval, van elektrische elementen, van elektrische batterijen en van elektrische accumulatoren; gebruikte elektrische elementen, gebruikte elektrische batterijen en gebruikte elektrische accumulatoren; elektrische delen van machines, van apparaten of van toestellen, niet genoemd of niet begrepen onder andere posten van dit hoofdstuk:
lid 488548
lid 49Snippers en ander afval van leder of van kunstleder, niet bruikbaar voor de vervaardiging van lederwaren; stof en poeder van leder, alsmede ledermeel
lid 504115.20
lid 51Wolfraam en werken daarvan, resten en afval
lid 528101.97
lid 53Molybdeen en werken daarvan, resten en afval
lid 548102.97
lid 55Tantaal en werken daarvan, resten en afval
lid 568103.30
lid 57Magnesium en werken daarvan, resten en afval
lid 588104.30
lid 59Kobaltmatte en andere tussenproducten van de kobaltmetallurgie; kobalt en werken daarvan, resten en afval
lid 608105.30
lid 61Cadmium en werken daarvan, resten en afval
lid 628107.30
lid 63Titaan en werken daarvan, resten en afval
lid 648108.30
lid 65Omschrijving
lid 66GN-Code
lid 67Zirkonium en werken daarvan, resten en afval
lid 688109.30
lid 69Antimoon en werken daarvan, resten en afval
lid 708110.20
lid 71Beryllium resten en afval
lid 728112.13
lid 73Chroom, resten en afval
lid 748112.22
lid 75Germanium, vanadium, gallium, hafnium (celtium), indium, niobium (columbium), rhenium en thallium, alsmede werken van deze metalen, resten en afval
lid 768112.92
lid 77Pezen en zenen; snippers en dergelijk afval van ongelooide huiden of vellen
lid 780511.99.10
lid 79Glasscherven en ander glasafval
lid 807001.00.10
lid 81Ruw bismut; resten en afval; poeder
lid 828106.00.10
lid 83Mangaan en werken daarvan, resten en afval
lid 848111.00.19
lid 85Cermets en werken daarvan, resten en afval
lid 868113.00.40
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Aangehaalde teksten
17Rechtspraak
3België
3Hof van CassatieF.22.0006.N25.11.2022
Overschrijding drempel IC-verwervingen, afstand van verlopen tijd van verjaring
Grondwettelijk Hof609719.11.2015
Bijzondere regelingen, Kleine ondernemingen, Btw-vrijstelling, Voorwaarden, Jaaromzet
Rechtbank van eerste aanleg23/1872/A13.10.2025
Fraude, vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen
Administratieve doctrine
33Wetgeving
114 documenten hangen aan een welbepaald punt van het artikel, 23 verwijzen naar geen enkel bijzonder punt. De koppeling wordt in de tekst van de documenten gelezen.