Koninklijk besluit nr. 10 van 29 december 1992, met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten · Koninklijke besluiten

Naar de tekst
Juriel

nr. 10

Zoeken
Van kracht

Koninklijk besluit nr. 10 van 29 december 1992, met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteitenKoninklijk besluit nr. 10, van 29 december 1992, met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, de voorafgaande kennisgevingen en de aangiften van aanvang, wijziging en stopzetting van activiteit inzake belasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-10-december-betrekking-uitoefeningsmodaliteiten-keuzen-5679

Besluit
nr. 10

Over het document

Verzameling
Koninklijke besluiten
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

14 artikelen

(Het opschrift van het KB nr. 10, werd gewijzigd met ingang van 01.07.2021 (Art. 13, KB 29.06.2021, B.S. 01.07.2021, pg. 66782, Numac: 2021042537) en nogmaals met ingang van 10.01.2026 (Art. 25, KB 17.12.2025, B.S. 31.12.2025, pg. 99228, Numac: 2025009888))

(Uitvoering van de artikelen 15, § 5; 25ter, § 1; 53, § 1, eerste lid, 1°; 53bis en 53octies van het Btw-Wetboek)

Officieuze coördinatie nr. 9 - Laatstelijk gewijzigd met ingang van 10.01.2026 bij:

- 17 december 2025. - Koninklijk besluit tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 1, 2, 3, 4, 8, 10, 18, 19, 22, 27, 41, 44, 53 en 59 met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde, bl. 99208, Numac:2025009888

lid 1(De tekst van KB nr. 10, artikel 1, vijfde lid werd vervangen en een zesde lid, werd ingevoegd met ingang van 05.12.2019 (Art. 8, KB 07.11.2019, B.S. 25.11.2019, pg. 108072))

lid 2Eenieder moet, vooraleer een economische activiteit uit te oefenen waardoor hij belastingplichtige wordt voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, daarvan aangifte doen bij de bevoegde dienst van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waaronder hij ressorteert.

lid 3Deze aangifte vermeldt inzonderheid : de benaming en de juridische vorm waaronder de aangever zijn economische activiteit uitoefent; naargelang van het geval, het adres van de maatschappelijke zetel of van de woonplaats, het adres van de administratieve hoofdzetel en van de bedrijfszetel van de aangever, een nauwkeurige omschrijving van de economische activiteit, de datum van aanvang van de economische activiteit die zal worden uitgeoefend en een raming van de omzet die zal verwezenlijkt worden.

lid 4Met het oog op de teruggaaf bedoeld in artikel 81 van het koninklijk besluit nr. 4 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde, vermeldt deze aangifte eveneens de bankgegevens, inclusief IBAN en BIC, van de belastingplichtige of de vertegenwoordiger van de BTW-eenheid bedoeld in artikel 1, § 3, derde lid, van het koninklijk besluit nr. 55.

lid 5Indien de aangever niet in België is gevestigd en hij geen aansprakelijke vertegenwoordiger laat erkennen, vermeldt deze aangifte bovendien een adres in België waar de boeken en stukken die de aangever overeenkomstig artikel 60 van het Wetboek moet bewaren ter inzage zullen worden voorgelegd op ieder verzoek van de ambtenaren van de administratie overeenkomstig artikel 61, § 1, van het Wetboek.

lid 6Wordt ontheven van de verplichting tot aangifte bedoeld in het eerste lid, de persoon die in de uitoefening van zijn economische activiteit uitsluitend handelingen verricht die bij toepassing van artikel 44 van het Wetboek zijn vrijgesteld en die hem geen recht op aftrek verlenen met uitzondering van de zelfstandige groeperingen van personen bedoeld in artikel 44, § 2bis, van het Wetboek.

lid 7De in artikel 44, § 2bis, van het Wetboek bedoelde zelfstandige groepering van personen is er overeenkomstig artikel 44, § 2bis, derde en vierde lid, van het Wetboek eveneens toe gehouden binnen de maand die volgt op de aanvang van haar activiteit aan de bevoegde dienst van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde op papier of in elektronisch formaat een lijst voor te leggen met de naam, rechtsvorm, adres, ondernemingsnummer en de aard van de activiteit van haar leden.

art. 2

lid 1(De tekst van KB nr. 10, artikel 2, eerste lid, werd gewijzigd (Art. 5, KB 26.10.2022, B.S. 10.11.2022 - Ed. 2, pg. 82151, Numac: 2022042522) en het vierde lid werd gewijzigd (Art. 20, KB 26.10.2022) met ingang van 01.12.2022))

lid 2Elke belastingplichtige, gehouden tot het indienen van de in artikel 1 bedoelde aangifte, die zijn woonplaats of maatschappelijke zetel verplaatst, die een wijziging aanbrengt in de benaming of de juridische vorm waaronder hij zijn economische activiteit uitoefent, die een administratieve zetel, een bedrijfszetel of een bedrijfsinrichting opricht, verplaatst of afschaft, die zijn economische activiteit geheel of gedeeltelijk wijzigt, die het adres wijzigt waar de boeken en de stukken moeten worden voorgelegd overeenkomstig artikel 61, § 1, zesde lid, van het Wetboek, die ertoe gehouden is om door middel van die aangifte, in overeenstemming met het Wetboek of de uitvoeringsbesluiten ervan, bepaalde gegevens met betrekking tot zijn economische activiteit mee te delen of die enkel nog door artikel 44 van het Wetboek vrijgestelde handelingen verricht, moet daarvan binnen een termijn van één maand aangifte doen bij de bevoegde dienst van de administratie waaronder hij ressorteert.

lid 3In afwijking van het eerste lid, licht de in artikel 44, § 2bis, derde lid, van het Wetboek bedoelde zelfstandige groepering van personen, overeenkomstig artikel 44, § 2bis, derde lid, van het Wetboek, op papier of in elektronisch formaat, de bevoegde dienst van de administratie enkel in van elke wijziging, geheel of gedeeltelijk, van haar economische activiteit, binnen de maand volgend op die gebeurtenis. In geval van toetreding of vertrek van een lid van een in artikel 44, § 2bis, van het Wetboek bedoelde zelfstandige groepering van personen of bij wijziging van de activiteit van één van haar leden, licht de groepering overeenkomstig artikel 44, § 2bis, derde en vierde lid, van het Wetboek binnen de maand volgend op die gebeurtenis dezelfde dienst op papier of in elektronisch formaat daarvan in.

lid 4Elke belastingplichtige die recht heeft op de teruggaaf bedoeld in artikel 81 van voornoemd koninklijk besluit nr. 4 en die zijn bankgegevens, inclusief IBAN en BIC, nog niet aan de administratie heeft meegedeeld, dient deze gegevens op te nemen in de aangifte bedoeld in het eerste lid.

lid 5Iedere wijziging van de bankgegevens die overeenkomstig het derde lid of artikel 1 aan de administratie werd meegedeeld, moet gebeuren volgens de modaliteiten voorzien in het eerste lid.

lid 6Voor de teruggaaf van het overschot bedoeld in artikel 81 van voornoemd koninklijk besluit nr. 4, heeft deze wijziging uitwerking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op het tijdvak waarop het overschot betrekking heeft, wanneer deze wijziging wordt ingediend voor het einde van de maand volgend op datzelfde tijdvak.

lid 7In de door hen te bepalen gevallen kan door of vanwege de Minister van Financiën ontheffing worden verleend van de verplichting tot aangifte bedoeld in het eerste lid.

lid 1(De tekst van KB nr. 10, artikel 3, werd gewijzigd met ingang van 22.07.2019 (Art. 2, KB 28.06.2019, B.S. 12.07.2019, pg. 70370))

lid 2Elke belastingplichtige, gehouden tot het indienen van de aangifte bedoeld in artikel 1, die alle economische activiteit stopzet waarvoor hij belastingplichtige is, moet daarvan binnen een termijn van één maand aangifte doen bij de bevoegde dienst van de administratie waaronder hij ressorteert.

art. 4

(De tekst van KB nr. 10, artikel 4, §§ 1 en 2, werd gewijzigd met ingang van 01.12.2022 (Art. 6, KB 26.10.2022, B.S. 10.11.2022 - Ed. 2, pg. 82151, Numac: 2022042522))

1)

De verklaring bedoeld in artikel 53bis, § 1, van het Wetboek wordt ingediend door middel van de aangifte bedoeld in artikel 1, 2 of 7bis.

2)

De keuzeverklaring bedoeld in artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid, van het Wetboek moet worden ingediend door middel van de aangifte bedoeld in artikel 1, 2 of 7bis.

lid 2

Die keuze gaat in op de datum van indiening van de verklaring bedoeld in het eerste lid en geldt tot 31 december van het tweede jaar dat op de voormelde datum volgt.

art. 5

lid 1(De tekst van KB nr. 10, artikel 5, werd vervangen met ingang van 01.12.2022 (Art. 7, KB 26.10.2022, B.S. 10.11.2022 - Ed. 2, pg. 82151, Numac: 2022042522))

lid 2Voorafgaandelijk aan de eerste dienst waarvoor hij bij toepassing van artikel 51, § 2, eerste lid, 1°, van het Wetboek schuldenaar wordt van de belasting over de toegevoegde waarde, doet elke belastingplichtige bedoeld in artikel 53bis, § 2, van het Wetboek daarvan aangifte door middel van de aangifte bedoeld in artikel 1 of 7bis.

art. 6

(De tekst van KB nr. 10, artikel 6, § 2, werd opgeheven met ingang van 01.12.2022 (Art. 8, KB 26.10.2022, B.S. 10.11.2022 - Ed. 2, pg. 82151, Numac: 2022042522))

1)

De belastingplichtigen gehouden tot de indiening van de aangiften bedoeld in de artikelen 1 tot en met 3 dienen die aangiften in langs elektronische weg.

lid 2

De belastingplichtigen bedoeld in het eerste lid zijn vrijgesteld van de verplichting tot indiening langs elektronische weg zolang zij, en in voorkomend geval de persoon die gemachtigd is de bedoelde aangiften namens hen in te dienen, niet over de nodige geïnformatiseerde middelen beschikken om aan deze verplichting te voldoen.

lid 3

De praktische toepassingsmodaliteiten van het eerste en tweede lid worden geregeld door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde.

2)

(Opgeheven)

art. 7

(De tekst van KB nr. 10, artikel 7, werd vervangen met ingang van 01.07.2021 (Art. 14, KB 29.06.2021, B.S. 01.07.2021, pg. 66782, Numac: 2021042537))

1)

Iedere uitsluitend in België gevestigde belastingplichtige, die gebruikmaakt van de in artikel 58quater van het Wetboek bedoelde bijzondere regeling en die vanuit België intracommunautaire afstandsverkopen van goederen verricht, waarvan het totale bedrag, exclusief btw, samen met het totale bedrag, exclusief btw, van de diensten bedoeld in artikel 21bis, § 2, 9°, tweede lid, b), van het Wetboek, tijdens het voorgaande en lopende kalenderjaar de drempel van 10.000 euro niet heeft overschreden, wordt geacht ervoor te kiezen de plaats van de door hem vanuit België verrichte intracommunautaire afstandsverkopen van goederen te bepalen in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen.

lid 2

De in het eerste lid bedoelde keuze gaat in:

1°

wanneer de belastingplichtige de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58quater nog niet gebruikt: op de dag dat de bijzondere regeling van toepassing is overeenkomstig artikel 57quinquies van de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de Raad van 15 maart 2011 houdende vaststelling van maatregelen ter uitvoering van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde;

2°

wanneer de belastingplichtige de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58quater van het Wetboek al gebruikt: vanaf de eerste door de belastingplichtige vanuit België verrichte intracommunautaire afstandsverkoop van goederen of de eerste door de belastingplichtige verrichte dienst bedoeld in artikel 21bis, § 2, 9°, tweede lid, b), van het Wetboek.

lid 2

In de gevallen dat de belastingplichtige die bijzondere regeling al toepast vóór 1 juli 2021, gaat de keuze in op die datum.

lid 3

De in het eerste lid bedoelde keuze geldt tot 31 december van het tweede jaar volgend op de in het tweede of derde lid bedoelde datum. De keuze blijft evenwel van toepassing zolang de belastingplichtige van de in artikel 58quater van het Wetboek bedoelde regeling gebruikmaakt en neemt een einde op de dag dat de belastingplichtige niet langer van de bijzondere regeling gebruikmaakt.

lid 4

Deze keuze geldt eveneens om de plaats van de diensten bedoeld in artikel 21bis, § 2, 9°, tweede lid, b), van het Wetboek te bepalen in de lidstaat waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of waar hij zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft.

2)

Iedere uitsluitend in België gevestigde belastingplichtige, die geen gebruikmaakt van de in artikel 58quater van het Wetboek bedoelde bijzondere regeling, die vanuit België intracommunautaire afstandsverkopen van goederen verricht, waarvan het totale bedrag, exclusief btw, samen met het totale bedrag, exclusief btw, van de diensten bedoeld in artikel 21bis, § 2, 9°, tweede lid, b), van het Wetboek, tijdens het voorafgaande en het lopende kalenderjaar de drempel van 10.000 euro niet heeft overschreden en die ervoor kiest de plaats van de door hem verrichte intracommunautaire afstandsverkopen te bepalen in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen, stelt de dienst van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde waaronder hij ressorteert bij aangetekende zending van die keuze op de hoogte.

lid 2

Deze zending vermeldt:

1°

de naam of de maatschappelijke benaming van de belastingplichtige en het adres van zijn administratieve hoofdzetel of de maatschappelijke zetel alsook het identificatienummer dat hem door de lidstaat van identificatie werd toegekend voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde;

2°

de lidstaten van aankomst van de verzonden of vervoerde goederen ter bestemming waarvan de belastingplichtige de in het eerste lid bedoelde handelingen verricht;

3°

de datum alsook de naam en de hoedanigheid van de ondertekenaar.

lid 2

De overeenkomstig het eerste lid gemaakte keuze gaat in op de datum van de aangetekende zending en geldt tot 31 december van het tweede jaar dat op die datum volgt.

lid 3

Deze keuze geldt eveneens om de plaats van de diensten bedoeld in artikel 21bis, § 2, 9°, tweede lid, b), van het Wetboek te bepalen in de lidstaat waar de ontvanger is gevestigd of waar hij zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft.

3)

De in paragraaf 2 bedoelde belastingplichtige doet aangifte volgens de modaliteiten van de mededeling van de keuze bedoeld in de paragraaf 2, eerste en tweede lid, van de overschrijding van de drempel van 10.000 euro, bedoeld in artikel 15, § 2, tweede lid, 3°, van het Wetboek, vanaf de eerste handeling, in haar geheel beschouwd, waardoor de drempel is overschreden en van de datum vanaf wanneer die overschrijding plaatsvond.

lid 2

De belastingplichtige is evenwel van die verklaring ontslagen wanneer een dergelijke verklaring in de loop van het voorafgaande kalenderjaar werd ingediend of wanneer hij in de loop van één van de twee voorafgaande kalenderjaren of in het lopende kalenderjaar de keuze bedoeld in dit artikel heeft gemaakt.

lid 3

De minister van Financiën of zijn gemachtigde bepaalt de vorm en de manier waarop de verklaring wordt gedaan.

art. 7bis

34 documenten

lid 1(De tekst van KB nr. 10, artikel 7bis, werd gewijzigd met ingang van 22.07.2019 (Art. 6, KB 28.06.2019, B.S. 12.07.2019, pg. 70370))

lid 2De in de artikelen 1, 2 en 3 bedoelde inlichtingen dienen enkel te worden verstrekt voor zover ze niet reeds aan de Kruispuntbank van Ondernemingen bedoeld in de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, werden medegedeeld. De bedoelde inlichtingen kunnen eveneens aan de bevoegde dienst van de administratie waaronder de belastingplichtige ressorteert worden verstrekt door bemiddeling van een overeenkomstig de voormelde wet erkend ondernemingsloket.

art. 7ter

(De tekst van KB nr. 10, artikel 7, werd vervangen met ingang van 01.07.2021 (Art. 15, KB 29.06.2021, B.S. 01.07.2021, pg. 66782, Numac: 2021042537))

1)

Iedere uitsluitend in België gevestigde belastingplichtige, die gebruikmaakt van de in artikel 58quater van het Wetboek bedoelde bijzondere regeling en die in artikel 21bis, § 2, 9°, tweede lid, b), van het Wetboek bedoelde diensten verricht, waarvan het totale bedrag, exclusief btw, samen met het totale bedrag, exclusief btw, van de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen vanuit België, in het vorige en lopende kalenderjaar de drempel van 10.000 euro niet heeft overschreden, wordt geacht ervoor te kiezen de plaats van die diensten te bepalen in de lidstaat waar de afnemer van de dienst gevestigd is of waar die zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft.

lid 2

De in het eerste lid bedoelde keuze gaat in:

1°

wanneer de belastingplichtige de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58quater nog niet gebruikt: op de dag dat de bijzondere regeling van toepassing is overeenkomstig artikel 57 quinquies van de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de Raad van 15 maart 2011 houdende vaststelling van maatregelen ter uitvoering van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde;

2°

wanneer de belastingplichtige de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58quater van het Wetboek al gebruikt: vanaf de eerste door de belastingplichtige verrichte dienst bedoeld in artikel 21bis, § 2, 9°, tweede lid, b), van het Wetboek of de eerste door de belastingplichtige vanuit België verrichte intracommunautaire afstandsverkoop van goederen.

lid 2

In de gevallen dat de belastingplichtige die bijzondere regeling al toepast vóór 1 juli 2021, gaat de keuze in op die datum.

lid 3

De in het eerste lid bedoelde keuze geldt tot 31 december van het tweede jaar volgend op de in het tweede of derde lid bedoelde datum. De keuze blijft evenwel van toepassing zolang de belastingplichtige van de in artikel 58quater van het Wetboek bedoelde regeling gebruikmaakt en neemt een einde op de dag dat de belastingplichtige niet langer van de bijzondere regeling gebruikmaakt.

lid 4

Deze keuze geldt eveneens om de plaats van de door de belastingplichtige vanuit België verrichte intracommunautaire afstandsverkopen van goederen te bepalen in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen.

2)

Iedere uitsluitend in België gevestigde belastingplichtige die geen gebruikmaakt van de in artikel 58quater van het Wetboek bedoelde bijzondere regeling, die diensten bedoeld in artikel 21bis, § 2, 9°, tweede lid, b), van het Wetboek verricht, waarvan het totale bedrag, exclusief btw, samen met het totale bedrag, exclusief btw, van de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen vanuit België, in het vorige en lopende kalenderjaar de drempel van 10.000 euro niet heeft overschreden en die ervoor kiest de plaats van deze diensten te bepalen in de lidstaat waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of waar die zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, stelt de dienst van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde waaronder hij ressorteert bij aangetekende zending van die keuze op de hoogte.

lid 2

Deze zending vermeldt:

1°

de naam of de maatschappelijke benaming van de belastingplichtige en het adres van zijn administratieve hoofdzetel of maatschappelijke zetel alsook het identificatienummer dat hem werd toegekend voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde krachtens artikel 50 van het Wetboek;

2°

de lidstaat of de lidstaten waar de diensten plaatsvinden overeenkomstig artikel 21bis, § 2, 9°, eerste lid, van het Wetboek;

3°

de datum alsook de naam en de hoedanigheid van de ondertekenaar.

lid 2

De overeenkomstig het eerste lid gemaakte keuze gaat in op de datum van de aangetekende zending en geldt tot 31 december van het tweede jaar dat op die datum volgt.

lid 3

Deze keuze geldt eveneens om de plaats van de door de belastingplichtige verrichte intracommunautaire afstandsverkopen van goederen vanuit België te bepalen in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen.

3)

De belastingplichtige bedoeld in paragraaf 2 die diensten verricht bedoeld in artikel 21bis, § 2, 9°, tweede lid, b), van het Wetboek, doet aangifte volgens de modaliteiten van de mededeling van de keuze bedoeld in paragraaf 2, eerste en tweede lid, van de overschrijding van de drempel van 10.000 euro bedoeld in artikel 21bis, § 2, 9°, tweede lid, c), van het Wetboek, vanaf de eerste handeling, in haar geheel beschouwd, waardoor de drempel is overschreden en van de datum vanaf wanneer die overschrijding plaatsvond.

lid 2

De belastingplichtige is evenwel van die verklaring ontslagen wanneer een dergelijke verklaring in de loop van het voorafgaande kalenderjaar werd ingediend of wanneer hij in de loop van één van de twee voorafgaande kalenderjaren of in het lopende kalenderjaar de keuze bedoeld in dit artikel heeft gemaakt, met inbegrip van de keuze gemaakt krachtens dit artikel in de vóór 1 juli 2021 toepasselijke versie.

lid 3

De minister van Financiën of zijn gemachtigde bepaalt de vorm en de manier waarop de verklaring wordt gedaan.

art. 7quater

26 documenten

(De tekst van KB nr. 10, artikel 7quater, werd ingevoegd met ingang van 01.01.2019 (Art. 12, KB 07.11.2019, B.S. 25.11.2019, pg. 108072))

1)

De optie voor de belastingheffing bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek wordt uitgeoefend door middel van een door de verhuurder en de huurder gedateerde en ondertekende verklaring, ten laatste op het tijdstip dat het huurcontract uitwerking heeft tussen de partijen.

lid 2

Deze verklaring bevat de volgende vermeldingen:

1°

de naam of de maatschappelijke benaming, het adres en het btw-identificatienummer bedoeld in artikel 50 van het Wetboek, van de verhuurder en de huurder;

2°

de identificatie van het gebouw of het gedeelte van het gebouw, desgevallend met inbegrip van het bijhorend terrein, waarvan de verhuur belast wordt;

3°

de wilsverklaring van de partijen om de verhuur te belasten;

4°

de datum waarop de optie uitwerking heeft.

2)

Het opnemen van de vermeldingen bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, in de akte die tussen de partijen titel vormt van het contract van verhuur, wordt gelijkgesteld met een verklaring bedoeld in paragraaf 1.

3)

In geval van stilzwijgende verlenging van een contract van belaste verhuur ingevolge optie, moet geen bijkomende verklaring worden opgesteld tussen de partijen.

art. 7quinquies

lid 1(De tekst van KB nr. 10, artikel 7quinquies, werd ingevoegd (Art. 9, KB 27.12.2021, B.S. 31.12.2021 - Ed. 2, pg. 127787, Numac: 2021043671. Erratum, B.S. 10.02.2022, pg. 9820) met ingang van 01.01.2022 (Art. 9, KB 27.12.2021))

lid 2De beoefenaars van beroepen of praktijken bedoeld in artikel 44, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek sturen, voorafgaandelijk aan de toepassing van de in die bepaling bedoelde vrijstelling, de in artikel 44, § 1, tweede lid, van het Wetboek bedoelde verklaring aan de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde, naar het elektronisch adres dat daartoe gecreëerd werd door de minister van Financiën of zijn gemachtigde.

lid 3Deze verklaring bevat de volgende vermeldingen:

1°

de naam of de maatschappelijke benaming van de beoefenaar;

2°

het adres van de administratieve of maatschappelijke zetel;

3°

een elektronisch adres, met inbegrip van websites en een telefoonnummer;

4°

in voorkomend geval, het btw-identificatienummer bedoeld in artikel 50 van het Wetboek;

5°

de officiële of gebruikelijke benaming van het beroep of de praktijk waarop de verklaring betrekking heeft en een nauwkeurige beschrijving ervan;

6°

de benaming van het certificaat dat werd verkregen met het oog op de uitoefening van het beroep of de praktijk bedoeld in 5°, het jaar waarin het werd uitgereikt en de volledige identificatiegegevens van de instelling die het certificaat heeft uitgereikt;

7°

een samenvatting van het academisch programma dat geleid heeft tot de uitreiking van het in 6° bedoelde certificaat, met inbegrip van een lijst van de gevolgde vakken en het aantal gevolgde lesuren;

8°

elk bijkomend element waaruit de beroepservaring blijkt of de voltooiing van een opleiding die nuttig is voor de uitoefening van het beroep of de praktijk bedoeld in 5°.

lid 2

Een afschrift van het in het tweede lid, 6°, bedoeld certificaat wordt bij de in het eerste lid bedoelde verklaring gevoegd, in voorkomend geval, samen met een door een beëdigd vertaler gemaakte vertaling in één van de landstalen of in het Engels.

art. 8

lid 1(De tekst van KB nr. 10, artikel 8, werd ingevoegd met ingang van 01.01.1993 (KB 29.12.1992))

lid 2Dit besluit vervangt het koninklijk besluit nr. 10 van 12 maart 1970 met betrekking tot de aangiften van aanvang, wijziging of stopzetting van werkzaamheid op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde.

art. 9

lid 1(De tekst van KB nr. 10, artikel 9, werd ingevoegd met ingang van 01.01.1993 (KB 29.12.1992))

lid 2Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1993.

art. 10

lid 1(De tekst van KB nr. 10, artikel 10, werd ingevoerd met ingang van 01.01.1993 (KB 29.12.1992))

lid 2Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

Aangehaalde teksten

18
WBTW art. 21bis11 voorkomens
WBTW art. 4410 voorkomens
WBTW art. 58quater8 voorkomens
WBTW art. 503 voorkomens
WBTW art. 53bis3 voorkomens
WBTW art. 152 voorkomens
WBTW art. 25ter2 voorkomens
WBTW art. 612 voorkomens
KB nr. 4 art. 811 voorkomen
KB nr. 55 art. 11 voorkomen
WBTW art. 511 voorkomen
WBTW art. 531 voorkomen
WBTW art. 601 voorkomen
WBTW art. 8bis1 voorkomen

Rechtspraak

8

België

8

Bekijk alle 8

Administratieve doctrine

69

Wetgeving

26

96 documenten hangen aan een welbepaald punt van het artikel, 5 verwijzen naar geen enkel bijzonder punt, 2 verwijzen naar een punt dat de gepubliceerde tekst niet draagt. De koppeling wordt in de tekst van de documenten gelezen.

Bekijk de 103 documenten