Werkingssfeer, plaats van de dienst, vervolging · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen 23 juni 2008

Zoeken

Werkingssfeer, plaats van de dienst, vervolgingBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/werkingssfeer-plaats-dienst-vervolging-rechtbank-antwerpen-2008-06-23-e39f

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Antwerpen
Datum
23 juni 2008

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

68 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 23.06.2008

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op drieëntwintig juni tweeduizend en acht in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

L. B., enig rechter,

N. D., griffier.

In zake : A.R. Nr. 05/6139/A

BVBA MNO V. I., met ondernemingsnummer …, met zetel te …, ….

eisende partij,

verschijnende bij meester S. G. loco meester F. V., advocaat, kantoorhoudende te …, …

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van' Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het tweede BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

verwerende partij,

verschijnende bij meester P. B. loco meester L. A., advocaat, kantoorhoudende te …, …

Gezien de stukken in het dossier der réchtspleging, onder meer :

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 5 oktober 2005,

- de besluiten van partijen,

- de vaststelling van de zaak overeenkomstig artikel 750, § 1 Ger.W.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 9 juni 2008.


Een ter zake BTW bevoegd ambtenaar van AOIF Controlekantoor Antwerpen 2 verrichtte op 6 november 2003 controle ten kantore van de externe boekhouder van eiseres over de periode van 1 januari 2001 tot en met 30 september 2003.

De controle werd op 25 november 2003 verder gezet ter zetel van eiseres zelf.

Eiseres staat geregistreerd voor managementactiviteit en is kwartaalaangever.

Uit de gegevens van het dossier blijkt dat er eerst te werk is gegaan middels correctieopgave.

Daarover krijgt de rechtbank geen verdere informatie van de gedingpartijen.

Over de bevindingen van de controle is op 10 december 2004 proces-verbaal opgesteld, en op 15 december 2004 heeft de Ontvanger BTW 2 Antwerpen dwangbevel opgesteld.

Dit dwangbevel is op 16 december 2004 uitvoerbaar verklaard en het werd samen met het PV middels aangetekende brief van 20 december 2004 ter kennis gegeven van eiseres.

De fiscale vordering behelst rechten plus krachtens KB 41 verminderde boete plus intrest met ingang van 21 oktober 2003.

Raadsman voor eiseres heeft op 5 oktober 2005 verzoekschrift op tegenspraak neergelegd ter griffie.

Afschriften van het dwangbevel en de kennisgevingbrief zijn gehecht aan het verzoekschrift.

Eiseres blijkt slechts delen der fiscale vordering te betwisten.

Toelaatbaarheid van de rechtsvordering staat niet in betwisting, ook niet desnoods ambtshalve aan te voeren.

Ten gronde

I. Herziening van aftrek op bedrijfsmiddelen

Uitgangspunt is dat de tweede verdieping van het onroerend goed op adres … werd bewoond door het gezin M. V.-P. F., zulks met ingang van 30 november 2000.

Uitgangspunt is voorts dat de eerste verdieping werd verhuurd, zulks vanaf 1 maart 2001.

Initieel was 75 % van de onroerende werken aanvaard als aftrekbaar op grond van de melding dat de beide verdiepingen door eiseres in gebruik zouden worden genomen.

In het voordeel van eiseres werd de herziening voor beide verdiepingen berekend met ingang van 2001.

Eiseres stelt dat de (in éénmaal volledig geschiede) herziening met betrekking tot de tweede verdieping was verjaard omdat het uitgangspunt ervan was gelegen in 2000 en niet in 2001.

Zij verwijst daartoe naar de termijn van drie jaar van artikel 81bis, § 1 Wetboek BTW.

Verweerder stelt dat de belastingdienst weliswaar een vijfde van de herziening heeft moeten laten vallen voor hier 2000 (verjaring), maar dat dit geen herziening verhinderde met ingang van het jaar 2001, in éénmaal volledig voor 2001 en voor al de toen nog testerende jaren.

In rechte kon de belastingdienst geen herziening meer doorvoeren ter zake het jaar 2000, uit bepaaldelijk oorzaak van verjaring.

Zulks belette hem evenwel niet om herziening door te voeren in 2001, zulks in éénmaal voor het jaar 2001 en voor ook de toen nog resterende jaren.

Beoordeling van oorzaak tot herziening diende immers per jaar te geschieden, waarnaast de verloren mogelijkheid tot herziening uit oorzaak van verjaring voor het jaar 2000 geenszins tegelijk verjaring of rechtsverval inhield of meebracht voor 2001 en voor de latere jaren.

Verjaring tast de schuldvordering niet aan, enkel haar opeisbaarheid tot dat beloop.

Het in éénmaal herzien vormt slechts een herzieningsmodaliteit, kon te dezen daarom geen versnelde verjaring in reeds 2000 van het geheel der fiscale vordering teweegbrengen.

Aldus belette geen rechtsregel om in 2001 herziening door te voeren ter zake toen nog niet verjaarde jaren (en zulks in éénmaal voor die jaren).

II. Plaats van de dienst

Te beoordelen is of eiseres management verrichtte, dan wel andere diensten.

Haar maatschappelijk doel is alvast management, dit is beheer.

Haar facturen (een vb. als stuk 8 verweerder) rekenen forfaitaire beheervergoedingen aan.

Haar enige klant is haar 100 % Nederlandse moeder.

Eiseres stelt daartegenover dat zij adviesdiensten verrichtte voor haar moeder.

Daartoe voert zij (pas nu in het geding) een aantal tabellen aan die zij (in haar inventaris) omschrijft als 'adviezen'.

Van wie die stukken uitgaan is niet duidelijk, noch wie er losse aantekeningen op maakte, noch wat op tegenwerpbare wijze hun datum van opmaak is.

Deze stukken onderbouwen geen van eiseres uitgaande adviesdiensten, bij wijze van werk van intellectuele aard in de zin van art. 21, § 3, 7°, d) van het Wetboek van BTW.

Deze vaststelling houdt in dat eiseres als managementvennootschap louter beheer voerde, van waaruit de belastingdienst dan terecht deze diensten in België heeft gesitueerd.

Partijen hebben standpunt ingenomen ter zake de rechtsplegingvergoeding.

Elk voor zich komt tot de vaststelling dat de vordering niet waardeerbaar is.

Daarbinnen ligt er te dezen geen reden voor tot afwijking op het basisbedrag.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de vordering toelaatbaar, maar ongegrond,

Veroordeelt eiseres tot de kosten, deze door de rechtbank in hoofde van verweerder vereffend op … euro bij wijze van rechtsplegingvergoeding.

N. D. L. B.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 211 voorkomen
WBTW art. 81bis1 voorkomen

Vergelijkbare beslissingen

8