De tekst van dit document is in het Frans. De FOD publiceert er geen Nederlandse versie van.
Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel d.d. 01.03.2024
WF 702-15-19/054312
[Gunstig voor de administratie]
Belasting over de toegevoegde waarde – Wedersamenstelling van het omzetcijfer – Kleine maaltijden-Snacks –Take away- Toepasselijk tarief – Niet bewijskrachtige boekhouding – Gebrek aan aankoopfacturen
Wettelijke bepalingen
Artikelen 59 § 1 en 64 § 1 WBTW
Samenvatting
Eiseres, actief in de verkoop van snacks en kleine maaltijden, werd onderworpen aan een controle voor de verrichtingen in 2016 en 2017. De volgende elementen werden vastgesteld: het ontbreken van de boekhouding van bepaalde aankoopfacturen bij een drankleverancier, het ontbreken van de rechtvaardiging van de verdeling van de btw-tarieven van 6 of 21% en het ontbreken van elementen die de levering van afhaalmaaltijden tegen het tarief van 6% rechtvaardigen.
Als gevolg hiervan werd de omzet geregulariseerd en werd een geldboete opgelegd.
Eiseres voert de volgende middelen aan: het bestaan van afhaalverkopen van kleine maaltijden en snacks die het tarief van 6% rechtvaardigen, de ziekte van de uitbater die hem dwong de openings- en sluitingstijden van het restaurant te wijzigen en dat bijgevolg geleid heeft tot een wijziging van de verkoop van geconsumeerde producten.
De Belgische Staat betwist de door de eiseres aangevoerde grieven en meent dat de aangevoerde elementen geen invloed hebben op de niet-aangegeven en gereconstrueerde omzet. Bovendien worden deze elementen niet gestaafd door enig bewijsstuk.
Bij het lezen van het dossier stelt de rechtbank vast dat eiseres haar boekhouding niet nauwgezet bijhield en dat het aantal aankopen of de aard van de aankopen niet overeenkomt met het aantal verkopen en de aard daarvan. Bijvoorbeeld, om belegde broodjes of sterke dranken te kunnen verkopen, moet eiseres de grondstoffen hebben kunnen kopen, maar er is geen enkele aankoopfactuur in de boekhouding voor dergelijke goederen. De vergelijking van de leverancierslijsten en de door de eiseres geregistreerde aankoopfacturen heeft ook aangetoond dat eiseres opzettelijk bepaalde aankoopfacturen uitsloot om de overeenkomstige verkopen niet aan te geven. Gezien deze elementen lijkt het de rechtbank dat de boekhouding van de eiseres niet bewijskrachtig is.
Gezien de talrijke onregelmatigheden in de boekhouding van eiseres, heeft de administratie een wedersamenstelling van de omzet gemaakt door een winstmarge toe te passen op de geïdentificeerde aankopen en rekening te houden met verliezen als gevolg van schade aan bepaalde producten. Vervolgens heeft de administratie de wedersamengestelde omzet verdeeld volgens de toepasselijke btw-tarieven voor dranken en koffie (21%) en broodjes en gebak om mee te nemen (6%). Uit deze berekening werd vervolgens het verschil tussen de verschuldigde btw op de wedersamengestelde omzet en de aangegeven btw voor de jaren 2016 en 2017 vastgesteld.
Gezien deze verschillende elementen acht de rechtbank de regularisatie gegrond en zijn de door eiseres aangevoerde elementen niet relevant. Bijgevolg moet de betwiste belasting worden gehandhaafd evenals de geldboete van 10% berekend tegen het verlaagde tarief.
Opmerkingen
Wanneer onregelmatigheden in de boekhouding van een belastingplichtige blijken uit een proces-verbaal en waardoor deze boekhouding bijgevolg elk bewijskrachtig karakter verliest, heeft de fiscale administratie het volste recht om de omzet te reconstrueren op basis van de wettelijke vermoedens zoals vastgesteld in artikel 64, §1 van het Btw-Wetboek. Het wettelijke vermoeden van dit artikel is met name van toepassing bij een vergelijking tussen het bedrag van de aankopen van de belastingplichtige gedurende een bepaalde periode, vermeerderd met de veronderstelde winst, en het bedrag van zijn belaste verkopen.
Wanneer door een feitelijk vermoeden wordt aangetoond dat er btw-overtredingen zijn begaan door een belastingplichtige die niet al zijn aankopen heeft aangegeven, kan het wettelijke vermoeden worden toegepast op deze niet-aangegeven aankopen, zonder dat er sprake is van een opeenstapeling van vermoedens. Wanneer een reeks vermoedens het bestaan van aankopen zonder factuur aantoont, is het aan de betrokkene om het vermoeden van artikel 64, §1, van het Btw-Wetboek te weerleggen (zie Cass., 20 juni 2014, R.G. nr. F.12.0196.F, fisconetplus).
Tekst van het vonnis
Het vonnis wordt enkel gepubliceerd in de oorspronkelijke taal
Tekst van de beslissing
Tribunal de première instance francophone de Bruxelles, Section Civile, 32ème chambre
Jugement du 01/03/2024
Rôle : 20/7239/A
TVA- Relevé de régularisation — reconstitution du chiffre d'affaires
Jugement contradictoire définitif — Procédure écrite article 755 du Code judiciaire
EN CAUSE DE :
Maître A. H. q.q., avocat dont le cabinet est établi à ..., agissant en sa qualité de curateur de la faillite de la SRL A., dont le siège social était établi à ..., inscrite à la BCE sous le n°086...60, déclarée en faillite par jugement du Tribunal de l'entreprise francophone de Bruxelles du 27 juin 2022 (…@...-law.com);
Partie demanderesse;
CONTRE :
L'ETAT BELGE, S.P.F. Finances, BCE 0308.357.159, représenté par le Ministre des Finances, rue de la Loi, 12 à 1000 Bruxelles, poursuites et diligences du Conseiller général, Directeur du Centre PME Bruxelles Il, dont les bureaux sont établis à 1000 Bruxelles, boulevard du Jardin Botanique, 50/bte 3408, poursuites et diligences de Monsieur le Conseiller du Team Recouvrement Personnes Morales de Bruxelles 11, dont les bureaux sont sis à 1000 Bruxelles, boulevard du Jardin Botanique, 50/bte 3113,
Partie demanderesse,
Représentée par Monsieur X, attaché,
(X@minfin.fed.be).
En cette cause tenue en délibéré le 29 février 2024, le Tribunal prononce le jugement suivant.
Vu les pièces de la procédure et notamment :
- la requête et ses annexes déposées au greffe le 22 décembre 2020 ;
- l'ordonnance rendue sur pied de l'article 747, §1 du Code judiciaire le 14 avril 2022 ;
- les conclusions additionnelles pour la partie défenderesse du 15 mars 2023 ;
- le mail du 16 janvier 2024 de Me X acceptant la procédure écrite.
L'affaire avait initialement été fixée à l'audience du 25 janvier 2024. Suite à l'absence du magistrat titulaire pour des raisons médicales, le Tribunal a proposé aux parties et qui l'ont accepté, de procéder à l'application de la procédure écrite prévue à l'article 755 du Code judiciaire permettant au Tribunal de prendre l'affaire en délibéré sans reporter celle-ci à une date ultérieure. Par conséquent, le Tribunal s'est référé aux seuls faits et moyens développés dans requête et les conclusions ainsi que les dossiers de pièces des parties.
I. FAITS ET RETROACTES
La société A. a été constituée le 30 janvier 2004 et avait pour activité la petite restauration.
Le 4 mars 2019, la société A. fait l'objet d'un contrôle TVA pour les opérations réalisées entre le 1er janvier 2016 et le 31 décembre 2017.
Ce contrôle relève les éléments suivants :
- L'absence de comptabilisation de certaines factures d'achat chez Inbev Belgium ;
- L'absence de justification de la ventilation de ses taux de TVA de 6 ou 21% et rien ne permettant de justifier la livraison de plats à emporter vendus au taux de 6%. Un montant total du chiffre d'affaires rectifié de 23.007,69 € et une amende de 2.300,76 €.
Le 16 septembre 2019, la société A. marque son désaccord sur ce relevé de régularisation.
Le 19 septembre 2019, la société A. signe un accord amiable partiel à concurrence d'un montant total à payer de 10.000 €.
Le 11 décembre 2019, l'administration communique un registre de perception et recouvrement n°20...21 rendu exécutoire le 25 octobre 2019, pour une dette n°50...43, pour les montants de :
- TVA 23.007,69 €
- Amendes 2.300,76 €.
Le 23 octobre 2020, l'administration rend sa décision et maintient la régularisation signifiée en septembre 2019.
Le 20 décembre 2020, la société A. introduit une requête à l'encontre de ces taxations.
II. DEMANDES SOUMISES AU TRIBUNAL
La société A. requiert du Tribunal :
- De déclarer la demande recevable et fondée ;
- De mettre à néant le relevé de régularisation du 19 septembre 2020 (lire 2019) et la décision du 23 octobre 2020 ;
- D'appliquer les dépens comme de droit.
L'Etat Belge demande au Tribunal de :
- Déclarer l'action de la société A. recevable et non fondée ;
- Confirmer le relevé de régularisation du 19 septembre 2020 (lire 2019) et la décision du 23 octobre 2020.
III. DISCUSSION
A. Exposé du litige
La société A. invoque les moyens suivants :
1) L'existence des ventes à emporter de petites restauration qui justifieraient le taux de 6%;
2) La maladie du gérant qui l'a contraint à changer les heures d'ouverture et de fermeture du restaurant et par conséquent qui a entrainé une modification des ventes des produits consommés.
L'Etat Belge conteste les griefs soulevés par la société A. et estime que les éléments invoqués n'ont aucune influence sur le chiffre d'affaires non déclaré et reconstitué. En outre, ces éléments ne sont étayés par aucune pièce justificative.
B. Recevabilité
La demande est recevable, ce point n'est pas contesté par les parties.
C. Analyse
C.1. Constatation du procès-verbal de recettes non déclarées
A la lecture du dossier, le Tribunal constate que la société A. ne tenait pas rigoureusement sa comptabilité et que le nombre d'achats ou la nature même des achats n'est pas en lien avec le nombre des ventes et la nature de celles-ci.
Par exemple, pour pouvoir vendre des sandwichs garnis ou des boissons spiritueuses il faut que la société A. aient pu acheter les matières premières, or, aucune facture d'achat ne figure dans la comptabilité pour de tels biens.
La comparaison des listings fournisseurs et des factures d'achats enregistrées par la société A. a également pu mettre en évidence que la société écartait volontairement certaines factures d'achats pour ne pas déclarer les ventes correspondantes.
Au regard de ces éléments, il apparait au Tribunal que la comptabilité de la société A. n'est pas probante.
C.2. Quant à la reconstitution du chiffre d'affaires 2016 et 2017
Face aux nombreuses incohérences dans la comptabilité de la société A., l'administration a réalisé une reconstitution du chiffre d'affaires en appliquant une marge bénéficiaire calculée sur les achats identifiés et a tenu compte de pertes liés aux avaries de certains produits.
Ensuite, l'administration a ventilé le chiffre d'affaires reconstitué suivant les taux de TVA applicable pour les boissons et les cafés (21%) et les pistolets et couques à emporter (6%).
Suivant, son décompte la différence entre la TVA due sur le chiffre d'affaires reconstitué et la TVA déclarée est de 11.893,05 € pour l'année 2016 et de 11.114,64 € pour l'année 2017.
C.3. Conclusion
Au regard de ces différents éléments, le Tribunal estime que le relevé de régularisation est fondé et que les éléments soulevés par la société A. sont non pertinents. Par conséquent l'imposition querellée doit être maintenue ainsi que l'amende de 10% calculée au taux réduit.
IV. LES DEPENS
Il y a lieu de mettre les dépens à charge de la société A. succombant dans sa demande.
Beschikkend gedeelte
POUR CES MOTIFS
LE TRIBUNAL
Statuant contradictoirement,
Vu les dispositions de la loi du 15 juin 1935 sur l'emploi des langues en matière judiciaire ;
Déclare la demande principale recevable et non fondée ;
Maintient le registre de perception et recouvrement n°20...21 rendu exécutoire le 25 octobre 2019, pour une dette n°50...43, pour les montants de TVA 23.007,69 € et amendes 2.300,76 € comme établie ;
Dit l'action non fondée pour le surplus;
Met les dépens à charge de la société A. aux dépens, liquidés à « 0 » euro dans le chef de l'État Belge et laisse à charge de la société A. la « Contribution au fond d'aide juridique » de 20 €.
Ainsi jugé et prononcé à l'audience publique de la 32ème chambre du Tribunal de Première Instance Francophone de Bruxelles, le ter mars 2024 où étaient présents et siégeaient :
Madame J. T., juge
Madame N. D., greffière déléguée,
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.