Vrijstelling, andere vrijstelling, voldoening van de belasting · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Leuven 5 maart 2010

Zoeken

Vrijstelling, andere vrijstelling, voldoening van de belastingBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-andere-voldoening-belasting-rechtbank-leuven-2010-03-05-44c0

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Leuven
Datum
5 maart 2010

Procesverloop

2 stappen · 4 jaar
  1. Weergegeven beslissingRechtbank van eerste aanleg te Leuven05.03.2010
  2. Beslissing in beroepHof van beroep te Brussel02.04.2014

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

61 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Leuven d.d. 05.03.2010

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG LEUVEN. AFDELING BURGERLIJKE RECHTBANK, twaalfde kamer.

zitting : 5 maart 2010

eindvonnis

Rol nr. : 09/1/A

Inzake :

NV H. V. R., KBO nummer …, met zetel gevestigd te …, ….

eiseres,

ter zitting vertegenwoordigd door meester B. loco meester D., advocaat te …, ….

tegen :

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, in de persoon van de inspecteur van het BTW-ontvangkantoor van Tienen met kantoren te 3300 Tienen, Goossensvest 3

verweerder,

ter zitting vertegenwoordigd door meester C., advocaat te …, ….

I. Procedure

De bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

De rechtbank nam onder meer kennis van :

- het verzoekschrift op tegenspraak op 2 januari 2009 ter griffie neergelegd;

- de neergelegde conclusies en stukken;

- de overige stukken van het rechtsplegingsdossier.

De advocaten van partijen werden gehoord op de openbare zitting van 5 februari 2010.

II. De vordering

Eiseres vordert de nietigverklaring van het dwangbevel inzake BTW RCIV nr. …, op 3 december 2008 uitgevaardigd door het BTW-ontvangkantoor Tienen, op 5 december 2008 uitvoerbaar verklaard.

Eiseres vraagt dat het vonnis uitvoerbaar zou verklaard worden bij voorraad, met uitsluiting van het vermogen van kantonnement.

III. Beoordeling

1. De ontvankelijkheid van de vordering wordt niet betwist. De rechtbank ziet geen redenen om de vordering niet ontvankelijk te verklaren.

2. Op 1 december 2008 werd door R. C., adjunct fiscaal-deskundige, verbonden aan het controlecentrum van de AOIF gevestigd te Tienen proces-verbaal opgesteld inzake inbreuken op de BTW-reglementering.

Op 3 december 2008 werd een dwangbevel opgesteld op grond van dit proces-verbaal.

3. Eiseres voert aan dat haar op 3 december 2008 "een betaalbericht" werd overgemaakt; dat bij schrijven d.d. 4 december 2008 in bijlage proces-verbaal d.d. 4 december 2008 werd toegezonden; dat zij "bij aangetekend schrijven d.d. 9/12/08 reeds een dwangbevel mocht ontvangen met in bijlage het proces-verbaal d.d. 1/12/08"; dat zij niet kan nagaan of het proces-verbaal nu van 1 dan wel 4 december 2008 is en dat "de inkohiering" dateert van voor het proces-verbaal.

Zij voert aan dat zulks onwettig is.

4. Eiseres legt geen stukken neer.

De rechtbank stelt vast dat het door verweerder neergelegde proces-verbaal gedateerd is op 1 december 2008 en dat het dwangbevel uitgevaardigd werd op 3 december 2008.

Bij schrijven d.d. 9 december 2008 werd het dwangbevel ter kennis van eiseres gebracht.

De rechtbank ziet niet in welke wettelijke regels hierbij werden miskend.

5. De administratie heeft de aftrek van BTW door eiseres geweigerd voor een aantal facturen omdat de aard van de geleverde prestaties of goederen onvoldoende omschreven was.

6. Eiseres voert aan dat "de omschrijving van de prestaties op de facturen meel dan afdoende is"; dat de facturen geheel voldoen aan de wettelijke vereisten en dat de boekhouding bewijskrachtig is.

7. Het bewijskrachtig karakter van de boekhouding wordt door verweerder niet betwist en is in casu, niet relevant.

8. Om zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen moet de belastingplichtige ter aanzien van de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, in het bezit zijn van een factuur uitgereikt overeenkomstig de artikelen 53, § 2, en 53octies, van het Wetboek waarop de vermeldingen voorkomen bedoeld in artikel 5, § 1, van het Koninklijk Besluit nr. 1 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde (artikel 3, § 1, 1° Koninklijk Besluit nr. 3 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde).

Eiseres, die meent het recht te hebben door haar betaalde BTW in aftrek te mogen nemen, draagt de bewijslast. Zij moet bewijzen dat voldaan is aan de voorwaarden om deze aftrek uit te oefenen.

De rechtbank kan slechts vaststellen dat eiseres de desbetreffende facturen niet neerlegt. De rechtbank kan dan ook niet nagaan of de vermeldingen die op de facturen voorkomen al dan niet volstaan om het recht op aftrek uit te oefenen.

Eiseres voldoet niet aan de op haar rustende bewijslast. De rechtbank kan de aftrek van deze BTW niet toestaan.

9. Eiseres verhuurt appartementen in R. A. te …. Zelf omschrijft eiseres dit als een "hotel".

Eiseres is van oordeel dat zij een dienst levert (hoteluitbating), onderworpen aan BTW.

Verweerder is van oordeel dat het een onroerende verhuur betreft, die vrijgesteld is van BTW, zodat ook geen recht op aftrek bestaat.

10. In het proces-verbaal wordt vastgesteld dat het gaat om de verhuring van volledig ingerichte appartementen en dat de klant op aanvraag kan beschikken over poetsdienst en linnenservice. In het gebouw is geen receptie aanwezig, er is geen ontvangst van klanten, nergens in het gebouw is er een aanmeldingspunt voor de reservatie van één van de appartementen, er worden geen maaltijden verstrekt.

11. Van de belasting zijn vrijgesteld de verhuur van uit hun aard onroerende goederen, met uitzondering van het verschaffen van gemeubeld logies in hotels, motels en in inrichtingen waar aan betalende gasten onderdak wordt verleend (artikel 44, § 3, 2° BTW-Wetboek).

Onverminderd andere communautaire bepalingen verlenen de Lid-Staten vrijstelling onder de voorwaarden die zij vaststellen om een juiste en eenvoudige toepassing van de betreffende vrijstellingen te verzekeren en alle fraude, ontwijking en misbruik te voorkomen van verpachting en verhuur van onroerende goederen, met uitzondering van het verstrekken van accommodatie, als omschreven in de wetgeving der Lid-Staten, in het hotelbedrijf of in sectoren met een soortgelijke functie, met inbegrip van de verhuuraccommodatie in vakantiekampen of op kampeerterreinen (artikel 13, B, b, Zesde Richtlijn).

De vrijstellingen van artikel 13 van de Zesde Richtlijn zijn autonome communautaire rechtsbegrippen en dienen derhalve een communautaire definitie te krijgen. De bewoordingen waarin de in artikel 13 van de Zesde Richtlijn bedoelde vrijstellingen zijn omschreven, moeten strikt worden uitgelegd, daar die vrijstellingen afwijkingen zijn van het algemene beginsel, dat BTW wordt geheven over elke dienst die door een belastingplichtige onder bezwarende titel wordt verricht. Het hof heeft in talrijke arresten het begrip verhuur van onroerende goederen in de zin van artikel 13 B sub b van de Zesde Richtlijn aldus omschreven, dat het in wezen daarin bestaat dat een verhuurder een huurder voor een overeengekomen tijdsduur en onder bezwarende titel het recht verleent, een onroerend goed te gebruiken als ware hij de eigenaar ervan en ieder ander van het genot van dat recht uit te sluiten. De rechter dient na te gaan of de overeenkomst in hoofdzaak de passieve terbeschikkingstelling ten doel heeft van ruimtes of oppervlakten van onroerende goederen, tegen een vergoeding die verband houdt met het tijdsverloop, dan wel strekt tot het verrichten van een dienst die voor een andere kwalificatie in aanmerking komt (Hof van Justitie, nr. C-284/03, 18 november 2004 (Temco Europe), http://curia.europa.eu ).

12. Op grond van de gegevens vermeld in het proces-verbaal staat vast dat de door eiseres met haar klanten afgesloten overeenkomst in hoofdzaak de passieve terbeschikkingstelling tot doel heeft van een appartement tegen een vergoeding die verband houdt met het tijdsverloop. Deze overeenkomsten strekken niet tot het verrichten van een dienst die voor een andere kwalificatie in aanmerking komt.

De administratie heeft terecht geoordeeld dat de terbeschikkingstelling van deze appartementen een van de BTW vrijgestelde onroerende verhuur is, zonder recht op aftrek in hoofde van de exploitant.

13. De door de administratie toegepaste boete (1.200,00 euro of 10 % van de verschuldigde BTW) staat in evenredigheid met de begane overtreding. Er zijn geen redenen om deze te verminderen.

Beschikkend gedeelte

IV. Uitspraak

Dit vonnis wordt gewezen op tegenspraak en in eerste aanleg.

De vordering is ontvankelijk maar ongegrond.

De rechtbank veroordeelt eiseres tot de kosten. Deze kosten moeten voor eiseres niet begroot worden omdat zij te haren laste blijven en worden voor verweerder begroot op 1.100,00 euro (rechtsplegingsvergoeding).

Dit vonnis is uitgesproken tijdens de gewone en openbare terechtzitting van de twaalfde kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 5 maart 2010.

De zetel is als volgt samengesteld :

L. W., alleenzetelend rechter

M. L'E., griffier.

M. L.’E. L. W.

Aangehaalde teksten

5

Vergelijkbare beslissingen

8