Fiche van de FOD Financiën
Arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 07.04.2009
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het arrest
Tekst van de beslissing
Het Hof van beroep te Antwerpen, zitting houdend te Antwerpen, ZESDE KAMER
Recht doende in burgerlijke zaken, heeft het volgende arrest uitgesproken :
In zake : 2008/AR/1205
Meester J. M., advocaat te …, …, curator van het faillissement van
B.V.B.A. D.S. H., met maatschappelijke zetel te …, …, …, gekend onder KBO-nummer …;
appellant,
tegen het vonnis gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 14 april 2008;
niet verschenen, noch vertegenwoordigd;
tegen :
de BELGISCHE STAAT, Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de gewestelijke directeur van de BTW, registratie en domeinen te Antwerpen, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur rekenplichtige van het eerste BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4;
geïntimeerde,
vertegenwoordigd door Meester A. V. L. d. J., advocaat te …, …;
Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd waaronder een eensluidend afschrift van het bestreden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 14 april 2008, waarvan geen akte van betekening wordt voorgelegd, alsmede het verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd ter griffie van het hof van beroep te Antwerpen op 8 mei 2008.
Appellant, alhoewel behoorlijk opgeroepen, is niet verschenen ter zitting van het hof, noch iemand voor hem.
1. Voorafgaande feiten en procedure
1.1. Op 6 juni 2003 wordt bij de BVBA D.S. H. een controle uitgevoerd met betrekking tot de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde over de periode van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2001.
Tijdens deze controle wordt vastgesteld dat de BVBA D.S. H. goederen heeft verkregen om ze te verkopen zonder die goederen in de boekhouding op te nemen, dat goederen verkocht zijn geweest onder voorwaarden waaronder de BTW eisbaar wordt en dat die verkopen niet werden aangegeven in de BTW-aangiften zoals voorzien in artikel 53, § 1, 2° BTW-wetboek en de BTW niet werd betaald zoals voorzien in artikel 53, § 1, 3° BTW-wetboek. Hiervan wordt op 24 september 2004 proces-verbaal opgesteld, volgens hetwelk de BVBA D.S. H. aan de Belgische Staat, administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit verschuldigd is :
- als belasting over de toegevoegde waarde : … EUR,
- als boeten krachtens artikel 70, § 1 van het BTW-wetboek : het dubbele van de verschuldigde rechten zoals bepaald in artikel 84, derde lid BTW-wetboek en overeenkomstig de bijlagen G, V bij het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987, achteraf gewijzigd, verminderd tot … EUR,
- als intresten krachtens artikel 91, § 1 van hetzelfde wetboek a rato van 0,8 % per maand vanaf 21 januari 2002: pro memorie.
1.2. Op 3 februari 2005 wordt een dwangbevel uitgevaardigd, dat op 10 februari 2005 wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard en dat op 10 maart 2005 wordt betekend aan de BVBA D.S. H. met bevel tot betalen.
1.3. Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen op 19 januari 2006, tekent de BVBA D.S. H. verzet aan tegen het dwangbevel. De vordering strekt ertoe het bestreden dwangbevel uitgevaardigd op 3 februari 2005, gekend onder Reg. 127/16-2005 (RCIV …) van nul en generlei waarde te verklaren en de BVBA D.S. H. te ontslaan van de in dit dwangbevel gevorderde sommen; de Belgische Staat te veroordelen tot integrale terugbetaling van alle bedragen welke ten onrechte werden betaald of ingehouden of die toegerekend werden op de sommen vermeld in het dwangbevel waarvan de vernietiging wordt gevorderd, bedragen die moeten worden vermeerderd met de wettelijke en de gerechtelijke intresten vanaf de datum van betaling en/of inhouding; de Belgische Staat te veroordelen tot de kosten van het geding; het vonnis uitvoerbaar te verklaren bij voorraad, niettegenstaande welk rechtsmiddel ook, zonder borgstelling en met uitsluiting van elk vermogen tot kantonnement.
1.4. Het bestreden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 14 april 2008 verklaart de vordering van de BVBA D.S. H. toelaatbaar maar ongegrond en veroordeelt haar tot de kosten van het geding.
1.5. Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het hof op 8 mei 2008, tekent de BVBA D.S. H. hoger beroep aan tegen voormeld vonnis, ertoe strekkende het bestreden vonnis te vernietigen, dan wel te hervormen; opnieuw recht doende de oorspronkelijke vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren; bijgevolg het bestreden dwangbevel van nul en generlei waarde te verklaren en de BVBA D.S. H. te ontslaan van de in dit dwangbevel gevorderde sommen; de Belgische Staat te veroordelen tot de integrale terugbetaling van alle bedragen welke ten onrechte werden betaald of ingehouden of die toegerekend werden op de sommen vermeld in het dwangbevel waarvan de vernietiging wordt gevorderd, bedragen die moeten worden vermeerderd met de wettelijke en gerechtelijke intresten vanaf de datum van betaling en/of inhouding; de Belgische Staat te veroordelen tot de kosten van het geding.
1.6. Bij aangetekend schrijven van 30 mei 2008 verzoekt de eerstaanwezend inspecteur a.i. / ontvanger dat het bedrag van … EUR in consignatie wordt gegeven bij de Deposito- en Consignatiekas.
1.7. Op 24 juni 2008 legt de BVBA D.S. H. een verzoekschrift overeenkomstig artikel 92 BTW-wetboek neer ertoe strekkende het verzoek tot consignatie bij aangetekende brief van 30 mei 2008 aan haar ter kennis gebracht ongegrond te verklaren en de Belgische Staat te veroordelen tot de kosten van dit onderdeel van het geding.
1.8. Bij arrest van 28 oktober 2008 verklaart het hof de vordering van de BVBA D.S. H. ontvankelijk doch ongegrond en houdt de uitspraak omtrent de kosten aan.
1.9. De BVBA D.S. H. is niet overgegaan tot consignatie en geïntimeerde verzoekt onontvankelijk het hoger beroep onontvankelijk te verklaren.
2. De ontvankelijkheid van het hoger beroep
2.1. Artikel 92 van het BTW-wetboek, zoals gewijzigd door artikel 61 van de wet van 15 maart 1999, bepaalt :
" In geval van beroep tegen het vonnis dat de door de schuldenaar ingestelde eis heeft verworpen, kan de ontvanger van de belasting over de toegevoegde waarde, gelet op de concrete gegevens van het dossier, met inbegrip van de financiële toestand van de schuldenaar, deze laatste kennis geven bij een ter post aangetekende brief van een verzoek tot het in consignatie geven van het geheel of van een gedeelte van de verschuldigde bedragen. Aan de schuldenaar kan worden toegestaan dat die consignatie wordt vervangen door een zakelijke of persoonlijke zekerheid die wordt aangenomen door de administratie bevoegd voor de belasting over de toegevoegde waarde.
De gevorderde bedragen dienen in consignatie te worden gegeven of de zekerheid dient te worden gevestigd binnen twee maanden vanaf de kennisgeving.
Bij gebreke van het in consignatie geven van de bedragen of het vestigen van de zekerheid binnen de bepaalde termijn, dient de rechtsinstantie waarbij de voorziening aanhangig is gemaakt, binnen drie maanden te rekenen vanaf het verstrijken van die termijn, de voorziening niet ontvankelijk te verklaren, tenzij zij, op grond van een met redenen omkleed verzoekschrift ingediend door de schuldenaar binnen de twee maanden vanaf de kennisgeving bedoeld in het eerste lid, besluit, binnen dezelfde termijn van drie maanden, dat het door de met de invordering belaste ambtenaar gedane verzoek niet gegrond is."
2.2. Te dezen heeft de met de invordering belaste ambtenaar de BVBA D.S. H. bij aangetekend schrijven van 30 mei 2008 verzocht om binnen de twee maanden het geheel van de nog verschuldigde bedragen die het voorwerp uitmaken van onderhavig geding te consigneren op de rekening van de Deposito- en Consignatiekas.
Bij verzoekschrift van 24 juni 2008 heeft de BVBA D.S. H. gevorderd het verzoek tot consignatie ongegrond te verklaren.
Het hof heeft bij arrest van 28 oktober 2008 dit verzoek ongegrond verklaard.
De BVBA D.S. H. heeft de gevraagde sommen niet betaald en/of geconsigneerd noch een zakelijke of persoonlijke zekerheid gesteld die door de administratie werd aangenomen.
Derhalve dient het hoger beroep bij toepassing van artikel 92 BTW - wetboek niet ontvankelijk verklaard te worden.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
HET HOF, recht doende bij verstek ten aanzien van appellante,
Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935.
Verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk.
Veroordeelt appellant tot de kosten van het hoger beroep, in hoofde van geïntimeerde begroot op … EUR .
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het HOF VAN BEROEP te ANTWERPEN van ZEVEN APRIL TWEEDUIZENDENNEGEN,
waar aanwezig waren :
D. W., Raadsheer wd. Voorzitter;
M. V. d. B. en
M. G., Raadsheren
A. V. L., Griffier
A.V. L. M. G.
M. V. D. B. D. W.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.