Fiche van de FOD Financiën
Arrest van het Hof van Cassatie dd. 16.09.2010 (F.08.0013.F)
Vervoer van organen en van monsters van menselijke oorsprong voor ziekenhuizen en laboratoria - Vrijstelling - Levering van menselijke organen, menselijk bloed en moedermelk
Wettelijke bepalingen
Art. 44, § 2, 1ter, W.BTW
Art. 13, A, 1, d), Zesde Richtlijn 77/388/EEG
Samenvatting
Artikel 13, A, 1, d), van de Zesde Richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag dat de levering van menselijke organen, menselijk bloed en moedermelk vrijstelt van B.T.W., moet aldus worden uitgelegd dat het niet van toepassing is op een zelfstandige activiteit van vervoer voor ziekenhuizen en laboratoria van menselijke organen en bij mensen afgenomen monsters.
Artikel 13, A, 1, d), van de Zesde Richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag dat de levering van menselijke organen, menselijk bloed en moedermelk vrijstelt van B.T.W., moet aldus worden uitgelegd dat het niet van toepassing is op een zelfstandige activiteit van vervoer voor ziekenhuizen en laboratoria van menselijke organen en bij mensen afgenomen monsters.
Tekst van het arrest
Tekst van de beslissing
Arrest van het Hof van Cassatie
dd. 16.09.2010
(F.08.0013.F)
BELGISCHE STAAT, minister van Financiën, Mr. F.K. , advocaat bij het Hof van Cassatie,
tegen
D. F. N., Mr. P.W. , advocaat bij het Hof van Cassatie.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 26 oktober 2007 gewezen door het hof van beroep te Luik.
Bij het onderzoek van het middel heeft het Hof, in zijn arrest van 18 juni 2009 het nodig geacht een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie die het arrest C-237/09 van 3 juni 2010 beantwoordt.
II. CASSATIEMIDDELEN
De eiser voert een middel aan.
Geschonden wettelijke bepalingen
- de artikelen 10 en 44, inzonderheid §2, 1°, ter, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.
Aangevochten beslissingen
Met bevestiging van het beroepen vonnis wijst het arrest verweersters vordering toe tot vernietiging van twee dwangbevelen inzake belasting over de toegevoegde waarde die tegen haar zijn uitgebracht door de btw-ontvanger te Namen op 13 oktober 2004 (gewaarmerkt en uitvoerbaar verklaard op 16 oktober 2004) en op 7 februari 2005 (gewaarmerkt en uitvoerbaar verklaard op 14 februari 2005), en beveelt die teruggave van de belastingen die onterecht zouden zijn geïnd ter uitvoering van de dwangbevelen, nadat het eerst erop heeft gewezen dat de verweerster "een activiteit van vervoer van monsters van menselijke oorsprong voor verschillende ziekenhuizen en laboratoria verricht", en zulks om de onderstaande redenen:
"Het wordt niet betwist dat (de verweerster) prestaties verricht van vervoer van organen en monsters van menselijke oorsprong voor ziekenhuizen en laboratoria, als zelfstandige en zonder verhouding van ondergeschiktheid in de zin van het sociaal recht (...).
Het geschil heeft betrekking op de vraag of (verweersters) activiteit van vervoer van organen en monsters van menselijke oorsprong al dan niet van btw is vrijgesteld.
Artikel 13, A, 1°, d), van de zesde richtlijn bepaalt dat als ‘vrijstellingen ten gunste van bepaalde activiteiten van algemeen belang' de Lidstaten ‘de levering van menselijke organen, menselijk bloed en moedermelk' vrijstellen.
Die vrijstelling wordt overgenomen in artikel 44, §2, 1°, ter, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.
Organen en monsters van menselijke oorsprong vallen buiten de handel en de activiteit van algemeen belang waarop die bepalingen doelen m.b.t. organen, menselijk bloed en moedermelk bestaat niet in de levering daarvan in de zin van de levering van goederen zoals die is omschreven in artikel 10 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, maar in de levering, verbonden met de activiteit die erin bestaat daadwerkelijk een goed te leveren, waarmee de vervoersprestaties die (de verweerster) verricht, overeenstemmen.
Zo is ook de activiteit van vervoer van organen en monsters van menselijke oorsprong die door (de verweerster) wordt uitgeoefend als zodanig vrijgesteld met toepassing van artikel 44, §2, 1°, ter, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde".
Grieven
Luidens artikel 6 van de richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (en, thans, artikel 14, §1, van de richtlijn 2006/112/EG van de Raad en van het Parlement van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde), wordt "als ‘levering van goederen' (...) beschouwd, de overdracht of overgang van de macht om als een eigenaar over een lichamelijke zaak te beschikken". Die omschrijving is overgenomen in artikel 10, §1, eerste lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.
Onder "levering" moet dus worden verstaan iedere verrichting van overdracht of overgang van een lichamelijke zaak door een partij aan een andere partij die voortaan gerechtigd is er als eigenaar of in de hoedanigheid van eigenaar over te beschikken.
Luidens artikel 13, A, I, d), van de richtlijn 77/388/EEG (thans artikel 132, § 1, d), van de richtlijn 2006/112/EG) is "de levering van menselijke organen, menselijk bloed en moedermelk" van de belasting vrijgesteld. Die vrijstelling wordt in identieke bewoordingen overgenomen in artikel 44, §2, 1°, ter, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.
Het arrest stelt echter vast dat de litigieuze, door de verweerster uitgevoerde activiteit, niet bestaat in de "levering" van menselijke organen in de zin van de aangehaalde artikelen van de richtlijnen en van artikel 10, §1, eerste lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde: het gaat om een activiteit van "vervoer van organen en monsters van menselijke oorsprong".
Verweersters activiteit is dus niet met toepassing van artikel 10, §1, eerste lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde aan de belasting over de toegevoegde waarde onderworpen maar wel met toepassing van andere teksten van dat wetboek (de artikelen 18 en volgende waarin de "leveringen van diensten" aan de belasting worden onderworpen.
Hieruit volgt dat de verweerster niet de vrijstelling geniet als bedoeld in artikel 44, §2, 1°, ter, dat slechts betrekking heeft op de "levering" van menselijke organen, en niet op het vervoer ervan.
Ook al zou ervan worden uitgegaan - quod non - dat "organen en monsters van menselijke oorsprong buiten de handel vallen", zoals het arrest vermeldt, dan nog kan op grond van die omstandigheid, in se, de levering en het vervoer van dergelijke organen niet van de belasting worden vrijgesteld. Indien de levering daarvan is vrijgesteld, dan is het met toepassing van een uitdrukkelijke tekst, artikel 44, §2, 1°, ter, van het wetboek. Uit die tekst valt af te leiden dat, indien de Europese en de Belgische wetgever het nodig hebben geoordeeld die vrijstelling te moeten vermelden, de reden daarvoor wel is dat de verrichtingen op organen en monsters van menselijke oorsprong aan de belasting onderworpen zijn. Aangezien het gaat om een algemene regel, is de vrijstelling enkel voor strikte uitlegging vatbaar: zij doelt slechts, zoals eerder gezegd, op de "leveringen" van dergelijke organen en monsters, en niet op het vervoer ervan.
Hieruit volgt dat het arrest, door te beslissen dat het vervoer van organen en van monsters van menselijke oorsprong niet aan de belasting is onderworpen en dat de verweerster dus niet onder de btw-regeling valt, zijn beslissing niet naar recht verantwoordt.
III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Het middel
Artikel 10, §1, eerste lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde omschrijft de levering van een goed als de overdracht of de overgang van de macht om als eigenaar over een goed te beschikken.
Artikel 44, §2, 1°, ter, van dat wetboek stelt de levering van menselijke organen, menselijk bloed en moedermelk vrij van de belasting.
De bepalingen zijn de omzetting in intern recht van de artikelen 5, 1, en 13, A, 1, d), van de Zesde Richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag.
Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in zijn arrest C-237/09 van 3 juni 2010 voor recht gezegd dat voornoemd artikel 13, A, 1, d), "aldus (moet) worden uitgelegd dat het niet van toepassing is op een zelfstandige activiteit van vervoer voor ziekenhuizen en laboratoria van menselijke organen en bij mensen afgenomen monsters".
Het bestreden arrest dat eerst heeft vastgesteld dat de verweerster als zelfstandige een activiteit van vervoer van organen en van monsters van menselijke oorsprong voor ziekenhuizen en laboratoria uitoefent en vervolgens heeft beslist dat die activiteit "als zodanig vrijgesteld (is) met toepassing van artikel 44, §2, 1°, ter, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde" op grond dat "de in (die) bepaling bedoelde activiteit van algemeen belang m.b.t. organen, menselijk bloed en moedermelk (niet) bestaat (...) in de levering daarvan in de zin van de levering van goederen zoals die is omschreven in artikel 10 van (dat) Wetboek (...), maar in de levering, verbonden met de activiteit die erin bestaat daadwerkelijk een goed te leveren, waarmee de vervoersprestaties die (de verweerster) verricht, overeenstemmen", schendt de voornoemde bepalingen van dat Wetboek.
Het middel is gegrond.
Beschikkend gedeelte
Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest;
Houdt de kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent aan de feitenrechter over;
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter …
Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter …
Ondertekeningen
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.