Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen d.d. 23.01.2026
WF 713-15-23/031815 - Finaliti 30955916/01
[ Gemengd vonnis ]
Belasting over de toegevoegde waarde – Recht op aftrek – Bewijslast – Proportionele geldboete – Uitstel van tenuitvoerlegging – Beoordeling door de rechter – Vernietiging van de geldboete
Wettelijke bepalingen
Art. 45 WBTW, art. 70, §1bis WBTW
Samenvatting van het vonnis
1. Feiten
Eiseres is geïdentificeerd als btw-belastingplichtige voor de activiteit van ‘vervaardigen van sieraden’. Naar aanleiding van een fiscale controle stelde de administratie diverse inbreuken vast op de aftrekregeling inzake btw. Deze inbreuken werden opgenomen in een proces-verbaal van regularisatie d.d. 8 maart 2023, waarbij de volgende bedragen werden gevorderd: 61.954,69 euro aan btw, een proportionele geldboete van 6.190,00 euro (10%), te vermeerderen met de wettelijke interesten vanaf 21 januari 2022. Eiseres diende een administratief bezwaarschrift in dat, na tussenkomst van de Fiscale Bemiddelingsdienst, werd afgewezen. Aangezien eiseres hiermee niet akkoord ging, stelde zij een vordering in rechte in bij verzoekschrift neergelegd ter griffie d.d. 22 juli 2024.
2. Het vonnis
Voor wat betreft de btw-aftrek op de inkomende facturen van Lukoil en Proximus, alsook op de autokosten en de andere aankoopfacturen, sluit de rechtbank zich aan bij het standpunt van de administratie. De btw-aftrek van deze facturen werd terecht verworpen, aangezien eiseres geen aanvullende stukken heeft voorgelegd die het beroepsmatig gebruik van deze kosten verduidelijken of waaruit een hoger beroepsmatig gebruik blijkt. De bewijslast rust bij eiseres.
Met betrekking tot de navordering van de te veel afgetrokken btw bij de aankoop van het vruchtgebruik van het onroerend goed waar de maatschappelijke zetel gevestigd is, oordeelt de rechtbank dat deze terecht is, nu geen verbeterende notariële akte werd voorgelegd. De rechtbank stelt vast dat de administratie het beroepsmatig gebruik correct heeft bepaald op basis van de grondplannen en de vaststellingen ter plaatse.
Wat de geldboete betreft, oordeelt de rechtbank dat er omstandigheden zijn die een uitstel van tenuitvoerlegging rechtvaardigen waaronder de goede trouw van eiseres, een blanco btw-verleden, bijstand door externe adviseurs en financiële moeilijkheden.
De rechtbank stelt evenwel vast dat het Btw-Wetboek niet de mogelijkheid biedt om de geldboete met uitstel op te leggen en dit ondanks het feit dat het invoeren van strafsancties in het fiscaal recht zonder de mogelijkheid om uitstel toe te kennen ongrondwettelijk is (GwH 6 november 2008, 157/2008; GwH 14 oktober 2021, 143/2021, www.const-court.be). Het Hof van Cassatie oordeelde dat wanneer de wet niet in die mogelijkheid voorziet en indien de rechtbank van oordeel is dat uitstel moet worden verleend, de rechter de belastingplichtige het passende herstel dient te bieden door de toepassing van het artikel dat de sanctie oplegde te weigeren (bv. Cass. 12 januari 2018, F.16.0127.F, www.juportal.be).
In dit geval heeft de rechtbank geen andere mogelijkheid dan artikel 70, §1bis WBTW buiten beschouwing te laten, waardoor de proportionele geldboete van 6.190,00 EUR onwettig werd opgelegd en derhalve dient te worden vernietigd.
Volledige tekst:
Tekst van de beslissing
Vonnis rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen
23 januari 2026
Rolnummer: 24/2921/A
Inzake:
cie1
voorheen met zetel te ... ..., ... (cfr. inleidend verzoekschrift), KBO: ...
voorheen met zetel te ... ..., ... (cfr. gegevens KBO)
opgeslorpt door fusie door cie2, met ondernemingsnummer ..., met zetel te ... ..., ... (cfr. gegevens KBO), sinds 18 juni 2025
eiseres
vertegenwoordigd door de heer M.E.B., met rijksregisternummer ..., in hoedanigheid van bestuurder,
cfr. nazicht KBO op datum van 23/1/2026 : Ontslag als bestuurder op 9 december 2025, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 6 januari 2026
TEGEN:
DE BELGISCHE STAAT,
Federale Overheidsdienst Financiën, Algemene Administratie van de Fiscaliteit, vertegenwoordigd door de Adviseur-generaal, Directeur van het KMO Centrum Mechelen, met correspondentieadres 9050 Gent, Gaston Crommenlaan 6 bus 561, KBO : 0308.357.159
verweerder
- vertegenwoordigd ter zitting door mevrouw P.V., in hoedanigheid van
rijksambtenaar voor de Federale Overheidsdienst Financiën.
*
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer:
het verzoekschrift toegekomen ter griffie op 22 juli 2024, ingeschreven op 22 juli 2024,
de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, §1 van het Gerechtelijk Wetboek op 20
september 2024,
- de besluiten van verweerder.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in de gerechtszaken.
Gehoord partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 19 december 2025.
1. Feiten en procedurele voorgaanden
Huidige betwisting betreft fiscale schuld met schuldnummer 500.2681.02417, opgenomen in het innings- en invorderingsregister met nummer 202304NL019 op 24 april 2023 en uitvoerbaar verklaard op 26 april 2023.
cie1 was sinds 1 april 1995 geregistreerd als btw-belastingplichtige onder het nummer ... voor de activiteit van 'vervaardigen van sieraden'.
Op 12 september 2022 vond een aangekondigde controle inzake vennootschapsbelasting en btw plaats op de maatschappelijke zetel van de vennootschap te ..., .... De gedane vaststellingen tijdens deze controle werden opgenomen in het proces-verbaal van vaststellingen van 19 september 2022 (stuk 4 AD).
Een tweede controle ter plaatse gebeurde op 24 oktober 2022. Naar aanleiding van dit bezoek werd op 3 november 2022 een proces-verbaal van vaststellingen opgemaakt (stuk 5 AD).
Op 8 november 2022 werd een regularisatieopgave inzake de vastgestelde inbreuken op de btw-wetgeving toegestuurd aan eiseres.
Aangezien er geen minnelijk akkoord kon worden bereikt over de vastgestelde inbreuken en bedragen, werden de vastgestelde inbreuken opgenomen in het proces-verbaal van regularisatie van 8 maart 2023 (stuk 1 AD). In dit proces-verbaal werden volgende bedragen gevorderd:
als btw: 61.954,69 euro
als proportionele geldboete: 6.190,00 euro (10%)
te vermeerderen met de wettelijk verschuldigde interesten vanaf 21 januari 2022.
Voor de schuld opgenomen in dit proces-verbaal werd het invorderingsorder met nummer 500.2681.02417 opgesteld.
De fiscale schuld werd opgenomen in het innings- en invorderingsregister met nummer 202304NL019, dat werd opgemaakt op 24 april 2023 en uitvoerbaar verklaard op 26 april 2023. Een uittreksel uit het innings- en invorderingsregister werd op 26 april 2023 verstuurd aan eiseres.
Eiseres diende op 7 juni 2023 een bezwaar in tegen het proces-verbaal van 8 maart 2023 (stuk 6 AD). Op 11 september 2023 werd er een aanvullend bezwaarschrift ingediend (stuk 7 AD).
Op 25 september 2023 heeft eiseres om de tussenkomst van de Fiscale Bemiddelingsdienst verzocht, wat niet heeft geleid tot een minnelijke regeling.
Bij administratieve beslissing van 3 juli 2024 werd het bezwaar afgewezen (stuk 8 AD).
Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 22 juli 2024 stelde eiseres een vordering in rechte in. Afschrift van de beslissing is aan het gedinginleidend verzoekschrift gehecht.
Bij akte van 18 juni 2025 werd cie1 overgenomen door cie2 (fusie door overneming) (BS 14 augustus 2025).
2. Vorderingen van partijen
De vordering van eiseres strekt ertoe:
- haar verzoekschrift integraal ontvankelijk en gegrond te verklaren en dienvolgens; haar bezwaar ontvankelijk en gegrond te verklaren en derhalve, in hoofdorde, de bestreden fiscale btw-schuld met artikelnummer 500268102417, nietig te verklaren, minstens en alleszins, in ondergeschikte orde, deze aanslag te vernietigen dan wel integraal te ontheffen;
eiseres te ontslaan van de ten onrechte ingekohierde btw en, in voorkomend geval, de terugbetaling te bevelen van eventueel door eiseres reeds betaalde bedragen en/of door verweerder ten onrechte reeds ingehouden bedragen, dit vermeerderd met de moratoire interesten aan wettelijke interestvoet;
- verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding en dit met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding, begroot op het corresponderende basisbedrag.
Verweerder verzoekt de rechtbank de vordering van eiseres ontvankelijk maar ongegrond te verklaren, het schuldartikel met het nummer 500.2681.02417 opgenomen in het innings- en invorderingsregister van 24 april 2023 en gemotiveerd door het proces-verbaal van 8 maart 2023 te bevestigen en eiseres tot de kosten te veroordelen.
3. Ontvankelijkheid
De ontvankelijkheid van de vordering van eiseres wordt door verweerder niet betwist. Er zijn evenmin ambtshalve aan te voeren bezwaren betreffende de ontvankelijkheid.
De vordering van eiseres is dan ook ontvankelijk.
4. Beoordeling
4.1. Facturen Lukoil en Proximus
De administratie heeft de btw-aftrek van de facturen van Lukoil en Proximus verworpen wegens gebrek aan voldoende details om het beroepsmatig karakter van deze kosten te beoordelen.
De rechtbank stelt vast dat eiseres geen stukken bijbrengt die meer duidelijkheid kunnen verschaffen over het beroepsmatig karakter van deze kosten. De bewijslast ligt ter zake bij de belastingplichtige.
Bij gebrek aan afdoende bewijs van het beroepsmatig karakter van de kosten werd de btw-aftrek van voormelde facturen terecht verworpen.
4.2. Facturen m.b.t. voertuigen
De administratie heeft tijdens de controle vastgesteld dat in de gecontroleerde periode één voertuig was ingeschreven op naam van eiseres, een BMW 318D (diesel) met nummerplaat ... Dit voertuig werd op 16 april 2021 uitgeschreven. De administratie heeft 50% btw-aftrek van de aankoop van diesel v66r 16 april 2021 aanvaard. De btw-aftrek m.b.t. de overige autokosten, voornamelijk brandstofkosten (benzine en diesel) werd volledig verworpen aangezien het niet duidelijk was welk deel van de brandstofkosten kon worden toegewezen aan het voertuig Porsche (benzine) dat tijdelijk beroepsmatig zou zijn gebruikt sedert 16 april 2021. De zaakvoerder van eiseres beschikte naast de Porsche ook over een voertuig Mini Cooper en een bromfiets. De zaakvoerder van eiseres verklaarde ook zelf dat de tankkaarten (in gebruik door 2 vennootschappen) niet verbonden waren aan een specifiek voertuig. Daarnaast werd niet aangetoond dat de Porsche effectief beroepsmatig werd aangewend. De bruikleenovereenkomst die werd gesloten tussen eiseres en de zaakvoerder bevatte geen datum.
De rechtbank stelt vast dat eiseres geen bijkomende stukken bijbrengt op grond waarvan kan worden vastgesteld dat de Porsche beroepsmatig werd aangewend door de vennootschap en welk deel van de tankkosten toerekenbaar is aan het gebruik van het voertuig Porsche. De ongedateerde bruikleenovereenkomst is niet voldoende als bewijs van het effectief beroepsmatig gebruik.
De administratie heeft dan ook terecht enkel 50% btw-aftrek van de aankoopkosten van diesel v66r 16 april 2021 aanvaard en de overige btw-aftrek m.b.t. de autokosten volledig verworpen.
4.3. Aankoop vruchtgebruik
Ingevolge de aankoop van het vruchtgebruik op constructiewerken van het onroerend goed gelegen te ..., ... werd een bedrag van 63.000,00 euro in aftrek gebracht over de aankoop van het vruchtgebruik (opname in rooster 62 van de periodieke btw-aangifte van het eerste kwartaal 2021). De administratie stelde echter vast dat conform de notariële akte van 29 september 2020 de btw op de verkoop van het vruchtgebruik 48.013,35 euro bedroeg (stuk 7 AD). Het verschil ten bedrage van 14.986,65 euro werd nagevorderd.
Volgens eiseres heeft de instrumenterende notaris een verkeerde verdeelsleutel toegepast in de notariële akte van 29 september 2020. De notaris werd verzocht een verbeterde notariële akte op te stellen. Ter zitting stelt eiseres dat ze op heden nog geen verbeterde akte heeft kunnen bekomen.
Bij gebrek aan het voorleggen van een verbeterde notariële akte kan enkel rekening gehouden worden met de verdeelsleutel zoals opgenomen in de notariële akte van 29 september 2020. De navordering van het bedrag van 14.986,65 euro is dan ook terecht.
4.4. Beroepsgebruik onroerend goed gelegen te ... ...
De administratie heeft het beroepsmatig gebruik van het onroerend goed gelegen te ..., ... bepaald op 6% van de bewoonbare oppervlakte. Hierbij werd een beroepsgebruik van 50% aanvaard voor de bureau en 25% voor de garage. De btw-aftrek voor een factuur voor inrichting van het bureel werd verworpen voor 50%, de btw-aftrek met betrekking tot het vruchtgebruik van de constructiewerken werd beperkt tot 6%.
De rechtbank stelt vast dat eiseres geen stukken bijbrengt waaruit een hoger beroepsmatig gebruik van het onroerend goed blijkt. De bewijslast ligt ook hier bij de belastingplichtige.
De administratie heeft op basis van de grondplannen en de vaststellingen ter plaatse het beroepsgebruik van het onroerend goed terecht bepaald op 6%, d.i. 50% voor de bureau en 25% voor de garage. De btw-aftrek werd derhalve terecht beperkt.
4.5. Diverse facturen
De administratie heeft verder de btw-aftrek van een factuur van V. van 20 februari 2019, die pas werd geboekt in 2020, verworpen wegens gebrek aan bewijs van beroepsmatig gebruik. De btw-aftrek van andere ingeboekte facturen (zie lijst proces-verbaal van 8 maart 2023 — stuk 1 AD) werd eveneens verworpen wegens het gebrek aan bewijs van het beroepsmatig karakter van de aankopen. Verder werd het recht op aftrek van de btw op aankoopfacturen met betrekking tot de woning beperkt tot 6% en werd het beroepsgebruik van de gsm en laptop beperkt tot het algemeen forfait van 75% bij gebrek aan concrete bewijzen van het beroepsgebruik.
Wat de btw-aftrek betreft op de aankoopfacturen m.b.t. de woning verwijst de rechtbank naar wat hiervoor reeds werd geoordeeld. De btw-aftrek werd terecht beperkt tot 6%. Wat de overige kosten betreft stelt de rechtbank vast dat eiseres geen stukken bijbrengt die aantonen dat er sprake is van hetzij een beroepsmatig gebruik, hetzij een hoger beroepsmatig gebruik dan weerhouden door de administratie.
De btw-aftrek werd m.b.t. deze kosten aldus terecht beperkt dan wel verworpen.
4.6. Btw-boete
Krachtens artikel 70, §1 en ibis WBTW en tabel H en tabel G, rubriek IV van de bijlage bij het KB nr. 41 van 30 januari 1987 werd een proportionele boete van 10% van het bedrag van de verkeerdelijk in aftrek gebrachte belasting opgelegd, zijnde in totaal 6.190,00 euro.
Niettegenstaande de btw-boete correct werd opgelegd conform de geldende wettelijke bepalingen is de rechtbank van oordeel dat er in huidige zaak omstandigheden zijn die een uitstel van tenuitvoerlegging van de boete rechtvaardigen. De rechtbank verwijst naar de goede trouw van eiseres, het gegeven dat niet blijkt dat eiseres in het verleden reeds inbreuken heeft begaan op de btw-regelgeving, het gegeven dat eiseres zich voor de aankoop en de verwerking van het vruchtgebruik in de boekhouding en in de aangiftes heeft laten bijstaan door externe adviseurs en de moeilijke (financiële) situatie van eiseres.
De rechtbank stelt evenwel vast dat het btw-wetboek niet de mogelijkheid biedt om de geldboete met uitstel op te leggen en dit ondanks het feit dat de wetgever reeds sinds 2008 op de hoogte is dat het invoeren in het fiscaal recht van strafsancties (artikel 6 EVRM) zonder de mogelijkheid uitstel toe te kennen, ongrondwettelijk is (GwH 6 november 2008, 157/2008; GwH 14 oktober 2021, 143/2021, www.const-court.be).
Het Hof van Cassatie oordeelde dat wanneer de wet niet in die mogelijkheid voorziet en indien de rechtbank van oordeel is dat uitstel moet worden verleend, de rechter de belastingplichtige het passende herstel dient te bieden door de toepassing van het artikel dat de sanctie oplegde te weigeren (bv. Cass. 12 januari 2018, F.16.0127.F, www.luportal.be).
De rechtbank heeft in deze zaak dan ook geen andere mogelijkheid dan artikel 70, §ibis WBTW buiten toepassing te laten, waardoor de geldboete in casu onwettig werd opgelegd en deze dient te worden vernietigd (zie Gent 19 september 2023, 2022/AR/767, Fisc. Koer. 2023/17, 434 e.v.; Luik 18 december 2020, 2016/RG/1334, www.taxwin.be).
5. Kosten van het geding
Aangezien partijen elk deels in het ongelijk werden gesteld, past het in toepassing van artikel 1017, lid 4 Ger.W. de kosten van het geding om te slaan, zodoende dat elke partij instaat voor de eigen kosten.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN
DE RECHTBANK
Rechtdoende op tegenspraak.
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.
Vernietigt de btw-vordering met schuldnummer 500.2681.02417, opgenomen in het innings-en invorderingsregister met nummer 202304NL019 op 24 april 2023 en uitvoerbaar verklaard op 26 april 2023 in de mate dat een geldboete wordt opgelegd van 6.190,00 euro.
Verklaart de btw-vordering voor het overige gegrond.
Beveelt de terugbetaling van de ten onrechte ingehouden dan wel betaalde bedragen, meer moratoriumintresten in toepassing van artikel 91 WBTW.
Slaat de kosten tussen partijen om bij toepassing van artikel 1017, lid 4 Ger. W., zodat elke partij instaat voor de eigen kosten.
Verklaart de bijdrage voor het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand, die werd gestort door eiseres, definitief verworven voor het fonds.
Dit vonnis werd uitgesproken op drieëntwintig januari tweeduizend zesentwintig in openbare zitting van de Kamer AFi1, die samengesteld was uit:
M.Declerck, rechter
N.Daneels, griffier
24/ 2921/A
Nota van de FOD Financiën
Referentie WF
WF 713-15-23/031815 - Finaliti 30955916/01
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.