Fiche van de FOD Financiën
Arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 15.05.2003
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het arrest
Tekst van de beslissing
Het HOF VAN BEROEP zitting houdend te ANTWERPEN VIJFDE KAMER rechtdoend in burgerlijke zaken heeft het volgend arrest gewezen :
Inzake : 2000/AR/1773
W. J., wonende te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Tongeren onder nr. …;
appellant
tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt d.d. 7 juni 2000
vertegenwoordigd door Mr. J. B. loco Mr. F. S., advocaat te …, …;
tegen :
De BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de rekenplichtige van het eerste BTW-ontvangkantoor te Hasselt, wiens burelen gevestigd zijn te 3500 Hasselt, Koning Boudewijnlaan 4;
geïntimeerde
vertegenwoordigd door Mr. P. B. loco Mr. P. V. d. S., advocaat te …, …;
1. De antecedenten en de vorderingen
Het voorwerp van het door appellant bij gerechtsdeurwaardersexploot d.d. 3.4.1991 tegen het door de ontvanger van het eerste BTW-ontvangkantoor te Hasselt op 20.2.1991 uitgevaardigd dwangbevel en de daaraan ten grondslag liggende feiten werden uiteengezet in een vonnis d.d. 4.11.1996 van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt, waarin o.m. een deskundigenonderzoek werd bevolen, in het op 20.4.1999 ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt neergelegd deskundigenverslag en in het bestreden eindvonnis d.d. 7.6.2000 van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt en dit hof verwijst daar naar.
De eerste rechter verklaarde het verzet enkel gegrond in zoverre het sloeg op de door de fiscus (geïntimeerde) gevorderde BTW op een beweerde meeromzet aan vleesbereidingen, terwijl het verzet tegen de door fiscus gevorderde BTW op de beweerde meeromzet aan vers vlees ongegrond verklaard werd.
Appellant, die bij een ter griffie van dit hof op 5.7.2000 neergelegd verzoekschrift hoger beroep instelde, besluit tot de volledige gegrondheid van zijn verzet, terwijl geïntimeerde besluit tot de ongegrondheid van het hoger beroep.
2. Beoordeling
De fiscus heeft de hoeveelheid beenderen niet willekeurig vastgesteld maar heeft zich daarvoor terecht gebaseerd op de opgave van deze hoeveelheden door de opkoper van deze beenderen (en slachtafval), de firma B.-V., die blijkens een proces-verbaal d.d. 6.12.1988 van geïntimeerde verklaarde : "De ophalingen bij de beenhouwers gebeuren tweemaal per week op vaste uren. De opgehaalde afvallen worden genoteerd in een boekje waarin elke klant van één bepaalde ronde staat vermeld. Bij elke ophaling wordt hieruit een bonnetje gescheurd met de opgehaalde gewichten. Tijdens de eerste week van de maand worden dan de facturen aan de hand van voornoemd boekje opgemaakt. De opgehaalde afvallen worden soms gewogen door de beenhouwer, soms geschat door de chauffeur. Bij de opgehaalde beenderen mogen volgens de verklaringen van de heer B. ook de andere afvallen, zoals vleesafval, gevoegd worden. Wat de opgehaalde beenderen betreft, verklaarde de heer B. dat wat de particuliere beenhouwers betreft een gemiddelde van 5 % vlees bij de beenderen zit en wat de warenhuizen betreft dit tot 10 % vlees kan gaan. Voornoemd percentage betreft wel een gemiddelde doch zou 20 % nooit overtreffen. Tevens werd nog opgemerkt dat deze geschatte gewichten door de chauffeurs vrij correct zijn en er geen 2 kg naast zijn".
Het door geïntimeerde neergelegd stuk 12 bevat de bladen uit voormeld boekje van de in 1984, 1985 en 1986 van appellante aangekochte beenderen en slachtafval.
Appellant diende de daarmee overeenstemmende aankoopborderellen zelf te bewaren in het register van de uitgaande facturen en heeft dit blijkbaar niet gedaan, nu zij na voormelde controle bij de firma B. enkel nog duplicaten van een deel van de overeenstemmende aankoopborderellen kon verkrijgen.
Nu appellant de door de firma B. in functie van de in voormeld boekje gepreciseerde gewichten aangerekende prijs voor "beenderen en slachtafval" steeds betaald heeft, volgt daaruit dat appellant ook akkoord is gegaan met deze vermelde gewichten die dan ook door geïntimeerde als vaststaande feiten aan appellant konden tegengeworpen worden.
Bij een door geïntimeerde in de beenhouwerij van appellant op 5.8.1988 en 10.8.1988 uitgevoerde controle, heeft geïntimeerde kunnen vaststellen dat er op 5.8.1988 in de bakken met beenderen geen vleesafval zat en dat op 10.8.1988 in deze bakken met beenderen slechts "een kleine hoeveelheid" vleesafval zat.
Tevens heeft geïntimeerde vastgesteld dat op de nadien door appellant meegedeelde duplicaten van aankoopborderellen (stukken 5 t.e.m. 53 van appellant) nooit enig slachtafval vermeld werd en dit niettegenstaande het feit dat op deze borderellen een onderscheid gemaakt wordt tussen "beenderen, vet en afval”.
Rekening houdend met voormelde verklaring van de firma B., besluit geïntimeerde dan ook terecht dat zij enkel "bij wijze van toegeving en om een minnelijke regeling mogelijk te maken de door de firma B. vermelde hoeveelheid beenderen in 1984, 1985 en 1986 met 20 % verminderd heeft, daar waar geïntimeerde zelfs op basis van de boekhoudingsstukken geen enkele vermindering in aanmerking diende te nemen".
Om deze en de door de eerste rechter uiteengezette redenen, die door appellant niet weerlegd en door dit hof overgenomen worden, heeft de eerste rechter het door appellant ingesteld verzet tegen de door geïntimeerde gevorderde BTW uit hoofde van de ingeroepen meeromzet aan vers vlees over de jaren 1984, 1985 en 1986 terecht ongegrond verklaard.
Appellant dient, gelet op zijn ongelijk, de kosten in hoger beroep te betalen.
Beschikkend gedeelte
OM DIE REDENEN,
HET HOF,
Recht doend op tegenspraak;
Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935;
Verklaart het hoger beroep ongegrond;
Veroordeelt appellant tot betaling van de kosten van hoger beroep, aan de zijde van geïntimeerde begroot op … EUR (rechtsplegingsvergoeding).
Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van vijftien mei tweeduizend en drie
waar aanwezig waren :
de heer E. H. Voorzitter
mevrouw A. W. Raadsheer
de heer E. L. Raadsheer
mevrouw G. V. Griffier.
G. V. E. L. A. W. E. H.
Lasten en bevelen dat alle daartoe gevorderde gerechtsdeurwaarders dit arrest ten uitvoer zullen leggen;
Dat onze procureurs-generaal en onze procureurs des Konings bij de rechtbanken van eerste aanleg daaraan de hand zullen houden en dat alle bevelhebbers en officieren van de openbare macht daartoe de sterke hand zullen bieden wanneer dit wettelijk van heb gevorderd wordt;
Ten blijke waarvan dit arrest is ondertekend en gezegeld met het zegel van het Hof.
Voor gelijkvormige expeditie afgeleverd aan Gerechtsdeurwaarder J. R., in opdracht van meester P. V. D. S., advocaat, die optreedt voor geïntimeerde.
Antwerpen, 03 juli 2003
V. A. M. Griffier
Door de FOD bijgevoegde beslissing
DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING
HOUDENDE TE HASSELT - ELFDE KAMER - HEEFT HET VOLGENDE
VONNIS UITGESPROKEN :
IN ZAKE A.R. nr. 91/855/A :
J. W., beenhouwer, ingeschreven in het handelsregister te … onder nummer …, wonende te …, …,
eiser, vertegenwoordigd door Mr. J. B. loco Mr. V., advocaat te …, …,
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Rekenplichtige van het Eerste BTW-ontvangkantoor te Hasselt, wiens burelen gevestigd zijn te 3500 Hasselt, Koning Boudewijnlaan 4,
verweerder, vertegenwoordigd door Mr. E. J. loco Mr. S., advocaat te …, …,
VOLGT HET VONNIS :
Gelet op :
- het vonnis dezer rechtbank van 4.11.1996, waarbij het verzet ontvankelijk werd verklaard en de heer L. V. C., belastingconsulent, als deskundige werd aangesteld;
- het verslag van de aangestelde deskundige, neergelegd ter griffie op 20.04.1999;
- de door partijen neergelegde besluiten en stukken;
De besluiten van deskundige V. C. kunnen grosso modo als volgt worden samengevat :
- het is onmogelijk de omzet van bereide gerechten enkel en alleen aan de hand van de plastieken kuipjes te berekenen; men kan onmogelijk bij benadering berekenen, rekening houdend met aankopen, begin- en eindvoorraad, met het aantal kuipjes dat werkelijk is verkocht, met de inhoud ervan en met de hoeveelheden;
- er kan wel een schatting van de omzet worden gemaakt aan de hand van bepaalde gegevens maar er kan niet worden gesteld dat de schatting juist is nu met een aantal hypotheses diende te worden gewerkt;
- desondanks kwam de gerechtsdeskundige aan omzetverhogingen van zeer precieze bedragen voor de jaren 1984, 1985 en 1986, zulks op basis van de aankoopborderellen verstrekt door de firma B.-V.;
- deze werkhypotheses spelen zeker niet in het nadeel van eiser.
Verweerder kan zich niet aansluiten bij de werkhypothese van de deskundige dat eiser gemiddeld vlees van 3de categorie aankocht, nu het om vlees van 1ste categorie zou hebben gehandeld, voortgaand op de in het proces-verbaal van 27.07.1999 bevonden gemiddelde aankoopprijzen bij eiser (stuk 5, bundel verweerder), in vergelijking met de bijlagen van het M.B. van 27 maart 1975. Verweerder houdt zich aan de vleesomzetten zoals berekend in het proces-verbaal van 27.07.1990.
De rechtbank sprak zich in het tussenvonnis reeds uit omtrent de juistheid der in aanmerking genomen gewichten.
Eiser stelt in conclusie dat daaruit niet kan worden afgeleid hoeveel percent van het gewicht vermeld op de borderellen betrekking heeft op zogenaamde versnijdingsbeenderen, waarbij hij met name de verhouding afvallen/beenderen op de korrel neemt.
De diverse processen-verbaal van de BTW-Administratie (stukken 1, 5 en 9 van verweerder) gelden tot bewijs van het tegendeel (art. 59, § 1 in fine Wetboek BTW), althans wat betreft de weergave van door de verbalisant zelf gedane vaststellingen.
De rechtbank heeft reeds in tussenvonnis geoordeeld dat zulks alvast niet gold voor de 'elementen van berekening' in het proces-verbaal van 27.07.1990 die betrekking hebben op :
- aangekochte plastieken kuipjes, die weliswaar op zich worden geacht te worden aangewend voor beroepsdoeleinden (onder aftrek zoals weerhouden in het proces-verbaal), maar waarvan de gemiddelde vulling bij verkoop niet vastlag, nu dit laatste niet als bewijskrachtige vaststelling kon gelden (stuk 5, bundel verweerder, punt C .1 op tiende blad);
- gewichtsverdeling beenderen 80 %-afvallen 20 % , nu zulks evenmin als bewijskrachtige vaststelling kon gelden (stuk 5, bundel verweerder, punt C.4 op elfde blad).
Het verslag van de gerechtsdeskundige brengt geen uitsluitsel omtrent de omzet via plastieken kuipjes voor wat betreft de bereidingen en komt evenmin dienstig voor wat betreft de omzetverhogingen (omzetberekeningen) inzake eigenlijke vleesverkopen. Op dit punt sluit de gerechtsdeskundige zich alvast wel aan bij de verdeling 80/20 (verslag blz. 11 bovenaan en blz. 16) en de rechtbank ziet geen reden om van deze verdeelsleutel af te wijken.
De gerechtsdeskundige geeft echter geen objectief element aan waarop hij zich steunt om aan te nemen (verslag blz. 7) dat eiser rundsvlees kocht van categorie 3 (gemiddelde kwaliteit).
Terecht werpt verweerder in conclusie op dat in het proces-verbaal van 27. 07. 1990 reeds van de gemiddelde aankoopprijzen per kg rundsvlees in de betrokken periode 1984-1985-1986 werd uitgegaan (proces-verbaal, punt 6 op blz. 11). Deze gemiddelde aankoopprijzen vallen onder de bewijskracht van het proces-verbaal nu zij vaststellingen van de verbalisant vormen.
Samenvattend : verweerder heeft zijn bewijslast niet ingevuld wat betreft de 'verkopen van bereidingen' (zie stuk 5, bundel verweerder, 12de, 13de en 14de blad), maar wel wat betreft de 'verkopen van vlees' (zie stuk 5 bundel verweerder, 15de t/m 19de blad).
De 'correcties betreffende de berekeningsbladen' die zijn opgenomen op de bladen 19 t/m 21 van het proces-verbaal worden op zich door eiser niet in vraag gesteld, laat staan betwist.
Het dwangbevel van verweerder dd. 20.02.1991 (ref. Reg.127/14882), zoals neergelegd als stuk 6 van verweerder, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de Gewestelijk Directeur op 13.03.1991, behoudt alzo slechts gelding in de mate dat het betrekking heeft op verkoop van vlees, onder toepassing van daarop betrekking hebbende correcties, zulks conform de gegevens van het proces-verbaal van 27.07.1990.
Voor het overige is het dwangbevel onwettig.
De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.
OM DEZE REDENEN :
De rechtbank, rechtdoende op tegenspraak;
Verklaart de vordering deels gegrond.
Verklaart het dwangbevel dd. 20.02.1991 (ref. Reg.127/14882), geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de Gewestelijk Directeur der Directe Belastingen BTW, Registratie en Domeinen Hasselt op 13.03.1991, onwettig in de mate dat het, onder toepassing van correcties betreffende de berekeningsbladen, betrekking heeft op de verkoop van bereidingen en verbiedt in die mate de uitvoering van voormeld dwangbevel van de Ontvanger van de BTW Hasselt 1, zulks in hoofdsom, intresten, geldboete en intresten, en proportionele vervolgingskosten.
Wijst eiser af van het meergevorderde.
Veroordeelt elk der partijen tot de helft der gerechtskosten, deze aan de zijde van eiser in syntheseconclusie niet begroot, en aan de zijde van verweerder in conclusie na tussenvonnis eveneens niet begroot.
Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de elfde kamer, op het gerechtshof te Hasselt, op 7 JUNI 2000.
alwaar zetelden :
De Heer E. S., rechter,
Mevrouw B. G., e.a. adjunct-griffier.
B. G. E.S.
Lasten en bevelen dat alle daartoe gevorderde gerechtsdeurwaarders dit vonnis, deze beschikking ten uitvoer zullen leggen;
Dat Onze procureurs-generaal en Onze procureurs des Konings bij de rechtbanken van eerste aanleg daaraan de hand zullen houden en dat alle bevelhebbers en officieren van de openbare macht daartoe de sterke hand zullen bieden wanneer dit wettelijk van hen gevorderd wordt;
Ten blijke waarvan dit vonnis, deze beschikking is ondertekend en gezegeld met het zegel van de rechtbank.
VOOR EENSLUIDENDE UITGIFTE, afgeleverd aan verweerder.
Hasselt, 3 FEBRUARI 2004
De Hoofdgriffier,
L. B.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.