Dwangbevel, Visum en uitvoerbaarverklaring, Gewestelijke directeur, Plaatsvervanging · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van Cassatie F.12.0158.N 20 maart 2014

Zoeken

Dwangbevel, Visum en uitvoerbaarverklaring, Gewestelijke directeur, Plaatsvervanging

https://juriel.be/nl/rechtspraak/dwangbevel-visum-uitvoerbaarverklaring-gewestelijke-directeur-cassatie-brussel-2014-03-20-4982

Rechtscollege
Hof van Cassatie
Rolnummer
F.12.0158.N
Datum
20 maart 2014

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Strekking volgens de FOD
gunstig voor de Belgische Staat

Tekst

43 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van Cassatie dd. 20.03.2014 (F.12.0158.N)

Dwangbevel - Visum en uitvoerbaarverklaring - Gewestelijke directeur - Plaatsvervanging

Samenvatting

Plaatsvervanging doet zich voor wanneer een ambtenaar de bevoegdheid van een andere ambtenaar tijdelijk uitoefent omdat de ambtenaar aan wie de bevoegdheid is toegewezen, verhinderd of afwezig is; plaatsvervanging dient te worden onderscheiden van delegatie van bevoegdheid door de gewestelijke directeur aan de door hem aangewezen ambtenaren op grond van artikel 85, §1, eerste lid, btw-wetboek.

Arrest van het Hof van Cassatie dd. 20.03.2014

F.12.0158.N

Volledige tekst

Tekst van de beslissing

Nr. F.12.0158.N

S. I.-E. bvba, met zetel te …,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. B. M., advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, …, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de eerstaanwezend inspecteur van het vijfde btw-ontvangkantoor te Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4, bus 4,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. W. v. E., advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te …, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 28 februari 2012.

Raadsheer B. D. heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal D. T. heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 85, § 1, eerste lid, Btw-Wetboek wordt bij gebreke van voldoening van de belasting, interesten, administratieve geldboeten en toebehoren door de met de invordering belaste ambtenaar een dwangbevel uitgevaardigd. Dit wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de gewestelijke directeur van de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domei-nen of door de door hem aangewezen ambtenaar en, in de gevallen bepaald door de Koning, door de gewestelijke directeur van de administratie der douane en ac-cijnzen of door de door hem aangewezen ambtenaar.

2. Wanneer de wet de bevoegdheid om een dwangbevel te viseren en uitvoer-baar te verklaren, verleent aan de gewestelijke directeur van de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, wordt hiermee de functie en niet de persoon bedoeld.

3. Plaatsvervanging doet zich voor wanneer een ambtenaar de bevoegdheid van een andere ambtenaar tijdelijk uitoefent omdat de ambtenaar aan wie de be-voegdheid is toegewezen, verhinderd of afwezig is.

Het principe van de continuïteit van de openbare dienst brengt mee dat ingeval van verhindering of afwezigheid van de titularis van het ambt, een ambtenaar van een andere rang de gewestelijke directeur als plaatsvervanger kan vervangen.

Plaatsvervanging dient te worden onderscheiden van delegatie van bevoegdheid door de gewestelijke directeur aan de door hem aangewezen ambtenaren op grond van artikel 85, § 1, eerste lid, Btw-wetboek.

4. De vermelding dat een ambtenaar optreedt als waarnemend gewestelijke di-recteur houdt in dat hij handelt wegens de verhindering of afwezigheid van de ti-tularis van de functie, behoudens bewijs van het tegendeel.

5. De eiseres betwistte in haar appelconclusie dat J. D. de bevoegdheid had om het dwangbevel lastens de eiseres te viseren en uitvoerbaar te verklaren.

De appelrechters stellen vast dat het dwangbevel werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard door J. D., waarnemend gewestelijke directeur van de administratie van btw, registratie en domeinen te Antwerpen.

Zij oordelen dat:

- het dwangbevel, om geldig te zijn, geviseerd en uitvoerbaar moet worden ver-klaard door de ambtenaar die op het ogenblik dat hij optreedt, daadwerkelijk de functie van gewestelijke directeur uitoefent of die daartoe door de gewestelijke directeur werd aangewezen;

- uit geen enkele wettelijke bepaling volgt dat dit moet blijken uit een apart do-cument of dat daaromtrent bijkomende stukken moeten worden voorgelegd;

- het kwestieuze dwangbevel voldoet aan de voorwaarden dat het de naam en voornaam, administratieve standplaats, datum, visum en uitvoerbaarverklaring van de gewestelijke directeur die viseert en uitvoerbaar verklaart, moet bevat-ten;

- de eiseres niet aantoont dat de uitvoerbaarverklaring onwettig zou zijn.

Door aldus te oordelen, verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht.

Beschikkend gedeelte

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 188,50 euro en voor de verweerder op 188,49 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit raadsheer …

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 853 voorkomens

Vergelijkbare beslissingen

8