Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 21.01.2010
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT - ZESDE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 21 JANUARI 2010
Algemene rol nummer: 07/234/A
In de zaak van :
NV R. B&L. in vereffening, thans met maatschappelijke zetel te …, …, voorheen met maatschappelijke zetel te …, …, met BTW nr. BE … en ondernemingsnummer …;
eiseres,
hebbende als raad mter. J. V. B., advocaat, met kantoor te …, …;
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het 2de BTW-ontvangkantoor te Gent, diens kantoren gevestigd zijn te 9050 Ledeberg, Gaston Crommenlaan 6, blok B -bus 108.
verweerder,
hebbende als raad mter. M. P., advocaat te …, …;
vonnist de rechtbank als volgt :
1. RECHTSPLEGING
De partijen werden gehoord op de openbare terechtzitting van 29 oktober 2009, waarna het debat werd gesloten en de zaak in beraad werd genomen. Het dossier van de rechtspleging werd ingezien, in het bijzonder het geding inleidende verzoekschrift van 16 januari 2007 en de conclusies van de partijen.
2. DE VORDERING
2.1.
De eiseres verhaalt zich tegen het dwangbevel, opgemaakt op 24 november 2006 lastens de eiseres door P. R., Eerstaanwezend inspecteur, a.i. ontvanger van het 2de BTW-Ontvangkantoor te 9050 Gent; geviseerd en uitvoerbaar verklaard door T. P., Eerstaanwezend inspecteur van de BTW-controle te Deinze, aangewezen door de gewestelijke directeur van de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen te Gent d.d. 27 november 2006; betekend aan de eiseres op 13 december 2006.
De vordering van de eiseres luidt als volgt :
"IN HOOFDORDE :
Te horen zeggen voor recht dat het verzet van [de eiseres] tegen het dwangbevel, betekend aan [de eiseres] d.d. 13 december 2006, ontvankelijk en gegrond is;
Te zeggen voor recht dat op de uitgevoerde 'meewerken' slechts 6 % BTW verschuldigd is;
Te horen verklaren dat het dwangbevel uitgevaardigd op 24 november 2006 lastens [de eiseres] nietig is en dat [de eiseres] de erin gevorderde bedragen niet verschuldigd is;
Bijgevolg verweerders te horen veroordelen tot terugbetaling van alle in uitvoering van voormeld dwangbevel betaalde of nog te betalen sommen, vermeerderd met interesten conform art. 91, § 4 W.BTW.
IN ONDERGESCHIKTE ORDE :
Voor zover de rechtbank zou oordelen dat de nietigheid van het voornoemde dwangbevel het gevolg is van het feit dat het in casu gaat om een van BTW vrijgestelde levering, tevens de teruggave te bevelen van de BTW ad … EUR die op de renovatiewerken werd geheven, bedrag te verhogen met de moratoire interesten vanaf de dag van betaling en de met de in het BTW-wetboek voorziene interesten conform art. 91, § 4 W.BTW vanaf het ogenblik van de neerlegging van het verzoekschrift ter griffie op 16 januari 2007.
IN VERDER ONDERGESCHIKTE ORDE :
Minstens te zeggen voor recht dat de geldboete voor een bedrag van … EUR niet verschuldigd is.
Verweerders te horen veroordelen tot de kosten van het geding, met inbegrip van de basisrechtsplegingsvergoeding ten belope van … EUR.
“
3. FEITEN EN GESCHIL
3.1.
De eiseres, zijnde de NV R. B&L in vereffening, werd opgericht bij akte verleden voor notaris E. V. D. B. op 19 maart 1997. De eiseres heeft als doel "alle soorten onderhouds-, herstellings- en renovatiewerken aan onroerende goederen aan te nemen en/of uit voeren".
Bij akte verleden voor notaris P. V. op 11 januari 2001 werd de eigendom van in het totaal dertig appartementen gelegen in een appartementsgebouw genaamd "R. T." aan de eiseres overgedragen. Deze appartementen waren gelegen te …, …. Voor de verwerving van deze eigendommen betaalde de eiseres … BEF (… EUR). Daarbovenop betaalde zij 5 % registratierechten.
De eiseres licht toe dat op het moment van de eigendomsoverdracht, de onroerende goederen reeds meer dan dertig jaar oud waren. Binnen het kader van haar maatschappelijk doel, heeft de eiseres zich voorgenomen aan het voornoemde onroerend goed belangrijke herstellings- en renovatiewerken uit te voeren, met het oog op wederverkoop van de appartementen.
De eiseres zet uiteen dat zij, teneinde elke betwisting terzake uit te sluiten, aan de fiscale administratie de vraag stelde welk BTW-tarief toepasselijk was op de geplande werken aan de voormelde onroerende goederen. Bij schrijven van 20 december 2002 deelde de heer K. V. R., Eerstaanwezend Inspecteur a.i. bij de administratie van de BTW, registratie en domeinen, sector BTW, controle BTW Deinze, aan de eiseres het volgende mee :
"Voor zover de aan het oude gebouw verrichte werken geen ingrijpende wijzigingen in de wezenlijke elementen van dat gebouw teweegbrengen en de eindbestemming ervan particuliere bewoning betreft kunnen de renovatiewerken bij toepassing van rubriek XXXI van tabel A van de bijlage van het KB nr. 20 van 20 juli 1970 inzake tarieven onderworpen worden aan het verlaagde tarief van 6 %."
De werken werden aangevat op 4 maart 2002.
Op 24 november 2005 werd bij de eiseres door de diensten van de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit een controle aangevangen in verband met de BTW-wetgeving en reglementering met betrekking tot de jaren 2003 en 2004, later uitgebreid met het jaar 2005.
Bij die controle werd onder meer vastgesteld dat de eiseres tijdens de gecontroleerde periode appartementen, gelegen te …, …. heeft verkocht met toepassing van BTW. Volgens de administratie werden daarbij zowel qua maatstaf van heffing als qua BTW-tarief de BTW-wetgeving en reglementering niet correct heeft toegepast. Volgens de administratie heeft de eiseres als BTW-plichtige beoogd in artikel 12, § 2 van het BTW-Wetboek en binnen de termijn voorzien in artikel 44, § 3, 1° W.BTW als nieuwbouw aan te merken appartementen geleverd waarop ten onrechte niet het BTW-tarief van 21 %. werd toegepast.
De vastgestelde onregelmatigheden werden opgenomen In een correctieopgave die aan de eiseres werd overgemaakt.
In een schrijven van 28 juli 2006 heeft de eiseres zich niet akkoord verklaard met het standpunt van de administratie met betrekking tot de verschuldigde BTW inzake de verkoop van appartementen.
Ingevolge het niet-akkoord werden de vastgestelde onregelmatigheden in een proces-verbaal van 4 oktober 2006 opgenomen en werd een éénsluidend verklaard afschrift ervan aan de eiseres toegezonden.
Volgens dit proces-verbaal zou de eiseres verschuldigd zou zijn :
- BTW : … EUR;
- fiscale geldboete … EUR;
- interesten op verschuldigde belasting vanaf 21 januari 2006;
Bij een schrijven van 31 oktober 2006 heeft de eiseres haar niet-akkoord bevestigd en haar standpunt opnieuw uiteengezet.
Bij brief d.d. 17 november 2006 heeft de administratie aan de eiseres medegedeeld dat zij bij haar eerder ingenomen standpunt blijft.
Op 24 november 2006 werd op grond van artikel 85 BTW-wetboek door de eerstaanwezend inspecteur van het 2de BTW-ontvangkantoor van Gent een dwangbevel uitgevaardigd dat op 27 november 2006 door de bevoegde eerstaanwezend inspecteur geviseerd en uitvoerbaar werd verklaard en op 13 december 2006 bij deurwaardersexploot aan de eiseres werd betekend.
Bij verzoekschrift op tegenspraak overeenkomstig artikel 1385decies Ger. W. d.d. 16 januari 2007, heeft de eiseres zich verzet tegen voormeld dwangbevel inzake BTW en de huidige procedure ingesteld.
3.2.
Ter discussie staat aldus het toepasselijke BTW-tarief, zijnde hetzij 6, hetzij 21 %.
3.3. De grieven van de eiseres (samengevat)
De eiseres werpt vooreerst de schending op door de administratie van de beginselen van behoorlijk bestuur omdat de administratie impliciet, doch zeker heeft laten verstaan, dat indien er geen ingrijpende wijzigingen gebeuren, het verlaagd tarief toepasselijk is op de gerenoveerde opstallen en het verbouwd gebouw niet kan worden beschouwd als een nieuwbouw, waarvan de levering valt onder de BTW-regeling.
Volgens de eiseres draagt de administratie de bewijslast van het toepasselijke tarief, hetgeen de administratie zou nalaten. Er vindt volgens de eiseres geen levering plaats, doch wel een doorfacturatie van een dienst. Artikel 44, § 3, 1° W.BTW, dat in een vrijstelling van de BTW voorzien, is volgens de eiseres enkel van toepassing op nieuwe gebouwen. Er werden volgens de eiseres geen afgewerkte nieuwbouwappartementen verkocht. Volgens de eiseres geeft de administratie een eigen invulling aan het begrip gebouw van artikel 44 W.BTW en tracht een extra categorie van gebouwen onder de toepassing van de BTW te brengen. Het verbouwd oud gebouw kan niet worden aangemerkt als een nieuw gebouw in de zin van de circulaire d.d. 6 december 2002. De verbouwingen hebben geen wijzigingen aan de wezenlijke elementen van het gebouw tot stand gebracht. Daar waar de administratie aanvaardde dat de aan de eiseres als tussenpersoon geleverde verbouwingswerken werden gefactureerd met toepassing van het BTW-tarief van 6 %, komt het volgens de eiseres zeer bevreemdend over dat de zelfde diensten naderhand aanleiding zouden hebben gegeven tot de levering van een 'nieuw' gebouw.
Aangezien het in casu op basis van de doorgevoerde werken, het zeer eenvoudig was vast te stellen dat het gebouw geen ingrijpende wijziging in haar wezenlijke elementen had ondergaan, dient volgens de eiseres in zijn geheel geen beroep gedaan te worden op de zogenaamde 60 %-regel, zoals voorzien in het 'derde geval' van de circulaire d.d. 6 december 2002. Deze 60 %-regel houdt bovendien volgens de eiseres geen verband met de tarifering van deze handelingen, is bovendien "contra legem" en voegt een voorwaarde toe aan de wet. Administratieve richtlijnen hebben volgens de eiseres geen bindende waarde.
De eiseres geeft vervolgens een uiteenzetting van de feitelijke werken die hebben plaatsgevonden en argumenteert mede aan de hand van rechtspraak dat alle voorwaarden voor de toepassing van het tarief van 6 % vervuld zijn.
De eiseres stelt tenslotte dat er in casu sprake is van een doorfacturatie van werken in onroerende staat, waarbij zij dient te worden beschouwd als een tussenpersoon in de zin van artikel 20 W.BTW. Er werd volgens de eiseres een gemende overeenkomst tot stand gebracht, met name een verkoop van oude appartementen en een aannemingsovereenkomst voor de renovatie ervan.
Indien de rechtbank zou oordelen dat er sprake is van een levering van een gebouw, dan wenst de eiseres de rechtbank er attent op te maken dat levering in casu samenhangt met de uitvoering van één of meer dienstverrichtingen met betrekking tot een werk in onroerende staat, hetgeen wordt bekrachtigd door het in artikel 64, § 4 W.BTW neergelegde wettelijk vermoeden.
Ook de meerwerken na de verkoop worden volgens de eiseres ten onrechte onder de toepassing gesteld van het tarief van 21 %.
Ondergeschikt is de eiseres van oordeel dat de opgelegde verminderde geldboete van 10 % een strafsanctie is, die gelet op de principiële aard van het geschil niet van toepassing kan zijn.
3.4. De argumenten van de fiscale administratie (samengevat).
De administratie laat gelden dat de eiseres ten onrechte verwijst naar een brief van 20 december 2002 van de controle Deinze die enkel betrekking op de renovatiewerken die de eiseres wenste uit te voeren en geen uitstaans heeft met het BTW-tarief dat van toepassing zou zijn bij de verkoop van de betrokken appartementen.
Volgens de administratie heeft de eiseres bij de verkoop van de appartementen geprobeerd om de toepassing van een BTW-tarief van 21 %. te omzeilen, door de verkoop van de appartementen naar de administratie toe voor te stellen als twee goed te onderscheiden handelingen, enerzijds een verkoop van oude appartementen samen met de grond onderworpen aan het registratierecht en anderzijds de renovatiewerken als dienstprestatie ( BTW-tarief 6 %).
De administratie is van oordeel dat volgens de verkoopcontracten en de desbetreffende notariële akten de appartementen werden verkocht inclusief de renovatiewerken en er derhalve van aannemingscontracten geen sprake is. Dientengevolge is dan ook volgens de administratie op de nieuwbouwappartementen een BTW-tarief van 21 % verschuldigd.
De administratie verduidelijkt dat het appartementsgebouw in 2001 door de eiseres aangekocht voor de prijs van … BEF (… EUR), grond inbegrepen. Na renovatie werden de appartementen gedurende de jaren 2003 tot en met 2005 verkocht voor een totale verkoopprijs van … BEF, zijnde … EUR grondwaarde + niet-gerenoveerde opstallen en … EUR voor de constructies. Volgens de Administratie van het Kadaster mag de grondwaarde geraamd worden op 1.200 EUR/m2, zijnde in totaal 1.200 x 635 m2 = … EUR. De normale waarde van de gebouwen vóór de door belastingplichtige of voor diens rekening uitgevoerde renovatiewerken bedraagt derhalve : … EUR (… BEF) - … EUR = … EUR. Dit houdt naar het oordeel van de administratie is dat de kostprijs, exclusief BTW, van de uitgevoerde werken aan het appartementsgebouw door de eiseres of door derden voor haar rekening bij de voltooiing ervan meer dan 90 % bedraagt van de verkoopwaarde van het gebouw waaraan de werken werden uitgevoerd, de grond buiten beschouwing gelaten. Gelet op de aard van de uitgevoerde werken en de belangrijkheid ervan is het volgens de administratie duidelijk dat sprake is van de situatie bedoeld in het "derde geval" zoals beschreven in de BTW-handleiding onder nr. 152/2, zijnde de "60 %-regel". De administratie erkent dat geen ingrijpende wijzigingen in de wezenlijke elementen van het gebouw werden aangebracht, anders zou immers het 'eerste geval' van toepassing zijn zoals bedoeld onder nr. 125/2 van de BTW-handleiding en zouden de bepalingen van het derde geval geen reden van bestaan hebben.
4. BEOORDELING
4.1.
Artikel 44, § 3, 1° W.BTW bepaalt dat van de belastingen zijn vrijgesteld :
"de volgende handelingen :
a) de levering van uit hun aard onroerende goederen, wordt evenwel uitgesloten de levering van een gebouw, wanneer ze wordt verricht uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van dat gebouw, door :
- hetzij een in artikel 12, § 2, beoogde belastingplichtige die het betreffende gebouw heeft opgericht of heeft laten oprichten of met voldoening van de belasting heeft verkregen;
- hetzij een belastingplichtige waarvan de economische activiteit niet bestaat in de geregelde verkoop van gebouwen met voldoening van de belasting, wanneer hij op de door de Koning te bepalen wijze kennis heeft gegeven van zijn bedoeling het gebouw dat hij heeft opgericht of heeft laten oprichten of met voldoening van de belasting heeft verkregen te vervreemden met voldoening van de belasting;
- hetzij een in artikel 8, § 1, beoogde belastingplichtige;"
4.2.
Terecht merkt de administratie op dat de BTW-wetgeving niet nader omschrijft wat moet worden verstaan onder een nieuw gebouw.
Uit de rechtspraak en zoals door de beide partijen terecht wordt aangegeven, blijkt dat zich in essentie de vraag stelt welke feitelijke verbouwingswerken aan het gebouw werden uitgevoerd en of deze al dan niet dermate ingrijpend en essentieel waren zodat deze werken in werkelijkheid hebben geleid tot de totstandkoming van een nieuw gebouw. De discussie betreft in casu een feitelijke appreciatie.
4.3.
In haar synthesebesluiten geeft de eiseres een overzicht van de aan het appartementsgebouw uitgevoerde werken. Dit overzicht wordt door de administratie niet betwist. Aan het appartementsgebouw werden de volgende werken uitgevoerd :
"Volgens de korte technische beschrijving van de werken, werden aan de algemene delen van het gebouw inzonderheid volgende werken uitgevoerd onder de noemer "de afwerking van het gebouw”:
1. Gevels
Aan de gevels werd het beton hersteld waar nodig, waarna volkern gevelbekledingsplaten werden aangebracht; de achtergevel werd voorzien van een gevelbepleistering.
2. Blauwe hardsteen
Aan de inkom van de appartementen en de ramen van de achtergevel werd blauwe hardsteen aangebracht.
3. Isolatie
De gevels werden geïsoleerd door de uitvoering van spouwmuren, het glaswerk door dubbel glas en de dek- of chapevloeren werden voorzien van een akoestische isolatie.
4. Buitenschrijnwerken
De buitenschrijnwerken werden voorzien in aluminium; er werd dubbel glas voorzien.
5. Dak
De dakplaat werd volledig geïsoleerd waarna nieuwe roofing werd geplaatst.
6. Lift
Er werd een volledig nieuwe elektrische liftinstallatie geplaatst.
7. Elektriciteit
De elektriciteit werd volledig vernieuwd.
8. Gemeenschap
- Er werden nieuwe vloeren met bijhorende plinten voorzien voor alle gemeenschappelijke ruimten, eveneens voor de berging en de kelderruimte. De traptreden en tegentreden worden afgewerkt met vloertegels zoals in de gemeenschappelijke ruimtes.
- De balustrades van de gaanderij worden uitgevoerd in een stalen geraamte met panelen, in veiligheidsglas. Deze aan de trappen zijn voorzien in een metalen buizenrooster.
In de technische beschrijving van de werken, wordt vervolgens 'de afwerking van de appartementen' besproken :
1. Binnenmuren
De binnenmuren werden voorzien in speciale gipsblokken die beantwoorden aan de actuele bouwvereisten
2. Pleisterwerken - afwerking van de muren
Alle muren en plafonds werden bepleisterd, uitgezonderd de Isomur muren en de plafonds van de kelders.
3. Elektriciteit, gas, water
Alle appartementen werden voorzien van een afzonderlijke electriciteits-, verwarmings-, water- en gasnet met individuele tellers.
4. Verwarming
Gaswandketel wordt voorzien en plaatstaal radiatoren.
5. Sanitaire installatie
Leveren en plaatsen van sanitaire toevoer en afvoerleidingen wordt voorzien, tevens het plaatsen van nieuwe sanitaire toestellen.
6. Vloeren
De vloeren werden voorzien van een geluidsdempende en een thermische isolatie onder de chape.
Op die chape wordt in de inkomhall, de WC, living, keuken, berging en de badkamer vloertegels gelijmd.
7. Muurbekleding
In de badkamer werden faiencetegels geplaatst.
8. Venstertabletten
Ramen die niet tot aan de grond komen worden uitgerust met nieuwe venstertabletten.
9. Schrijnwerk
De binnendeuren van de appartementen zijn vlakke deuren om te schilderen.
10. Luchtverversing
Luchtverversing werd voorzien waar nodig.
11. Buitendeurluidspreker en deuropener
12. Radio en TV-voorziening
In ieder appartement is een TV- en telefoonvoorziening aanwezig.
13. Keuken
Er werd een nieuwe keuken voorzien ter waarde van … EUR.
14. Kelders
Nieuwe kelderdeuren werden voorzien.
15. Aansluitingskosten
Definitieve aansluitingen van water, elektriciteit, gas, telefoon, kabel-TV en riolering zijn ten laste van de koper.
De kosten ten laste van de gemeenschap worden verdeeld over de verschillende medeeigenaars."
Er werden geen bijkomende appartementen in het bestaand appartementsgebouw toegevoegd. Het bestaande gebouw werd niet afgebroken of heropgebouwd. De bestaande structuur van het appartementsgebouw werd volledig gerespecteerd.
Deze gegevens worden door de administratie niet betwist.
De overeenkomsten waarbij de appartementen werden overgedragen, werden volgens hetzelfde model opgemaakt. De te factureren prijs werd als volgt opgesplitst :
- waarde van de grond + niet-gerenoveerde opstallen (onderworpen aan registratierechten)
- constructies (onderworpen aan de BTW)
4.4.
De administratie beroept zich op haar BTW-handleiding, meer in het bijzonder op het derde geval, zoals omschreven in het nummer 152/2 van de handleiding :
"Derde geval. Gelet op het feit dat, wanneer de uitgevoerde werken van die aard zijn dat ze een belangrijke wijziging aan het gebouw met zich brengen, het meestal moeilijk is te bepalen of het gebouw een ingrijpende wijziging in zijn wezenlijke elementen heeft ondergaan, zoals bedoeld in het bovengenoemde eerste geval, kan evenwel worden aanvaard dat het gaat om een nieuw gebouw wanneer de kostprijs, exclusief BTW, van de door de eigenaar of door derden voor zijn rekening uitgevoerde werken aan het gebouw zelf, ten minste 60 % bereikt van de verkoopwaarde van het gebouw waaraan de werken werden uitgevoerd, de grond buiten beschouwing gelaten, op het tijdstip van de voltooiing van die werken.
4.5.
De rechtbank kan dit standpunt van de administratie echter niet zonder meer bijtreden. Deze 60 %-regel wordt niet ondersteund door een wetsbepaling.
De hoger nader omschreven renovatiewerken, alsmede de kostprijs ervan, laten er geen twijfel over bestaan dat de renovatie zeer ingrijpend was. De kostprijs van de werken kan weliswaar een relevante indicatie vormen omtrent de aard en de omvang van de uitgevoerde werken, doch kan niet als uitsluitend en beslissend criterium gelden om al dan niet te besluiten of de renovatie al dan niet heeft geleid tot de oprichting van een nieuw gebouw.
De administratie laat zich in casu enkel leiden door het kwantitatief criterium van de kostprijs van de verbouwingswerken, zonder rekening te houden met de concrete aard van de werken.
De administratie betwist niet dat de wezenlijke elementen van het gebouw niet werden gewijzigd. De funderingen, de dragende muren, de buitenmuren, de bestaande structuren en de raamopeningen werden niet gewijzigd. Uit de hoger omschreven werken, blijkt naar het oordeel van de rechtbank voldoende duidelijk dat de werken erop gericht waren het gebouw te moderniseren en aan te passen aan de actuele vereisten van residentiele appartementen.
4.6.
De rechtbank is van oordeel dat er geen redenen zijn om de overeenkomsten, waarbij de eiseres de appartementen heeft overgedragen, te herkwalificeren. Deze overeenkomsten betreffen gemengde overeenkomsten. Enerzijds hadden de zij de bedoeling een overdracht ('verkoop') te bewerkstelligen van de grond en de·niet gerenoveerde constructies. Anderzijds werden afspraken gemaakt omtrent de aannemingswerken die aan de bestaande niet gerenoveerde constructies werden verricht en welke onder het toepassingsgebied vallen van de Wet Breyne.
4.7.
De eiseres heeft naar voldoening van recht aangetoond dat de voorwaarden van artikel 1 en rubriek XXXI van de bijhorende tabel A van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 vervuld zijn voor de toepassing van het verlaagd BTW-tarief van 6 %.
4.8.
Op grond van dezelfde overwegingen werden de meerwerken eveneens ten onrechte onderworpen aan het BTW-tarief van 21 %.
De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de eiseres gegrond is en het dwangbevel in zijn geheel dient te worden nietig verklaard.
4.9.
De eiseres wordt in het gelijkgesteld. De vordering is waardeerbaar in de schijf van 250.000,01 tot 500.000 EUR. Er zijn geen redenen om af te wijken van het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding.
Beschikkend gedeelte
OP DIE GRONDEN,
DE RECHTBANK, rechtdoende op tegenspraak,
Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.
Alle andere en strijdige conclusies afwijzend.
Verklaart de hoofdvordering van de eiseres ontvankelijk en gegrond.
Verklaart het dwangbevel opgemaakt op 24 november 2006 lastens de eiseres door P. R., Eerstaanwezend inspecteur, a.i. ontvanger van het 2de BTW-Ontvangkantoor te 9050 Gent; geviseerd en uitvoerbaar verklaard door T. P., Eerstaanwezend inspecteur van de BTW-controle te Deinze, aangewezen door de gewestelijke directeur van de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen te Gent d.d. 27 november 2006, betekend aan de eiseres op 13 december 2006, nietig, alsmede het bijhorende proces-verbaal d.d. 4 oktober 2006. Zegt voor recht dat de eiseres de erin gevorderde bedragen niet verschuldigd is, alsmede dat op de uitgevoerde 'meewerken' slechts 6 % BTW verschuldigd is.
Veroordeelt de verweerder tot de terugbetaling van alle in uitvoering van voormeld dwangbevel geïnde, betaalde of nog te betalen sommen, vermeerderd met interesten conform artikel 91, 4° W.BTW.
Veroordeelt de verweerder tot de kosten van het geding.
Begroot deze als volgt:
- aan de zijde van de eiseres : de rechtsplegingsvergoeding : … EUR;
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op éénentwintig januari tweeduizend en tien, waar aanwezig waren :
de heer S. R., rechter, voorzitter van deze kamer,
mevrouw G. L., griffier.
G. L. S. R.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.