Fiche van de FOD Financiën
Arrest van het Hof van Cassatie dd. 18.01.2013 (F.11.0151.N)
WF 495-15-09/057230
Btw - Controlemaatregelen - Btw-werkzaamheid - Boeken en stukken - Verplichting tot bewaring en voorlegging
Samenvatting
De verplichting tot bewaring en voorlegging van de boeken en stukken met betrekking tot de uitgeoefende werkzaamheid, geldt ook voor een door de belastingplichtige, buiten enige wettelijke verplichting, bijgehouden reservatieboek, vermits dergelijk boek betrekking heeft op de uitgeoefende werkzaamheid.
Wettelijke basis
Artikel 60, § 1, tweede lid en artikel 61, § 1, eerste lid van het Btw-wetboek
Volledige tekst
Tekst van de beslissing
Arrest van het Hof van Cassatie
dd. 18.01.2013
Arrest
Nr. F.11.0151.N
S. nv, met zetel te …,
eiseres,
met als raadsman mr. H. S., advocaat bij de balie van …, met kantoor
te …,
tegen
BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met
kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, voor wie optreedt de gewestelijk directeur
van de btw te …,
verweerder,
vertegenwoordigd door mr. A. D. B., advocaat bij het Hof van Cassatie,
met kantoor te ., waar de verweerder woonplaats kiest.
II. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen
van 6 september 2011.
Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 26 oktober 2012 een schriftelijke conclusie
neergelegd.
Afdelingsvoorzitter Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.
III. CASSATIEMIDDELEN
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen
aan.
IV. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste middel
2. Artikel 60, § 1, tweede lid, Btw-wetboek bepaalt dat belastingplichtigen en
niet-belastingplichtige rechtspersonen tot de in het eerste lid van dat wetsartikel
omschreven bewaarverplichting ook gehouden zijn ten aanzien van de andere
boeken en stukken met betrekking tot de uitgeoefende werkzaamheid.
Artikel 61, § 1, eerste lid, Btw-wetboek bepaalt dat eenieder is gehouden de boeken,
facturen, kopieën van facturen en andere stukken of hun kopieën, die hij
overeenkomstig artikel 60 moet bewaren, op ieder verzoek van de administratie
die de belasting over de toegevoerde waarde onder haar bevoegdheid heeft, zonder
verplaatsing en zonder onnodig uitstel, voor te leggen teneinde de juiste heffing
van de belasting in zijnen hoofde of in hoofde van derden te kunnen nagaan.
3. Deze verplichting tot bewaring en voorlegging geldt derhalve ook voor een
door de belastingplichtige, buiten enige wettelijke verplichting, bijgehouden reservatieboek, vermits dergelijk boek betrekking heeft op de uitgeoefende werkzaamheid.
In zoverre het middel voorhoudt dat er met betrekking tot een vrijwillig bijgehouden
reservatieboek geen overleggingsplicht bestaat, faalt het naar recht.
4. In zoverre het middel voorhoudt dat de appelrechters in het arrest een essentieel
element in hun beoordeling niet hebben nagegaan door zonder meer te stellen
dat de eiseres gehouden is om haar reservatieboek over te leggen zonder aan te
duiden welk reservatieboek over welk jaar diende te worden voorgelegd, kan het
niet worden aangenomen daar er tussen de partijen in het geding geen twijfel of
betwisting bestond over de vraag welk reservatieboek bedoeld was.
5. In zoverre het middel schending aanvoert van artikel 14, §§ 1 en 2, Btw-wetboek
dat werd opgeheven door artikel 5 van de wet van 27 december 1977, is
het niet ontvankelijk.
Tweede middel
6. Het arrest oordeelt dat de door de fiscale ambtenaar uitgevoerde controle
geen schending inhoudt van enig beginsel van behoorlijk bestuur en overeenkomstig
de wet is uitgevoerd. Daarmee beantwoordt het het bedoelde verweer.
7. De appelrechters oordelen dat de eiseres wettelijk gehouden was het door
haar bijgehouden reservatieboek op verzoek van de controleambtenaar over te
leggen. Zij beantwoorden aldus het bedoelde verweer.
8. Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag.
Derde middel
9. Het middel dat voorhoudt dat niet is aangetoond dat het reservatieboek toebehoort
aan de eiseres dan wel aan de afgevaardigde bestuurder van de eiseres,
verplicht het Hof tot een onderzoek van feiten, waarvoor het niet bevoegd is en is
mitsdien niet ontvankelijk.
Beschikkend gedeelte
Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiseres in de kosten.
Bepaalt de kosten voor de eiseres op 112,15 euro en voor de verweerder op
429,01 euro.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Aangehaalde teksten
3Rechtspraak
1België
1Hof van beroep te Bergen2013/RG/73001.04.2016