ANTWOORD
Ik heb de eer het geacht lid het volgende mee te delen.
I. Onder nummer II volgt de opsomming van de onderscheiden registers die op het tijdstip van de vraag door de BTW-reglementering zijn voorgeschreven.
II.
1. Boek voor inkomende facturen
a) In dit boek moeten de belastingplichtigen de facturen en de stukken inschrijven met betrekking tot hun economische activiteit:
•de leveringen van goederen en diensten;
•de invoeren;
•de intracommunautaire verwervingen van goederen en de daarmee gelijkgestelde handelingen;
•de ingebruikname van goederen gelijkgesteld met een levering van goederen (art. 12, § 1, 3° en 4°, van het BTW-wetboek) alsmede de uitvoering van werken in onroerende staat voor de doeleinden van hun economische activiteit (art. 19, § 2, 1°, en § 3 van het BTW-wetboek);
•de te hunnen behoeve verrichte overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, alsook de diensten die ingevolge een dergelijke overdracht zijn verstrekt;
•de leveringen van goederen of dienstverrichtingen die worden verstrekt door personen bedoeld in artikel 10 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992;
b) artikel 54 van het BTW-wetboek en artikel 14, § 2, 1°, van het koninklijk besluit nr. 1;
c) wettelijke geldboete overeenkomstig artikel 70, § 4, van het BTW-wetboek en het koninklijk besluit nr. 44.
Voor het niet-bijhouden: koninklijk besluit nr. 44, Bijlage XVI: boete van 100.000 frank per overtreding.
Onregelmatig of onjuist: koninklijk besluit nr. 44, Bijlage XI, 5, A of B: boete van 5.000 frank per overtreding.
De belastingplichtigen onderworpen aan de vrijstellingsregeling bedoeld in artikel 56, § 2, van het BTW-wetboek, de belastingplichtigen onderworpen aan de bijzondere regeling voor de landbouwondernemingen, de belastingplichtigen die uitsluitend handelingen verrichten die krachtens artikel 44 van het BTW-wetboek van de belasting zijn vrijgesteld en waarvoor zij geen enkel recht op aftrek hebben en de niet- belastingplichtige rechtspersonen moeten in plaats van het boek voor inkomende facturen, een register houden:
a) waarin zij de facturen en de stukken met betrekking tot hun activiteit inschrijven die de handelingen vaststellen waarvoor zij overeenkomstig artikel 51, § 1, 2°, en § 2, van het BTW-wetboek de belasting verschuldigd zijn, alsook de facturen en de stukken bedoeld in artikel 5, § 2, van het koninklijk besluit nr. 31, van 29 december 1992, met betrekking tot de toepassingsmodaliteiten van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de handelingen verricht door niet in België gevestigde belastingplichtigen;
b) artikel 14, §§ 5 en 6, van het koninklijk besluit nr. 1;
c) idem als hierboven.
2. Boek voor uitgaande facturen
a) In dit boek vermelden de belastingplichtigen de facturen, de als zodanig geldende stukken evenals de ermee verband houdende verbeterende stukken met betrekking tot de volgende uitgaande handelingen:
•de leveringen van goederen en diensten;
•de met intracommunautaire leveringen van goederen gelijkgestelde handelingen (art. 12bis van het BTW-wetboek);
•de onttrekkingen en andere handelingen gelijkgesteld met leveringen van goederen of diensten (art. 12 en 19 van het BTW-wetboek);
•de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, alsook de diensten die ingevolge een dergelijke overdracht zijn verricht;
b) artikel 54 van het BTW-wetboek en artikel 14, § 2, 2°, van het koninklijk besluit nr. 1;
c) idem als punt 1.
3. Dagboek van ontvangsten
a) In dit dagboek vermelden de belastingplichtigen de ontvangsten met betrekking tot de uitgaande handelingen waarvoor zij terecht gebruik maken van de ontheffing van de factureringsplicht;
b) artikel 54 van het BTW-wetboek en artikel 14, § 2, 3°, van het koninklijk besluit nr. 1;
c) wettelijke geldboete overeenkomstig artikel 70, § 4, van het BTW-wetboek en het koninklijk besluit nr. 44.
Voor het niet-bijhouden: koninklijk besluit nr. 44, Bijlage XVI: boete van 100.000 frank per overtreding.
Onregelmatig of onjuist: koninklijk besluit nr. 44, Bijlage XI, 5, A of B en 6, D: boete van 5.000 frank of 10.000 frank per overtreding.
4. Maakloonregister
a) Iedere belastingplichtige vermeldt in dit register de ontvangst van de materialen en de voorwerpen die aan hem worden toevertrouwd door een andere belastingplichtige met het oog op de oplevering aan laatstgenoemde van een roerend goed in de zin van artikel 10, § 2, 2°, van het BTW-wetboek, alsook de verzending, na de voltooiing van het werk, van de bewerkte goederen en de goederen die niet aan de opdrachtgever worden teruggegeven;
b) artikel 54bis, § 1, tweede lid en § 2 van het BTW-wetboek en de artikelen 25, 26, 27 en 29 van het koninklijk besluit nr. 1;
c) wettelijke geldboete overeenkomstig artikel 70, § 4, van het BTW-wetboek en het koninklijk besluit nr. 44.
Voor het niet-bijhouden: koninklijk besluit nr. 44, Bijlage XVI: boete van 100.000 frank per overtreding.
Onregelmatig of onjuist: koninklijk besluit nr. 44, Bijlage XII, 1, A of B: boete van 10.000 frank per overtreding of 5.000 frank per ontbrekende inschrijving.
5. Register voor werken aan motorvoertuigen
a) De garagisten vermelden in dit register voor ieder motorvoertuig waaraan zij werken, het wassen uitgezonderd, verrichten:
1°
2°
vóór de aanvang van het werk: de datum, alsmede de nummerplaat van het voertuig;
na de voltooiing van het werk: een verwijzing naar de factuur die aan de klant wordt uitgereikt of, indien geen factuur werd uitgereikt, de reden daarvan;
b) artikel 54 van het BTW-wetboek en de artikelen 28, § 1, en 29 van het koninklijk besluit nr. 1;
c) wettelijke geldboete overeenkomstig artikel 70, § 4, van het BTW-wetboek en het koninklijk besluit nr. 44.
Voor het niet-bijhouden: koninklijk besluit nr. 44, Bijlage XVI: boete van 100.000 frank per overtreding.
Onregelmatig of onjuist: koninklijk besluit nr. 44, Bijlage XI, 7, A of B: boete van 1.000, 2.000, 5.000 of 10.000 frank per overtreding.
6. Register van de voor verkoop bestemde tweedehandse vervoermiddelen
a) De belastingplichtige die gewoonlijk vervoermiddelen levert, vermeldt in dit register ieder voertuig, ander dan een nieuw vervoermiddel als bedoeld in artikel 8bis, § 2, 2°, van het BTW-wetboek en dan een vervoermiddel onderworpen aan de in artikel 58, § 4, van het BTW-wetboek bedoelde regeling, dat hij bestemt voor de verkoop of waarvoor hij belast is met de verkoop. Zowel het binnenkomen van ieder voertuig als de levering, wanneer het vervoermiddel de onderneming verlaat, moeten opgetekend worden;
b) artikel 54 van het BTW-wetboek en de artikelen 28, § 2, en 29 van het koninklijk besluit nr. 1;
c) idem als punt 5.
7. Register van niet-overbrengingen
a) Elke belastingplichtige moet een register houden waarin hij de goederen optekent die door hemzelf of voor zijn rekening zijn verzonden of vervoerd, voor bedrijfsdoeleinden, naar een andere lidstaat van de Gemeenschap, met het oog op de handelingen als bedoeld in artikel 12bis, tweede lid, 4° tot 7°, van het BTW-wetboek;
b) artikel 54bis, § 1, eerste lid, van het BTW-wetboek en de artikelen 23 en 29 van het koninklijk besluit nr. 1;
c) idem als punt 4.
8. Teruggaafregister
a) In dit register vermelden de belastingplichtigen of de niet- belastingplichtige rechtspersonen de verbeterende stukken om hun vordering tot teruggaaf te kunnen uitoefenen;
b) artikelen 54 en 80 van het BTW-wetboek en artikel 4, § 1, van het koninklijk besluit nr. 4;
c) voor het niet-bijhouden: wettelijke geldboete overeenkomstig artikel 70, § 4, van het BTW-wetboek en het koninklijk besluit nr. 44, Bijlage XVI: boete van 100.000 frank per overtreding.
Het niet-bijhouden van het teruggaafregister of het niet-inschrijven van de verbeterende stukken in dat register geeft aanleiding tot de terugstorting van de teruggegeven belasting wegens overtreding van artikel 4, § 1, van het koninklijk besluit nr. 4: wettelijke geldboete overeenkomstig artikel 70, § 1, van het BTW-wetboek en het koninklijk besluit nr. 41, tabel G, eerste afdeling, punt VI: boete van 10 % van de terug te storten belasting.
9. Tabel van bedrijfsmiddelen
a) De belastingplichtige houdt een tabel van zijn bedrijfsmiddelen, die het mogelijk maakt de aftrek en de herzieningen die hij heeft verricht met betrekking tot de BTW, geheven van bedrijfsmiddelen, te controleren. De tabel van de bedrijfsmiddelen is aan geen bijzondere voorwaarden onderworpen; de belastingplichtige hoeft zelfs geen afzonderlijke tabel van de bedrijfsmiddelen te houden indien al de nodige elementen voor eventuele herziening teruggevonden kunnen worden in andere tabellen of registers (bijvoorbeeld in de afschrijvingstabellen gehouden inzake inkomstenbelasting of zelfs in een aparte kolom van het boek voor inkomende facturen);
b) artikelen 49 en 54 van het BTW-wetboek en artikel 11, § 4, van het koninklijk besluit nr. 3;
c) voor het niet-bijhouden: wettelijke geldboete overeenkomstig artikel 70, § 4, van het BTW-wetboek en het koninklijk besluit nr. 44, Bijlage XVI: boete van 100.000 frank per overtreding.
Elke onregelmatigheid die aanleiding geeft tot het niet-voldoen van de BTW ingevolge de verplichte herziening van de belasting die werd geheven van bedrijfsmiddelen: wettelijke geldboete overeenkomstig artikel 70, § 1, van het BTW-wetboek en het koninklijk besluit nr. 41, tabel G, eerste afdeling, punt IV: boete van 5 of 10 % van de verschuldigde belasting zo deze respectievelijk minder dan of gelijk aan 50.000 frank of meer dan 50.000 frank bedraagt voor een controleperiode van één jaar.
10. Aankoopregister en vergelijkingsregister
Aankoopregister en vergelijkingsregister voor de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge van toepassing op gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten.
a) Overeenkomstig artikel 58, § 4, van het BTW-wetboek en het koninklijk besluit nr. 53 van 23 december 1994 is er een bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge gerealiseerd door belastingplichtige wederverkopers van toepassing op de door hen verrichte leveringen van gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten. Deze bijzondere regeling wordt toegelicht in de aanschrijvingen nrs. 1 en 2 van 2 januari 1995.
Voor de inschrijving van de aankopen van goederen die de belastingplichtige wederverkoper wil onderwerpen aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge dient deze een aankoopregister te houden. Dit aankoopregister moet een aangepaste uitsplitsing bevatten met het oog op het invullen van de periodieke aangifte en het moet toelaten om de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge toe te passen en te controleren. Nochtans is het toegestaan deze aankopen in het boek voor inkomende facturen in de schrijven (en dus geen aankoopregister te houden) voor zover al de vermeldingen die normaal in het aankoopregister dienen te worden opgenomen, duidelijk afgescheiden worden opgenomen in het inkomend factuurboek, en dit in supplementaire kolommen die speciaal hiervoor worden aangelegd.
Tevens dient door voormelde belastingplichtige wederverkoper een vergelijkingsregister te worden gehouden. Het vergelijkingsregister is een centralisatieregister dat, uitgaande van het boek voor uitgaande facturen (kolom van de handelingen onderworpen aan de bijzondere regeling), van het ontvangstenboek (kolom van de handelingen onderworpen aan de bijzondere regeling) en van het aankoopregister, toelaat op het einde van elk aangiftetijdvak, uitgezonderd op het einde van het laatste aangiftetijdvak van het jaar, de belasting vast te stellen die door de belastingplichtige wederverkoper verschuldigd is over de verkopen die hij heeft gedaan. Het laat inderdaad toe de globale maatstaf van heffing voor het tijdvak en de verschuldigde belasting die erin is begrepen, weder samen te stellen;
b) de verplichting tot het houden van voormelde registers is gesteund op artikel 10 van het koninklijk besluit nr. 53 met betrekking tot de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten;
c) wettelijke geldboete overeenkomstig artikel 70, § 4, van het BTW-wetboek en het koninklijk besluit nr. 44.
Indien de voorgeschreven registers niet worden gehouden of zo worden gehouden dat de controle op de nauwkeurige heffing van de belasting onmogelijk of zeer moeilijk wordt gemaakt: koninklijk besluit nr. 44, Bijlage XV, A: 10.000 frank voor de eerste overtreding en 20.000 frank voor de volgende overtredingen.
Voor het niet-inschrijven van stukken in de registers: koninklijk besluit nr. 44, Bijlage XV, B: 1.000 frank per niet-ingeschreven document.
11. Bijzonder register
Bijzonder register voor de onttrekkingen van personenauto's en auto's voor dubbel gebruik door constructeurs en handelaars in die voertuigen.
a) De constructeurs van personenauto's en auto's voor dubbel gebruik en de handelaars in die voertuigen, die de bijzondere regeling inzake de belasting over de toegevoegde waarde op onttrekkingen van personenauto's en auto's voor dubbel gebruik wensen toe te passen, dienen een bijzonder register bij te houden waarin alle identificatiegegevens van de voertuigen die onttrokken werden voor beroepsdoeleinden (art. 12, § 1, 3°, van het BTW-wetboek) of voor privé- en beroepsdoeleinden (art. 12, § 1, 1° en 3°, van het BTW-wetboek), alsmede alle handelingen en op te maken stukken betreffende deze voertuigen, moeten worden opgetekend;
b) aanschrijving nr. 9 van 30 juli 1985, aangaande de onttrekkingen van personenauto's en auto's voor dubbel gebruik door constructeurs en handelaars in die voertuigen;
c) de bijzondere regeling mag niet worden toegepast indien het register niet op de voorgeschreven wijze wordt gehouden. De betrokkene is bovendien krachtens de artikelen 70 en 91 van het wetboek, de geldboeten en de interesten voor niet-tijdige betaling verschuldigd die het gevolg zijn van de onrechtmatige toepassing van de bijzondere regeling.