Koninklijk besluit nr. 53 van 23 december 1994, met betrekking tot de bijzondere regeling van belastingheffing · Koninklijke besluiten

Naar de tekst
Juriel

nr. 53

Zoeken
Van kracht

Koninklijk besluit nr. 53 van 23 december 1994, met betrekking tot de bijzondere regeling van belastingheffing

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-53-december-betrekking-bijzondere-regeling-belastingheffing-36a0

Besluit
nr. 53

Over het document

Verzameling
Koninklijke besluiten
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

12 artikelen

(Uitvoering van artikel 58, § 4 van het Wetboek)

Officieuze coördinatie 3 - Laatstelijk gewijzigd met ingang van 10.01.2026 bij:

17 december 2025. - Koninklijk besluit tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 1, 2, 3, 4, 8, 10, 18, 19, 22, 27, 41, 44, 53 en 59 met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde, bl. 99208, Numac:2025009888

lid 1(De tekst van Kb nr. 53, artikel 1, is van toepassing met ingang van 01.01.1995 (KB 23.12.1994))

lid 2Voor de toepassing van de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge worden aangemerkt als:

a)

gebruikte goederen, de lichamelijke roerende goederen die in de staat waarin zij verkeren of na herstelling opnieuw kunnen worden gebruikt, andere dan kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, en andere dan edele metalen, edelstenen en parels;

b)

kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, de goederen bedoeld in rubriek XXI van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven.

(De tekst van Kb nr. 53, artikel 2, is van toepassing met ingang van 01.01.1995 (KB 23.12.1994))

1)

De maatstaf van heffing voor de in artikel 58, § 4, 2°, van het Wetboek, bedoelde leveringen van goederen is de winstmarge van de belastingplichtige wederverkoper, verminderd met het bedrag van de belasting die in de winstmarge is begrepen. Die winstmarge is gelijk aan het verschil tussen de door de belastingplichtige wederverkoper voor het goed gevraagde verkoopprijs en de aankoopprijs.

2)

In de zin van § 1 wordt verstaan onder :

"verkoopprijs" : alles wat de belastingplichtige wederverkoper als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van de koper of van een derde, met inbegrip van de subsidies die rechtstreeks met die handeling verband houden, de belastingen, rechten, heffingen en taksen en de bijkomende kosten die de belastingplichtige wederverkoper aan de koper vraagt zoals kosten van commissie, verpakking, verzekering en vervoer. Worden niet in aanmerking genomen de sommen die als disconto van de prijs mogen worden afgetrokken, de prijsverminderingen die door de belastingplichtige wederverkoper aan de afnemer worden toegekend en die door deze laatste zijn verkregen op het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt en de sommen voorgeschoten door de belastingplichtige wederverkoper voor uitgaven die hij in naam en voor rekening van zijn medecontractant heeft gedaan;

"aankoopprijs" : alles wat de in het bovenstaande streepje gedefinieerde tegenprestatie uitmaakt die zijn leverancier van de belastingplichtige wederverkoper verkrijgt of moet verkrijgen.

lid 1(De tekst van Kb nr. 53, artikel 3, is van toepassing met ingang van 01.01.1995 (KB 23.12.1994))

lid 2De belastingplichtige wederverkopers stellen, onder de door of vanwege de Minister van Financiën gestelde voorwaarden, de maatstaf van heffing voor leveringen van goederen die onderworpen zijn aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge vast voor elk aangiftetijdvak.

lid 3De belastingplichtige wederverkoper dient jaarlijks een inventaris op te maken van de voorraad goederen onderworpen aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge.

lid 4De maatstaf van heffing voor leveringen van goederen waarop hetzelfde tarief van de belasting van toepassing is, is de totale winstmarge van de belastingplichtige wederverkoper, verminderd met het bedrag van de belasting die in dezelfde winstmarge is begrepen.

lid 5De totale winstmarge voor elk aangiftetijdvak, uitgezonderd voor het laatste aangiftetijdvak van het jaar, is gelijk aan het verschil tussen :

het totale bedrag van de leveringen van goederen die onderworpen zijn aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge en die tijdens het tijdvak door de belastingplichtige wederverkoper verricht zijn; dat bedrag is gelijk aan het totaal van de verkoopprijzen;

en het totale bedrag van de door de belastingplichtige wederverkoper tijdens het tijdvak verrichte aankopen van goederen bedoeld in artikel 58, § 4, 2°, van het Wetboek, waarvan de leveringen door personen of belastingplichtigen vermeld in die bepaling voldoen aan de voorwaarden gesteld in die bepaling en, indien van het keuzerecht bedoeld in artikel 58, § 4, 4°, van het Wetboek, gebruik wordt gemaakt, van goederen gekocht of ingevoerd in de omstandigheden bedoeld in die laatste bepaling; dat bedrag is gelijk aan het totaal van de aankoopprijzen.

lid 6De totale winstmarge voor het laatste aangiftetijdvak van het jaar is gelijk aan het verschil tussen :

het totale bedrag van de verkoopprijzen van de leveringen van goederen die onderworpen zijn aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge en die tijdens het jaar door de belastingplichtige wederverkoper zijn verricht;

en het totale bedrag van de aankoopprijzen van de goederen die tijdens hetzelfde jaar door de belastingplichtige wederverkoper met toepassing van de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge zijn geleverd, verhoogd met het bedrag van de winstmarges die reeds werden aangegeven voor de vorige aangiftetijdvakken van hetzelfde jaar.

lid 1(Opgeheven met ingang van 10.01.2026) (historiek)

lid 2Opgeheven

art. 5

lid 1(De tekst van Kb nr. 53, artikel 5, is van toepassing met ingang van 01.01.1995 (KB 23.12.1994))

lid 2Indien van het keuzerecht, bedoeld in artikel 58, § 4, 4°, van het Wetboek, gebruik wordt gemaakt, wordt de maatstaf van heffing overeenkomstig artikel 2 vastgesteld. Evenwel, voor leveringen van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die de belastingplichtige wederverkoper zelf heeft ingevoerd, is de aankoopprijs die in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de winstmarge gelijk aan de overeenkomstig artikel 34 van het Wetboek vastgestelde maatstaf van heffing bij invoer, vermeerderd met de bij invoer verschuldigde of betaalde belasting over de toegevoegde waarde.

art. 6

lid 1(De tekst van Kb nr. 53, artikel 6, is van toepassing met ingang van 01.01.1995 (KB 23.12.1994))

lid 2De keuzeverklaring bedoeld in artikel 58, § 4, 4°, van het Wetboek, die moet worden gedaan voor alle in die bepaling beoogde leveringen moet bij ter post aangetekende brief worden gericht aan de hoofdcontroleur van het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder de indiener ressorteert.

lid 3De overeenkomstig het eerste lid gemaakte keuze gaat in op de datum van de afgifte ter post van de brief en geldt tot 31 december van het tweede jaar dat op die datum volgt.

art. 7

lid 1(De tekst van Kb nr. 53, artikel 7, is van toepassing met ingang van 01.01.1995 (KB 23.12.1994))

lid 2Indien de belastingplichtige wederverkoper zowel de normale regeling van de belasting als de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge toepast, moet hij de handelingen verricht onder de normale regeling van de belasting en de handelingen verricht onder de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge afzonderlijk in zijn boekhouding bijhouden, volgens de door of vanwege de Minister van Financiën vastgestelde modaliteiten.

lid 1(De tekst van KB nr. 53, artikel 8, werd vervangen met ingang van 01.01.2013 (Art. 46, KB 30.04.2013, B.S. 08.05.2013, pg. 26764))

lid 2Op de facturen of op de als zodanig geldende stukken die de belastingplichtige wederverkoper uitreikt voor de leveringen van goederen die hij onderwerpt aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge dient de volgende vermelding te worden aangebracht : "Bijzondere regeling - gebruikte goederen", of "Bijzondere regeling - kunstvoorwerpen" of "Bijzondere regeling - voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten".

art. 9

lid 1(De tekst van Kb nr. 53, artikel 9, is van toepassing met ingang van 01.01.2004 (Art. 31, KB 20.02.2004, B.S. 27.02.2004))

lid 2In afwijking van artikel 15, § 4, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, is een afzonderlijke inschrijving in het dagboek van ontvangsten noodzakelijk, met vermelding van de aard van de verkochte goederen, van de ontvangsten die voortkomen van elke door de belastingplichtige wederverkoper aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge onderworpen levering waarvoor hij niet verplicht is een factuur uit te reiken en waarvoor hij geen factuur heeft uitgereikt.

lid 1(De tekst van Kb nr. 53, artikel 10, is van toepassing met ingang van 01.01.1995 (KB 23.12.1994))

lid 2Door of vanwege de Minister van Financiën worden de andere regelen en toepassingsmodaliteiten van de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge bepaald.

art. 11

lid 1(De tekst van Kb nr. 53, artikel 11, is van toepassing met ingang van 01.01.1995 (KB 23.12.1994))

lid 2Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1995.

art. 12

lid 1(De tekst van Kb nr. 53, artikel 1, is van toepassing met ingang van 01.01.1995 (KB 23.12.1994))

lid 2Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

Aangehaalde teksten

3
WBTW art. 586 voorkomens
KB nr. 1 art. 151 voorkomen
WBTW art. 341 voorkomen

Rechtspraak

4

België

3

Europese Unie

1

Het Hof legt het Unierecht uit dat deze tekst uitvoert.

Hof van JustitieC-365/2217.05.2023

Winstmargeregeling, begrip ‚gebruikte goederen’

art. 1

Administratieve doctrine

11

15 documenten hangen aan een welbepaald punt van het artikel. De koppeling wordt in de tekst van de documenten gelezen.

Bekijk de 15 documenten