Vrijstellingen voor handelingen met betrekking tot uitvoer buiten de Gemeenschap (01.10.2022) · Btw-commentaar

Naar de tekst
Juriel

13 oktober 2022

Zoeken

Vrijstellingen voor handelingen met betrekking tot uitvoer buiten de Gemeenschap (01.10.2022)

https://juriel.be/nl/btw-commentaar/vrijstellingen-handelingen-betrekking-uitvoer-buiten-7e6f

Datum
13 oktober 2022

Over het document

Verzameling
Btw-commentaar
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

568 paragrafen

Btw-Commentaar. Vrijstellingen voor handelingen met betrekking tot uitvoer buiten de Gemeenschap (01.10.2022)

BOEKWERK II: Bepaling van de belastbare basis en het toepasselijke tarief

Hoofdstuk 8: Vrijstellingen voor uitvoer, intracommunautaire leveringen en verwervingen, invoer en internationaal vervoer

Afdeling 2 - Vrijstellingen voor handelingen met betrekking tot uitvoer buiten de Gemeenschap

Bijwerking 01.10.2022 – Vorige versies: [01.07.2018] [01.06.2020] [01.07.2021]

Structuur

1. Algemeenheden

2. Vrijstellingen in de fase van de uitvoer zelf buiten de Gemeenschap

3. Vrijstelling in de fase die uitvoer voorafgaat buiten de Gemeenschap

4. Opschorting van de betaling van de btw

Inhoud · 41 onderdelen

1. Algemeenheden

A. Definitie van de uitvoer

B. Btw-gebied van de Gemeenschap

C. Vaste inrichting in België

D. Vrijstellingen bij uitvoer (artikelen 39 en 42, § 3, eerste lid, 10°, van het Btw-Wetboek)

a. De vrijstelling van btw wegens uitvoer kan worden verkregen in de fase van de uitvoer zelf

b. De vrijstelling van btw wegens uitvoer kan ook worden verkregen in de fase die de uitvoer voorafgaat

c. Opschorting van de betaling van de btw

2. Vrijstellingen in de fase van de uitvoer zelf buiten de Gemeenschap

A. Uitvoer door of voor rekening van de verkoper of van de niet in België gevestigde koper (artikel 39, § 1, 1° en 2°, van het Btw-Wetboek)

a. Principe

b. Uitvoer door de niet in België gevestigde koper of voor zijn rekening.Uitsluiting van de vrijstelling

c. Formaliteiten

- Aangifte ten uitvoer

- Kopie van de factuur

- Ontvangstbewijs

- Uitvoertermijn

- Bijzonder geval - Landvoertuigen

d. Bewijs van de uitvoer

B. Uitvoer door of voor rekening van de dienstverrichter of de niet in België gevestigde ontvanger van de dienst (artikel 39, § 1, 3°, van de Btw-Wetboek)

a. Principe

b. Formaliteiten

c. Bewijs

C. Bijzondere situaties

a. Levering en bewerking van een goed, gevolgd door de uitvoer

b. Levering ‘Franco-buitengrens van de Gemeenschap’

c. Gezamenlijke uitvoer

d. Postzendingen

- Formaliteiten

- Bewijs van de uitvoer

e. Uitvoer van goederen door een belastingplichtige die onderworpen is aan de forfaitaire regeling (artikel 56 van het Btw-Wetboek)

f. Tabaksfabrikaten

g. Uitvoer van goederen door een belastingplichtige die onderworpen is aan de regeling voor kleine ondernemingen (artikel 56bis, van het Btw-Wetboek)

h. Uitvoer van goederen door een belastingplichtige die onderworpen is aan de bijzondere landbouwregeling (artikel 57 van het Btw-Wetboek)

i. Uitvoer van goederen die bedoeld zijn in artikel 58, § 4, van het Btw-Wetboek

j. Leveringen van goederen door taksvrije verkooppunten gelegen in een Belgische internationale luchthaven

k. Vrijstelling bedoeld in artikel 44bis, § 1, van het Btw-Wetboek

l. Leveringen van gas via een aardgassysteem en van elektriciteit

m. Btw-eenheid

- Leveringen van goederen tussen leden van de btw-eenheid

- Leveringen van goederen verricht door een lid van de eenheid aan een derde

D. De levering aan een reiziger, met woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats buiten de Gemeenschap, van goederen die voor hem geen handels- of beroepskarakter hebben, die hij in België in bezit neemt en die hij in zijn persoonlijke bagage naar een plaats buiten de Gemeenschap uitvoert uiterlijk op het einde van de derde maand volgend op de maand waarin de levering plaatsvond (artikel 39, § 1, 4°, van het Btw-Wetboek)

a. Principe

b. Formaliteiten en bewijs van de uitvoer

- Gebruik van een reizigerscheque/ontheffingsborderel

- Digitale toepassing ‘DETAX’

3. Vrijstelling in de fase die uitvoer voorafgaat buiten de Gemeenschap

A. Vrijstelling van btw wegens plaatsing en verblijf van goederen onder bepaalde regelingen voorzien in de communautaire douanewetgeving (artikel 39, § 2, van het Btw-Wetboek)

a. Vervoer of verzending van goederen naar een plaats waar een regeling geldt als bedoeld in artikel 23, § 4, 1°, 4°, 5°, 6° of 7°, van het Btw-Wetboek (artikel 39, § 2, 1°, het Btw-Wetboek)

- Principe

- Voorwaarden

- Draagwijdte

- Formaliteiten

- Bewijs

b. Overdracht van goederen die zich onder één van de in artikel 23, § 4, 1°, 4°, 5°, 6° of 7°, van het Btw-Wetboek bedoelde regelingen bevinden (artikel 39, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek)

c. Diensten met betrekking tot goederen die worden geplaatst of zich bevinden onder één van de in artikel 23, § 4, 1°, 4°, 5°, 6° of 7°, van het Btw-Wetboek bedoelde regelingen (artikel 39, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek)

- Voorwaarden

- Formaliteiten

- Bewijs

B. Vrijstelling van btw voor de levering van goederen bestemd voor erkende organisaties die deze goederen uitvoeren uit de Gemeenschap in het kader van hun menslievend, liefdadig of opvoedkundig werk buiten de Gemeenschap (artikel 42, § 3, eerste lid, 10°, van het Btw-Wetboek)

a. Principe en omvang van de vrijstelling

b. Vrijstelling verleend ingevolge een vergunning

c. Vrijstelling verleend bij wijze van teruggaaf

4. Opschorting van de betaling van de btw

A. Principe (artikel 39, § 3, van het Btw-Wetboek)

B. Toepassingsvoorwaarden

a. Toepassingssfeer van de opschorting

b. Op de factuur aan te brengen vermeldingen

c. Duur van de opschorting

d. Wijziging van de bestemming van de goederen - Opeisbaarheid van de btw

[Top]

1. Algemeenheden

A. Definitie van de uitvoer

In tegenstelling tot het begrip ‘invoer’, dat duidelijk wordt gedefinieerd in artikel 30 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28.11.2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde en in artikel 23, § 1, van het Btw-Wetboek, is in de communautaire of de nationale wetgeving nergens een definitie terug te vinden van het begrip ‘uitvoer’.

Dit komt doordat de invoer één van de vier belastbare feiten inzake btw is (met name de levering van goederen, de diensten, de intracommunautaire verwerving van goederen en de invoer van goederen), terwijl de uitvoer op zich slechts een materieel feit is dat, wanneer het zich voordoet, toelaat om onder bepaalde voorwaarden een levering van goederen, een dienst, een intracommunautaire verwerving van goederen en een invoer van goederen vrij te stellen.

Bij ontstentenis van een definitie, kan uit de bepalingen van artikel 146 van de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd, en uit artikel 39, § 1, van het Btw-Wetboek evenwel ondubbelzinnig afgeleid worden dat sinds de instelling van de Europese Eenheidsmarkt op 01.01.1993, het begrip ‘uitvoer’ voor de toepassing van de btw betrekking heeft op de verzending of het vervoer van een goed naar een plaats buiten het grondgebied van de Gemeenschap waar het communautaire btw-stelsel van toepassing is.

B. Btw-gebied van de Gemeenschap

Onder Gemeenschap, in de zin van artikel 1, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek, wordt verstaan het gebied waarbinnen het communautair btw-stelsel van toepassing is. Het betreft met andere woorden de territoriale werkingssfeer van de btw. Het wordt omschreven in artikel 1, §§ 2 tot en met 5, van het Btw-Wetboek.

Bedoeld gebied komt overeen met het grondgebied van iedere lidstaat van de Europese Unie waarop de verdragen betreffende de Europese Unie en betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn overeenkomstig de artikelen 52 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en 349 en 355 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met uitzondering van de volgende grondgebieden:

• grondgebieden die deel uitmaken van het douanegebied van de Gemeenschap:

o de Berg Athos, behorende tot de Helleense Republiek

o de Canarische Eilanden, behorende tot het Koninkrijk Spanje

o de gebieden bedoeld in artikel 349 en artikel 355, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, behorende tot de Franse Republiek

o de Åland-eilanden, behorende tot de Republiek Finland

o Campione d’Italia en de nationale wateren van het meer van Lugano, behorende tot de Italiaanse Republiek

• grondgebieden die geen deel uitmaken van het douanegebied van de Gemeenschap:

o het eiland Helgoland en het grondgebied van Büsingen, behorende tot de Bondsrepubliek Duitsland

o Ceuta en Melilla, behorende tot het Koninkrijk Spanje

o Livigno, behorende tot de Italiaanse Republiek.

Gelet op overeenkomsten en verdragen die zij met respectievelijk Frankrijk en Cyprus hebben gesloten, worden het Vorstendom Monaco en de zones die te Akrotiri en Dhekelia onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk vallen, geacht deel uit te maken van het btw-gebied. Daaruit volgt dat:

• handelingen met als herkomst of bestemming het Vorstendom Monaco als handelingen met herkomst of bestemming Frankrijk worden behandeld

• handelingen met als herkomst of bestemming de zones die te Akrotiri en Dhekelia onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk vallen als handelingen met als herkomst of bestemming Cyprus worden behandeld.

Het douanegebied van de Gemeenschap valt niet volledig samen met het btw-gebied van de Gemeenschap. Het douanegebied is groter dan het btw-gebied van de Gemeenschap. Zo omvat het douanegebied onder meer de Canarische Eilanden, Campione d’Italia en de nationale wateren van het meer van Lugano … terwijl dat niet het geval is voor het btw-gebied. De vrijstelling van btw wegens uitvoer is toepasselijk voor goederen die worden verzonden of vervoerd ter bestemming van gebieden die wel tot het douanegebied van de Gemeenschap behoren, maar niet tot het btw-gebied van de Gemeenschap. Voor leveringen naar zulke gebieden moeten voor fiscale (btw) doeleinden douaneformaliteiten worden vervuld, als zou het gaan om een zending buiten het douanegebied (zie artikel 1, lid 3, van verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 09.10.2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie en de artikelen 278 en 279 van de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd).

Bijzondere status inzake btw van Noord-Ierland

Sinds de effectieve terugtrekking op 01.01.2021 van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie, is het Europese btw-stelsel in principe niet meer van toepassing op de btw-handelingen tussen de 27 lidstaten van de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk.

Artikel 8 van het Protocol inzake Ierland/Noord-Ierland, dat integraal deel uitmaakt van het Terugtrekkingsakkoord (Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, PB L 29 van 31.01.2020, p. 7), voorziet echter een bijzondere status inzake btw voor Noord-Ierland (zie artikel 1, § 3bis, van het Btw-Wetboek).

Overeenkomstig dat Protocol en om een harde grens tussen Ierland en Noord-Ierland te vermijden, blijft Noord-Ierland ook na 31.12.2020 onderworpen aan de btw-wetgeving van de Europese Unie voor wat goederen betreft. Wat diensten betreft, wordt Noord-Ierland daarentegen beschouwd als zijnde buiten de Europese Unie gelegen, zoals de rest van het Verenigd Koninkrijk.

Deze bijzondere status voor Noord-Ierland voorziet het volgende:

• voor leveringen van goederen binnen Noord-Ierland:

Er is btw verschuldigd op de leveringen van goederen die binnen Noord-Ierland worden verricht, volgens het daar toepasselijke tarief.

• handelingen met goederenbewegingen tussen Noord-Ierland en de lidstaten:

Handelingen met goederenbewegingen tussen Noord-Ierland en de lidstaten van de Europese Unie worden als intra-Unie handelingen aangemerkt.

Alle EU-regels voor grensoverschrijdende leveringen en goederenbewegingen tussen de lidstaten zijn eveneens van toepassing in de relatie tussen Noord-Ierland en de lidstaten. Zo worden afstandsverkopen van goederen vanuit Noord-Ierland als intracommunautaire afstandsverkopen van goederen aangemerkt.

• handelingen met goederenbewegingen tussen Noord-Ierland en derde landen/derdelandsgebieden of andere delen van het Verenigd Koninkrijk:

Handelingen met goederenbewegingen tussen Noord-Ierland en derde landen/derdelandsgebieden of tussen Noord-Ierland en andere delen van het Verenigd Koninkrijk zijn in principe aan de btw-regels inzake invoer en uitvoer onderworpen.

Nationale grondgebied van een kuststaat

Het nationale grondgebied van een kuststaat strekt zich uit tot de territoriale zee evenals tot de bodem en ondergrond van deze zee. Bijgevolg zijn de handelingen die plaatsvinden op haar territoriale zee, of op de bodem of in de ondergrond van deze zee, onderworpen aan de communautaire btw-regeling.

Wat betreft de exclusieve economische zone en het continentale plat, wordt de soevereiniteit van de kuststaat beperkt door het op 10.12.1982 te Montego Bay ondertekende Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, dat in werking is getreden op 16.12.1994 en is goedgekeurd bij besluit 98/392/EG van de Raad van 23.03.1998. De soevereiniteit van de aanliggende kuststaat wordt meer bepaald beperkt tot de in respectievelijk de artikelen 56 en 77 van voormeld verdrag genoemde exploratie- en exploitatiewerkzaamheden. Enkel die werkzaamheden, waarover de kuststaat soeverein kan beslissen, zijn onderworpen aan de communautaire btw wanneer ze plaatsvinden in de exclusieve economische zone of op het continentale plat.

Bijgevolg behoort de exclusieve economische zone en het continentale plat enkel tot het toepassingsgebied van de btw indien betrokken handeling kadert binnen de exploratie- en exploitatiewerkzaamheden waarvoor de kuststaat soeverein bevoegd is. Indien de handeling niet kadert binnen deze werkzaamheden, wordt de exclusieve economische zone en het continentale plat geacht niet tot het btw-gebied te behoren, met als gevolg dat het communautaire btw-stelsel er niet van toepassing is (zie de richtsnoeren van het 103e btw-comité van 20.04.2015, Document C - taxud.c.1(2015)4499050 – 871).

Wat betreft de volle zee, bepaalt artikel 89 van voormeld verdrag dat dit gebied niet onder de soevereiniteit van enige staat valt. Bijgevolg zijn handelingen op volle zee nooit aan de communautaire btw onderworpen.

Onderstaande tabel geeft het btw-gebied van de Gemeenschap weer:

NaamMaakt deel uit van de Gemeenschap (btw-gebied)
BelgiëJa
BulgarijeJa
Cyprus (zoals gedefinieerd in het toetredingsverdrag van 2003) (inclusief de zones Akrotiri en Dhekalia die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk vallen)Ja
DenemarkenJa
Denemarken – FaeröereilandenNee
Denemarken – GroenlandNee
DuitslandJa
Duitsland – het eiland HelgolandNee
Duitsland – het grondgebied van BüsingenNee
EstlandJa
FinlandJa
Finland – ÅlandeilandenNee
Frankrijk – Franse overzeese gebiedenNee
Frankrijk – Guadeloupe, Frans Guyana – Martinique – Réunion – Mayotte – Sint-MaartenNee
Frankrijk (inclusief Monaco)Ja
GriekenlandJa
Griekenland – de Berg AthosNee
Groothertogdom LuxemburgJa
HongarijeJa
IerlandJa
ItaliëJa
Italië – Campione d'ItaliaNee
Italië – de nationale wateren van het meer van LuganoNee
Italië – LivignoNee
KroatiëJa
LetlandJa
LitouwenJa
MaltaJa
NederlandJa
Nederland – Nederlandse AntillenNee
OostenrijkJa
PolenJa
PortugalJa
Portugal – AzorenJa
Portugal – MadeiraJa
RoemeniëJa
SlowakijeJa
SloveniëJa
SpanjeJa
Spanje – Canarische eilandenNee
Spanje – CeutaNee
Spanje – MelillaNee
Tsjechische RepubliekJa
Verenigd Koninkrijk – Groot-Brittannië met name Engeland, Schotland en WalesNee
Verenigd Koninkrijk – Noord-IerlandJa*
Verenigd Koninkrijk – KanaaleilandenNee
Verenigd Koninkrijk – het Eiland ManNee
ZwedenJa

* Enkel voor goederen

Behoren niet tot de Gemeenschap (btw-gebied): San Marino, Gibraltar, de Falklandeilanden, Andorra en Vaticaanstad.

De meest actuele lijst kan worden geraadpleegd op de website van de Europese Commissie.

C. Vaste inrichting in België

Voor de toepassing van artikel 39, § 1, 2° en 3° van het Btw-Wetboek wordt beschouwd als zijnde niet in België gevestigd, de persoon of de onderneming waarvan de zetel van de economische activiteit niet in België is gelegen en die in België geen vaste inrichting heeft. Het feit dat deze persoon of onderneming in België voor btw-doeleinden is geïdentificeerd, hetzij via een rechtstreekse identificatie onder een individueel nummer, hetzij via de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger of een vooraf erkende persoon, heeft geen invloed op deze hoedanigheid.

Evenwel wordt de onderneming die de zetel van haar economische activiteit buiten België heeft gevestigd en die in België een vaste inrichting heeft, als een niet in België gevestigde onderneming beschouwd wanneer die vaste inrichting niet deelneemt aan die handeling. Dat is het geval wanneer de buiten België gelegen zetel rechtstreeks handelt met de hier te lande gevestigde verkoper of dienstverrichter en voor zover de uitvoer, alsmede het vervoer en de betalingen die er mee gepaard gaan, geschieden zonder enige tussenkomst van de in België gevestigde vaste inrichting.

Evenzo wordt de buiten België gelegen afdeling van een hier te lande gevestigde onderneming beschouwd als een niet in België gevestigde onderneming in de gevallen waarin deze afdeling rechtstreeks handelt met de hier te lande gevestigde verkoper of dienstverrichter en voor zover de uitvoer, alsmede het vervoer en de betalingen die er mede in verband staan, geschieden zonder enige tussenkomst van de in België gevestigde zetel van de onderneming.

D. Vrijstellingen bij uitvoer (artikelen 39 en 42, § 3, eerste lid, 10°, van het Btw-Wetboek)

a. De vrijstelling van btw wegens uitvoer kan worden verkregen in de fase van de uitvoer zelf

Artikel 39, § 1, van het Btw-Wetboek stelt de volgende handelingen vrij van btw :

• de leveringen van goederen die door of voor rekening van de verkoper worden verzonden of vervoerd naar een plaats buiten de Gemeenschap

• de leveringen van goederen die door of voor rekening van een niet in België gevestigde koper worden verzonden of vervoerd naar een plaats buiten de Gemeenschap, met uitzondering van de door de koper zelf vervoerde goederen bestemd voor de uitrusting of de bevoorrading van pleziervaartuigen en sportvliegtuigen of van andere vervoermiddelen voor privégebruik, en van de door een reiziger in zijn persoonlijke bagage meegenomen goederen

• de diensten, andere dan die welke zijn vrijgesteld bij toepassing van de artikelen 41 en 42 van het Btw-Wetboek, bestaande uit werkzaamheden met betrekking tot roerende goederen die zijn verworven of ingevoerd teneinde deze werkzaamheden te ondergaan en die naar een plaats buiten de Gemeenschap worden verzonden of vervoerd door de dienstverrichter of de niet in België gevestigde ontvanger van de dienst dan wel voor hun rekening

• de leveringen van goederen aan een niet in de Gemeenschap gevestigde reiziger, die deze goederen in België in bezit neemt en ze in zijn persoonlijke bagage uitvoert naar een plaats buiten de Gemeenschap uiterlijk op het einde van de derde maand volgend op de maand waarin de levering plaatsvond.

b. De vrijstelling van btw wegens uitvoer kan ook worden verkregen in de fase die de uitvoer voorafgaat

Artikel 39, § 2, van het Btw-Wetboek stelt de volgende handelingen vrij van btw :

• de leveringen alsmede de intracommunautaire verwervingen van goederen die bestemd zijn om in België te worden geplaatst onder een regeling als bedoeld in artikel 23, § 4, 1°, 4°, 5°, 6° of 7°, van het Btw-Wetboek, alsmede de leveringen van deze goederen met handhaving van één van die regelingen (vrijstelling van btw wegens plaatsing en verblijf van goederen onder bepaalde regelingen voorzien in de communautaire douanewetgeving)

• de diensten, andere dan die welke zijn vrijgesteld bij toepassing van de artikelen 41 en 42 van het Btw-Wetboek, bestaande uit werkzaamheden met betrekking tot goederen die het voorwerp uitmaken van leveringen als bedoeld in vorige paragraaf of die zich in België bevinden onder één van de regelingen bedoeld in vorige paragraaf

Bovendien wordt gehele vrijstelling van btw verleend voor de levering, de invoer en de intracommunautaire verwerving van goederen die bestemd zijn voor erkende organisaties die deze goederen uitvoeren uit de Gemeenschap in het kader van hun menslievend, liefdadig of opvoedkundig werk buiten de Gemeenschap (zie artikelen 40, § 1, 1°, a), en 42, § 3, eerste lid, 10°, van het Btw-Wetboek).

c. Opschorting van de betaling van de btw

Tevens werd een regeling uitgewerkt waarbij de betaling van de btw kan worden opgeschort, wanneer op grond van de artikelen 17, § 1, of 22bis, § 1, van het Btw-Wetboek, btw verschuldigd wordt over goederen of daarop betrekking hebbende diensten die bestemd zijn om te worden uitgevoerd en aldus om de hierboven vermelde redenen vrijgesteld zijn van btw.

[Top]

2. Vrijstellingen in de fase van de uitvoer zelf buiten de Gemeenschap

A. Uitvoer door of voor rekening van de verkoper of van de niet in België gevestigde koper (artikel 39, § 1, 1° en 2°, van het Btw-Wetboek)

a. Principe

De vrijstelling van btw om reden van uitvoer kan enkel worden toegepast wanneer de onderliggende levering de btw in beginsel opeisbaar maakt. Dit is het geval wanneer de levering geacht wordt in België plaats te vinden. Daarnaast vereist een uitvoer van goederen noodzakelijkerwijze een vervoer van goederen, zoals het trouwens letterlijk in de wettekst zelf is opgenomen. Komt bijgevolg in aanmerking voor vrijstelling van btw wegens uitvoer, de levering die overeenkomstig artikel 14, § 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek, in België is gesitueerd op de plaats waar het vervoer aanvangt ter bestemming van een plaats buiten de Gemeenschap.

Dit houdt bijgevolg in dat de uiteindelijke bestemming van de goederen reeds gekend moet zijn bij de aanvang van het vervoer. Het feit dat de goederen met het oog op hun uitvoer een andere lidstaat doorkruisen, heeft niet tot gevolg dat deze verzending wordt gelijkgesteld met een overbrenging (zie ‘Boekwerk I: Belastingplicht en belastbare handelingen - Hoofdstuk 2: Leveringen van goederen – Afdeling 7, titel 8, rubriek C’).

Dergelijke levering is dan van de btw vrijgesteld, hetzij omdat de leverancier de goederen zelf uitvoert of ze voor zijn rekening doet uitvoeren (artikel 39, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek,), hetzij omdat de niet in België gevestigde koper de goederen zelf uitvoert of ze voor zijn rekening doet uitvoeren (artikel 39, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek). Merk op dat in laatstbedoelde situatie de koper in de Gemeenschap mag zijn gevestigd, maar buiten België.

In dezelfde gedachtegang is, wegens gebrek aan vervoer, geen vrijstelling mogelijk wanneer de levering in België geacht wordt plaats te vinden op grond van het algemeen principe vervat in artikel 14, § 1, van het Btw-Wetboek, namelijk bij de terbeschikkingstelling in België van het goed van de verkrijger of van de overnemer.

Dit is belangrijk in het geval van een kettingverkoop waarbij de goederen diverse malen worden doorverkocht zonder materieel te worden geleverd en waarbij er uiteindelijk slechts één vervoer is.

Bij toepassing van de algemene principes op het stuk van de plaats van de levering, is er in de ketting slechts één levering met een vervoer in de zin van genoemd artikel 14, § 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek. De overige leveringen in de ketting vinden plaats volgens het criterium van de terbeschikkingstelling van de goederen, zonder vervoer dus. Enkel de levering waarbij het vervoer plaats heeft, komt in aanmerking voor vrijstelling van btw wegens uitvoer buiten de Gemeenschap.

Voorbeelden:

• A verkoopt goederen aan B. A is in België gevestigd, B in Zwitserland. De goederen worden van België naar Zwitserland vervoerd. In dit voorbeeld is er slechts één levering, die bovendien met een vervoer gepaard gaat. De levering die geacht wordt in België plaats te vinden, is van de btw vrijgesteld op grond van artikel 39, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek indien A het vervoer verricht of doet verrichten, dan wel op grond van artikel 39, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek indien B het vervoer verricht of doet verrichten.

• Zelfde situatie als het voorbeeld hierboven doch omdat A de goederen niet in voorraad heeft, koopt hij ze voorafgaandelijk bij D, een in België gevestigde handelaar.

Eerste veronderstelling: D vervoert de goederen rechtstreeks tot bij B. De levering waarin het vervoer plaatsvindt, is gesitueerd in de relatie D-A. Deze levering vindt plaats in België en is vrijgesteld op grond van artikel 39, § 1, 1° van het Btw-Wetboek. De levering A-B daarentegen vindt plaats in Zwitserland bij de terbeschikkingstelling.

Tweede veronderstelling: A gaat de goederen ophalen bij D en vervoert ze tot bij B. In deze situatie kan het vervoer zich voordoen in de relatie D-A of A-B. Een grondig onderzoek van de verkoopsvoorwaarden van beide contracten maakt het mogelijk te bepalen in welke relatie het vervoer is gesitueerd. Hoe dan ook, omdat A in België is gevestigd, kan de levering D-A niet van de btw worden vrijgesteld, indien het vervoer zich in die relatie situeert. De levering A-B vindt in dat geval plaats in Zwitserland.

Indien het vervoer is gesitueerd in de relatie A-B, vinden beide leveringen in België plaats, doch kan enkel de levering A-B worden vrijgesteld wegens uitvoer, op grond van artikel 39, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek.

Derde veronderstelling: B gaat de goederen bij D ophalen. In deze situatie vindt het vervoer plaats in de relatie A-B. De levering D-A is een binnenlandse levering die bij gebrek aan vervoer niet kan worden vrijgesteld. De levering A-B is vrijgesteld op grond van artikel 39, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek.

b. Uitvoer door de niet in België gevestigde koper of voor zijn rekening.Uitsluiting van de vrijstelling

De vrijstelling bedoeld in artikel 39, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek is uitgesloten wanneer de levering betrekking heeft op:

• goederen die bestemd zijn voor de uitrusting of de bevoorrading van pleziervaartuigen en sportvliegtuigen of van andere vervoermiddelen voor privégebruik en die door de koper zelf vervoerd worden

• goederen die worden meegenomen in de persoonlijke bagage van een reiziger. Onder bepaalde voorwaarden kan de levering van dergelijke goederen evenwel worden vrijgesteld van de belasting op grond van artikel 39, § 1, 4°, van het Btw-Wetboek (zie rubriek D, van deze titel 2).

c. Formaliteiten

- Aangifte ten uitvoer

Wanneer goederen buiten de Gemeenschap worden uitgevoerd, moet een aangifte ten uitvoer (zie artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 18, van 29.12.1992, met betrekking tot de vrijstellingen ten aanzien van de uitvoer van goederen en diensten naar een plaats buiten de Gemeenschap, op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde) worden opgesteld en bij de douane worden ingediend overeenkomstig de voorschriften van de communautaire douanereglementering.

De aangifte ten uitvoer is een aangifte die gedaan wordt op een formulier dat ‘Enig document’ wordt genoemd en dat inzake douane als aangifte ten uitvoer wordt gebruikt. Het betreft een enig administratief document, tot stand gebracht door de Europese Gemeenschap om te worden gebruikt in het handelsverkeer tussen de lidstaten van de Gemeenschap en derde landen. Het is hetzelfde formulier als hetgeen bijvoorbeeld gebruikt wordt als aangifte ten verbruik bij invoer of als aangifte voor het plaatsen van goederen onder een regeling van douane-entrepot of van doorvoer (zie ‘Boekwerk I: Belastingplicht en belastbare handelingen - Hoofdstuk 4: Invoer’). Het bestaat in totaal uit een set van acht exemplaren, waarvan de exemplaren 1 tot 3 worden gebruikt voor het vervullen van de formaliteiten bij uitvoer en waarbij exemplaar 3 het ‘exemplaar voor de uitvoerder’ is.

Sinds de invoering op 04.06.2007 van het PLDA-systeem (‘Paperless Douane en Accijnzen’: de toepassing voor het elektronisch indienen en verwerken van douaneaangiften in België), bestaat de aangifte ten uitvoer uit een door dit systeem gegenereerd Enig Document.

PLDA heeft niets gewijzigd aan de wijze waarop de aangifte ten uitvoer moet worden ingevuld.

Wat betreft de communautaire douanewetgeving, bepaalt artikel 1 (19) van gedelegeerde verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28.07.2015, tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie, de persoon die de hoedanigheid van uitvoerder inzake douane mag aannemen. In de regel gaat het om de persoon die rechtstreeks verantwoordelijk is voor het vervoer van de goederen buiten de Gemeenschap. Personen die buiten het douanegebied van de EU zijn gevestigd, mogen inzake douane nooit de hoedanigheid van uitvoerder aannemen.

Inzake btw is de leverancier in zijn hoedanigheid van schuldenaar van de belasting op de levering die hij verricht, ertoe gehouden het bewijs te leveren dat de goederen de Gemeenschap hebben verlaten.

Voor het leveren van het bewijs van het recht op de vrijstelling wegens uitvoer is het derhalve aangewezen dat op het ‘Enig Document’, gebruikt als aangifte ten uitvoer, als uitvoerder fungeert, de leverancier die goederen heeft verkocht met toepassing van de vrijstelling van btw op grond van artikel 39 § 1, 1° of 2°, van het Btw-Wetboek.

In de voorbeelden gegeven in subrubriek a van deze rubriek A moet de aangifte ten uitvoer dus worden opgemaakt, voor het eerste voorbeeld, op naam van A, en voor het tweede voorbeeld, op naam van de persoon wiens levering vrijgesteld is van de btw wegens uitvoer, in casu dus naargelang de veronderstelling op naam van D of A.

De naam en het adres van de uitvoerder dienen te worden opgenomen in vak 2 van het Enig Document. Er wordt opgemerkt dat het btw-nummer van de uitvoerder niet in vak 2, maar in vak 44 van deze aangifte moet vermeld worden. Dit heeft te maken met het feit dat vak 2 van de uitvoeraangifte voorbehouden is aan het EORI-nummer van de uitvoerder. EORI staat voor ‘Economic Operator’s registration and identification’. Het is een uniek nummer dat binnen de Gemeenschap wordt gebruikt voor de identificatie voor douanedoeleinden van de marktdeelnemers in hun betrekkingen met de communautaire douaneautoriteiten. Het wordt toegekend door de douaneautoriteit van de lidstaat waar die marktdeelnemer is gevestigd of, voor marktdeelnemers die niet in de Gemeenschap zijn gevestigd, door de douaneautoriteit van de lidstaat waar die marktdeelnemer voor het eerst actief is. Er wordt opgemerkt dat het EORI-nummer niet noodzakelijk overeenstemt met het btw-nummer. In België is dit wel het geval voor de in België gevestigde marktdeelnemers die voor btw-doeleinden geïdentificeerd zijn.

Ingevolge de definitie van de uitvoerder inzake douane zoals die van toepassing is sedert 01.05.2016 (zie artikel 1 (19) van de gedelegeerde verordening (EU) 2015/2446, voornoemd), kan het in bepaalde verkoopsituaties (bijvoorbeeld bij een levering 'ex works') voorkomen dat de uitvoerder inzake douane en de uitvoerder inzake btw niet langer dezelfde persoon zijn.

In vak 2 van de aangifte ten uitvoer kan uiteraard slechts één persoon worden vermeld. Dit vak is voorbehouden aan de douane. In vak 2 staat de uitvoerder inzake douane.

Gelet op wat voorafgaat en teneinde de aangifte ten uitvoer niet te laten verloren gaan als bewijsmiddel voor de toepassing van de btw-vrijstelling wegens uitvoer, zijn de Algemene Administratie Douane en Accijnzen en de Algemene Administratie van de Fiscaliteit overeengekomen dat de uitvoerder inzake btw (naam en btw-identificatienummer) altijd moet vermeld worden in vak 44 van de uitvoeraangifte, ook voor de situaties waarin de uitvoerder inzake douane en de uitvoerder inzake btw wel nog dezelfde persoon zijn (zie beslissing nr. E.T. 129.169 van 20.05.2016 ).

De standaard douaneprocedure die inzake de uitvoer van goederen gevolgd moet worden, kan als volgt worden samengevat.

Ter uitvoering van de communautaire douanereglementering werd binnen de Gemeenschap het Export Control System (ECS) opgezet, een verplicht systeem van elektronische gegevensuitwisseling tussen het douanekantoor van uitvoer en het kantoor van uitgang voor de vaststelling van de uitgang van de ten uitvoer aangegeven goederen. In België is ECS sinds 23.09.2009 van kracht.

Voor uitvoeraangiften geldt als algemene regel dat deze enkel nog elektronisch kunnen worden ingediend. Een aangifte ten uitvoer op papier wordt nog enkel aanvaard ingeval van een noodprocedure.

De aangifte ten uitvoer moet, met gebruikmaking van het PLDA-systeem, bij het enig kantoor der douane en accijnzen elektronisch worden ingezonden. De uit te voeren goederen zelf moeten worden aangeboden op het hulpkantoor der douane, bevoegd over de plaats waar de goederen moeten worden aangeboden. Dit hulpkantoor wordt geacht het douanekantoor van uitvoer te zijn.

Bij vrijgave van de goederen zendt PLDA de gegevens van deze aangifte met behulp van een elektronisch bericht (‘voorafgaand bericht van uitvoer’) naar het vooraf opgegeven douanekantoor van uitgang (dit is het douanekantoor waarlangs de goederen de Gemeenschap verlaten - zie vak 29 van de uitvoeraangifte). Dit bericht wordt aan de hand van de gegevens van de aangifte ten uitvoer opgesteld.

De goederenbehandelaar, de vervoerder of een andere persoon die de op het douanekantoor van uitvoer aangebrachte goederen onder zich heeft en naar het douanekantoor van uitgang uit de Gemeenschap vervoert of doet vervoeren, moet laatstgenoemd douanekantoor elektronisch, via het bericht van aankomst, van de aankomst van de goederen in kennis stellen.

Voormelde persoon beschikt over een termijn van 150 dagen om de goederen aan te bieden op het douanekantoor van uitgang of om aan te tonen dat de goederen zijn uitgevoerd. Ingeval van overschrijding van deze termijn, wordt de aangifte in beginsel geannuleerd.

Het douanekantoor van uitgang vergewist zich ervan dat de aangebrachte goederen met de aangegeven goederen overeenstemmen en ziet erop toe dat de goederen het douanegebied van de Gemeenschap daadwerkelijk verlaten.

Wanneer de goederen het douanegebied van de Gemeenschap hebben verlaten, zendt het douanekantoor van uitgang het bericht ‘resultaten bij uitgaan’ naar het douanekantoor van uitvoer.

Bij ontvangst van voormeld bericht, zal het douanekantoor van uitvoer aan de uitvoerder of de aangever een elektronisch bericht ‘kennisgeving uitvoer’ zenden. Op basis van dit bericht kan de aangever een exemplaar 3 van het Enig document afdrukken waarop in vak D de datum van het uitgaan van de goederen voorkomt.

Uit hetgeen voorafgaat blijkt dat in voormelde procedure op het verso van het exemplaar 3 van de aangifte ten uitvoer geen douanestempel meer terug te vinden is. De leverancier die goederen heeft verkocht met toepassing van de vrijstelling van btw op grond van artikel 39, § 1, 1° of 2° van het Btw-Wetboek, zal die vrijstelling bijgevolg moeten verantwoorden aan de hand van de PLDA-aangifte ten uitvoer waarop in vak D de datum van het uitgaan van de goederen is weergegeven.

Het exemplaar 3 van de aangifte ten uitvoer is en blijft het document bij uitstek om de uitvoer van goederen aan te tonen.

Op de hiervoor aangehaalde standaardprocedure bestaan evenwel een aantal bijzondere afwijkende procedures. Als voornaamste kunnen vernoemd worden:

• Mondelinge aangifte voor uitvoer

Voor bepaalde goederen kan de douaneaangifte tot uitvoer mondeling worden gedaan (zie artikel 137, lid 1, van de gedelegeerde verordening (EU) 2015/2446, voornoemd). Zijn bedoeld:

o goederen zonder handelskarakter

o goederen met een handelskarakter, mits de waarde ervan niet meer dan 1 000 EUR bedraagt of de nettomassa ervan niet hoger is dan 1 000 kg

o in het douanegebied van de Gemeenschap geregistreerde vervoermiddelen die bestemd zijn om te worden wederingevoerd, alsook de reserveonderdelen, het toebehoren en de uitrusting van deze vervoermiddelen;

De mondelinge uitvoeraangifte wordt gedaan bij het douanekantoor van uitgang uit de Gemeenschap (zie artikel 221, lid 3, van uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24.11.2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie).

De mondelinge aangifte kan niet door douane-expediteurs worden toegepast.

Wanneer de douane twijfelt aan de juistheid of volledigheid van de aangegeven elementen, kan zij een schriftelijke aangifte eisen. Personen die een bewijs van de uitvoer wensen, onder meer om hun recht op vrijstelling van de btw te bewijzen, kunnen altijd een schriftelijk aangifte laten geldig maken, ongeacht de waarde van de goederen.

• Ontheffing om een uitvoeraangifte in te dienen

Artikel 245 van de gedelegeerde verordening (EU) 2015/2446, voornoemd, geeft een opsomming van de goederen waarvoor en situaties waarbij geen aangifte ten uitvoer moet worden ingediend. De voornaamste zijn:

o elektrische energie

o goederen die via een pijpleiding vertrekken

o goederen die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers

o goederen die worden geleverd om als onderdeel of toebehoren in schepen of luchtvaartuigen te worden gemonteerd, of voor de werking van de motoren, machines en andere uitrusting van schepen of luchtvaartuigen te worden gebruikt, alsook levensmiddelen en andere artikelen bestemd om aan boord te worden verbruikt of verkocht

o goederen die vanuit het douanegebied van de Gemeenschap worden verzonden naar Ceuta en Melilla, Gibraltar, Helgoland, de Republiek San Marino, Vaticaanstad, de gemeenten Livigno en Campione d’Italia of de Italiaanse wateren van het meer van Lugano vanaf de oever tot aan de politieke grens van de zone tussen Ponte Tresa en Porto Ceresio.

• Uitvoer van accijnsgoederen onder een accijns-schorsingsregeling

Vanaf 01.01.2011 is, voor de uitvoer van accijnsgoederen bedoeld in artikel 1, § 6, 4° van het Btw-Wetboek, de hiervoor beschreven ECS-standaardprocedure eveneens van toepassing van zodra de goederen op het douanekantoor van uitvoer zijn aangebracht en dit als vervolg op het elektronisch administratief document (e-AD met ARC-nummer – administratieve referentie code) dat gebruikt wordt voor de verzending, binnen de Gemeenschap, van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling. De opvolging van de uitvoerbeweging tussen het kantoor van uitvoer en uitgang gebeurt door ECS. De werking van het e-AD wordt dus vanaf het kantoor van uitvoer tijdelijk opgeschort totdat de effectieve uitgang wordt vastgesteld door ECS. Aan de hand van dit bericht zal EMCS (geautomatiseerde systeem voor de bewegingen van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling) het betrokken e-AD aanzuiveren.

• Vereenvoudigde procedure - grensoverschrijdende vergunning – domiciliëringsprocedure

Ten aanzien van in- en/of uitvoerbewegingen van goederen die een bepaalde operator (invoerder/uitvoerder) binnen een bepaalde lidstaat of in meerdere lidstaten verricht, voorziet het douanewetboek van de Unie evenals het communautair toepassingswetboek in bepaalde faciliteiten.

Wat betreft de domiciliëringsprocedure, is er ontheffing van de verplichting de goederen bij de douane aan te brengen. Een verwittiging (telefonisch, e-mail ...) van het bevoegde hulpkantoor volstaat. De aangifte van de goederen voor de betreffende douaneregeling geschiedt in dergelijk geval door inschrijving van de goederen in de administratie van de operator. In PLDA moet slechts maandelijks een globale uitvoeraangifte worden ingegeven.

Wat betreft de grensoverschrijdende vergunning op het stuk van de uitvoer is er voor de leveringen van goederen die in België plaatsvinden, ontheffing van aangifte in PLDA, maar wordt de uitvoeraangifte rechtstreeks ingediend in het elektronisch douanesysteem van de lidstaat die de vergunning heeft uitgereikt. Bij ontstentenis van een inschrijving van de transactie in PLDA, is de Belgische administratie voor de kennisgeving van het bestaan van de handeling bijgevolg volledig aangewezen op de door de lidstaat van uitreiking van de vergunning verstrekte informatie.

Zowel de Belgische douane als de Algemene Administratie van de Fiscaliteit hebben duidelijk omschreven onderzoeksbevoegdheden die hen toelaten de echtheid van de aangegeven handelingen te laten bevestigen door de lidstaat die de vergunning heeft uitgereikt.

- Kopie van de factuur

Ter staving van de schriftelijke uitvoeraangifte van de goederen, dient een kopie van de verkoopfactuur of, bij ontstentenis van een verkoopfactuur, een verzendingsstuk dat alle gegevens van een verkoopfactuur bevat, te worden afgegeven op het douanekantoor waar, overeenkomstig de douanereglementering inzake uitvoer, een aangifte ten uitvoer moet worden ingediend (zie artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 18, voornoemd). Het gaat om de kopie van de factuur of om het verzendingsstuk uitgereikt door de persoon die de vrijstelling van btw inroept en op wiens naam de aangifte ten uitvoer in beginsel wordt opgemaakt.

- Ontvangstbewijs

Wanneer de uitvoer wordt verricht door de niet in België gevestigde koper, moet deze laatste bij de inbezitneming van de goederen in België aan zijn verkoper een ontvangstbewijs afleveren waarop de datum van afgifte, de omschrijving van de goederen alsmede het land van bestemming zijn vermeld (zie artikel 5, § 2, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 18, voornoemd).

Hetzelfde geldt wanneer de goederen worden uitgevoerd voor rekening van de niet in België gevestigde koper. In dat geval moet bovendien op het ontvangstbewijs worden vermeld dat deze derde persoon handelt voor rekening van zijn opdrachtgever(zie artikel 5, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 18, voornoemd).

- Uitvoertermijn

De in artikel 8bis, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek bedoelde landvoertuigen die vóór hun uitvoer in België worden ingeschreven, moeten uitgevoerd worden uiterlijk op het einde van de derde maand die volgt op de maand waarin de inschrijving plaatsvond (zie artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 18, voornoemd).

Behoudens deze uitzondering en deze inzake het reizigersverkeer (zie rubriek D van deze titel 2, hierna) is er geen expliciete uitvoertermijn voorzien.

Dit neemt niet weg dat de uitvoer moet worden verricht onmiddellijk na de levering en dat in België geen gebruik mag worden gemaakt van de goederen, tenzij met het oog op de uitvoer ervan.

- Bijzonder geval - Landvoertuigen

Voor de in vorige paragraaf bedoelde landvoertuigen die vóór hun uitvoer worden ingeschreven op naam van de koper, kan enkel een tijdelijke nummerplaat met bijhorend tijdelijk inschrijvingsbewijs, met bijzondere vermelding inzake het fiscaal statuut van het voertuig, worden gevraagd. Met het oog op de uitreiking van voormelde nummerplaat en voormeld inschrijvingsbewijs dient de belastingplichtige verkoper voortaan evenwel geen vignet nr. 904 meer te kleven op de aanvraag om inschrijving van het voertuig. Met ingang van 22.07.2019 werd immers het koninklijk besluit nr. 47, van 25.02.1996, tot regeling van de controle van de voldoening van de BTW verschuldigd ter zake van de levering, intracommunautaire verwerving en invoer van vervoermiddelen, in de zin van artikel 8bis, § 2, 1°, van het Wetboek, opgeheven.

Wanneer voor deze voertuigen geen aanvraag om inschrijving wordt ingediend, moet de verkoper-belastingplichtige het vignet dat het communautair karakter van het voertuig vastlegt (vignet 705), onbruikbaar maken (zie artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 18, voornoemd).

d. Bewijs van de uitvoer

Het bewijs van de uitvoer moet door de uitvoerder, in zijn hoedanigheid van schuldenaar van de btw op de levering die hij verricht, kunnen worden verstrekt door middel van een geheel van overeenstemmende documenten waaruit de echtheid van de uitvoer blijkt, zoals de bestelbonnen, de vervoerdocumenten en de betalingsdocumenten, alsmede de PLDA-aangifte ten uitvoer waarop in vak D de datum van het uitgaan van de goederen is weergegeven (zie subrubriek c van deze rubriek A). In dit opzicht dient er opgemerkt te worden dat het enkel overleggen van voormelde PLDA-aangifte niet volstaat om het recht op vrijstelling van btw te rechtvaardigen.

Wanneer een niet in België gevestigde koper de goederen hier te lande in bezit neemt en ze uitvoert of doet uitvoeren voor zijn rekening, blijft de verkoper verantwoordelijk voor de uitvoer van de goederen en bijgevolg voor de btw met betrekking tot de levering. Hij is er pas van ontslagen wanneer hij kan bewijzen dat de goederen onder de gestelde voorwaarden zijn uitgevoerd.

B. Uitvoer door of voor rekening van de dienstverrichter of de niet in België gevestigde ontvanger van de dienst (artikel 39, § 1, 3°, van de Btw-Wetboek)

a. Principe

Een dienst kan als dusdanig niet materieel worden verzonden of vervoerd.

Dit is enkel mogelijk voor roerende goederen. Komt derhalve enkel voor vrijstelling wegens uitvoer in aanmerking, de dienst die bestaat uit werkzaamheden met betrekking tot roerende goederen. Het gaat bijgevolg om diensten die bestaan uit een materieel werk of een expertise die betrekking hebben op een ander goed dan een uit zijn aard onroerend goed.

Vrijstelling is enkel mogelijk wanneer de dienst aan de Belgische btw is onderworpen. Dit is enkel het geval wanneer de dienst geacht wordt in België plaats te vinden op grond van de artikelen 21 en 21bis van het Btw-Wetboek.

Voor de bepaling van de plaats van diensten moet een onderscheid gemaakt worden naargelang de ontvanger van de dienst al dan niet een belastingplichtige is in de zin van artikel 21, § 1 van het Btw-Wetboek.

Wanneer de ontvanger van de dienst een belastingplichtige is (B2B-situatie), vindt de dienst die bestaat uit een materieel werk of een expertise met betrekking tot een ander goed dan een uit zijn aard onroerend goed, op grond van artikel 21, § 2 van het Btw-Wetboek, in België plaats wanneer de ontvanger er de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd of er een vaste inrichting heeft waarvoor de dienst wordt verricht.

Uit dit lokalisatiecriterium volgt dat een dienst kan plaatsvinden op een andere plaats dan die waar hij materieel wordt verricht. Zo kan een dienst die materieel in België wordt verricht, plaatsvinden in een andere lidstaat of zelfs buiten de Gemeenschap. Deze situatie heeft gevolgen voor de na te leven formaliteiten en de bewijsvoering. Zo zullen bij de verzending van de goederen buiten de Gemeenschap steeds douaneformaliteiten moeten vervuld worden, maar is er ofwel geen enkele bewijslast omdat de dienst buiten de Gemeenschap plaatsvindt (afnemer is buiten de Gemeenschap gevestigd), ofwel is er geen Belgische bewijslast (afnemer is in een andere lidstaat gevestigd).

Bijgevolg is in een B2B-situatie artikel 39, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek nog slechts toepasbaar indien:

• de dienst materieel in België of in een andere lidstaat wordt verricht

• de ontvanger van de dienst de zetel van zijn economische activiteit in België heeft gevestigd of er een vaste inrichting heeft waarvoor de dienst wordt verricht

• de goederen door de dienstverrichter of voor zijn rekening worden uitgevoerd.

Voorbeelden:

• Een in België gevestigde belastingplichtige (A) koopt in België meubelen aan die bestemd zijn om naar Zwitserland te worden uitgevoerd. Alvorens de meubelen naar Zwitserland over te brengen, moeten ze evenwel nog gevernist worden. (A) doet hiervoor een beroep op de Belgische belastingplichtige (B). Op grond van artikel 21, § 2 vindt de dienst van (B) in België plaats (plaats waar de ontvanger van de dienst is gevestigd). Vrijstelling voor de dienstverrichting op grond van artikel 39, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek is enkel mogelijk indien de goederen door of voor rekening van de dienstverrichter worden uitgevoerd.

• Zelfde situatie als het voorbeeld hiervoor, maar (A) koopt de meubelen aan in Frankrijk waar ze door de Franse belastingplichtige (C) worden bewerkt. Op grond van artikel 21, § 2 vindt de dienst van (C) in België plaats (plaats waar de ontvanger van de dienst is gevestigd). Vrijstelling voor de dienstverrichting op grond van artikel 39, § 1, 3° van het Btw-Wetboek is enkel mogelijk indien de goederen door of voor rekening van de dienstverrichter worden uitgevoerd.

Indien de belastingplichtige ontvanger van de dienst de zetel van zijn economische activiteit buiten de Gemeenschap heeft gevestigd, is deze dienst niet aan de btw onderworpen ook al wordt de dienst materieel in België verricht. Bijgevolg is er geen vrijstelling mogelijk. Bij de uitvoer van de goederen waaraan de dienst werd verricht, zullen er wel douaneformaliteiten moeten worden vervuld.

Indien de belastingplichtige ontvanger van de dienst de zetel van zijn economische activiteit in België heeft gevestigd en de dienst materieel buiten de Gemeenschap wordt verricht, wordt de dienst geacht in België plaats te vinden. Bij gebrek aan vervoer buiten de Gemeenschap is er geen vrijstelling mogelijk en is de btw verschuldigd. De afnemer van dienst is de schuldenaar van de btw. Er moeten geen douaneformaliteiten worden vervuld.

Dezelfde B2B-principes zijn ook van toepassing ingeval van onderaanneming.

Wanneer de ontvanger van de dienst een niet-belastingplichtige is (B2C-situatie), vindt de dienst die bestaat uit een materieel werk of een expertise met betrekking tot een ander goed dan een uit zijn aard onroerend goed, op grond van artikel 21bis, § 2, 6°, c), van het Btw-Wetboek, in België plaats wanneer dat werk of die expertise materieel in België wordt verricht.

In een B2C-situatie is artikel 39, § 1, 3° van het Btw-Wetboek enkel toepasbaar als het werk in België wordt verricht. Er is dan vrijstelling van de btw in de mate dat de dienstverrichter, de niet in België gevestigde ontvanger of een voor hun rekening optredende derde de roerende goederen waaraan de werkzaamheden zijn verricht, buiten de Gemeenschap uitvoert.

Vrijstelling van btw is enkel mogelijk wanneer de goederen waaraan de werkzaamheden zijn verricht, werden verkregen of ingevoerd teneinde de dienst te ondergaan. Vrijstelling van btw is dus uitgesloten wanneer de dienst noodzakelijk is geworden ingevolge een toevallig defect of een ongeval met deze goederen. Dit is meer bepaald het geval voor voertuigen.

Omdat ze rechtstreeks van de btw zijn vrijgesteld, vallen de diensten bedoeld in artikel 41 en 42 van het Btw-Wetboek buiten de toepassingssfeer van artikel 39, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek.

b. Formaliteiten

Dezelfde formaliteiten moeten worden nageleefd als deze bedoeld in rubriek A, subrubriek c, van deze titel 2, met dien verstande dat het hier de dienstverrichter is die ze moet nakomen in de lidstaat waar de goederen zich bevinden op het tijdstip waarop ze met het oog op hun uitvoer onder de douaneregeling uitvoer worden geplaatst. Omdat de plaats waar het werk effectief wordt verricht en de plaats waar de dienst geacht wordt plaats te vinden niet noodzakelijk meer samenvallen zal de aangifte ten uitvoer niet noodzakelijk in België moeten worden ingediend. Zo zullen in het tweede voorbeeld hiervoor (zie subrubriek a van deze rubriek B), de meubelen in Frankrijk voor de uitvoer moeten worden aangegeven.

c. Bewijs

Het bewijs van de vrijstelling voorzien in artikel 39, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek, moet enkel geleverd worden indien de dienst onderworpen is aan de Belgische btw (bij toepassing van artikel 21, § 2 of 21bis, § 2, 6°, c van het Btw-Wetboek). In dat verband moet een onderscheid gemaakt worden tussen een B2B- en een B2C-situatie :

• In een B2B-situatie, wanneer de dienst materieel in België wordt verricht en aan de Belgische btw onderworpen is op grond van artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek, moeten de bewijzen als bedoeld in rubriek A, subrubriek d, van deze titel 2 worden geleverd. Wanneer de dienst materieel in een andere lidstaat wordt verricht en aan de Belgische btw onderworpen is op grond van artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek, moeten de douaneformaliteiten in de andere lidstaat op naam van de dienstverrichter worden verricht. Bijgevolg is het aangewezen dat de in België gevestigde ontvanger van de dienst, als schuldenaar van de Belgische btw op grond van artikel 51, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek, in het bezit komt van een kopie van de op naam van de dienstverrichter opgemaakte uitvoeraangifte in de andere lidstaat.

• In een B2C-situatie, wanneer de dienst materieel in België wordt verricht, moeten de bewijzen als bedoeld in rubriek A, subrubriek d, van deze titel 2 worden geleverd. Wanneer de dienst materieel in een andere lidstaat wordt verricht, is de Belgische btw niet verschuldigd. Er moet geen bewijs van de uitvoer geleverd worden.

C. Bijzondere situaties

a. Levering en bewerking van een goed, gevolgd door de uitvoer

• Een buiten de Gemeenschap gevestigde persoon koopt in België goederen aan. Ze laat die goederen in België bewerken/verwerken door een dienstverrichter (de dienstverrichter werkt in opdracht van de buiten de Gemeenschap gevestigde klant). De goederen worden vervolgens uitgevoerd.

De levering van de goederen is vrijgesteld van de btw op grond van artikel 39, § 1, 1° of 2°, van het Btw-Wetboek.

De dienst wordt op grond van artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek geacht buiten de Gemeenschap plaats te vinden. De vrijstelling van btw om reden van uitvoer (artikel 39, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek) hoeft niet te worden toegepast.

Op het stuk van douane moet één aangifte ten uitvoer worden opgesteld en ingediend voor de goederen in de staat waarin ze zich bevinden bij hun uitvoer, dus na bewerking/verwerking. De aangifte ten uitvoer bevat normaal gezien de gegevens met betrekking tot de verkoop van het goed, tenzij de bewerking/verwerking ingrijpend is. De verkoper moet erop toezien dat de gegevens met betrekking tot zijn verkoop, zijn naam en btw-identificatienummer op de aangifte ten uitvoer vermeld worden en dat hij in het bezit komt van het voor uitvoer gevalideerde exemplaar van de uitvoeraangifte.

De dienstverrichter heeft geen belang bij de opmaak en validering van de aangifte ten uitvoer omdat hij geen vrijstelling moet verantwoorden.

• Een buiten de Gemeenschap gevestigde persoon koopt in België goederen aan. De in België gevestigde leverancier laat die goederen in België bewerken/verwerken door een dienstverrichter (de dienstverrichter werkt in opdracht van de in België gevestigde leverancier). De goederen worden vervolgens uitgevoerd.

De levering van de goederen is vrijgesteld van de btw op grond van artikel 39, § 1, 1° of 2° van het Btw-Wetboek.

De dienst wordt op grond van artikel 21, § 2 van het Btw-Wetboek geacht in België plaats te vinden. De dienst kan worden vrijgesteld op grond van artikel 39, § 1, 3° van het Btw-Wetboek wanneer de goederen door of voor rekening van de dienstverrichter worden uitgevoerd.

Op het stuk van douane moet één aangifte ten uitvoer worden opgesteld en ingediend voor de goederen in de staat waarin ze zich bevinden bij hun uitvoer, dus na bewerking/verwerking. In de regel wordt de aangifte ten uitvoer opgesteld op naam van de verkoper. De dienstverrichter heeft er belang bij om een kopie van die aangifte in zijn bezit te hebben ter verantwoording van de vrijstelling.

b. Levering ‘Franco-buitengrens van de Gemeenschap’

Het komt voor dat de verkoper de contractuele verplichting heeft om de goederen af te leveren op een plaats gelegen aan de buitengrens van de Gemeenschap, door ze op die plaats ter beschikking te stellen van zijn medecontractant. Een typisch voorbeeld hiervan is de levering onder de incoterm F.O.B.-zeeschip.

De verkoper voert in dat geval de goederen niet zelf uit. Dergelijke levering kan dan in principe enkel van de btw worden vrijgesteld op grond van artikel 39, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek, met name wanneer de koper niet in België is gevestigd en deze koper de goederen uitvoert of voor zijn rekening laat uitvoeren.

Voor de toepassing van deze vrijstelling moeten de formaliteiten zoals omschreven in rubriek A, subrubriek c, van deze titel 2 worden nageleefd. Dit impliceert onder meer dat de aangifte ten uitvoer moet worden opgesteld op naam van de leverancier.

Niettemin aanvaardt de administratie de toepassing van artikel 39, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek, wanneer de leverancier de contractuele verplichting heeft om de goederen aan de buitengrens van de Gemeenschap af te leveren (dit is op een plaats waar een douanekantoor van uitgang uit de Gemeenschap is gelegen), in de mate dat het bij de aanvang van het vervoer door of voor rekening van de leverancier vaststaat dat de goederen zullen worden uitgevoerd. Dit laatste moet blijken uit de aangifte ten uitvoer die op naam van de leverancier moet opgesteld worden, voor de levering die hij verricht, alsmede uit het feit dat de douaneformaliteiten waarvan sprake in rubriek A , subrubriek c, van deze titel 2 in België moeten worden aangevat. Is derhalve niet bedoeld, de levering van goederen die worden gestockeerd ergens binnen de Gemeenschap, zelfs aan de buitengrens ervan, doch waarbij de leverancier de uiteindelijke bestemming niet kent, bijvoorbeeld omdat zijn klant zelf nog geen koper heeft gevonden.

Deze administratieve tolerantie is gebaseerd op de fictie dat de plaats waar de verkoper de goederen moet afleveren, reeds wordt beschouwd als gelegen buiten de Gemeenschap, wat virtueel ook het geval is.

In de logica van deze fictie zijn de daaropvolgende leveringen van goederen, leveringen waarvan de plaats geacht wordt buiten de Gemeenschap te zijn gelegen. Deze leveringen zijn derhalve niet aan de belasting onderworpen.

In voorkomend geval, zal de persoon die in de ketting is gesitueerd na de leverancier die toepassing heeft gemaakt van deze tolerantie, het bewijs van de niet-heffing van btw moeten leveren op dezelfde wijze als bedoeld in rubriek A, subrubriek d, van deze titel 2.

c. Gezamenlijke uitvoer

Wanneer goederen die door verschillende leveranciers werden geleverd, gegroepeerd worden en gezamenlijk worden uitgevoerd, moet voor elke levering in principe een afzonderlijke aangifte ten uitvoer worden opgesteld en ingediend bij de douane. De formaliteiten bedoeld in rubriek A, subrubriek c, van deze titel 2 zijn op elke levering van toepassing.

Voorbeelden:

• Een buiten de Gemeenschap gevestigde klant koopt bij verschillende verkopers goederen aan die worden gegroepeerd en die gezamenlijk worden uitgevoerd door of voor rekening van die klant. Deze leveringen zijn op grond van artikel 39, § 1, 2° van het Btw-Wetboek vrijgesteld van de btw voor zover ze geacht worden in België plaats te vinden. Voor elke levering moet een uitvoeraangifte worden ingediend.

• Een persoon bestelt goederen bij verschillende leveranciers en geeft daarbij de opdracht die goederen naar één van de leveranciers te verzenden. Deze persoon groepeert de goederen en voert ze uit of doet ze uitvoeren. De levering van elk van die leveranciers is op grond van artikel 39, § 1, 1° van het Btw-Wetboek vrijgesteld van de btw voor zover ze geacht worden in België plaats te vinden. Voor elke levering moet een uitvoeraangfite worden ingediend.

d. Postzendingen

- Formaliteiten

De afzenders van postzendingen naar een plaats buiten de Gemeenschap moeten, in beginsel, dezelfde formaliteiten vervullen als bij een uitvoer door of voor rekening van de leverancier (zie rubriek A, subrubriek c van deze titel 2). Omdat die verzendingen gewoonlijk goederen betreffen van een geringe waarde, hebben die afzenders de mogelijkheid de formaliteiten inzake de aangifte ten uitvoer te vervangen door meer soepele formaliteiten (zie hierna).

Onder ‘postzendingen’ word verstaan de zendingen van lichamelijke roerende goederen die worden afgegeven in één van de hier te lande gevestigde postkantoren om naar een plaats buiten de Gemeenschap te worden verzonden.

Wanneer de waarde van de verzonden goederen 359,50 euro niet overschrijdt, moet een etiket CN22 gekleefd worden op de zending. Beloopt de waarde meer dan 359,50 euro of indien gewenst, moet het bovengedeelte van het etiket CN22 op de zending gekleefd worden en moet een douaneverklaring CN23 worden opgesteld die de zending begeleidt.

Voor de verzending per post van goederen in het vrije verkeer naar derde landen moet geen aangifte ten uitvoer worden opgesteld, indien de waarde van die goederen 359,50 euro niet overschrijdt.

- Bewijs van de uitvoer

Om in de gevallen waarin geen aangifte ten uitvoer moet worden opgesteld, toch de uitvoer van hun zendingen te bewijzen, mogen de afzenders bij de afgifte van hun postzendingen aan het postkantoor, een bijkomend exemplaar van de aangifte CN23 voorleggen. Dat exemplaar dient bovenaan de vermelding te dragen: ‘Exemplaar bestemd voor de afzender’. Na nazicht wordt het bekleed met de datumstempel van het kantoor van afgifte en wordt het vervolgens aan de afzender teruggegeven. Die geviseerde aangifte vormt, samen met alle andere bescheiden waaruit de echtheid van de uitvoer (zie rubriek A, subrubriek d, van deze titel 2), het bewijs van het recht op vrijstelling van btw.

e. Uitvoer van goederen door een belastingplichtige die onderworpen is aan de forfaitaire regeling (artikel 56 van het Btw-Wetboek)

In dit geval is de bij artikel 39 van het Btw-Wetboek bedoelde vrijstelling eveneens van toepassing. Ze wordt verwezenlijkt door bij het vaststellen van het omzetcijfer dat aan de btw moet worden onderworpen geen rekening te houden met de aangekochte goederen die werden gebruikt voor de handelingen die wegens uitvoer zijn vrijgesteld van btw (zie ‘Boekwerk V: Bijzondere regelingen - Hoofdstuk 15 - Bijzondere regelingen – Afdeling 3’).

f. Tabaksfabrikaten

Voor tabaksfabrikaten is de verschuldigdheid evenals de vrijstelling van de btw verbonden met de verschuldigdheid en de vrijstelling van Belgische accijnzen. De regeling van artikel 39, § 1, van het Btw-Wetboek is niet van toepassing op de uitvoer van tabaksfabrikaten.

g. Uitvoer van goederen door een belastingplichtige die onderworpen is aan de regeling voor kleine ondernemingen (artikel 56bis, van het Btw-Wetboek)

De leveringen en diensten verricht door kleine ondernemingen zoals bedoeld in artikel 56bis, van het Btw-Wetboek genieten op algemene wijze belastingvrijstelling. De vrijstelling van btw wegens uitvoer bedoeld in artikel 39, § 1, van het Btw-Wetboek is derhalve niet van toepassing op de door kleine ondernemingen gestelde handelingen.

h. Uitvoer van goederen door een belastingplichtige die onderworpen is aan de bijzondere landbouwregeling (artikel 57 van het Btw-Wetboek)

De vrijstelling van btw wegens uitvoer is in beginsel van toepassing op de leveringen van goederen verricht door een belastingplichtige onderworpen aan de landbouwregeling bedoeld in artikel 57 van het Btw-Wetboek. Wanneer een landbouwondernemer een dergelijke levering verricht, behoudt hij zijn recht op terugbetaling van het bedrag van de forfaitaire compensatie dat de voorbelasting uitmaakt, indien de handeling bedoeld is in artikel 57, § 2, 1°, 2° of 3°, van het Btw-Wetboek, met name indien zijn medecontractant een andere belastingplichtige is dan een belastingplichtige die in België onderworpen is aan de bijzondere landbouwregeling.

Wanneer de medecontractant in België is gevestigd of er is geïdentificeerd indien hij buiten België is gevestigd en wanneer hij een recht op aftrek heeft, kan hij de aftrek van de forfaitaire compensatie bekomen. Hij oefent het recht op aftrek uit door opname van het bedrag van de forfaitaire compensatie in rooster 59 van zijn periodieke btw-aangifte. Aangezien de levering van de btw is vrijgesteld wegens uitvoer, moet de bedoelde medecontractant verder geen enkel btw-bedrag vermelden in zijn periodieke btw-aangifte (artikel 57, § 4 van het Btw-Wetboek).

Wanneer de koper een buiten de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige is, heeft hij recht op teruggaaf van het bedrag van de forfaitaire compensatie in de mate dat hij die landbouwproducten gebruikt om in het buitenland handelingen te stellen die recht op aftrek doen ontstaan indien ze in het binnenland waren verricht of om diensten te verrichten die geacht worden in België plaats te vinden en waarvoor de ontvanger overeenkomstig artikel 51, § 2 van het Btw-Wetboek schuldenaar van de btw is (artikel 57, § 5, eerste lid, 1° van het Btw-Wetboek). Om de terugbetaling van die forfaitaire compensatie te bekomen moet de belastingplichtige bij het Centrum Buitenland een aanvraag tot teruggaaf indienen overeenkomstig de Dertiende Richtlijn 86/560/EEG van de Raad van 17.11.1986 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Regeling voor de teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan niet op het grondgebied van de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen en artikel 9, § 2 van het koninklijk besluit nr. 4 van 29.12.1969 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde.

i. Uitvoer van goederen die bedoeld zijn in artikel 58, § 4, van het Btw-Wetboek

Indien de ter zake gestelde voorwaarden en modaliteiten worden nageleefd, kan een belastingplichtige wederverkoper op de door hem verrichte leveringen van tweedehandse goederen bedoeld in artikel 58, § 4, van het Btw-Wetboek, de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge toepassen, zelfs wanneer dit tweedehandse goed wordt uitgevoerd. In dat geval moet het tweedehandse goed verkocht worden, btw inbegrepen.

Indien de belastingplichtige wederverkoper de bijzondere regeling niet wenst toe te passen ten aanzien van uit te voeren tweedehandse goederen en derhalve wil uitvoeren met vrijstelling van btw, gelden de gewone principes inzake de toepassing van de vrijstelling van btw bedoeld in artikel 39, § 1, van het Btw-Wetboek. In dat geval zal het goed dat oorspronkelijk bestemd was om te worden verkocht onder de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge worden geregulariseerd in het aankoopregister om het daarna in te schrijven in het inkomende factuurboek (zie aanschrijving nr. 1/1995 van 02.01.1995, randnummers 84, 85 en 101 en aanschrijving 2/1995 van 02.01.1995, randnummers 80, 81 en 97).

Indien de belastingplichtige wederverkoper er achteraf niet zou in slagen om de uitvoer te bewijzen, is het uitgesloten het goed opnieuw onder de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge te plaatsen en zo slechts de btw te voldoen over het verschil tussen de aan- en verkoopprijs. De btw is dan verschuldigd over de totale verkoopprijs.

j. Leveringen van goederen door taksvrije verkooppunten gelegen in een Belgische internationale luchthaven

Op een communautaire luchthaven met een internationaal karakter kunnen binnen het transitgedeelte van het luchthavengebouw winkelruimtes worden verhuurd voor het uitbaten van taksvrije verkooppunten.

De exploitant van een dergelijk verkooppunt mag met vrijstelling van de btw goederen verkopen aan reizigers die zich de dag zelf van de levering per vliegtuig begeven naar een bestemming gelegen buiten de Gemeenschap. De plaats waar de reiziger is gevestigd speelt hierbij geen rol.

Voor leveringen van goederen aan reizigers met een intracommunautaire bestemming is de btw verschuldigd.

k. Vrijstelling bedoeld in artikel 44bis, § 1, van het Btw-Wetboek

Artikel 44bis, § 1, van het Btw-Wetboek stelt vrij van belasting de levering - in het algemeen - van beleggingsgoud.

Hierbij valt op te merken dat artikel 44bis van het Btw-Wetboek een bijzondere btw-vrijstelling instelt die primeert op andere vrijstellingen. Bijgevolg is de toepassing van de vrijstelling bedoeld in artikel 39 van het Btw-Wetboek uitgesloten, ook a posteriori, ten aanzien van de levering van beleggingsgoud dat wordt uitgevoerd buiten de Gemeenschap.

Enkel in het geval de belastingplichtige de optie vervat in artikel 44bis, § 1, tweede en derde lid, van het Btw-Wetboek uitoefent en dus kiest voor de belastingheffing, kan de vrijstelling bedoeld in artikel 39 van het Btw-Wetboek worden toegepast.

De commentaar op de bijzondere regeling voor het beleggingsgoud is opgenomen in ‘Hoofdstuk 10: Beleggingsgoud’ van dit Boekwerk II.

l. Leveringen van gas via een aardgassysteem en van elektriciteit

Leveringen van gas via een aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net op het grondgebied van de Gemeenschap en van elektriciteit die geacht worden plaats te vinden in het land waar de afnemer de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd of het effectieve gebruik en verbruik van deze goederen heeft (zie artikel 14bis van het Btw-Wetboek), worden niet geviseerd door de vrijstelling van artikel 39, § 1, van het Btw- Wetboek aangezien er op het vlak van de plaats van de levering inzake btw geen band meer is met de plaats waar die goederen zich effectief bevinden noch met het vervoer van die goederen. Er wordt opgemerkt dat voor dergelijke goederenbewegingen geen douaneformaliteiten bij uitvoer vervuld moeten worden wanneer de goederen naar een plaats buiten het douanegebied van de Gemeenschap worden verzonden (zie rubriek A, subrubriek cn van deze titel 2).

m. Btw-eenheid

- Leveringen van goederen tussen leden van de btw-eenheid

De levering van goederen die geacht wordt in België plaats te vinden, die verricht wordt door een lid van de eenheid aan een ander lid en waarbij de goederen door of voor rekening van één van deze personen verzonden of vervoerd worden naar een plaats buiten de Gemeenschap, blijft buiten het toepassingsgebied van de belasting. Dergelijke levering is bijgevolg niet bedoeld in artikel 39 van het Btw-Wetboek waardoor de ter zake voorziene toepassingsvoorwaarden niet gelden.

De verzending van de eigen goederen van een lid van de eenheid naar een plaats buiten de Gemeenschap maakt de btw evenmin opeisbaar.

Er wordt evenwel opgemerkt dat er voor dergelijke goederenbewegingen douaneformaliteiten moeten worden vervuld.

Aangezien aan elk lid van de btw-eenheid een sub-btw-identificatienummer (van het btw-identificatienummer van de btw-eenheid) wordt toegekend (zie artikel 50, § 1, eerste lid, 6°, van het Btw-Wetboek) dat overeenkomt met het individuele btw-identificatienummer van dat lid, moet dat individueel btw-identificatienummer worden vermeld in vak 44 van de aangifte ten uitvoer die bij de douane moet worden ingediend. In vak 2 moet de naam en het adres van het lid van de btw-eenheid worden vermeld die de goederen vervoert of voor zijn rekening doet vervoeren.

- Leveringen van goederen verricht door een lid van de eenheid aan een derde

De bepalingen voorzien in artikel 39, § 1, van het Btw-Wetboek, zijn van toepassing ten aanzien van de levering die geacht wordt in België plaats te vinden, die verricht wordt door een lid van de eenheid aan een derde en waarbij de geleverde goederen door of voor rekening van dat lid of door of voor rekening van de niet in België gevestigde derde worden vervoerd of verzonden naar een plaats buiten de Gemeenschap.

Wat betreft de invulling van de vakken 2 en 44 van de aangifte ten uitvoer, moet het individueel btw-identificatienummer worden vermeld in vak 44 van de aangifte ten uitvoer die bij de douane moet worden ingediend. In vak 2 moet de naam en het adres van het lid van de btw-eenheid worden vermeld die de goederen vervoert of voor zijn rekening doet vervoeren.

D. De levering aan een reiziger, met woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats buiten de Gemeenschap, van goederen die voor hem geen handels- of beroepskarakter hebben, die hij in België in bezit neemt en die hij in zijn persoonlijke bagage naar een plaats buiten de Gemeenschap uitvoert uiterlijk op het einde van de derde maand volgend op de maand waarin de levering plaatsvond (artikel 39, § 1, 4°, van het Btw-Wetboek)

De vrijstelling bedoeld in artikel 39, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek (zie rubriek A, subrubriek b, van deze titel 2) is uitdrukkelijk uitgesloten voor de leveringen van goederen aan een reiziger die deze goederen uitvoert in zijn persoonlijke bagage. Een levering die in dergelijke omstandigheden plaatsvindt, kan echter van de btw worden vrijgesteld wanneer ze beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in artikel 39, § 1, 4°, van het Btw-Wetboek en de artikelen 8 en 9 van het koninklijk besluit nr. 18, voornoemd.

De toepassing van de vrijstelling van btw is uitgesloten voor de levering van goederen zonder handels- of beroepskarakter aan een koper die in de Gemeenschap is gevestigd en die deze goederen meevoert in zijn persoonlijke bagage naar een plaats buiten de Gemeenschap. Op die manier wordt vermeden dat niet belaste goederen achteraf zonder aangifte zouden wederingevoerd worden.

Er wordt opgemerkt dat het reizigersverkeer enkel betrekking heeft op goederen. Voor diensten bestaat er geen specifieke regeling.

a. Principe

Vrijstelling van btw wordt verleend voor de levering van goederen aan een niet in de Gemeenschap gevestigde reiziger, die deze goederen in België in bezit neemt en ze in zijn persoonlijke bagage uitvoert naar een plaats buiten de Gemeenschap uiterlijk op het einde van de derde maand volgend op de maand waarin de levering plaatsvond. De onderhavige vrijstelling van btw geldt enkel voor leveringen van goederen die voor de reiziger geen handels- of beroepskarakter hebben.

Wordt als een niet in de Gemeenschap gevestigde reiziger beschouwd, een reiziger wiens woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats niet in de Gemeenschap is gelegen. Onder woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats wordt verstaan, de plaats die als zodanig is vermeld op de reispas, op de identiteitskaart of op enig ander document dat als identiteitsbewijs wordt erkend.

Als aankopen die voor de koper geen handels- of beroepskarakter hebben, moeten worden aangemerkt de aankoop van goederen die voor hem een incidenteel karakter hebben en uitsluitend betrekking hebben op goederen die bestemd zijn voor het persoonlijk gebruik van de reiziger dan wel voor gebruik door leden van zijn gezin of bestemd zijn om als geschenk te worden aangeboden, mits blijkens de aard en de hoeveelheid van de goederen aan die aankoop geen commerciële of professionele overwegingen ten grondslag liggen.

Daarenboven wordt de vrijstelling slechts toegestaan ten aanzien van goederen waarvan de globale waarde, inclusief btw, per factuur hoger is dan 125 euro.

b. Formaliteiten en bewijs van de uitvoer

De verkoper moet, om de vrijstelling te kunnen toepassen, in beginsel aan de koper een factuur uitreiken. Behoudens voor de leveringen van goederen vermeld in artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29.12.1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, bestaat er geen facturatieplicht voor de leveringen van goederen aan particulieren die ze bestemmen voor hun privégebruik. In dergelijk geval mag de factuur vervangen worden door een als zodanig geldend stuk. Voor de toepassing van bedoelde vrijstelling moet dit stuk dezelfde vermeldingen bevatten als een factuur, met uitzondering van het volgnummer waaronder de factuur wordt ingeschreven in het boek voor uitgaande facturen.

Op straffe van verval van de vrijstelling moet de reiziger de goederen samen met een exemplaar van de factuur of het als zodanig geldend stuk voor visum voorleggen op het douanekantoor van uitgang uit de Gemeenschap. Dit moet gebeuren uiterlijk op het einde van de derde maand volgend op de maand waarin de levering plaatsvond. De koper zendt het document dat binnen de voornoemde termijn behoorlijk geviseerd werd, terug naar de verkoper. Op het tijdstip dat deze laatste in het bezit is van dat document, is het recht op de vrijstelling definitief verworven. De verkoper betaalt de koper het bedrag van de btw terug en vraagt er zelf de teruggaaf van via zijn periodieke btw-aangifte.

- Gebruik van een reizigerscheque/ontheffingsborderel

Om de terugbetaling van de btw aan de reizigers te vergemakkelijken en te versnellen, heeft de Algemene Administratie van de Fiscaliteit bepaalde privéondernemingen gemachtigd een bijzonder document (reizigerscheque/ontheffingsborderel) in omloop te brengen, dat wordt aanvaard als stuk dat de factuur vervangt in het kader van de teruggaaf van de btw voldaan door niet in de Gemeenschap gevestigde reizigers bij de aankoop in België van goederen die ze in hun persoonlijke bagage uitvoeren buiten de Gemeenschap.

Het betreft:

• de nv Global Blue Belgium (BE0432.612.575) waarvan de erkende bijzondere documenten zijn omschreven en gepubliceerd in de beslissingen nr. E.T. 62.087 van 28.11.1989, 11.09.1990, 12.04.1994, 21.11.1995, 03.08.1999, 11.04.2006, 18.02.2009, 20.12.2010 en 29.11.2011

• de Premier Tax Free (BE0466.093.314) waarvan de erkende bijzondere documenten zijn omschreven en gepubliceerd in de beslissingen nr. E.T. 93.234 van 17.10.2007, 18.02.2009, 06.05.2011 en 31.03.2015

• de BVBA Tax Free Worldwide België (BE0502.708.735) waarvan de erkende bijzondere documenten zijn omschreven en gepubliceerd in de beslissing nr. E.T. 122.209 van 29.08.2013

• de B.V. Four Retailers International (NL8076.96.559.B01) waarvan het erkend bijzonder document is omschreven en gepubliceerd in de beslissing nr. E.T. 124.854 van 27.03.2014

• de BVBA Innova Tax Free Belgium (BE0506.980.396) waarvan de erkende bijzondere documenten zijn omschreven en gepubliceerd in de beslissing nr. E.T. 127.132 van 31.03.2015

• de Duitse vennootschap Safety Tax Free GmbH waarvan de erkende bijzondere documenten zijn omschreven en gepubliceerd in de circulaire 2017/C/62 die een machtiging verleent voor het gebruik van een vrijstellingsdocument in het kader van de vrijstelling wegens uitvoer voorzien in artikel 39, § 1, 4°, van het Btw-Wetboek (nr. E.T. 132.560)

• de Arimar EBVBA waarvan de erkende bijzondere documenten zijn omschreven en gepubliceerd in de circulaire 2018/C/54 die een machtiging verleent voor het gebruik van een vrijstellingsdocument in het kader van de vrijstelling wegens uitvoer voorzien in artikel 39, § 1, 4°, van het Btw-Wetboek (nr. E.T. 133.289)

Voor verdere details wordt verwezen naar voornoemde beslissingen en circulaires.

- Digitale toepassing ‘DETAX’

Naast voornoemde procedures, heeft de administratie besloten een optionele procedure in te voeren om op elektronische wijze de werkelijkheid van de uitvoer van goederen te valideren.

In dat verband heeft de FOD Financiën de toepassing 'DETAX' ontwikkeld, die wordt beheerd door de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen, om op elektronische wijze een visum te verlenen wanneer de wettelijke voorwaarden zijn vervuld.

De toepassing ‘DETAX’, enige mogelijkheid voor de elektronische validatieprocedure, is in werking getreden om 30.06.2020.

In de eerste fase is het gebruik van de toepassing beperkt tot:

• de ondernemingen die actief zijn op het gebied van de terugbetaling van de btw aan reizigers in het kader van de btw-vrijstelling voorzien in artikel 39, § 1, 4°, van het Btw-Wetboek. Die ondernemingen dienen voorafgaandelijk door de Algemene Administratie van de Fiscaliteit te zijn erkend en worden aangeduid als 'gemachtigde ondernemingen'

• de leveringen van goederen die in België plaatsvinden en waarvan de uitvoer buiten de Gemeenschap wordt verricht vanuit een Belgisch douanekantoor van uitgang.

De elektronische validatieprocedure wordt beschreven in de circulaire 2020/C/87 van 29.06.2020. Er wordt in vermeld:

• de lijst van de gemachtigde ondernemingen en de procedure tot machtiging

• de lijst van de douanekantoren die een elektronisch visum kunnen afleveren via de toepassing 'DETAX'

• de te verstrekken gegevens via te toepassing en de te hanteren technische specificaties.

Het gebruik van de toepassing 'DETAX' is als volgt geïntegreerd in de terugbetalingsprocedure:

1. Op het moment van de verkoop reikt de verkoper een factuur of een als zodanig geldend stuk uit aan de reiziger. Het als zodanig geldend stuk dient dezelfde vermeldingen te bevatten als een factuur, met uitzondering van het volgnummer waaronder de factuur wordt ingeschreven in het boek voor uitgaande facturen. De bijzondere documenten die vooraf door de administratie zijn aanvaard in het kader van de bijzondere procedure met gebruik van een 'reizigerscheque/ontheffingsborderel' (zie hiervoor), kunnen worden aangewend als een als zodanig geldend stuk. Bij wijze van vereenvoudiging (deze vereenvoudigingsmaatregel is enkel van toepassing in het kader van de elektronische validatieprocedure) kan een kassaticket, dat ten minste de volgende gegevens bevat, als een als zodanig geldend stuk worden aangemerkt:

- de naam, het adres en het btw-identificatienummer van de verkoper

- de datum van uitgifte

- een uniek identificatienummer

- de hoeveelheid en een duidelijke omschrijving van de goederen

- de totale prijs

- het bedrag van de betaalde btw of, indien de prijs inclusief btw wordt vermeld, het toegepaste btw-tarief per goederencategorie.

2. Vóór de uitvoer deelt de gemachtigde onderneming via de toepassing 'DETAX' de factuur of het als zodanig geldend stuk mee samen met de vereiste gegevens volgens de procedure en technische specificaties vastgesteld door de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen. De gemachtigde onderneming bepaalt in overleg met de verkoper en/of de reiziger de wijze waarop hij de vereiste gegevens verzamelt.

3. Op het tijdstip van de uitvoer legt de reiziger de goederen voor op het Belgische douanekantoor van uitgang uit de Gemeenschap, volgens de procedure bepaald door de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen. Alle reizigers dienen de goederen voor te leggen op het douanekantoor van uitgang uit de Gemeenschap. Indien de voorwaarden van de vrijstelling zijn vervuld, verleent de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen het elektronisch visum via de toepassing 'DETAX'. Behalve ingeval van fraude of van een kennelijke fout die achteraf wordt ontdekt, wordt de btw-vrijstelling geacht te zijn verworven van zodra het elektronisch visum is verleend. De btw-vrijstelling kan niet worden toegepast ingeval van weigering van het elektronisch visum.

4. De gemachtigde onderneming verricht de terugbetaling aan de reiziger overeenkomstig hun contractuele overeenkomst. De diensten verricht door de gemachtigde onderneming en die verricht door een eventuele betalingsagent worden vanuit btw-oogpunt geanalyseerd overeenkomstig aanschrijving nr. E.T.97.794 van 01.03.2001, randnummers 166 tot en met 171. Van zodra de verkoper in het bezit is van het bewijs dat het elektronisch visum is toegekend, vergoedt hij de door de reiziger initieel betaalde btw aan de gemachtigde onderneming. De verplichting tot terugbetaling door de verkoper is gebaseerd op de regels van het burgerlijk recht.

5. Indien hij deze reeds aan de staat heeft betaald, vraagt de verkoper de teruggaaf van de btw via zijn periodieke btw-aangifte volgens de gebruikelijke btw-regels ter zake. Om de toepassing van de vrijstelling (en dus van het recht op teruggaaf) te kunnen rechtvaardigen, dient de verkoper toegang te hebben tot de bevestiging dat het elektronisch visum werd afgeleverd. Hij bewaart en legt die bevestiging voor in overeenstemming met de artikelen 60 en 61, § 1, van het Btw-Wetboek.

[Top]

3. Vrijstelling in de fase die uitvoer voorafgaat buiten de Gemeenschap

A. Vrijstelling van btw wegens plaatsing en verblijf van goederen onder bepaalde regelingen voorzien in de communautaire douanewetgeving (artikel 39, § 2, van het Btw-Wetboek)

a. Vervoer of verzending van goederen naar een plaats waar een regeling geldt als bedoeld in artikel 23, § 4, 1°, 4°, 5°, 6° of 7°, van het Btw-Wetboek (artikel 39, § 2, 1°, het Btw-Wetboek)

- Principe

Zijn vrijgesteld van de btw, de intracommunautaire verwerving en de levering hier te lande van goederen die:

• worden geplaatst onder een regeling van tijdelijke opslag (zie artikel 23, § 4, 1°, van het Btw-Wetboek)

• worden geplaatst onder een regeling van vrije zones of vrije entrepots (zie artikel 23, § 4, 4°, van het Btw-Wetboek)

• worden geplaatst onder een regeling van douane-entrepots of vrije entrepots (zie artikel 23, § 4, 5°, van het Btw-Wetboek)

• worden geplaatst onder een regeling van actieve veredeling (zie artikel 23, § 4, 6°, van het Btw-Wetboek)

• worden geplaatst onder een regeling inzake de in de territoriale zee toegelaten goederen voor boor- en werkeilanden (zie artikel 23, § 4, 7°, van het Btw-Wetboek).

Voor een commentaar op deze regelingen, zie ‘Boekwerk I: Belastingplicht en belastbare handelingen - Hoofdstuk 4: Invoer – Afdeling 4, titel 3’).

- Voorwaarden

De vrijstelling van btw is enkel mogelijk voor goederen die bestemd zijn om in België onder één van de genoemde regelingen te worden geplaatst, bijvoorbeeld wanneer het douane-entrepot in België is gelegen. Er wordt opgemerkt dat het grondgebied op hetwelk de genoemde regelingen worden toegepast, voor de toepassing van de btw als Belgisch grondgebied wordt aangemerkt.

Om de vrijstelling te kunnen genieten moet de levering of de verwerving hier te lande plaatsvinden overeenkomstig het bepaalde in respectievelijk de artikelen 14 en 25quinquies van het Btw-Wetboek.

Verder moeten de goederen op het stuk van de invoerrechten een communautair karakter hebben. Dat impliceert dat indien de goederen van niet-communautaire oorsprong zijn, ze bij de invoer in de Gemeenschap in het vrije verkeer moeten worden gebracht. Is dit laatste niet het geval, dan valt de verwerving en de levering eventueel onder toepassing van de vrijstelling bedoeld in artikel 40, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek.

De vrijstelling wordt enkel verleend indien de plaatsing van de goederen onder één van de voornoemde regelingen toegestaan is door de communautaire douanewetgeving.

Tot slot is de toepassing van de vrijstelling niet afhankelijk van de hoedanigheid of de plaats van vestiging van de persoon die de goederen onder één van de bedoelde regelingen plaatst.

- Draagwijdte

De douanewetgeving van de Unie laat enkel de plaatsing van communautaire goederen toe onder de regeling actieve veredeling, indien die communautaire goederen samen met niet-communautaire goederen worden verwerkt.

- Formaliteiten

Bij het plaatsen van de goederen onder één van de bedoelde regelingen, moeten globaal genomen dezelfde douaneformaliteiten worden vervuld als bij een uitvoer uit de Gemeenschap (zie titel 2, rubriek A, subrubriek c, van deze Afdeling 2).

Op de verkoopfacturen moet de reden van de vrijstelling van btw worden vermeld (zie artikel 5, § 1, 10°, van het koninklijk besluit nr. 1, voornoemd.

- Bewijs

Artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 18, voornoemd, wordt toepasselijk gemaakt op de leveringen en de intracommunautaire verwervingen van goederen die in België geplaatst worden onder één van de regelingen bedoeld in artikel 23, § 4, 1°, 4°, 5°, 6° of 7°, van het Wetboek (zie artikel 11 van het koninklijk besluit nr. 18, voornoemd). Hiervoor wordt verwezen naar de uitleg onder titel 2, rubriek A, subrubriek d, van deze Afdeling 2.

De vrijstelling wordt voorlopig verleend. Ze wordt slechts definitief op het tijdstip waarop de goederen worden uitgevoerd. De effectieve uitvoer moet worden bewezen door alle stukken waaruit de echtheid van de uitvoer blijkt.

Er wordt aangestipt dat de uitslag van de goederen uit één van de bedoelde regelingen in beginsel enkel mag geschieden om ze uit te voeren. De douane verleent in uitzonderlijke gevallen toestemming om aan de goederen een andere bestemming te geven dan de uitvoer. In dergelijk geval moet de btw in beginsel geregulariseerd worden door de persoon die de goederen aan de regeling onttrekt, voor wat betreft de handeling(en) waarvoor hij de voorlopige vrijstelling heeft bekomen.

Niettemin eist de administratie enkel de regularisatie wanneer goederen, los van elke handelstransactie, door hun eigenaar worden onttrokken aan één van de regelingen bedoeld in artikel 39, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek en ze in België blijven of door of voor rekening van hun eigenaar buiten België maar binnen de Gemeenschap worden verzonden of vervoerd met het oog op het verrichten van een handeling zoals bedoeld in artikel 12bis, tweede lid, 4°, 5° of 6°, van het Btw-Wetboek. Ook dient er een regularisatie te gebeuren wanneer ter gelegenheid van een inventarisering blijkt dat er goederen ontbreken.

b. Overdracht van goederen die zich onder één van de in artikel 23, § 4, 1°, 4°, 5°, 6° of 7°, van het Btw-Wetboek bedoelde regelingen bevinden (artikel 39, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek)

Het verblijf van goederen onder één van de genoemde douaneregelingen is onderworpen aan de inzake douane geldende voorwaarden.

De overdracht van goederen die zich onder één van de bedoelde regelingen bevinden, met handhaving van die regeling, geschiedt met voorlopige vrijstelling van de btw in het vooruitzicht van hun uitvoer. De vrijstelling wordt definitief bij de uitvoer van de goederen.

De leverancier moet in het bezit zijn van alle bescheiden die de echtheid van de overdracht staven. Het bewijs van de uitvoer wordt op dezelfde wijze geleverd als uiteengezet in titel 2, rubriek A, subrubriek d, van deze Afdeling 2.

Indien de goederen achteraf niet worden uitgevoerd, is er een regularisatie vereist (zie rubriek A, subrubriek a, van deze titel 3).

c. Diensten met betrekking tot goederen die worden geplaatst of zich bevinden onder één van de in artikel 23, § 4, 1°, 4°, 5°, 6° of 7°, van het Btw-Wetboek bedoelde regelingen (artikel 39, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek)

De diensten met betrekking tot communautaire goederen die in België worden geplaatst of zich in België bevinden onder één van de in artikel 23, § 4, 1°, 4°, 5°, 6° of 7°, van het Btw-Wetboek bedoelde regelingen, en waarvan de plaats van de dienst op grond van artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek geacht wordt zich in België te bevinden, maken de btw in beginsel opeisbaar, tenzij het gaat om diensten die door de artikelen 41 en 42 van het Btw-Wetboek (zie Afdelingen 6 en 7 van dit Hoofdstuk 8) uitdrukkelijk worden vrijgesteld.

Die diensten kunnen van de btw worden vrijgesteld op grond van artikel 39, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek.

- Voorwaarden

Om de vrijstelling te genieten, moet de dienst:

• in België plaatsvinden (zie ‘Boekwerk I: Belastingplicht en belastbare handelingen - Hoofdstuk 3: Diensten, Afdeling 8’)

• worden verricht aan goederen die in België onder één van de genoemde regelingen zullen worden opgeslagen of die er zich in België reeds onder bevinden. Aangezien de vrijstelling bedoeld in artikel 39, § 2, 2° van het Btw-Wetboek op communautair vlak facultatief en niet geharmoniseerd is, wordt geen vrijstelling verleend voor diensten die geacht worden in België plaats te vinden met betrekking tot goederen die zich in een andere lidstaat onder één van de bedoelde regelingen bevinden

• toegestaan zijn door de douanewetgeving van de Unie met betrekking tot elk van deze regelingen. Het gaat om de gebruikelijke behandelingen bestemd om de bewaring van goederen te verzekeren, hun presentatie of hun normale kwaliteit te verbeteren of hun distributie of verkoop voor te bereiden

• toelaten dat de goederen, na het verrichten van de dienst, onder de betreffende regeling kunnen blijven.

- Formaliteiten

Er is geen enkele formaliteit voorgeschreven. Op de factuur moet echter wel de oorzaak van de vrijstelling worden vermeld.

- Bewijs

Het bewijs van de vrijstelling dient te worden geleverd aan de hand van stukken en bescheiden die de echtheid van de handelingen aantonen.

De vrijstelling wordt slechts voorlopig verleend. Ze wordt pas definitief op het tijdstip waarop de goederen waaraan de diensten werden verricht, worden uitgevoerd. De effectieve uitvoer moet worden bewezen door alle stukken waaruit de echtheid van de uitvoer blijkt.

Indien de goederen achteraf niet worden uitgevoerd, is er een regularisatie vereist (zie subrubriek a, Bewijs, van deze rubriek A).

B. Vrijstelling van btw voor de levering van goederen bestemd voor erkende organisaties die deze goederen uitvoeren uit de Gemeenschap in het kader van hun menslievend, liefdadig of opvoedkundig werk buiten de Gemeenschap (artikel 42, § 3, eerste lid, 10°, van het Btw-Wetboek)

a. Principe en omvang van de vrijstelling

Overeenkomstig artikel 42, § 3, eerste lid, 10° van het Btw-Wetboek wordt gehele vrijstelling van btw verleend voor de levering van goederen aan erkende organisaties die deze goederen buiten de Gemeenschap uitvoeren in het kader van hun menslievend, liefdadig of opvoedkundig werk buiten de Gemeenschap.

Bij toepassing van artikel 40, § 1, 1°, a), van het Btw-Wetboek is bedoelde vrijstelling eveneens van toepassing op de invoeren en de intracommunautaire verwervingen van goederen door genoemde organisaties.

Deze vrijstelling kan ofwel rechtstreeks op grond van een vergunning ofwel bij wijze van teruggaaf worden bekomen.

De vrijstelling wordt enkel toegestaan aan erkende organisaties die geen recht op aftrek hebben ten aanzien van de goederen die ze in het kader van de bedoelde activiteiten uitvoeren.

De regeling is beschreven in de aanschrijving nr. E.T. 97.794 van 01.03.2001, randnummers 278 tot en met 322.

b. Vrijstelling verleend ingevolge een vergunning

De vergunning moet schriftelijk worden aangevraagd bij de Centrale diensten van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit:

FOD Financiën

Algemene Administratie van de Fiscaliteit

Operationele Expertise & Ondersteuning - Dienst Btw

North Galaxy, Koning Albert II-laan, 33 bus 25

1030 Brussel

aagfisc.exp.tva.btw@minfin.fed.be

Voor wat betreft de op de stukken aan te brengen vermeldingen, de bij de aanvraag te voegen stukken, alsmede de uitreiking, de duur, de intrekking, de controle en de algemene voorwaarden van de vergunning wordt verwezen naar de aanschrijving nr. E.T.97.794 van 01.03.2001, randnummer 286 tot en met 311.

Eventueel zullen bijzondere voorwaarden in de vergunning zelf worden opgenomen.

c. Vrijstelling verleend bij wijze van teruggaaf

Er kan enkel teruggaaf van btw geschieden indien de aanvrager voldoet aan de voorwaarden om de in subrubriek b, van deze rubriek B besproken vergunning te bekomen.

De vraag om teruggaaf moet eveneens worden ingediend bij de Centrale diensten van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit:

FOD Financiën

Algemene Administratie van de Fiscaliteit

Operationele Expertise & Ondersteuning - Dienst Btw

North Galaxy, Koning Albert II-laan, 33 bus 25

1030 Brussel

aagfisc.exp.tva.btw@minfin.fed.be

Voor wat betreft het recht op teruggaaf, alsmede de vermeldingen en de bij de aanvraag te voegen stukken, wordt verwezen naar de aanschrijving nr. E.T. 97.794 van 01.03.2001, randnummers 314 en 316.

[Top]

4. Opschorting van de betaling van de btw

A. Principe (artikel 39, § 3, van het Btw-Wetboek)

Inzake leveringen van goederen en diensten, wordt, overeenkomstig de artikelen 17, § 1 en 22bis, § 1, van het Btw-Wetboek, de btw opeisbaar:

• op het tijdstip van de uitreiking van de factuur, ten belope van het gefactureerde bedrag, wanneer de prijs of een deel ervan wordt gefactureerd voordat het belastbaar feit, met name de levering van de goederen of het voltooien van de dienst, zich voordoet

• op het tijdstip van de ontvangst van de prijs ten belope van het ontvangen bedrag, wanneer de prijs of een deel ervan wordt ontvangen voordat het belastbaar feit, met name de levering van de goederen of het voltooien van de dienst, zich voordoet.

Voormelde grond van opeisbaarheid van de btw stelt evenwel een probleem wanneer de betreffende handeling, waarvan de facturatie of de incassering van de prijs of een deel ervan de btw reeds opeisbaar heeft gemaakt, een handeling is die van de btw is vrijgesteld overeenkomstig artikel 39, § 1 of § 2, van het Btw-Wetboek wanneer het belastbaar feit ten aanzien van die handeling zich voordoet. Indien de goederen effectief worden uitgevoerd, moet de reeds betaalde btw worden teruggegeven.

Om dit te voorkomen bepaalt artikel 15 van het koninklijk besluit nr. 18, voornoemd, genomen in uitvoering van artikel 39, § 3, van het Btw-Wetboek, dat in een dergelijke situatie de leverancier van de goederen of de dienstverrichter, in de door of vanwege de Minister van Financiën bepaalde gevallen en onder de door hem gestelde voorwaarden, de betaling van de btw kan opschorten. Die opschorting kan slechts voor een periode van ten hoogste één jaar worden toegekend, maar ze kan in uitzonderlijke gevallen worden verlengd.

B. Toepassingsvoorwaarden

Om de toepassingsvoorwaarden zoveel mogelijk te vereenvoudigen, is niet vereist dat de leverancier of de dienstverrichter een individuele vergunning bezit.

a. Toepassingssfeer van de opschorting

Wanneer de subsidiaire oorzaak van opeisbaarheid van de btw als bedoeld in de artikelen 17, § 1, en 22bis, § 1, van het Btw-Wetboek zich voordoet, is de leverancier of de dienstverrichter gemachtigd de opschorting van de opeisbaarheid van de btw in te roepen indien hij tegenover de administratie kan aantonen dat hij voor de handeling die hij verricht (levering van goederen of dienstverrichting) de vrijstelling zal kunnen genieten bedoeld in artikel 39, § 1, 1° tot 3°, van het Btw-Wetboek.

Dat bewijs kan blijken uit de geschreven overeenkomst die de leverancier of de dienstverrichter heeft afgesloten met zijn klant evenals uit ieder ander bewijskrachtig document dat voorhanden is op het tijdstip dat het probleem van de opeisbaarheid van de btw zich stelt (bijvoorbeeld een bestelbon, een geschreven order vanwege de klant om de goederen uit te voeren, enz.).

De opschorting van de opeisbaarheid van de btw met betrekking tot een levering van goederen of een dienst betreffende goederen is slechts definitief verkregen indien naderhand de goederen worden geleverd binnen de voorwaarden die moeten worden vervuld om de vrijstelling van de btw te genieten op grond van artikel 39, § 1, 1° tot 3°, van het Btw-Wetboek.

Artikel 39, § 1, 4° en § 2, van het Btw-Wetboek worden van deze regeling uitgesloten.

b. Op de factuur aan te brengen vermeldingen

Om duidelijk te laten blijken dat de opeisbaarheid van de btw wordt opgeschort, moet de factuur, die wordt uitgereikt om de feiten als bedoeld in de artikelen 17, § 1 en 22bis, § 1, van het Btw-Wetboek vast te stellen:

• de hierna volgende vermelding bevatten: ‘Opschorting van de opeisbaarheid van de btw – koninklijk besluit nr. 18, artikel 15’

• verwijzen naar het verantwoordingsstuk waaruit het recht tot opschorting blijkt.

c. Duur van de opschorting

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 18, voornoemd, wordt opschorting van de opeisbaarheid van de btw slechts toegestaan voor een periode van ten hoogste één jaar. Met andere woorden, de goederen moeten onder de voorwaarden van artikel 39, § 1, 1° tot 3°, van het Btw-Wetboek, met vrijstelling van de btw worden uitgevoerd binnen een termijn van twaalf maanden te rekenen vanaf de dag waarop de oorzaak van opeisbaarheid van de btw als bedoeld in de artikelen 17, § 1 en 22bis, § 1, van het Btw-Wetboek zich heeft voorgedaan.

Die termijn kan worden verlengd wanneer de leverancier of de dienstverrichter zich kan beroepen op uitzonderlijke omstandigheden, zoals bijvoorbeeld een langlopend contract, vertraging in de uitvoering van het contract, en dergelijke. Daartoe moet de belastingplichtige een bijzondere vergunning aanvragen bij het centrum waaronder hij ressorteert.

De verjaring van de vordering tot voldoening van de btw kan de administratie niet worden tegengeworpen voor wat betreft de periode gedurende dewelke de opeisbaarheid van de btw werd opgeschort.

d. Wijziging van de bestemming van de goederen - Opeisbaarheid van de btw

Wanneer, in strijd met de garantie die door de leverancier of de dienstverrichter ter zake werd gegeven, blijkt dat de leverancier of de dienstverrichter de goederen niet met vrijstelling van de btw zal uitvoeren onder de voorwaarden van artikel 39, § 1, 1° tot 3°, van het Btw-Wetboek, ingevolge een onvoorziene wijziging in de bestemming van de goederen, wordt, op het tijdstip waarop die wijziging zich voordoet en tegen het tarief dat op dat ogenblik van kracht is, de btw opeisbaar ten gevolge van de omstandigheden bedoeld in de artikelen 17, § 1 en 22bis, § 1, van het Btw-Wetboek en waarvoor de opeisbaarheid van de btw werd opgeschort.

De wijze waarop de regularisatie dient te worden verricht, wordt uiteengezet in de aanschrijving nr. E.T. 97.794 van 01.03.2001, randnummers 273 tot en met 276.

[Top]

Aangehaalde teksten

46
WBTW art. 3970 voorkomens
WBTW art. 2315 voorkomens
WBTW art. 4210 voorkomens
WBTW art. 218 voorkomens
WBTW art. 176 voorkomens
WBTW art. 22bis6 voorkomens
WBTW art. 576 voorkomens
WBTW art. 14 voorkomens
WBTW art. 144 voorkomens
WBTW art. 414 voorkomens
WBTW art. 44bis4 voorkomens
WBTW art. 403 voorkomens
WBTW art. 56bis3 voorkomens
WBTW art. 583 voorkomens
KB nr. 18 art. 152 voorkomens
KB nr. 18 art. 22 voorkomens
KB nr. 18 art. 42 voorkomens
KB nr. 18 art. 52 voorkomens
WBTW art. 21bis2 voorkomens
WBTW art. 512 voorkomens
WBTW art. 562 voorkomens
WBTW art. 8bis2 voorkomens
KB nr. 18 art. 31 voorkomen
KB nr. 18 art. 81 voorkomen
KB nr. 18 art. 91 voorkomen
KB nr. 1 art. 11 voorkomen
KB nr. 1 art. 51 voorkomen
KB nr. 4 art. 91 voorkomen
WBTW art. 12bis1 voorkomen
WBTW art. 14bis1 voorkomen
WBTW art. 51 voorkomen
WBTW art. 501 voorkomen
WBTW art. 601 voorkomen
WBTW art. 611 voorkomen
EG-Verdrag art. 561 voorkomen
EG-Verdrag art. 771 voorkomen
EG-Verdrag art. 891 voorkomen
VWEU art. 3551 voorkomen
douanewetboek van de Unie 952/2013 art. 11 voorkomen
verordening 2015/2447 art. 2211 voorkomen