De loterijen en andere kans- en geldspelen (15.05.2024) · Btw-commentaar

Naar de tekst
Juriel

30 mei 2024

Zoeken

De loterijen en andere kans- en geldspelen (15.05.2024)

https://juriel.be/nl/btw-commentaar/vrijstellingen-beoogd-artikel-44-wetboek-f663

Datum
30 mei 2024

Over het document

Verzameling
Btw-commentaar
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

233 paragrafen

Btw-Commentaar. Vrijstellingen beoogd door artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek - De loterijen en andere kans- en geldspelen (15.05.2024)

BOEKWERK II: Bepaling van de belastbare basis en het toepasselijke tarief

Hoofdstuk 9: Vrijstellingen beoogd door artikel 44 van het Btw-Wetboek

Afdeling 34 – De loterijen en andere kans- en geldspelen (artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek)

Bijwerking 15.05.2024 - Vorige versies: [01.07.2018] [01.06.2020] [01.06.2021] [01.06.2022] [01.05.2023]

Inhoud: · 37 onderdelen

Inleiding

1. Definities

A. Chronologische evolutie

B. De kans- en geldspelen

a. De kans- en geldspelen

b. De loterijen

c. Langs elektronische weg verrichte diensten

2. Toepassingsgebied van artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek

A. Chronologische evolutie

B. Toepassingsgebied van artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek sinds 22.05.2018 evenals tussen 01.01.1993 en 30.06.2016

C. Toepassingsgebied van artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek tussen 01.07.2016 en 21.05.2018

3. Btw-heffing op de kans- en geldspelen die langs elektronische weg worden verricht

A. Principes

B. Begrip ‘gering menselijk ingrijpen’

C. Bijzonder geval: automaten voor kans- en geldspelen

4. Automatische ontspanningstoestellen

A. Voorafgaande opmerkingen

a. Beoogde automaten

b. Partrijen betrokken bij de exploitatie van automatische ontspanningstoestellen

B. De exploitatie van een automaat

a. Hoedanigheid van de exploitant

b. Vrijgestelde kans- en geldspelen

C. De andere handelingen

a. Vergoeding betaald door de exploitant

b. Verhuur van automaten

5. Prijskamp

A. Draagwijdte van de vrijstelling

B. Aftrek

6. Commissionairs

A. Standpunt van de administratie ten aanzien van de tussenkomsten van wedkantoren en dagbladhandelaars die plaatsvonden vóór 01.01.2011

B. Standpunt van de administratie ten aanzien van de tussenkomsten van wedkantoren en dagbladhandelaars die plaatsvonden vanaf 01.01.2011

7. Bijzondere gevallen

A. De prijs of de premie wordt aangeleverd door een derde als tegenprestatie voor een publiciteit

B. De prijs of de premie bestaat uit een aankoopbon

C. De prijs of de premie is een goed vervaardigd door een organisator die een andere, belastbare, economische activiteit uitoefent

D. Tussen de organisator en de winnaar(s) komt een contract tot stand

[Top]

Inleiding

Het artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek, stelt de weddenschappen, loterijen en andere kans- en geldspelen, al dan niet verstrekt langs elektronische weg, vrij van de belasting, onder voorbehoud van de toepassing van voorwaarden en beperkingen vastgesteld door de Koning. Aan deze bepaling wordt uitvoering gegeven middels het koninklijk besluit nr. 45 van 14.04.1993 met betrekking tot de vrijstelling op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de kans- en geldspelen.

Voor een toelichting met betrekking tot deze vrijstelling wordt verwezen naar circulaire nr. 6/1994 van 09.03.1994.

De draagwijdte van deze vrijstelling werd tijdelijk gewijzigd tussen 01.07.20016 en 21.05.2018.

Op 01.07.2016 hebben de artikelen 29 tot 34 van de programmawet van 01.07.2016 (Belgisch Staatsblad van 04.07.2016) onder meer artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek gewijzigd in de zin dat de btw-vrijstelling voor de kans- en geldspelen slechts van toepassing was, enerzijds op ‘loterijen’ en anderzijds op ‘andere kans- en geldspelen, met uitzondering van degene die langs elektronische weg worden verstrekt zoals bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 16°, van het Btw-Wetboek’.

Deze bepalingen hebben eveneens definities van de termen ‘kans- en geldspelen’ en ‘loterijen’ ingevoegd in het Wetboek (zie artikel 1, § 14, van het Btw-Wetboek). Aangezien de definitie van het begrip ‘kans- en geldspelen’ in het Btw-Wetboek was opgenomen, hebben voornoemde bepalingen eveneens het koninklijk besluit nr. 45 dat betrekking had op deze definitie opgeheven.

Deze wetswijzigingen werden toegelicht in de circulaire AAFisc nr. 32/2016 (nr. E.T. 130.082) van 30.11.2016. Bij beslissing van de Minister van Financiën, zijn ze daadwerkelijk in werking getreden op 01.08.2016.

Het Grondwettelijk Hof, dat werd gevat door een vordering tot vernietiging, heeft de artikelen 29 tot 34 van de programmawet van 01.07.2016 (Arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 34/2018 van 22.03.2018) vernietigd. Het Hof heeft geoordeeld dat de Federale Wetgever, door deze bepalingen aan te nemen, de regels inzake bevoegdheidsverdeling tussen het federale en het regionale niveau niet heeft gerespecteerd. Het Hof erkent enerzijds dat de btw-maatregel niet rechtstreeks ingrijpt op de belastbare materie van de gewestelijke belasting op de spelen en weddenschappen. Anderzijds vindt het Hof dat de maatregel genomen die belastbare materie vermindert door het aanbieden van spelen en weddenschappen duurder en daardoor minder aantrekkelijk te maken. En dat laatste is voor het Hof voldoende om van een schending van de bevoegdheid te spreken.

De arresten inzake annulatie van het Grondwettelijk Hof hebben een absoluut gezag van gewijsde vanaf hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad (artikel 9, § 1, van de bijzondere wet van 06.01.1989 op het Grondwettelijk Hof). Het arrest van het Grondwettelijk Hof werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 22.05.2018. Met ingang van die datum zijn de door het Hof vernietigde bepalingen met terugwerkende kracht uit de rechtsorde verdwenen

Teneinde rekening te houden met de budgettaire en administratieve moeilijkheden die de terugbetaling van de reeds betaalde belastingen zou teweegbrengen, heeft het Hof beslist dat de gevolgen van de vernietigde bepalingen definitief dienen te worden gehandhaafd tot op de datum van de publicatie van het Arrest in het Belgisch Staatsblad (bij toepassing van artikel 8 van de bijzondere wet van 06.01.1989 op het Grondwettelijk Hof).

Zoals blijkt uit overweging B.16 van het Arrest nr. 34/2018 heeft het Hof de definitieve handhaving van de gevolgen beperkt tot de ‘reeds betaalde belastingen’, zodat deze niet door de belastingplichtigen kunnen worden teruggevorderd.

De handhaving van de gevolgen van de artikelen 29 tot 34 van de programmawet van 01.07.2016, bij het Arrest nr. 34/2018, moet bijgevolg in die zin worden uitgelegd dat de gehandhaafde gevolgen van de vernietigde bepalingen zich beperken tot de reeds betaalde belastingen voor de periode van 01.07.2016 tot en met 21.05.2018. Die definitieve handhaving laat de belastingadministratie niet toe na de voormelde periode ten aanzien van de belastingplichtige op grond van de vernietigde bepalingen nieuwe beslissingen te nemen of handelingen te stellen die betrekking hebben op situaties die zich vóór 22.05.2018 hebben voorgedaan, nu die bepalingen met terugwerkende kracht uit de rechtsorde zijn verdwenen en geacht moeten worden nooit te hebben bestaan (Arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 155/2018 van 08.11.2018).

1. Definities

A. Chronologische evolutie

De wettelijke of reglementaire definities met betrekking tot kans- en geldspelen zijn doorheen de tijd geëvolueerd. Dienaangaand dienen drie perioden te worden onderscheiden:

• van 01.01.1993 tot en met 30.06.2016 bevatte het koninklijk besluit nr. 45, voornoemd, genomen ter uitvoering van het artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek een definitie van het begrip ‘kans- en geldspelen’.

• tussen 01.07.2016 en 21.05.2018 werd de definitie van ‘kans- en geldspelen’, ingevolge de wijzigingen aangebracht door de programmawet van 01.07.2016, opgenomen in artikel 1, § 14, van het Btw-Wetboek aangezien, koninklijk besluit nr. 45, voornoemd, dat deze definitie bevatte op 01.07.2016 werd opgeheven.

Tijdens deze periode bevatte artikel 1, § 14, van het Btw-Wetboek onder meer een definitie van de begrip ‘loterijen’.

• de definitie van het begrip ‘kans- en geldspelen, is ingevolge het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 34/2018 van 22.03.2018, opnieuw opgenomen in koninklijk besluit nr. 45, voornoemd, genomen in uitvoering van artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek.

B. De kans- en geldspelen

a. De kans- en geldspelen

Onder ‘kans- en geldspelen’ wordt verstaan (artikel 1 van koninklijk besluit nr. 45, voornoemd):

• de spelen, onder welke benaming ook, die gelegenheid geven tot mededinging naar prijzen of premies in geld of natura, waarbij de spelers noch bij het begin, noch in de loop of bij het einde van het spel kunnen tussenkomen en de winnaars uitsluitend door het lot of enig andere kansbepaling worden aangewezen

• de spelen, onder welke benaming ook, die gelegenheid geven tot mededinging naar prijzen of premies in geld of natura, uitgeloofd aan de deelnemers van een prijskamp, van welke aard ook, tenzij de prijskamp de totstandbrenging van een contract tussen de winnaars en de organisator ervan tot gevolg heeft.

Van 01.07.2016 tot 21.05.2018 was de definitie van het begrip ‘kans- en geldspelen’ opgenomen in de bepalingen van artikel 1, § 14, 1°, van het Btw-Wetboek.

Het begrip ‘kans- en geldspelen’ is een generieke term met een algemene draagwijdte die alle verschillende soorten en categorieën van kans- en geldspelen omvat, al dan niet online, met inbegrip van loterijen en weddenschappen.

Dit begrip omvat eveneens de spelen waarbij de spelers het tegen elkaar opnemen en die hun de kans geven een prijs te winnen.

Onder ‘prijskamp’ moet worden verstaan alle spelen, competities of wedstrijden, onder welke benaming ook, waarbij de deelnemers, om kans te maken op een prijs of een premie, een creatieve bijdrage moeten leveren, zoals bijvoorbeeld het invullen van een vragenlijst, het maken van een werkstuk, het uitvoeren van een opdracht, het leveren van een sportieve prestatie, enzovoort Worden eveneens beoogd: schoonheidswedstrijden, katten- en hondenshows, waarbij deelnemers meedingen naar prijzen.

Voorbeelden van kans- en geldspelen: de sportweddenschappen, weddenschappen op paardenwedrennen, spelen geëxploiteerd via radio, televisie, en dag- en weekbladen, pokerwedstrijden, architecten­wedstrijden, enzovoort, ongeacht of deze spelen al dan niet online worden verstrekt.

Zijn daarentegen geen kans- of geldspelen, de toestellen die de speler toelaten zijn behendigheid te testen zoals flipperkasten, grijperkranen, enzovoort.

b. De loterijen

Van 01.07.2016 tot 21.05.2018 moest onder ‘loterijen’ of tombola’s worden verstaan: elke gelegenheid om door middel van te kopen deelbewijzen van deelneming (loten) mee te dingen naar prijzen of premies in geld of in natura waarbij de winnaars door het lot of een andere kansbepaling waarop zij geen invloed kunnen uitoefenen worden aangewezen (artikel 1, § 14°, 2°, (oud) van het Btw-Wetboek).

c. Langs elektronische weg verrichte diensten

Onder ‘langs elektronische weg verrichte diensten’ moet worden verstaan: de langs elektronische weg verrichte diensten die het leveren en onderbrengen van computersites tot voorwerp hebben, het onderhoud op afstand van programma's en uitrustingen, de levering van software en de bijwerking ervan, de levering van beelden, geschreven stukken en informatie en de terbeschikkingstelling van databanken, de levering van muziek of films, van spelen, met inbegrip van kans- en geldspelen, en van uitzendingen of manifestaties op het gebied van politiek, cultuur, kunst, sport, wetenschappen of ontspanning en de levering van onderwijs op afstand. Het feit dat de dienstverrichter en de ontvanger langs elektronische weg berichten uitwisselen, betekent op zich niet dat de dienst langs elektronische weg wordt verricht (artikel 18, § 1, tweede lid, 16°, van het Btw-Wetboek).

Dit begrip wordt uitvoeriger toegelicht onder titel 3, hierna.

2. Toepassingsgebied van artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek

A. Chronologische evolutie

Het toepassingsgebied van artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek is doorheen de tijd geëvolueerd. Dienaangaand dienen drie perioden te worden onderscheiden:

• van 01.01.1993 tot en met 30.06.2016 stelde artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek van de belasting vrij ‘de weddenschappen, loterijen en andere kans- en geldspelen, met inachtneming van de door de koning vastgestelde voorwaarden en beperkingen’.

• tussen 01.07.2016 en 21.05.2018 stelde artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek, ingevolge de wijzigingen aangebracht door de programmawet van 01.07.2016, van de belasting vrij enerzijds ‘de loterijen’ en anderzijds ‘de andere kans- en geldspelen, met uitzondering van degene die langs elektronische weg worden verricht zoals bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 16° van het Btw-Wetboek’.

• ingevolge het Arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 34/2018 van 22.03.2018, stelt artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek, opnieuw ‘de weddenschappen, loterijen en andere kans- en geldspelen, met inachtneming van de door de koning vastgestelde voorwaarden en beperkingen’ vrij.

B. Toepassingsgebied van artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek sinds 22.05.2018 evenals tussen 01.01.1993 en 30.06.2016

Ingevolge het Arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 34/2018 van 22.03.2018, stelt artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek, ‘de weddenschappen, loterijen en andere kans- en geldspelen, met inachtneming van de door de koning vastgestelde voorwaarden en beperkingen’ vrij.

Hetzelfde geldt voor de periode tussen 01.01.1993 en 30.06.2016, vóór de wijzigingen aangebracht door de programmawet van 01.07.2016.

Voorbeelden van vrijgestelde spelen:

Type spelIs het spel vrijgesteld overeenkomstig artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek ?
BingoJa
Bulldozer (beslissing nr. E.T. 80.411 du 15.01.2001)Ja
FlipperNeen
GrijpkranenNeen
JackpotJa
Automatische bowlingneen
LottoJa
One BallJa
PokerJa
Sport prognosesJa

De handelingen die zouden kunnen worden beoogd door het begrip ‘kans- en geldspelen’, maar die ingevolge een andere bepaling van artikel 44 van het Btw-Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld (zoals bijvoorbeeld levensverzekeringen), zijn overeenkomstig deze bepaling vrijgesteld en niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek.

C. Toepassingsgebied van artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek tussen 01.07.2016 en 21.05.2018

Van 01.07.2016 tot 21.05.2018 stelde artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek, ingevolge de wijzigingen aangebracht bij de programmawet van 01.07.2016, van de belasting vrij:

• de diensten inzake loterijen die in België plaatsvinden, ongeacht de wijze waarop ze werden verstrekt (al dan niet langs elektronische weg)

• de diensten inzake andere kans- en geldspelen die in België plaatsvinden, met uitzondering van dergelijke diensten die langs elektronische weg worden verricht in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 16°, van het Btw-Wetboek.

Tijdens deze periode was de vrijstelling beoogd door artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek niet meer van toepassing op kans- en geldspelen, andere dan loterijen, die langs elektronische weg werden verricht in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 16°, van het Btw-Wetboek.

Deze wetswijziging had tot doel de kans- en geldspelen, andere dan loterijen, die langs elektronische weg werden verricht, en in België werden gelokaliseerd, aan de belasting te onderwerpen.

3. Btw-heffing op de kans- en geldspelen die langs elektronische weg worden verricht

A. Principes

Van 01.07.2016 tot 21.05.2018 waren, ingevolge de wijzigingen aangebracht bij de programmawet van 01.07.2016, de ‘kans- en geldspelen’, andere dan loterijen, die langs elektronische weg werden verricht en die in België plaatsvinden aan de btw onderworpen.

Bij beslissing van de heer Minister van Financiën, is deze maatregel effectief in werking getreden op 01.08.2016 (zie circulaire AAFisc nr. 32/2016 (nr. E.T. 130.082) van 30.11.2016)

Onder ‘langs elektronische weg verrichte diensten’ moet worden verstaan: de langs elektronische weg verrichte diensten die het leveren en onderbrengen van computersites tot voorwerp hebben, het onderhoud op afstand van programma's en uitrustingen, de levering van software en de bijwerking ervan, de levering van beelden, geschreven stukken en informatie en de terbeschik­kingstelling van databanken, de levering van muziek of films, van spelen, met inbegrip van kans- en geldspelen, en van uitzendingen of manifestaties op het gebied van politiek, cultuur, kunst, sport, wetenschappen of ontspanning en de levering van onderwijs op afstand. Het feit dat de dienstverrichter en de ontvanger langs elektronische weg berichten uitwisselen, betekent op zich niet dat de dienst langs elektronische weg wordt verricht (artikel 18, § 1, tweede lid, 16°, van het Btw-Wetboek).

Artikel 7, lid 1, van de uitvoeringsverordening bepaalt het volgende: ‘De in richtlijn 2006/112/EG bedoelde “langs elektronische weg verrichte diensten” betreffen diensten die over het internet of een elektronisch netwerk worden verleend, wegens hun aard grotendeels geautoma­tiseerd zijn en slechts in geringe mate menselijk ingrijpen vergen, en zonder informatietechnologie niet kunnen worden verricht’.

Deze definitie omvat onder andere de handelingen die vermeld zijn in bijlage II van de btw-richtlijn 2006/112/EG, voornoemd. Bijlage II, punt 4), van de btw-richtlijn vermeldt in het bijzonder de levering van kans- of gokspelen als diensten die langs elektronische weg worden verricht.

Bovendien bepaalt punt 4, d) en e), van bijlage I, van de uitvoeringsverordening dat kans- en geldspelen langs elektronische weg worden verstrekt wanneer:

• ze worden gedownload op computers of mobiele telefoons

• of wanneer ze bestaan in de toegang tot geautomatiseerde onlinespellen die afhankelijk zijn van het internet of soortgelijke elektronische netwerken en waarbij de spelers zich op afstand van elkaar bevinden.

Zelfs indien bepaalde online diensten gelijkaardige kenmerken kunnen vertonen met diensten die op traditionele wijze (offline) worden verstrekt en van vergelijkbare aard kunnen zijn ingevolge bepaalde gemeenschappelijke elementen die ze vertonen, kunnen online en offline diensten niet als identieke diensten worden beschouwd (richtsnoer genomen naar aanleiding van de 102e btw-comité van 30.03.2015 - document D – 862). De diensten inzake kans- en geldspelen dienen bijgevolg te worden getoetst aan de definitie van ‘langs elektronische weg verrichte diensten’.

De langs elektronische weg verrichte diensten worden uitvoerig toegelicht in de circulaire AFZ nr. 9/2003 van 12.08.2003. Voor bijkomende informatie wordt naar die circulaire verwezen.

B. Begrip ‘gering menselijk ingrijpen’

Eigen aan langs elektronische weg verrichte diensten is dat ze slechts in geringe mate menselijk ingrijpen vergen.

Het begrip ‘gering menselijk ingrijpen’ moet worden onderzocht in de relatie tussen de dienstverrichter en de afnemer van een individuele dienst. In het kader van de kans- en geldspelen die langs elektronische weg worden verricht, moet dit begrip dan ook worden onderzocht in de relatie tussen de speler en de organisator.

Aangezien de uitvoering van een sportevenement niet behoort tot de activiteiten van de organisator, heeft het feit dat een weddenschap betrekking heeft op een sport die door individuen wordt beoefend (voetbal, tennis, paardenwedrennen …) ook geen gevolgen op de toetsing van het begrip ‘gering menselijk ingrijpen’.

Het begrip ‘gering menselijk ingrijpen’ refereert aan de wijze waarop iedere individuele dienst aan de klant wordt verstrekt en naar de graad van menselijke tussenkomst van de dienstverrichter om deze individuele dienst te verstrekken wanneer de klant om deze dienst verzoekt. Het is deze tussenkomst of betrokkenheid van de dienstverrichter die van belang is, niet die van de klant.

Het feit dat de dienstverrichter een systeem opzet dat nodig is om de dienst te kunnen verstrek­ken, dat systeem regelmatig onderhoudt of herstelt, heeft geen invloed op de toetsing van het begrip ‘gering menselijk ingrijpen’. Hetzelfde geldt wanneer de organisator personen inzet die het spel- of wedsysteem in real time updaten of aanpassen of nog het gedrag van bepaalde spelers analyseren om inzonderheid bepaalde inzetten van individuele spelers te weigeren wanneer deze een gevaar vormen voor het hele systeem (bijvoorbeeld inzetten die financiële risico’s voor de organisator inhouden).

Het feit dat de website of de online kans- en geldspelen worden aangepast aan de noden van de klanten (bijvoorbeeld ingevolge de feedback van die klanten) of dat er nieuwe functionaliteiten hieraan worden toegevoegd, is niet gericht op het verstrekken van een individuele dienst aan een welbepaalde klant. Dergelijke acties betreffen de algemene speel- en wedomgeving, evenals de spelregels, enzovoort, maar worden niet ondernomen met het oog op het verrichten van aanpassingen voor een welbepaalde speler.

Specifiek inzake weddenschappen, worden de diensten van de organisator met een gering menselijk ingrijpen verstrekt en kwalificeren ze dus als langs elektronische weg verrichte diensten wanneer:

• in eerste instantie, de parameters die nodig zijn voor het bepalen van de winst van de spelers in een informaticasysteem worden ingevoerd door het personeel van de organisator

• in tweede instantie, de aanvaarding van de inzetten en de bepaling van de winst automatisch worden beheerd door een informaticasysteem waarover de organisator beschikt.

Het is van geen belang in welke mate er sprake is van een menselijke inzet bij het invoeren en wijzigen van die parameters. Het feit dat de organisator een beroep doet op al dan niet gespecialiseerde personen (om bijvoorbeeld de regels te bepalen voor de weddenschappen, de weddenschappen en quoteringen te analyseren en te monitoren, de quoteringen te updaten, enzovoort), heeft geen invloed op de toetsing van het begrip ‘gering menselijk ingrijpen’. Deze personen focussen zich op de algemene speel- of wedomgeving en niet op een individuele weddenschap verricht door een welbepaalde speler. Het feit dat de organisator de identiteit moet controleren van zijn klanten heeft ook geen invloed op het begrip ‘gering menselijk ingrijpen’.

Wanneer een dienstverrichter de spelen die materieel plaatsvinden in een casino of een speelzaal (of -hal) live uitzendt, moet een onderscheid worden gemaakt naargelang de spelers al dan niet een interactie hebben met de croupier. In de mate dat de activiteit van de croupier los staat van de activiteit van de speler, blijft het menselijk ingrijpen gering en gaat het om een langs elektronische weg verrichte dienst.

Voornoemde situatie is evenwel verschillend van die waarbij de spelers via internet interageren met de croupier zodat de activiteit van de croupier afhangt van de tussenkomsten van elke speler. In dat geval wordt het internet slechts gebruikt als een louter communicatiemiddel tussen de croupier en de spelers zodat er dan ook geen sprake kan zijn van een langs elektronische weg verrichte dienst (vergelijk artikel 58, tweede alinea, van de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd).

Het spreekt voor zich dat de spelers moeten interageren met een croupier die een fysieke persoon is en niet met een systeem dat de aanwezigheid van een croupier simuleert door middel van een opgenomen video of synthesebeelden. Is dat laatste toch het geval, blijft het menselijk ingrijpen gering en gaat het om een langs elektronische weg verrichte dienst.

Er is evenmin sprake van interactie tussen de croupier en de spelers wanneer de handelingen van de croupier los staan van de acties van de individuele spelers. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld ook wanneer de croupier zich beperkt tot het verwelkomen van nieuwe spelers en hun te feliciteren met hun winst. In beide gevallen blijft het menselijk ingrijpen gering en gaat het om een langs elektronische weg verrichte dienst.

In het algemeen, ongeacht het type online kans- en geldspelen, hebben de handelingen die voor de klant geen doel op zich zijn, geen invloed op de toetsing van het begrip ‘gering menselijke ingrijpen’. Zodoende hebben de contacten tussen de dienstverrichters en de spelers (bijvoorbeeld uitwisseling van mails, telefonische oproepen, chatsessies, enzovoort) met betrekking tot de aangeboden diensten (bijvoorbeeld om de vragen van de klanten met betrekking tot een spel of met betrekking tot hun persoonlijke gegevens te beantwoorden, om feedback van de klanten te ontvangen, enzovoort) geen invloed op het begrip ‘gering menselijke ingrijpen’.

C. Bijzonder geval: automaten voor kans- en geldspelen

Bij toegeving wordt aanvaard dat de kans- en geldspelen die worden aangeboden via interactieve automaten die zijn verbonden met het internet of met een gelijkaardig elektronisch netwerk, niet worden aangemerkt als diensten die worden verstrekt langs elektronische weg, en bijgevolg vrijgesteld zijn van btw, wanneer die automaten zich bevinden:

• hetzij in een spelinrichting van de klasse I, II, III of IV als bedoeld door de wet van 07.05.1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers

• hetzij in een dagbladhandel uitgebaat door een handelaar die beschikt over een vergunning klasse F2 (zie artikel 43/4, § 5, van voornoemde wet van 07.05.1999).

4. Automatische ontspanningstoestellen

Artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek beoogt tevens bepaalde automatische ontspanningstoestellen, zodat de exploitatie ervan eveneens van de btw is vrijgesteld.

Hierna wordt de regeling uiteengezet die inzake btw van toepassing is op de overeenkomsten gesloten tussen de gebruikers van automaten en de exploitanten van die toestellen en tussen deze laatsten en zij die een plaats te hunner beschikking stellen voor de exploitatie van die toestellen.

A. Voorafgaande opmerkingen

a. Beoogde automaten

Onder automaat wordt verstaan, ieder toestel dat een mechanisch, elektrisch of elektronisch onderdeel bevat, dat dient voor het op gang brengen, de werking of het gebruik ervan en dat wordt ingeschakeld door het inwerpen van een geldstuk, een fiche (speelpenning) of door ieder ander middel dat hiervoor in de plaats komt.

Sommige automaten worden automatische ontspanningstoestellen genoemd, omdat ze bestemd zijn voor het vermaak van de gebruikers, waarmee onder meer de kans- als geldspelen worden bedoeld.

b. Partrijen betrokken bij de exploitatie van automatische ontspanningstoestellen

De exploitatie van een automatisch ontspanningstoestel doet steeds ten minste twee personen met elkaar in betrekking staan: de exploitant van het toestel en de gebruiker ervan.

De exploitant is hij die beschikt over de in het toestel aangetroffen ontvangsten. Over de ontvangsten wordt geacht te beschikken hij die de sleutel bezit om het toestel te openen, zelfs wanneer overeengekomen mocht zijn dat een bepaald percentage van die ontvangsten aan iemand anders moet worden afgedragen.

De gebruiker is hij die een geldstuk of een fiche in het mechanisme inwerpt, waardoor de automaat begint te werken. Soms kan de exploitant of de houder van het lokaal waar de automaat zich bevindt een geldstuk of fiche in het toestel inwerpen ten voordele van iemand anders.

Bij de exploitatie van een automatisch ontspanningstoestel wordt dikwijls nog een derde persoon betrokken. Deze kan de exploitant of de houder zijn van het lokaal waar het toestel ter beschikking van gebruikers wordt gesteld. Het kan ook de eigenaar zijn van een plaats, zoals een muur, een perron van een station, enzovoort.

Tenslotte is het mogelijk dat de exploitant van een automaat niet de eigenaar ervan is. Hij kan namelijk het toestel gehuurd hebben. Zo kan men naast de exploitant van het toestel ook nog de eigenaar hebben, die het toestel aan de exploitant verhuurt.

Die diverse situaties kunnen overigens samen voorkomen. Een exploitant kan een automaat huren om hem ter beschikking van gebruikers te stellen in een lokaal dat aan iemand anders toebehoort.

De regeling waaraan de handelingen tussen de exploitant van het toestel en de gebruiker ervan zijn onderworpen, wordt toegelicht onder rubriek B. De regeling bepaald met betrekking tot de andere verhoudingen die ontstaan bij de exploitatie van een automaat wordt uiteengezet onder rubriek C.

B. De exploitatie van een automaat

a. Hoedanigheid van de exploitant

Wanneer de exploitatie van een automaat aanleiding geeft tot kans- en geldspelen beoogd door artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek, is de exploitant, die handelt binnen het kader van een economische activiteit, bijgevolg een belastingplichtige zonder recht op aftrek en dient hij niet voor btw-doeleinden te worden geïdentificeerd indien hij geen enkele andere belaste economische activiteit uitoefent

Aan die persoon zal in de gevallen beoogd door artikel 50, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek echter wel een btw-identificatienummer worden toegekend voor zijn intracommunautaire verwervingen.

De ontvangsten wegens de exploitatie van bedoelde kans- en geldspelen zijn niet aan de belasting onderworpen.

Het feit dat de exploitant een door artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek vrijgestelde activiteit uitoefent, heeft overigens tot gevolg dat hij de btw die werd geheven van de goederen en diensten die hij heeft ontvangen en van de goederen die hij heeft ingevoerd of intracommunautair heeft verworven, niet in aftrek kan brengen in de mate waarin hij die goederen en diensten gebruikt voor de exploitatie van bedoelde kans- en geldspelen. Zo kan de exploitant de btw die wordt geheven van de aankoop, de invoer, de intracommunautaire verwerving, of van de huur van een automaat niet in aftrek brengen. Hij kan evenmin de btw in aftrek brengen die hij ter zake van het onderhoud en het herstellen van het toestel moet betalen.

b. Vrijgestelde kans- en geldspelen

Overeenkomstig artikel 1 van koninklijk besluit nr. 45, voornoemd, worden automaten als vrijgestelde kans- of geldspelen aangemerkt indien zij gelegenheid geven tot mededinging naar prijzen of premies in geld of natura, waarbij de spelers noch in het begin, noch tijdens, noch aan het einde van het spel kunnen tussenkomen en de winnaars uitsluitend door het lot of enig andere kansbepaling worden aangewezen.

Dit criterium is van toepassing ongeacht de bepalingen van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen en van het Strafwetboek.

De aard van de prijs of premie is voor de toepassing van de btw eveneens zonder belang voor de vaststelling of het om een kans- of geldspel gaat. Zo blijft een automaat die voldoet aan de criteria om als vrijgesteld kans- en geldspel te worden aangemerkt en die geen kans van verrijking of stoffelijk voordeel oplevert andere dan het recht om gratis verder te spelen, voor de toepassing van de btw niettemin een kans- of geldspel ook al wordt het in dat geval niet door de Strafwet beoogd.

De speler wordt geacht in geen enkele fase te kunnen tussenkomen en in voorkomend geval als winnaar louter door het lot te worden aangewezen indien de mechanische, de elektrische of elektronische werking zelf van het toestel de speler niet toelaat de loop van het spel gericht en doelmatig te beïnvloeden.

Dit is bijvoorbeeld het geval met de zogenaamde ‘Bingo’ of de ‘One Ball’ waarbij de speler enkel een bal of kogel kan wegschieten en verder niet in het spel kan ingrijpen door middel van daartoe op de automaat aangebrachte mechanismen. Weliswaar kan hij door te stoten aan het toestel de loop van de bal of kogel trachten te beïnvloeden, doch dit is niet in het werkingsmechanisme van het toestel zelf begrepen.

De zogenaamde ‘Flipper’ daarentegen, laat de speler toe hindernissen in werking te stellen waardoor de loop van de bal of kogel, wel beïnvloed wordt. Dit toestel wordt dan ook voor de toepassing van de btw niet als kans- of geldspel aangemerkt.

Ook door de Strafwet verboden ‘Jackpot’ wordt voor de toepassing van de btw als een kans- of geldspel aangemerkt.

Zijn daarentegen geen kans- of geldspelen, de toestellen die de speler toelaten zijn behendigheid te testen zoals automatische schietapparaten, automatische kegelspelen, grijperkranen, enzovoort.

C. De andere handelingen

a. Vergoeding betaald door de exploitant

De exploitant van een automaat is vaak gehouden een vergoeding te betalen aan de eigenaar of de huurder van het lokaal of van de plaats waar het toestel zich bevindt.

Deze vergoeding vormt de prijs van een dienst bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 6°, van het Btw-Wetboek en is aan de belasting onderworpen tegen het normale tarief dat momenteel 21% bedraagt.

De maatstaf van heffing van de verrichte dienst en het bedrag van de verschuldigde belasting dat er op betrekking heeft, worden begrepen in de periodieke aangifte die de eigenaar of de huurder moet indienen (artikel 53, § 2, van het Btw-Wetboek).

Anderzijds kan de belasting geheven van de goederen en diensten die door de bovengenoemde eigenaar of huurder uitsluitend worden gebruikt om zijn verbintenissen tegenover de exploitant van de automaat na te komen, in aftrek worden gebracht.

b. Verhuur van automaten

De eigenaar van een automaat kan deze verhuren aan iemand die de automaat zal exploiteren.

Die verhuur is een dienst bedoeld in artikel 18, § 1, 4°, van het Btw-Wetboek en is aan de belasting onderworpen tegen het normale tarief dat momenteel 21% bedraagt indien de handeling in België plaatsvindt (artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek). Dienaangaande valt aan te stippen dat iemand die slechts één toestel verhuurt de hoedanigheid van belastingplichtige verkrijgt voor zover de verhuur toegestaan wordt voor een zekere tijd.

De belasting is ter zake van de verhuur opeisbaar, zelfs indien het verhuurde toestel een vrijgesteld kans- of geldspel is. Aan te stippen valt dat iemand die een als kans- of geldspel vrijgestelde automaat in huur neemt om te gebruiken, de belasting ter zake van de huur niet mag aftrekken.

5. Prijskamp

A. Draagwijdte van de vrijstelling

Onder prijskamp moet worden verstaan alle spelen, competities of wedstrijden, onder welke benaming ook, waarbij de deelnemers, om kans te maken op een prijs of een premie, een creatieve bijdrage moeten leveren, zoals bijvoorbeeld het invullen van een vragenlijst, het maken van een werkstuk, het uitvoeren van een opdracht, het leveren van een sportieve prestatie, enzovoort. Worden eveneens beoogd: schoonheidswedstrijden, katten- en hondenshows, waarbij deelnemers meedingen naar prijzen.

De vrijstelling bedoeld in artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek beoogt alleen die spelen, prijskampen, competitie en wedstrijden waarbij, om te kunnen deelnemen, een inleg moet worden betaald. De wedstrijden, prijskampen, en dergelijke waaraan gratis kan worden deelgenomen worden niet door de vrijstelling beoogd. Dergelijke handelingen blijven niettemin buiten de werkingssfeer van de btw.

Hij die dergelijke prijskampen organiseert stelt handelingen die hetzij van de btw zijn vrijgesteld, hetzij buiten de werkingssfeer van de btw vallen en heeft bijgevolg, in principe, geen recht op aftrek van de voorbelasting. Anderzijds is de afgifte van de prijzen of premies evenmin aan de btw onderworpen. Hierbij moet derhalve geen onderscheid worden gemaakt naargelang de wedstrijden, prijskampen, en dergelijke al of niet voor reclamedoeleinden of als verkoopspromotie worden georganiseerd.

B. Aftrek

De organisator van een prijskamp mag de btw geheven van de aankoop van prijzen of premies uitgereikt aan de winnaars niet in aftrek brengen, aangezien deze afgifte gebeurt in uitvoering van een handeling die vrijgesteld is van de btw of zich, in voorkomend geval, buiten de toepassingssfeer van de btw bevindt.

Wanneer de organisator evenwel een andere, aan de btw onderworpen, economische activiteit uitoefent, en de organisatie van de prijskamp rechtstreeks in verband staat met die andere activiteit, mag de belasting geheven van de aankoop van de prijs of de premie die aan de winnaar wordt uitgereikt in aftrek worden gebracht indien deze prijs of premie een relatiegeschenk van geringe waarde vormt en indien er geen uitdrukkelijke uitsluiting is van het recht op aftrek op grond van artikel 45, § 3, van het Btw-Wetboek.

Indien de prijs of premie daarentegen geen relatiegeschenk van geringe waarde vormt dan mag de erover geheven btw niet in aftrek worden gebracht. Wanneer die aftrek, in voorkomend geval, al werd verricht (bijvoorbeeld goederen die afgenomen worden uit de voor verkoop bestemde voorraad) dan dient de oorspronkelijk verrichte aftrek te worden herzien (zie artikel 5, 3°, van het koninklijk besluit nr. 3, voornoemd).

6. Commissionairs

Ter zake heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof van Justitie van de Europese Unie, Arrest Belgische Staat tegen Pierre Henfling en anderen, zaak C-464/10, van 14.07.2011) ten aanzien van het optreden van tussenpersonen bij weddenschappen voor recht gezegd dat het in eigen naam handelen van de tussenpersoon betekent:

• dat er tussen de gokker en de onderneming voor wier rekening de marktdeelnemer als tussenpersoon handelt, geen rechtstreekse rechtsverhouding ontstaat

• dat er tussen de marktdeelnemer en de gokker enerzijds en deze marktdeelnemer en bovengenoemde onderneming anderzijds wel een rechtsverhouding bestaat.

Het Hof concludeert uit het voorgaande dat indien de dienstverrichting waarbij de commissionair als tussenpersoon handelt, van btw is vrijgesteld, deze vrijstelling bijgevolg eveneens van toepassing is op de rechtsverhouding tussen de opdrachtgever en de commissionair en stelt dat deze conclusie ook geldt voor de vrijstelling betreffende weddenschappen (beslissing nr. E.T. 127.279 van 13.07.2015).

A. Standpunt van de administratie ten aanzien van de tussenkomsten van wedkantoren en dagbladhandelaars die plaatsvonden vóór 01.01.2011

De administratie heeft voorheen steeds het principieel standpunt ingenomen dat de wedkantoren en dagbladhandelaars (aannemers of verkopers van weddenschappen) bij de aanneming van weddenschappen die ingericht worden door een organisator van weddenschappen in naam en voor rekening van die organisator en dus als lasthebbers handelen. Er werd steeds geoordeeld dat de prestaties van de tussenkomende wedkantoren en dagbladhandelaars niet als diensten inzake een weddenschap kunnen worden aangemerkt. Bijgevolg werd de vrijstelling op grond van artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek niet van toepassing geacht in de verhouding tussen de organisator en de aannemer van de weddenschappen en dienden de commissielonen die door de wedkantoren en dagbladhandelaars worden aangerekend aan de organisatoren van weddenschappen te worden onderworpen aan de btw tegen 21% (aanschrijving nr. 15/1974 van 02.10.1974). Hierop werd enkel afgeweken indien aan de hand van de tussen de betrokken partijen gesloten contracten en de feitelijke omstandigheden waarin de betrokken partijen optreden, duidelijk kon aangetoond worden dat de tussenkomende partij in eigen naam handelt en aldus zelf een dienst inzake weddenschappen ontvangt en zelf op haar beurt verstrekt (artikel 20, § 1 van het Btw-Wetboek).

B. Standpunt van de administratie ten aanzien van de tussenkomsten van wedkantoren en dagbladhandelaars die plaatsvonden vanaf 01.01.2011

De activiteiten van organisatoren van weddenschappen en van aannemers van weddenschappen (wedkantoren en dagbladhandelaars) worden wettelijk geregeld in de Wet op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers (Kansspelwet) van 07.05.1999, zoals grondig en fundamenteel gewijzigd door de Wet van 10.01.2010. Tevens geven een groot aantal koninklijke besluiten uitvoering aan deze wet. De nieuwe kansspelwetgeving is in werking getreden op 01.01.2011.

Rekening houdend met deze nieuwe wetgeving en met het oog op een correcte toepassing van de btw-vrijstelling voor weddenschappen, loterijen en andere kans- en geldspelen, beoogd in artikel 44, § 3, 13° van het Btw-Wetboek, werd opnieuw onderzocht op welke wijze en in welke hoedanigheid de wedkantoren en dagbladhandelaars (de zogenaamde F2-vergunninghouders) optreden bij de aanneming van weddenschappen die ingericht worden door de organisatoren van weddenschappen (de zogenaamde F1-vergunninghouders).

De wetgever heeft vanaf 01.01.2011 voor het aanbieden van weddenschappen twee nieuwe vergunningen in het leven geroepen en daarbij heeft hij zich gebaseerd op het onderscheid tussen de inrichters enerzijds en de aannemers anderzijds van weddenschappen.

De inrichters staan in voor de organisatie van de weddenschappen en moeten beschikken over een zogenaamde F1-vergunning.

De aannemers zijn de eigenlijke verkopers van de weddenschappen. Zij nemen de weddenschappen van de spelers aan voor rekening van de inrichters. Zij hebben een zogenaamde F2-vergunning nodig.

In de Kansspelwet zelf (artikel 25, 7° en artikel 43/4, § 1), zoals die van kracht is sedert 01.01.2011, wordt uitdrukkelijk bepaald dat het aannemen van weddenschappen door F2-vergunninghouders gebeurt voor rekening van de F1-vergunninghouders. De F2-vergunninghouders nemen weddenschappen aan in de zogenaamde Kansspelinrichtingen klasse IV, een plaats uitsluitend bestemd voor het aannemen van weddenschappen of ook buiten die kansspelinrichting in het geval waarin weddenschappen als nevenactiviteit worden aangenomen door dagbladhandelaars.

In artikel 3 van het koninklijk besluit van 22.12.2010 betreffende de werkingsregels van de weddenschappen wordt uitdrukkelijk bepaald dat de vergunninghouder F2 weddenschappen aanneemt in eigen naam maar voor rekening van de vergunninghouder F1 die de betreffende weddenschappen inricht. De vergunninghouder F1 stelt zich borg ten aanzien van de spelers voor alle verplichtingen die geldig werden aangegaan door de vergunninghouder F2 in de uitvoering van zijn activiteiten inzake de aanneming van weddenschappen voor het geval dat de vergunninghouder F2 in gebreke blijft voor de betaling.

In artikel 9 van het koninklijk besluit van 22.12.2010 betreffende de vorm van de vergunning klasse F2, de wijze waarop de aanvragen voor een vergunning klasse F2 moeten worden ingediend en onderzocht en de verplichtingen waaraan vergunninghouders F2 moeten voldoen inzake beheer en boekhouding, is bepaald dat onverminderd het bepaalde in het reglement van de weddenschappen de houder van de F2 vergunninghouder onmiddellijk de winst van de speler dient uit te betalen.

Uit voorgaande bepalingen blijkt dat de wetgever heeft gewild dat de F2-vergunninghouders zich persoonlijk verbinden bij het aannemen van de weddenschappen. Uit de borgstelling van de F1-vergunninghouder waarnaar wordt verwezen in artikel 3 van het KB van 22.12.2010 betreffende de werkingsregels van de weddenschappen kan worden afgeleid dat de F1-vergunninghouder initieel niet gehouden is tot de hoofdschuld die volgt uit het aannemen van de weddenschap en dat er geen rechtstreekse rechtsverhouding ontstaat tussen de F1-vergunninghouder en de speler.

Gelet op het sedert 01.01.2011 geldend wettelijk kader waarin de F2-vergunninghouders (wedkantoren en dagbladhandelaars) hun activiteit uitoefenen, wordt, op voorwaarde dat zowel de tussen de betrokken partijen gesloten contracten als de feitelijke omstandigheden waarin zij hun activiteit uitoefenen in overeenstemming zijn met deze wettelijke bepalingen, aanvaard dat de wedkantoren en dagbladhandelaars tegenover de F1-vergunninghouders enerzijds en tegenover de spelers anderzijds vanaf genoemde datum handelen als commissionairs inzake diensten in de zin van artikel 20, § 1, van het Btw-Wetboek. Zij worden geacht de diensten inzake weddenschappen zelf te ontvangen van de organisator van de weddenschappen en zelf op hun beurt te verstrekken aan de spelers.

De in artikel 44, § 3, 13° van het Btw-Wetboek opgenomen vrijstelling is bijgevolg van toepassing zowel in de relatie tussen de F1-vergunninghouders en de F2-vergunninghouders als in de relatie tussen de F2-vergunninghouders en de spelers.

7. Bijzondere gevallen

A. De prijs of de premie wordt aangeleverd door een derde als tegenprestatie voor een publiciteit

Het komt geregeld voor dat de organisator van een weddenschap, loterij of van een ander van de belasting vrijgesteld spel, de aan de winnaars afgegeven prijzen van een derde bekomt in natura als tegenprestatie voor de door eerstgenoemde ten bate van die derde gevoerde reclame tijdens of in het kader van de organisatie van de loterij of het spel.

In dat geval vinden in de relatie tussen de organisator en de derde wederzijdse handelingen onder bezwarende titel plaats die volgens hun eigen aard belastbaar zijn. De administratie stemt er, om praktische redenen, mee in dat de opeisbare btw over de gevoerde reclame en de afgifte door de derde van het als prijs bestemde goed, wordt berekend over de normale waarde van het afgegeven goed (artikel 33, § 3, van het Btw-Wetboek).

Vermits de door de organisator van de derde verkregen prijzen per definitie worden gebruikt voor het verrichten van handelingen die van de belasting zijn vrijgesteld, is de door de derde naar aanleiding van de afgifte van de geschenken verschuldigde btw in hoofde van eerstgenoemde uiteraard niet aftrekbaar.

B. De prijs of de premie bestaat uit een aankoopbon

De afgifte van een aankoopbon aan de winnaar door de organisator is niet aan de btw onderworpen.

Daarentegen vormt de afgifte van een goed bedoeld in artikel 9 van het Btw-Wetboek in ruil voor de aankoopbon een levering als bedoeld in het Wetboek waarvan de btw opeisbaar is in de relatie tussen de belastingplichtige die het goed levert en de houder van de aankoopbon. De belasting wordt berekend over de normale waarde van het goed vastgesteld op de wijze bepaald in artikel 32, tweede lid, van het Btw-Wetboek.

C. De prijs of de premie is een goed vervaardigd door een organisator die een andere, belastbare, economische activiteit uitoefent

Het goed dat door de organisator werd vervaardigd en uitgereikt als prijs of premie wordt geacht door hem te zijn onttrokken. De organisator is overeenkomstig de artikelen 12, § 1, 4° en 33, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek gehouden de belasting te voldoen over de aankoopprijs van de goederen of soortgelijke goederen of, indien er geen aankoopprijs is, de kostprijs, in voorkomend geval rekening houdend met artikel 26, tweede en derde lid, en met artikel 28 van het Btw-Wetboek bepaald op het tijdstip waarop die handelingen worden verricht. Deze belasting is niet aftrekbaar.

Wanneer het door de organisator vervaardigd goed als een handelsgeschenk van geringe waarde kan worden aangemerkt, mag de belasting geheven van de bestanddelen van dit goed in aftrek worden gebracht en geeft de afgifte van het goed aan de winnaar geen aanleiding tot herziening van de aftrek noch tot onttrekking.

D. Tussen de organisator en de winnaar(s) komt een contract tot stand

Wanneer de prijskamp tot gevolg heeft dat er tussen de winnaar(s) en de organisator een contract tot stand komt, is de vrijstelling van artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek niet van toepassing. In dat geval wordt de toepasselijke regeling op het stuk van de btw bepaald volgens de modaliteiten van het contract.

Zo is de vergoeding die de organisator van een architectenwedstrijd uitkeert aan de deelnemers van die wedstrijd wier ingezonden ontwerpen aan bepaalde eisen voldoen, van de belasting vrijgesteld op grond van artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek. Maar indien de uitkering van de vergoeding daarentegen tot gevolg heeft dat de organisator rechten op de bekroonde ontwerpen verkrijgt, betreft het hier de prijs van een dienst bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 1° of 7°, van het Btw-Wetboek ongeacht of de organisator al dan niet het ontwerp zal verwezenlijken.

Een ander voorbeeld is de organisatie van een wedstrijd door een handelsonderneming met het oog op het verwerven van de rechten op de beste reclameboodschap voor een bepaald product.

[Top]

Aangehaalde teksten

18
WBTW art. 4432 voorkomens
WBTW art. 189 voorkomens
WBTW art. 14 voorkomens
KB nr. 45 art. 12 voorkomens
WBTW art. 202 voorkomens
WBTW art. 332 voorkomens
KB nr. 3 art. 51 voorkomen
WBTW art. 121 voorkomen
WBTW art. 211 voorkomen
WBTW art. 281 voorkomen
WBTW art. 321 voorkomen
WBTW art. 451 voorkomen
WBTW art. 501 voorkomen
WBTW art. 531 voorkomen
WBTW art. 91 voorkomen