Tot de maatstaf van heffing behoren niet :
de sommen die als disconto van de prijs mogen worden afgetrokken;
de prijsverminderingen die door de leverancier of de dienstverrichter aan de afnemer toegekend worden en die door deze laatste zijn verkregen op het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt;
de interesten wegens te late betaling;
de kosten voor gewone en gebruikelijke verpakkingsmiddelen, indien de leverancier instemt met de terugbetaling ervan in geval van terugzending van die verpakkingsmiddelen;
de sommen voorgeschoten door de leverancier of de dienstverrichter voor uitgaven die hij ten name en voor rekening van zijn medecontractant heeft gedaan;
de belasting over de toegevoegde waarde zelf.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Rechtspraak
14België
13Hof van CassatieF.19.0103.N/129.01.2021
Werken in onroerende staat, verlaagd btw-tarief, rechtsmisbruik
Europese Unie
1Het Hof legt de richtlijn uit die dit artikel omzet.
Hof van JustitieC-85/9719.11.1998
Verjaringstermijn, aanvang
Administratieve doctrine
136Wetgeving
1150 verwijzen naar geen enkel bijzonder punt, 1 verwijzen naar een punt dat de gepubliceerde tekst niet draagt. De koppeling wordt in de tekst van de documenten gelezen.
Opeenvolgende versies
2 versies eerste op 01.01.1971| Van kracht | Wijziging | Bron |
|---|---|---|
| 01.01.1993van kracht | het artikel werd gewijzigd | W 28.12.1992, B.S. 31.12.1992 |
| 01.01.1971 | het artikel werd ingevoerd | W 03.07.1969 |