[Inhoudstafel van de Btw-Commentaar]
BOEKWERK VI: Specifieke topics
Hoofdstuk 16. Specifieke topics
Afdeling 10 - Bijzondere regeling van toepassing op telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en de langs elektronische weg verrichte diensten - het Mini Enig Loket inzake btw (Mini-one-stop-shop)
Bijgewerkt volgens de stand van de wetgeving van toepassing op 01.01.2021
INHOUDSTAFEL · 39 onderdelen
A. Overzicht bepalingen van de Europese richtlijnen
B. Overzicht bepalingen Btw-Wetboek
2. Draagwijdte van de bijzondere regeling
3. Toepasselijke regeling voor niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen (bijzondere regeling MOSS niet-EU) (artikel 58ter van het Btw-Wetboek)
A. Kenmerken van de bijzondere regeling MOSS niet-EU
B. Toepassingsvoorwaarden van de bijzondere regeling
a. Registratie, wijziging, stopzetting en doorhaling in België
4. Toepasselijke regeling voor in de Gemeenschap maar niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtigen (bijzondere regeling MOSS EU)(artikel 58quater van het Btw-Wetboek)
A. Kenmerken van de bijzondere regeling MOSS EU
B. Toepassingsvoorwaarden van de bijzondere regeling
a. Registratie, wijziging, stopzetting en doorhaling in België
1. De belastingplichtige heeft zijn hoofdzetel in België.
2. De belastingplichtige beschikt over een vaste inrichting in België.
A. Tussen 01.01.2015 en 31.12.2018
b. Diensten die plaatsvinden in België of in een derde land
c. Diensten die plaatsvinden in een andere lidstaat
[Inhoudstafel van deze afdeling] - [Inhoudstafel van de Btw-Commentaar]
1. Wetgevend kader
A. Overzicht bepalingen van de Europese richtlijnen
Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28.11.2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (geconsolideerde versie met inbegrip van de wijzigingen die door de richtlijnen 2008/8/EG van de Raad van 12.02.2008 en 2017/2455 van de Raad van 05.12.2017 zijn aangebracht)
B. Overzicht bepalingen Btw-Wetboek
Artikel 18, § 1, tweede lid, 14° en 16°
Artikel 21, § 2
Artikel 21bis, § 1
Artikel 21bis, § 2, 9°
Artikel 53decies
Artikel 58bis
Artikel 58ter
Artikel 58quater
2. Draagwijdte van de bijzondere regeling
A. Op 01.01.2015
Artikel 5 van de richtlijn 2008/8/EG van de Raad van 12.02.2008 tot wijziging van de richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde heeft, met ingang van 01.01.2015, een aantal regels met betrekking tot de plaats waar telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten aan niet-belastingplichtige personen worden belast, gewijzigd.
Zodoende worden deze drie categorieën van diensten verstrekt aan niet-belastingplichtige personen vanaf 01.01.2015 belast in de lidstaat waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft (hierna “lidstaat van verbruik” genoemd), onafhankelijk van de plaats waar de dienstverrichter gevestigd is.
Artikel 21bis, § 2, 9°, van het Btw-Wetboek bepaalt in dit verband dat de plaats van diensten verricht voor een niet-belastingplichtige de plaats is waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, wanneer de dienst tot voorwerp heeft:
a) telecommunicatiediensten
b) radio- en televisieomroepdiensten
c) langs elektronische weg verrichte diensten
Bovendien bepaalde artikel 21, § 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek reeds dat de plaats van diensten, verricht voor een als zodanig handelende belastingplichtige, de plaats is waar deze belastingplichtige de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd. Worden deze diensten evenwel verricht voor een vaste inrichting van de belastingplichtige op een andere plaats dan die waar hij de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd, dan geldt als plaats van de dienst de plaats waar deze vaste inrichting zich bevindt. Bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, geldt als plaats van de dienst de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de belastingplichtige die deze diensten afneemt.
Uit de gezamenlijke lectuur van deze twee artikelen uit het Btw-Wetboek volgt dat op 01.01.2015, alle telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en alle langs elektronische weg verrichte diensten plaatsvinden waar de ontvanger gevestigd is of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft (Beslissing nr. E.T. 126.947van 22.12.2014).
Het Btw-Wetboek brengt duidelijkheid door het definiëren van de beoogde diensten:
● worden als telecommunicatiediensten beschouwd de diensten die betrekking hebben op de transmissie, uitzending of ontvangst van signalen, tekst, beelden en geluiden of informatie van allerlei aard, via draad, radiogolven, optische of andere elektromagnetische systemen, daaronder begrepen de overdracht en het verlenen van het recht om gebruik te maken van capaciteit voor een dergelijke transmissie, uitzending of ontvangst. Voor de toepassing van deze bepaling wordt onder telecommunicatiediensten mede verstaan het bieden van toegang tot wereldwijde informatienetten (zie artikel 18, § 1er, tweede lid, 14°, van het Btw-Wetboek)
● worden inzonderheid als langs elektronische weg verrichte diensten beschouwd, de langs elektronische weg verrichte diensten die het leveren en onderbrengen van computersites tot voorwerp hebben, het onderhoud op afstand van programma's en uitrustingen, de levering van software en de bijwerking ervan, de levering van beelden, geschreven stukken en informatie en de terbeschikkingstelling van databanken, de levering van muziek of films, van spelen, met inbegrip van kans- of gokspelen, en van uitzendingen of manifestaties op het gebied van politiek, cultuur, kunst, sport, wetenschappen of ontspanning en de levering van onderwijs op afstand. Het feit dat de dienstverrichter en de ontvanger langs elektronische weg berichten uitwisselen, betekent op zich niet dat de dienst langs elektronische weg wordt verricht (artikel 18, § 1, tweede lid, 16°, van het Btw-Wetboek)
Een ‘langs elektronische weg verrichte dienst’ beantwoordt aan de volgende criteria (Beslissing nr. E.T.126.947 van 22.12.2014):
● deze dient te worden verstrekt over het Internet of over een elektronisch netwerk (meer bepaald dient de dienst afhankelijk te zijn van het Internet of van een analoog netwerk)
● de aard van de beoogde dienst dient sterk afhankelijk te zijn van de informatietechnologie gebruikt om deze te verrichten (het is te zeggen dat de dienst wegens zijn aard grotendeels geautomatiseerd dient te zijn, slechts in geringe mate een menselijk ingrijpen vergt en niet kan worden verricht zonder informatietechnologie)
De langs elektronische weg verrichte diensten hebben het voorwerp uitgemaakt van een uitvoerige commentaar in de circulaire AFZ nr. 09/2003 van 12.08.2003 met betrekking tot de elektronische handel.
De operator die telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten verstrekt aan niet-belastingplichtige klanten die in de Europese Unie zijn gevestigd, heeft de principiële verplichting om zich voor de btw te laten identificeren in alle lidstaten waar die diensten plaatsvinden en waar hij nog niet is gevestigd of geïdentificeerd (Beslissing nr. E.T.126.947 van 22.12.2014).
Teneinde de verplichtingen van de betrokken dienstverrichters te vereenvoudigen en te vermijden dat ze zich in elke lidstaat moeten identificeren om hun btw-verplichtingen na te komen, voert artikel 5, 15), van de richtlijn 2008/8/EG een facultatieve bijzondere regeling in, genaamd « Mini One Stop Shop » (MOSS), om deze belastingplichtigen toe te laten al hun verplichtingen te voldoen via één enkele lidstaat van identificatie (indiening van één enkele elektronische kwartaalaangifte die per betrokken lidstaat het behaalde omzetcijfer en de verschuldigde btw bevat).
Echter, indien de belastingplichtige opteert voor de regeling MOSS, dan moet hij deze regeling toepassen in alle betrokken lidstaten. Het is dus geen regeling waarvoor hij per lidstaat kan kiezen.
Er zijn twee systemen van mini enig loket opgezet:
•een niet-EU-regeling voor de niet-Europese operatoren die in de Europese Unie noch over een vaste inrichting, noch over een btw-identificatie beschikken: de regeling MOSS niet-EU. Deze bijzondere regeling is opgenomen in artikel 58ter van het Btw-Wetboek (zie afdeling 3)
•een EU-regeling voor de Europese operatoren en de niet-Europese operatoren die op het grondgebied van de Europese Unie over een vaste inrichting beschikken: de regeling MOSS EU. Deze bijzondere regeling is opgenomen in 58quater van het Btw-Wetboek (zie afdeling 4)
Worden niet beoogd door de regeling MOSS (Btw-bericht van 26.06.2014 met betrekking tot de plaats van de dienst voor elektronische diensten, telecommunicatiediensten en radio- en televisie-omroepdiensten verricht aan niet btw-belastingplichtigen – MOSS):
•de diensten verricht aan afnemers die gevestigd zijn buiten de Europese Unie. De plaats van de dienst blijft, na 01.01.2015, het land waar de afnemer is gevestigd
•de diensten verricht aan Belgische afnemers door een belastingplichtige gevestigd en geïdentificeerd voor btw-doeleinden in België. Die moeten opgenomen worden in de gewone periodieke btw-aangifte
•de diensten verricht in lidstaten waar de onderneming beschikt over een vaste inrichting. Die diensten moeten opgenomen worden in een gewone periodieke aangifte in de lidstaat van de vaste inrichting
B. Op 01.01.2019
Artikel 1 van de richtlijn 2017/2455 van de Raad van 05.12.2017 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG en Richtlijn 2009/132/EG wat betreft bepaalde btw-verplichtingen voor diensten en afstandsverkopen van goederen voert met uitwerking op 01.01.2019 het volgende in:
•onder bepaalde voorwaarden, een afwijking op de plaatsbepaling van de telecommunicatiediensten, de radio- en televisieomroepdiensten en de langs elektronische weg verrichte diensten aan niet-belastingplichtige personen door dienstverrichters die gevestigd zijn of bij gebreke van een vestiging, die hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats hebben in een andere lidstaat dan de lidstaat van de ontvanger.
Om te vermijden dat de “micro-ondernemingen” zich voor btw-doeleinden zouden moeten identificeren in de lidstaat waar hun niet-belastingplichtige klant woont of dat zij deze handeling vanaf de eerste verkoop zouden moeten opnemen in de aangifte MOSS, werd beslist om een unieke drempel in te voeren die in alle lidstaten van toepassing is. Zo kunnen “micro-ondernemingen” van wie de jaarlijkse omzet van de langs elektronische weg verrichte diensten niet meer bedraagt dan 10.000 euro per kalenderjaar, ervoor kiezen om deze diensten te onderwerpen aan de btw in de lidstaat waar zij gevestigd zijn.
De telecommunicatiediensten, de radio- en televisieomroepdiensten en de langs elektronische weg verrichte diensten vinden plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd overeenkomstig de algemene regel opgenomen in artikel 21bis, § 1, van het Btw-Wetboek, wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan (artikel 21bis, § 2, 9°, tweede lid (nieuw) van het Btw-Wetboek):
a) de dienstverrichter is gevestigd of, bij gebreke van een vestiging, heeft zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats in slechts één lidstaat
b) de diensten worden verleend aan niet-belastingplichtigen die gevestigd zijn of hun woonplaats of hun gebruikelijke verblijfplaats hebben in een andere dan de onder a) bedoelde lidstaat
c) de totale bedrag van de onder b) bedoelde diensten, btw niet inbegrepen, is in het lopende kalenderjaar niet hoger dan 10.000 euro of de tegenwaarde daarvan in de nationale munteenheid en heeft dit bedrag ook niet overschreden in de loop van het voorafgaande kalenderjaar
Aangezien in de toepassingsvoorwaarden is bepaald dat de dienstverrichter in slechts één lidstaat mag gevestigd zijn, beoogt deze afwijking uitsluitend de regeling MOSS EU.
Wanneer, in de loop van een kalenderjaar, de drempel van 10.000 euro wordt overschreden, zal de eerste handeling, in zijn geheel beschouwd, waardoor die drempel wordt overschreden, plaatsvinden waar de afnemer van de dienst gevestigd is of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft.
De belastingplichtigen die de drempel van 10.000 euro niet overschreden hebben en van wie de handelingen normaalgezien plaatsvinden waar de zetel van hun economische activiteit gevestigd is, kunnen ervoor kiezen dat hun handelingen gelokaliseerd worden op de plaats waar de afnemer van de dienst gevestigd is of waar hij zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft. Deze keuze geldt voor een periode van ten minste twee kalenderjaren.
•in het geval dat de dienstverrichter gebruik maakt van één van de bijzondere regelingen bedoeld in de artikelen 58ter of 58quater van het Btw-Wetboek zijn, bij wijze van uitzondering, de factureringsregels van de lidstaat van identificatie van toepassing en dus niet die van de lidstaat van verbruik (artikel 53decies, § 1, derde lid (nieuw), van het Btw-Wetboek)
•de definitie van het begrip “niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige” wordt gewijzigd in “belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Gemeenschap heeft gevestigd noch daar over een vaste inrichting beschikt”(artikel 58ter, § 1, 1°, (gewijzigd) van het Btw-Wetboek)
Een niet in de Europese Unie gevestigde onderneming die beschikt over een btw-registratie in de Europese Unie, mag bijgevolg voortaan gebruik maken van de niet-Europese regeling.
3. Toepasselijke regeling voor niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen (bijzondere regeling MOSS niet-EU) (artikel 58ter van het Btw-Wetboek)
A. Kenmerken van de bijzondere regeling MOSS niet-EU
a. Op 01.01.2015
Overeenkomstig artikel 58bis (oud) van het Btw-Wetboek, bestaat er al sinds 01.01.2003 een regeling van mini enig loket voor de niet in de Europese Unie gevestigde dienstverrichters die elektronische diensten verstrekken aan niet-belastingplichtige ontvangers die gevestigd zijn in de Europese Unie (regeling bekend onder de benaming van "VAT on e-services" – VOES).
Op 01.01.2015 wordt die regeling uitgebreid naar de niet in de Europese Unie gevestigde dienstverrichters die telecommunicatiediensten en radio- en televisieomroepdiensten verstrekken aan niet-belastingplichtige ontvangers van diensten die gevestigd zijn in de Europese Unie en wordt zij de regeling MOSS niet-EU geheten. Die regeling laat een buiten de Gemeenschap gevestigde dienstverrichter, wanneer hij telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of langs elektronische weg verrichte diensten verstrekt aan een niet-belastingplichtige ontvanger die gevestigd is in de Gemeenschap, toe om zijn aangifteverplichtingen te voldoen vanuit een enig punt, te weten de lidstaat van identificatie van zijn keuze.
Artikel 58ter, §§ 1 en 2, van het Btw-Wetboek met betrekking tot de bijzondere regeling van toepassing op diensten verricht door belastingplichtigen die niet op het grondgebied van de Gemeenschap gevestigd zijn, bepaalt het volgende:
§ 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
1°"niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige": een belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Gemeenschap heeft gevestigd noch daar over een vaste inrichting beschikt, en ook niet voor btw-doeleinden geïdentificeerd moet zijn
2°"lidstaat van identificatie": de lidstaat die de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige verkiest te contacteren om opgave te doen van het begin van zijn activiteit als belastingplichtige op het grondgebied van de Gemeenschap
§ 2. Elke niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten verricht voor een niet-belastingplichtige die in een lidstaat gevestigd is of er zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft, mag gebruik maken van deze bijzondere regeling. Deze regeling is van toepassing op alle aldus in de Gemeenschap verrichte diensten.
De regeling MOSS niet-EU is voorbehouden aan elke operator die de zetel van zijn economische activiteit niet in de EU heeft gevestigd of die niet beschikt over een vaste inrichting op dat grondgebied, én die niet geregistreerd is en al evenmin gehouden is om zich voor de btw te identificeren in de Europese Unie.
Bijgevolg kunnen zich dus niet registreren in het Belgisch systeem van het mini enig loket niet-EU:
● de belastingplichtigen die de hoofdzetel van hun economische activiteit hebben gevestigd buiten de Gemeenschap, maar die beschikken over één of meer vaste inrichtingen in de Europese Unie. Die belastingplichtigen zijn uitgesloten van de regeling MOSS niet-EU, maar mogen zich inschrijven in de regeling MOSS EU van hun keuze in één van de lidstaten waar zij beschikken over een vaste inrichting
● de belastingplichtigen die de hoofdzetel van hun economische activiteit hebben gevestigd buiten de Europese Unie, maar die geïdentificeerd zijn of zouden moeten zijn geïdentificeerd in één van de lidstaten van de Europese Unie. Die belastingplichtigen zijn uitgesloten van de regeling MOSS niet-EU en zijn gehouden om zich te laten identificeren in alle lidstaten waar zij telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of langs elektronische weg verrichte diensten verstrekken aan een niet-belastingplichtige ontvanger.
De belastingplichtige die de hoofdzetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd buiten de Europese Unie en die de voorwaarden vervult, kan zich inschrijven onder de regeling MOSS niet-EU in de lidstaat van zijn keuze.
Degene die heeft besloten om zich in te schrijven onder de Belgische regeling MOSS niet-EU neemt in zijn aangifte MOSS alle telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten op die hij verstrekt voor een niet-belastingplichtige ontvanger van diensten die gevestigd is in de Europese Unie, met inbegrip van de prestaties die plaatsvinden in België.
Horen niet thuis in de regeling MOSS niet-EU de in andere lidstaten plaatsvindende handelingen welke de in een derde land gevestigde belastingplichtige verstrekt aan niet-belastingplichtige klanten, maar die niet bestaan in telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten (zoals bijvoorbeeld de verkopen op afstand, de leveringen met montage, de werken in onroerende staat, …). Gelet op het feit dat de niet in de Europese Unie gevestigde belastingplichtige, om dat type handeling te kunnen stellen, verplicht is om zich te laten identificeren in alle lidstaten waar die handelingen plaatsvinden, is hij ambtshalve uitgesloten van de regeling MOSS niet-EU tot 31.12.2018.
De telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en de langs elektronische weg verrichte diensten die worden verricht voor een belastingplichtige ontvanger die gevestigd is in een andere lidstaat mogen nooit worden opgenomen onder de Belgische regeling MOSS niet-EU (handelingen die overeenkomstig artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek plaatsvinden in de lidstaat van de ontvanger en waarvoor de ontvanger er de schuldenaar is van de btw).
Tot slot wordt eraan herinnerd dat de regeling MOSS niet-EU facultatief is. Een onderneming die alle toegangsvoorwaarden tot de regeling MOSS niet-EU vervult, kan beslissen om zich te laten identificeren in de verschillende lidstaten waar zij de bedoelde diensten verstrekt aan niet-belastingplichtige klanten en om niet in die regeling te stappen. Zij zal dan btw-aangiften moeten indienen in alle lidstaten waar zij dat type handelingen heeft verricht.
b. Op 01.01.2019
De definitie van het begrip ‘niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige’ is gewijzigd in ‘belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Gemeenschap heeft gevestigd noch daar over een vaste inrichting beschikt’.
Een onderneming die niet in de Europese Unie gevestigd is maar die beschikt over een btw-registratie in de Europese Unie (bijvoorbeeld omdat ze er andere aan de btw onderworpen handelingen verricht dan de diensten beoogd door de MOSS-regeling) mag vanaf 01.01.2019 gebruik maken van de niet-Europese regeling. Zij is niet meer gehouden om zich te laten identificeren in alle lidstaten waar ze telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of langs elektronische weg verrichte diensten verstrekt aan een niet-belastingplichtige ontvanger.
Deze wijziging is een loutere aanpassing van de verplichtingen onder de niet-Unieregeling ten gevolge van de voormelde wijziging van het toepassingsgebied ervan. De nieuwe bepaling onder 5° van artikel 58ter, § 3, tweede lid, van het Btw-Wetboek voorziet bijgevolg voortaan in een verplichting voor de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige om te verklaren dat hij niet gevestigd is op het grondgebied van de Gemeenschap en aldaar ook niet beschikt over een vaste inrichting, zonder dat er nog een verwijzing moet worden opgenomen naar een eventuele btw-identificatie in een lidstaat.
Artikel 58ter van het Btw-Wetboek bepaalt derhalve het volgende:
§ 1.Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
1°"niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige": een belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Gemeenschap heeft gevestigd noch daar over een vaste inrichting beschikt
2°"lidstaat van identificatie": de lidstaat die de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige verkiest te contacteren om opgave te doen van het begin van zijn activiteit als belastingplichtige op het grondgebied van de Gemeenschap
§ 2.Elke niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten verricht voor een niet-belastingplichtige die in een lidstaat gevestigd is of er zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft, mag gebruik maken van deze bijzondere regeling. Deze regeling is van toepassing op alle aldus in de Gemeenschap verrichte diensten.
§ 3.De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die België kiest als lidstaat van identificatie doet opgave van het begin van zijn activiteit als belastingplichtige aan het elektronisch adres dat te dien einde gecreëerd werd door de minister van Financiën of zijn gemachtigde.
Bovendien moet de in het eerste lid bedoelde belastingplichtige de volgende inlichtingen verschaffen:
1° naam
2° postadres
3° elektronische adressen, met inbegrip van websites
4° in voorkomend geval, het nationale belastingnummer
5° een verklaring dat hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Gemeenschap heeft gevestigd noch daar over een vaste inrichting beschikt
Het btw-identificatienummer dat aan de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige wordt toegekend, wordt langs elektronische weg medegedeeld.
De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige deelt langs elektronische weg elke wijziging mee met betrekking tot de verstrekte inlichtingen.
§ 4.De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige doet langs elektronische weg opgave van de beëindiging van zijn activiteit als belastingplichtige, alsook van wijziging ervan in die mate dat hij niet langer aan de voorwaarden voldoet om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken.
Het btw-identificatienummer dat aan de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige wordt toegekend, wordt doorgehaald indien:
1° de belastingplichtige meedeelt dat hij niet langer telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten verricht
2° er anderszins kan worden aangenomen dat zijn belastbare activiteit beëindigd is
3° hij niet langer de voorwaarden vervult om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken
4° hij bij voortduring niet aan de voorschriften van deze bijzondere regeling voldoet
§ 5.De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige dient langs elektronische weg een aangifte in voor elk kalenderkwartaal, ongeacht of al dan niet telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten zijn verricht. Deze aangifte, opgesteld in euro, wordt uiterlijk twintig dagen na het verstrijken van elk kalenderkwartaal ingediend.
Deze aangifte bevat het btw-identificatienummer en, voor elke lidstaat van verbruik waar de btw verschuldigd is, het totale bedrag, de btw niet inbegrepen, van de gedurende het tijdvak waarop zij betrekking heeft, verrichte telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten en het totale bedrag van de belasting daarover, opgesplitst naar belastingtarieven. De geldende btw-tarieven en de totale verschuldigde belasting worden eveneens vermeld.
De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige voldoet de btw onder verwijzing naar de betreffende aangifte op het moment dat de aangifte wordt ingediend, doch uiterlijk bij het verstrijken van de termijn waarbinnen deze aangifte moet worden ingediend.
§ 6.De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige voert van alle handelingen waarop deze bijzondere regeling van toepassing is, een boekhouding. Deze boekhouding moet voldoende gegevens bevatten om de belastingautoriteiten van de lidstaat van verbruik in staat te stellen de juistheid van de aangifte te bepalen.
De gegevens vervat in de in het eerste lid bedoelde boekhouding moeten langs elektronische weg ter inzage worden voorgelegd op ieder verzoek van de ambtenaren van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde alsook op dat van de ambtenaren van de bevoegde administratie van de lidstaat van verbruik.
Deze gegevens moeten worden bewaard gedurende tien jaar na afloop van het jaar waarin de dienst is verricht.
§ 7.De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, die van deze bijzondere regeling gebruik maakt, mag de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten niet in aftrek brengen in de in paragraaf 5 bedoelde aangifte. Niettemin kan hij de teruggaaf genieten bedoeld in artikel 76, § 2.
§ 8.De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van dit artikel, met name de na te leven formaliteiten met betrekking tot de aangifte van de verrichte handelingen, de betaling van de verschuldigde belasting, het bijhouden van een gepaste boekhouding en de teruggaaf van de voorbelasting.
De in andere lidstaten plaatsvindende handelingen welke de in een derde land gevestigde belastingplichtige verstrekt aan niet-belastingplichtige klanten, maar die niet bestaan in telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten (zoals bijvoorbeeld de verkopen op afstand, de leveringen met montage, de werken in onroerende staat, …) blijven uitgesloten van de regeling MOSS niet-EU. De niet in de Europese Unie gevestigde belastingplichtige is nog steeds verplicht om zich te laten identificeren in alle lidstaten waar die handelingen plaatsvinden
B. Toepassingsvoorwaarden van de bijzondere regeling
a. Registratie, wijziging, stopzetting en doorhaling in België
1. Registratie
De belastingplichtige wiens hoofdzetel zich bevindt buiten de Europese Unie en die er niet gevestigd is (1), die telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten verstrekt aan niet-belastingplichtige klanten die gevestigd zijn in de Europese Unie, mag vrij de lidstaat kiezen waar hij zich registreert in de regeling MOSS niet-EU.
(1) noch geïdentificeerd was voor de btw van 01.01.2015 tot 31.12.2018
De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die België kiest als lidstaat van identificatie, moet België langs elektronische weg informeren op welk moment hij zijn belastbare activiteit aanvangt (artikel 58ter, § 3, eerste lid, van het Btw-Wetboek).
De registratie in de Belgische regeling MOSS niet-EU die mogelijk is sinds 01.10.2014, verloopt volledig geautomatiseerd via het Intervat-portaal > module MOSS > registratie.
Dit portaal is 24 uur op 24 en 7 dagen op 7 op een beveiligde wijze toegankelijk voor de belastingplichtige en voor zijn lasthebber.
De belastingplichtige moet bovendien de volgende inlichtingen verschaffen (artikel 58ter, § 3, tweede lid, van het Btw-Wetboek):
1° naam
2° postadres
3° elektronische adressen, met inbegrip van websites
4° in voorkomend geval, het nationale belastingnummer
5° een verklaring dat hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Gemeenschap heeft gevestigd noch daar over een vaste inrichting beschikt
In de praktijk vereist de registratie in de Intervat-module MOSS de verplichte invulling van de volgende velden:
● naam
● handelsnaam
● zetel van economische activiteit
● postadres (straat, nummer, bus, postcode, plaats en land)
● contactgegevens (identiteit van de contactpersoon, elektronisch adres en telefoonnummer)
● bankgegevens (titularis van de rekening, BIC(SWIFT)-code, IBAN/OBAN-bankrekeningnummer)
● aanvangsdatum van de bijzondere regeling MOSS
Daarnaast worden ook, in voorkomend geval, het adres van de website en het vroegere identificatienummer gevraagd.
De belastingplichtige die een aanvraag tot registratie indient moet op erewoord verklaren:
● van 01.01.2015 tot 31.12.2018, dat hij niet beschikt over een btw-identificatienummer in de Gemeenschap
● vanaf 01.01.2019, dat hij niet gevestigd is in de Europese Gemeenschap
en dat hij kennis heeft genomen van alle wettelijke bepalingen van het Mini Enig Loket (MOSS), door de juiste vakjes aan te kruisen.
De lidstaat van identificatie zal bepaalde controles uitvoeren op de verstrekte registratiegegevens om er zeker van te zijn dat de belastingplichtige voldoet aan de voorwaarden voor het gebruik van de regeling. Hij zal daarbij ten minste nagaan of de belastingplichtige niet al in een andere lidstaat voor het mini-éénloketsysteem geregistreerd is en hoe het staat met de quarantaineperiodes.
Op basis van de resultaten van deze controles kan de lidstaat van identificatie de registratie voor het mini-éénloketsysteem weigeren. De belastingplichtige kan in beroep gaan tegen deze beslissing volgens de nationale procedures.
Het btw-identificatienummer dat aan de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige wordt toegekend (identificatienummer bestaande uit 10 cijfers voorafgegaan door de letters EU), wordt langs elektronische weg medegedeeld (artikel 58ter, § 3, derde lid, van het Btw-Wetboek).
De registratie gaat in vanaf de eerste dag van het kalenderkwartaal volgend op dat waarin de belastingplichtige de lidstaat van identificatie heeft meegedeeld dat hij gebruik wenst te maken van de regeling. Als een belastingplichtige bijvoorbeeld dus op 15.02.2019 de lidstaat van identificatie meedeelt dat hij gebruik wenst te maken van deze regeling en daarvoor de vereiste gegevens verstrekt, zal hij gebruik kunnen maken van het mini-éénloketsysteem voor diensten die hij vanaf 01.04.2019 verricht.
Er kunnen zich echter situaties voordoen waarin de belastingplichtige vóór deze datum diensten begint te verlenen in het kader van deze regeling. In dat geval gaat de regeling in vanaf de datum van de eerste dienstverrichting, op voorwaarde dat de belastingplichtige de lidstaat van identificatie uiterlijk op de tiende dag van de maand volgend op die eerste dienstverrichting heeft meegedeeld dat hij begonnen is met de activiteiten die onder deze regeling vallen. Deze termijn geldt ook voor elke wijziging in de registratiegegevens in het geval dat de belastingplichtige de lidstaat van identificatie reeds heeft meegedeeld dat hij vanaf het volgende kwartaal diensten onder de regeling wil verrichten, maar daarmee in de praktijk al begint vóór die datum. Als de belastingplichtige deze termijn niet naleeft, dient hij zich voor btw-doeleinden te identificeren in de lidstaat of lidstaten van zijn afnemer(s) en daar de btw te voldoen.
Stel bijvoorbeeld dat de belastingplichtige op 01.03.2019 zijn eerste dienst verleent aan een niet-belastingplichtige. Zolang de lidstaat van identificatie hiervan op de hoogte wordt gebracht uiterlijk op 10.04.2019, zal de belastingplichtige toegang hebben tot de bijzondere regeling vanaf 01.03.2019, en zullen alle daaropvolgende diensten onder deze regeling vallen.
2. Wijziging
De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige deelt langs elektronische weg elke wijziging mee met betrekking tot de verstrekte inlichtingen (artikel 58ter, § 3, vierde lid, van het Btw-Wetboek).
De wijzigingen van de registratiegegevens moeten uiterlijk de tiende dag van de maand volgend op de wijziging worden ontvangen. Alleen het individueel btw-identificatienummer kan niet worden gewijzigd.
Elke belastingplichtige die de MOSS niet-EU-regeling toepast, kan te allen tijde zijn lidstaat van identificatie wijzigen zonder dat een ‘quarantaineperiode’ of blokkeringsperiode wordt toegepast. Het betreft in feite een vrijwillige uitschrijving gevolgd door een nieuwe registratie. De belastingplichtige moet zich dus uit het register van de oude lidstaat van identificatie laten uitschrijven en zich volgens de normale regels laten registreren in de nieuwe lidstaat van identificatie.
Stel bijvoorbeeld dat een Zwitserse belastingplichtige zich in Duitsland voor het mini-éénloketsysteem heeft geregistreerd vanaf 01.01.2015. Hij wenst zich in België te registreren in de MOSS-regeling op 21.03.2019. Om gebruik te kunnen blijven maken van het mini-éénloketsysteem, zal de belastingplichtige zich moeten laten uitschrijven uit de regeling in Duitsland en zich opnieuw voor het mini-éénloketsysteem moeten registreren in België. De datum van uitschrijving in Duitsland en van registratie in België is 21.03.2019. De belastingplichtige moet beide lidstaten uiterlijk op 10.04.2019 van deze wijziging in kennis stellen.
Als de belastingplichtige nalaat om beide lidstaten binnen deze termijn in kennis te stellen, zal hij zich voor de btw moeten identificeren in iedere lidstaat waar hij afnemers heeft van de diensten die hij verricht vanaf 21.03.2019, en daar ook de btw moeten voldoen, en geldt er een quarantaineperiode volgens de gewone regels.
Dezelfde procedure is van toepassing wanneer de belastingplichtige overgaat van de EU-regeling naar de niet-EU-regeling (of omgekeerd).
3. Stopzetting
De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige doet langs elektronische weg opgave van de beëindiging van zijn activiteit als belastingplichtige, alsook van wijziging ervan in die mate dat hij niet langer aan de voorwaarden voldoet om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken (artikel 58ter, § 4, eerste lid, van het Btw-Wetboek).
Om zich uit deze regeling te laten uitschrijven, moet de belastingplichtige de lidstaat van identificatie van zijn voornemen in kennis stellen ten minste vijftien dagen vóór het einde van het kalenderkwartaal voorafgaand aan het kwartaal waarin hij de regeling niet langer wenst toe te passen. Als een belastingplichtige zich dus uit de regeling wil laten uitschrijven vanaf 01.07.2019, moet hij de lidstaat van identificatie hiervan in kennis stellen vóór 15.06.2019.
Zodra een belastingplichtige de MOSS-regeling niet meer toepast, moeten verplichtingen die voortvloeien uit het verrichten van telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten waarbij btw verschuldigd wordt na de datum waarop de belastingplichtige de regeling niet meer toepast, worden voldaan bij de lidstaat/lidstaten van verbruik.
De belastingplichtige is in dit geval in alle lidstaten gedurende twee kalenderkwartalen uitgesloten van de regeling die hij niet langer toepast.
4. Doorhaling
De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige wordt uitgesloten van deze bijzondere regeling en zijn btw-identificatienummer wordt doorgehaald indien (artikel 58ter, § 4, tweede lid, van het Btw-Wetboek):
1°de belastingplichtige meedeelt dat hij niet langer telecommunicatiediensten, radio-en televisieomroepdiensten of elektronische diensten verricht
2°er anderszins kan worden aangenomen dat zijn belastbare activiteit beëindigd is
3°hij niet langer de voorwaarden vervult om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken
4°hij bij voortduring niet aan de voorschriften van deze bijzondere regeling voldoet
In de praktijk kan het vermoeden van beëindiging van activiteit beoogd in artikel 58ter, § 4, tweede lid, 2°, van het Btw-Wetboek worden ingeroepen wanneer de belastingplichtige gedurende acht opeenvolgende kalenderkwartalen geen diensten heeft verricht die vallen onder de regeling MOSS.
De in het 4° van hetzelfde artikel voorziene uitsluiting is van toepassing indien zich ten minste één van de volgende situaties voordoet:
· de lidstaat van identificatie heeft hem voor drie onmiddellijk voorafgaande kalenderkwartalen herinneringen toegezonden en de btw-aangifte voor elk van deze kalenderkwartalen is niet binnen tien dagen na de verzending van de herinneringen ingediend
· de lidstaat van identificatie heeft hem voor drie onmiddellijk voorafgaande kalenderkwartalen herinneringen toegezonden en hij heeft tien dagen na de verzending van elke herinnering nog altijd niet het volledige btw-bedrag voor elk van deze kalenderkwartalen betaald, tenzij het resterende niet-betaalde bedrag lager is dan 100 EUR per kalenderkwartaal
· hij heeft, na een verzoek van de lidstaat van identificatie of de lidstaat van verbruik, en één maand na de daaropvolgende herinneringen van de lidstaat van identificatie, nagelaten de boekhouding langs elektronische weg beschikbaar te stellen
Iedere lidstaat kan de lidstaat van identificatie verzoeken om de belastingplichtige uit de regeling te sluiten, maar alleen de lidstaat van identificatie kan de beslissing tot uitsluiting nemen. Een belastingplichtige kan beroep aantekenen tegen de beslissing tot uitsluiting overeenkomstig de nationale procedures die van toepassing zijn in de lidstaat van identificatie.
De quarantaineperiode
De quarantaineperiode is de periode waarin de belastingplichtige geen gebruik meer mag maken van één of van beide regelingen in het mini-éénloketsysteem. Alleen in de volgende gevallen is er een quarantaineperiode van toepassing:
· De belastingplichtige deelt de lidstaat van identificatie mee dat hij niet langer telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of langs elektronische weg verrichte diensten levert. Er is een quarantaineperiode van twee kalenderkwartalen vanaf de datum van beëindiging. De quarantaine geldt alleen voor de regeling waarvan de belastingplichtige gebruikmaakte.
· De belastingplichtige stapt vrijwillig uit de regeling. Er is een quarantaineperiode van twee kalenderkwartalen vanaf de datum van beëindiging. De quarantaine geldt alleen voor de regeling waarvan de belastingplichtige gebruikmaakte.
· De belastingplichtige voldoet bij voortduring niet aan de voorschriften van de bijzondere regeling. Er is een quarantaineperiode van acht kalenderkwartalen vanaf de datum van beëindiging. Deze quarantaine geldt voor de EU-regeling en voor de niet-EU-regeling.
· De belastingplichtige is uitgesloten omdat hij niet langer aan de voorwaarden voldoet om gebruik te mogen maken van de bijzondere regeling in kwestie. Er is geen quarantaineperiode van toepassing.
· Er wordt aangenomen dat de belastingplichtige zijn activiteiten die aan een bijzondere regeling onderworpen zijn, heeft beëindigd omdat hij geen onder die regeling vallende diensten heeft verleend gedurende acht opeenvolgende kalenderkwartalen. Er is geen quarantaineperiode van toepassing.
Datum waarop de uitsluiting van kracht wordt
Wanneer de belastingplichtige vrijwillig uit de regeling stapt, wordt de beëindiging van kracht op de eerste dag van het volgende kalenderkwartaal.
Wanneer de belastingplichtige de lidstaat van identificatie ervan in kennis stelt dat hij niet langer telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of langs elektronische weg verrichte diensten levert of wanneer hij bij voortduring niet aan de voorschriften van de bijzondere regeling voldoet, wordt de uitsluiting van kracht op de eerste dag van het kalenderkwartaal volgend op de dag waarop de beslissing tot uitsluiting langs elektronische weg aan de belastingplichtige is toegezonden. Wanneer de uitsluiting echter het gevolg is van een verplaatsing van de zetel van de belastingplichtige of zijn vaste inrichting, wordt de uitsluiting van kracht op de datum van die verplaatsing op voorwaarde dat de belastingplichtige beide lidstaten van de verplaatsing in kennis heeft gesteld uiterlijk op de tiende dag van de maand volgend op de verplaatsing.
b. Verplichtingen van de dienstverrichter die ervoor heeft gekozen om zich in België te registreren in de bijzondere regeling MOSS niet-EU
1. De administratie langs elektronische weg informeren van het tijdstip waarop hij een economische activiteit, onderworpen aan de regeling MOSS, aanvangt (artikel 53octies, § 2 en artikel 58quater, § 3, eerste lid, van het Btw-Wetboek).
Deze inlichtingen moeten gecommuniceerd worden via het portaal Intervat > module MOSS > Registratie, zoals hierboven vermeld.
2. De administratie langs elektronische weg informeren van het tijdstip van de stopzetting van deze activiteit of de wijziging ervan in die mate dat hij niet langer aan de voorwaarden voldoet om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken (artikel 58ter, § 4, eerste lid, van het Btw-Wetboek).
3. Per kwartaal een aangifte indienen voor alle handelingen die deze regeling genieten (artikel 58ter, § 5, eerste en tweede lid, van het Btw-Wetboek).
De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige bedoeld in artikel 58ter, § 3, van het Btw-Wetboek moet voor elk kalenderkwartaal langs elektronische weg een aangifte, opgesteld in euro, indienen uiterlijk de twintigste dag van de maand na het verstrijken van het betrokken kalenderkwartaal. De indiening van deze aangifte is verplicht, zelfs in het geval er tijdens het kwartaal geen handelingen zijn verricht.
De uiterste termijn voor de indiening van de aangifte wijzigt niet als deze datum in het weekend of op een feestdag valt. Een aangifte mag niet worden ingediend voordat het aangiftetijdvak is afgelopen.
Deze informatie moet meegedeeld worden via het portaal Intervat > module MOSS > Aangifte.
Een Pdf die het geheel van de gegevens van de aangifte per lidstaat van verbruik herneemt, wordt automatisch aangemaakt en moet elektronisch door de aangever worden ondertekend. Deze Pdf doet dienst als ontvangstmelding.
Deze aangifte bevat het btw-identificatienummer en, voor het tijdvak waarop ze betrekking heeft en voor elke lidstaat van verbruik waar de btw verschuldigd is:
*· het totale bedrag, btw niet inbegrepen, van de verrichte telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten
*· het totale bedrag van de belasting daarover, opgesplitst naar belastingtarieven
*· de geldende btw-tarieven
*· de totale verschuldigde belasting
De beoogde diensten betreffen alle diensten die onder deze regeling werden verricht binnen de Europese Unie, met inbegrip van de diensten verricht in de lidstaat van identificatie.
Elke MOSS-aangifte staat op zich. Dit betekent dat elke wijziging aan de inhoud van die aangifte dient te gebeuren via een verbeterende aangifte (verbetering is mogelijk gedurende een periode van 3 jaar) en niet kan worden verricht in een volgende MOSS-aangifte.
Als de belastingplichtige geen aangifte heeft ingediend binnen 30 dagen na het verstrijken van het aangiftetijdvak, zendt de lidstaat van identificatie hem langs elektronische weg een aanmaning toe om hem te herinneren aan zijn aangifte- en betalingsverplichting. Eventuele verdere aanmaningen zullen worden verzonden door de lidstaat/lidstaten van verbruik die eventuele boetes en kosten in verband met een te late indiening van de aangifte vaststelt/vaststellen, in overeenstemming met zijn/hun voorschriften en procedures.
De diensten die door een lidstaat van verbruik worden vrijgesteld door één van de artikelen 131 tot 135 van de Richtlijn 2006/112/EG (zoals bijvoorbeeld in het kader van e-learning) of door artikel 151 van de Richtlijn 2006/112/EG (diensten verstrekt in het kader van diplomatieke of consulaire relaties of aan internationale organisaties) mogen niet worden opgenomen in de MOSS-aangifte.
4. De verschuldigde belasting met betrekking tot de aangifte voldoen binnen de termijn bepaald voor de indiening van de aangifte (artikel 58ter, § 5, derde lid, van het Btw-Wetboek)
De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige voldoet de btw, onder verwijzing naar de betreffende aangifte, op het moment dat de aangifte wordt ingediend, doch uiterlijk bij het verstrijken van de termijn waarbinnen deze aangifte moet worden ingediend, dat wil zeggen uiterlijk op de twintigste dag van de maand volgend op het betrokken kwartaal.
Alleen het specifieke rekeningnummer en het uniek referentienummer per aangifte die in de automatisch door de MOSS-toepassing gegenereerde ontvangstbevestiging worden vermeld, mogen gebruikt worden.
De lidstaat van identificatie kan geen betalingsregelingen of soortgelijke systemen van uitgestelde betaling aanbieden.
De Belgische administratie verzorgt de verdeling van de op deze wijze ontvangen btw tussen de verschillende lidstaten waarin de handelingen geacht worden plaats te vinden op basis van de door de operator verstrekte gegevens.
Als de belastingplichtige nalaat een betaling te verrichten of niet het volledige bedrag betaalt, zendt de lidstaat van identificatie hem langs elektronische weg een aanmaning toe op de tiende dag volgend op de dag waarop de betaling verschuldigd was.
Het is aan de lidstaat van verbruik om verdere aanmaningen te zenden of stappen te ondernemen om de btw te innen. Als de lidstaat van verbruik een aanmaning zendt, kan de belastingplichtige de nog verschuldigde btw niet langer aan de lidstaat van identificatie betalen en moet hij deze rechtstreeks aan de lidstaat van verbruik betalen. Als de belastingplichtige desondanks aan de lidstaat van identificatie betaalt, wordt de betaling door de lidstaat van identificatie niet overgemaakt aan de lidstaat van verbruik, maar teruggestort naar de belastingplichtige.
Eventuele boetes en kosten in verband met te late betalingen vallen buiten het kader van het MOSS en behoren tot de bevoegdheid van de lidstaat van verbruik, in overeenstemming met zijn voorschriften en procedures.
5. Een boekhouding voeren van alle handelingen waarop de regeling van toepassing is (artikel 58ter, § 6, van het Btw-Wetboek).
De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige voert van alle handelingen waarop deze bijzondere regeling van toepassing is, een boekhouding. Deze boekhouding moet voldoende gegevens bevatten om de belastingautoriteiten van de lidstaat van verbruik in staat te stellen de juistheid van de aangifte te bepalen (artikel 58ter, § 6, eerste lid, van het Btw-Wetboek).
Artikel 26bis, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1, voornoemd, geeft nadere uitleg inzake het voeren van de boekhouding. De dienstverrichter vermeldt voor elke handeling:
*· een volgnummer
*· de datum van de handeling of de periode van de uitvoering van de handeling
*· de naam en het adres van de ontvanger van de dienst
*· de beschrijving van de verstrekte dienst
*· de vermelding van het tarief dat van toepassing is in de lidstaat waar de handeling wordt geacht plaats te vinden, van de maatstaf van heffing en van het bedrag van de verschuldigde belasting
*· in voorkomend geval, de vermelding van de wettelijke bepaling op grond waarvan de handeling van de belasting is vrijgesteld of op grond waarvan de belasting niet in rekening wordt gebracht
Hij moet bovendien op het einde van elke aangifteperiode, per betrokken lidstaat, het totaalbedrag van de maatstaf van heffing, het totaalbedrag van de overeenstemmende belasting uitgedrukt in euro, alsook het totaalbedrag van de in de Gemeenschap met betrekking tot die periode verschuldigde belasting inschrijven in de boekhouding.
De gegevens vervat in de boekhouding bedoeld in artikel 58ter, § 6, eerste lid, van het Btw-Wetboek moeten langs elektronische weg ter inzage worden voorgelegd op ieder verzoek van de ambtenaren van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde alsook op dat van de ambtenaren van de bevoegde administratie van de lidstaat van verbruik (artikel 58ter, § 6, tweede lid, van het Btw-Wetboek).
Deze gegevens moeten worden bewaard gedurende tien jaar na afloop van het jaar waarin de dienst is verricht (artikel 58ter, § 6, derde lid, van het Btw-Wetboek).
c. Recht op aftrek
De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, die van deze bijzondere regeling gebruik maakt, mag de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten niet in aftrek brengen in de in artikel 58ter, § 5, van het Btw-Wetboek bedoelde aangifte. Niettemin kan hij de teruggaaf genieten bedoeld in artikel 76, § 2 van het Btw-Wetboek (artikel 58ter, § 7, van het Btw-Wetboek).
Voor de periode van 01.01.2015 tot 31.12.2018 kan de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige alleen teruggaaf krijgen van deze btw van de lidstaat waarin de als voorbelasting betaalde btw werd voldaan volgens de modaliteiten voorzien door de dertiende EG-richtlijn.
De modaliteiten van het verzoek om teruggaaf zijn opgenomen in artikel 9, § 3, van het koninklijk besluit nr.4 van 29.12.1969 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde: Om teruggaaf van de belasting te verkrijgen moet de niet op het grondgebied van de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die gebruik maakt van de in artikel 58ter van het Wetboek bedoelde bijzondere regeling, een aanvraag tot teruggaaf indienen bij het hoofd van het Centraal btw-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen. De aanvraag moet, in drievoud, bij deze ambtenaar toekomen uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het tijdvak waarop het teruggaafverzoek betrekking heeft.
Vanaf 01.01.2019 mag de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die voor btw-doeleinden geïdentificeerd is in één of meerdere lidstaten, gebruikmaken van de bijzondere regeling MOSS niet-EU. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruik maakt en die niet geïdentificeerd is in de lidstaat waar de voorbelasting werd voldaan, kan teruggaaf bekomen van deze btw volgens de modaliteiten opgenomen in de dertiende richtlijn.
Daarentegen brengt de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruik maakt en die in België voor btw-doeleinden geïdentificeerd is, de bedragen van de Belgische btw die betrekking hebben op handelingen die vallen onder deze bijzondere regeling in aftrek in de periodieke btw-aangifte.
Evenzo brengt de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruik maakt en die in een andere lidstaat voor btw-doeleinden geïdentificeerd is, de in die lidstaat betaalde btw-bedragen met betrekking tot handelingen die onder deze bijzondere regeling vallen, in aftrek in de periodieke aangifte die hij in die lidstaat indient.
4. Toepasselijke regeling voor in de Gemeenschap maar niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtigen (bijzondere regeling MOSS EU)(artikel 58quater van het Btw-Wetboek)
A. Kenmerken van de bijzondere regeling MOSS EU
a. Op 01.01.2015
Artikel 58quater, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek met betrekking tot de bijzondere regeling voor diensten verricht door in de Gemeenschap doch niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtigen definieert de volgende begrippen:
1°"niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige": een belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting op het grondgebied van de Gemeenschap heeft gevestigd, maar in de lidstaat van verbruik noch de zetel van zijn bedrijfsuitoefening, noch een vaste inrichting heeft
2°"lidstaat van identificatie": de lidstaat waar de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd of, indien hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Gemeenschap heeft gevestigd, de lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft
Indien de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Gemeenschap heeft gevestigd, maar daarin meer dan één vaste inrichting heeft, dan is de lidstaat van identificatie die lidstaat waar zich een vaste inrichting bevindt en waarin de belastingplichtige meldt dat hij van deze bijzondere regeling gebruik maakt. De belastingplichtige is gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren aan deze keuze gebonden (artikel 58quater, § 1, tweede lid, van het Btw-Wetboek).
Artikel 58quater, § 2, van het Btw-Wetboek bepaalt dat elke niet in de lidstaat van verbruik gevestigde operator die de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd in één van de lidstaten van de Europese Unie of die de zetel van zijn activiteit heeft gevestigd buiten de Europese Unie maar die beschikt over een vaste inrichting op het grondgebied van de EU, en die telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten verricht voor een niet-belastingplichtige die in een andere lidstaat is gevestigd of er zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, van deze bijzondere regeling gebruik mag maken. Deze regeling is van toepassing op alle aldus in de Gemeenschap verrichte diensten. De belastingplichtige kan zich niet beroepen op de MOSS-regeling voor de diensten die hij verricht in een lidstaat waar hij beschikt over een inrichting (zetel van economische activiteit of vaste inrichting).
Kunnen zich bijgevolg registreren in het Belgische systeem van het mini enig loket EU:
*· de belastingplichtigen die de hoofdzetel van hun economische activiteit hebben gevestigd in België
*· de belastingplichtigen die de hoofdzetel van hun economische activiteit hebben gevestigd buiten de Europese Unie, maar die beschikken over een vaste inrichting in België. Voor zover die belastingplichtigen beschikken over meerdere vaste inrichtingen in de Europese Unie, mogen zij zich inschrijven in de lidstaat van hun keuze
Kunnen zich daarentegen niet registreren in het Belgische systeem van het mini enig loket EU:
*· de belastingplichtigen die de hoofdzetel van hun economische activiteit hebben gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie (zelfs al beschikken ze in België over een vaste inrichting, een rechtstreekse btw-identificatie of een aansprakelijke vertegenwoordiger). Die belastingplichtigen kunnen zich alleen inschrijven in het MOSS-systeem in de lidstaat waar de hoofdzetel van hun economische activiteit is gevestigd
*· de belastingplichtige die de hoofdzetel van hun economische activiteit hebben gevestigd buiten de Europese Unie en die niet beschikken over een vaste inrichting in België (zelfs al hebben ze in België een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen)
De belastingplichtige die de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd in België of de niet Europese belastingplichtige die beschikt over een vaste inrichting in België kan de Belgische regeling van het mini enig loket EU exclusief gebruiken voor de telecommunicatiediensten, de radio- en televisieomroepdiensten en de langs elektronische weg verrichte diensten die hij verstrekt aan een niet-belastingplichtige ontvanger van diensten die gevestigd is in een lidstaat waar hij niet gevestigd is. Dit betekent dan ook dat de diensten van dat type die hij verstrekt aan een in België gevestigde niet-belastingplichtige klant (handeling op te nemen in de Belgische periodieke btw-aangifte) en aan een niet-belastingplichtige klant die is gevestigd in een lidstaat waar die belastingplichtige beschikt over een vaste inrichting (handeling op te nemen in de in die lidstaat in te dienen periodieke btw-aangifte) niet thuishoren in het MOSS-systeem.
Horen evenmin thuis in het MOSS-systeem de handelingen die plaatsvinden in andere lidstaten en die de belastingplichtige verstrekt aan niet-belastingplichtige klanten, maar die geen telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten uitmaken (zoals bij voorbeeld de verkopen op afstand, de leveringen met montage, werken in onroerende staat, …).
De telecommunicatiediensten, de radio- en televisieomroepdiensten en de langs elektronische weg verrichte diensten die worden verstrekt aan een belastingplichtige ontvanger van diensten die is gevestigd in een andere lidstaat mogen nooit worden opgenomen onder de Belgische regeling MOSS EU (handelingen die plaatsvinden in de lidstaat van de ontvanger en waarvoor de ontvanger de schuldenaar is van de btw).
Tot slot wordt eraan herinnerd dat de regeling MOSS EU facultatief is. Een onderneming die alle toegangsvoorwaarden tot de regeling MOSS EU vervult, kan beslissen om zich te laten identificeren in de verschillende lidstaten waar zij de bedoelde diensten verstrekt aan niet-belastingplichtige klanten en om niet in die regeling te stappen. Zij zal dan btw-aangiften moeten indienen in alle lidstaten waar zij dat type handelingen heeft verricht. Echter, als zij kiest voor de regeling MOSS EU, dan moet zij die regeling toepassen voor alle telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten die zij verstrekt aan niet-belastingplichtigen en die plaatsvinden in de lidstaten waar zij niet is gevestigd, met inbegrip van de lidstaten waar zij is geïdentificeerd zonder er gevestigd te zijn.
b. Op 01.01.2019
Artikel 1 van de richtlijn 2017/2455 van de Raad van 05.12.2017 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG en Richtlijn 2009/132/EG wat betreft bepaalde btw-verplichtingen voor diensten en afstandsverkopen van goederen, voert met datum van uitwerking op 01.01.2019 onder bepaalde voorwaarden een afwijking in voor de plaatsbepaling van de telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten verstrekt aan niet-belastingplichtige personen door dienstverrichters die gevestigd zijn of hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats hebben in een andere lidstaat dan die van de afnemer.
Om te vermijden dat bepaalde ondernemingen geconfronteerd worden met de verplichting om zich vanaf de eerste handeling die valt onder deze regeling, te registreren in de MOSS-regeling, werd beslist om een unieke drempel van 10.000 euro (jaarlijks omzetcijfer) in te voeren die in alle lidstaten van toepassing is.
Het nieuwe tweede lid van artikel 21bis, § 2, 9°, van het Btw-Wetboek voorziet voortaan in een nieuwe communautaire drempel van 10.000 euro tot welk bedrag de bedoelde handelingen plaatsvinden in de lidstaat van vestiging van de dienstverrichter en deze dus onderworpen blijven aan de btw-regels van toepassing in deze lidstaat. Het gaat hier dus om een gedeeltelijke terugkeer naar de algemene plaatsbepalingsregel van toepassing op diensten verricht voor niet-belastingplichtigen, zoals voorzien in artikel 21bis, § 1, van het Btw-Wetboek.
Artikel 21bis, § 2, 9°, van het Btw-Wetboek bepaalt voortaan het volgende:
§ 2, In afwijking van paragraaf 1 wordt als plaats van de dienst aangemerkt:
9° de plaats waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, wanneer de dienst tot voorwerp heeft:
a) telecommunicatiediensten
b) radio- en televisieomroepdiensten
c) langs elektronische weg verrichte diensten
Het eerste lid is evenwel niet van toepassing wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a) de dienstverrichter is gevestigd of, bij gebreke van een vestiging, heeft zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats in slechts één lidstaat
b) de diensten worden verleend aan niet-belastingplichtigen die gevestigd zijn, hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats hebben in een andere dan de onder a) bedoelde lidstaat
c) het totale bedrag van de onder b) bedoelde diensten, de btw niet inbegrepen, is in het lopende kalenderjaar niet hoger dan 10.000 euro of de tegenwaarde daarvan in de nationale munteenheid, en heeft dit bedrag ook niet overschreden in de loop van het voorafgaande kalenderjaar
Wanneer de in het tweede lid, c), bedoelde drempel in de loop van een kalenderjaar wordt overschreden, is het eerste lid van toepassing vanaf de eerste handeling, in zijn geheel beschouwd, waardoor de drempel wordt overschreden.
De belastingplichtigen die in aanmerking komen voor de toepassing van de bepalingen van het tweede lid, kunnen ervoor opteren dat de plaats van de diensten wordt bepaald overeenkomstig het eerste lid. Deze optie geldt voor een periode van ten minste twee kalenderjaren.
De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de bepalingen van het derde en het vierde lid, met name de mededeling van de informatie bedoeld in het derde lid en de uitoefeningsmodaliteiten van de optie bedoeld in het vierde lid.
Paragraaf 2 van artikel 58quater van het Btw-Wetboek werd eveneens aangepast om elke dubbelzinnigheid te vermijden met betrekking tot de belastingplichtigen waarop de maatregel betrekking heeft, en verwijst specifiek naar paragraaf 3 van hetzelfde artikel van het Btw-Wetboek:
§ 2.Elke niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige bedoeld in paragraaf 3 die telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten verricht voor een niet-belastingplichtige die in een andere lidstaat gevestigd is of er zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, mag gebruik maken van deze bijzondere regeling. Deze regeling is van toepassing op alle aldus in de Gemeenschap verrichte diensten.
Door deze toevoeging wordt verduidelijkt dat de regeling MOSS EU enkel kan worden gebruikt voor de afdracht van btw die verschuldigd is op de diensten die voor btw-doeleinden geacht worden plaats te hebben in een andere lidstaat dan degene waar de dienstverrichter is gevestigd.
Door de wijziging van de plaats van de dienst voor telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en elektronische diensten (artikel 21 bis, § 2, 9°, van het Btw-Wetboek) zal het, in tegenstelling tot voordien, mogelijk zijn, onder bepaalde voorwaarden, dat dergelijke diensten die worden verstrekt aan niet-belastingplichtige afnemers in een andere lidstaat, niet in die lidstaat plaatsvinden maar in de lidstaat van vestiging van de dienstverrichter. De btw die eventueel op dergelijke diensten verschuldigd is in de lidstaat van vestiging van de dienstverrichter mag uiteraard niet via de regeling MOSS EU worden afgedragen, maar dient desgevallend te worden opgenomen in de nationale btw-aangifte van de dienstverrichter.
1. Jaarlijks omzetcijfer kleiner dan of gelijk aan de drempel van 10.000 euro
Indien het omzetcijfer van de telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en elektronische diensten aan niet-belastingplichtigen gevestigd in een andere lidstaat, dat werd gerealiseerd door een Belgische belastingplichtige geregistreerd in de MOSS-regeling, in de loop van het jaar 2018 niet meer bedroeg dan 10.000 euro, vinden dergelijke diensten die hij vanaf 1 januari 2019 verricht in principe plaats waar hij de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd. Zij zijn bijgevolg onderworpen aan de Belgische btw (artikel 21bis, §1, van het Btw-Wetboek). Aangezien hij dit soort diensten niet langer in andere lidstaten verricht, moet de belastingplichtige zich uitschrijven uit de MOSS-regeling.
De belastingplichtige kan er evenwel voor kiezen dat deze diensten plaatsvinden waar de afnemer van de diensten is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, overeenkomstig artikel 21bis, § 2, 9°, tweede lid, van het Btw-Wetboek. Een belastingplichtige die de drempel niet bereikt en ervoor kiest om in het MOSS-systeem te blijven, is aan deze keuze gebonden voor een periode van ten minste twee kalenderjaren vanaf de datum van de optie.
De Belgische belastingplichtige die onder deze nieuwe bepaling valt en die de administratie niet op de hoogte brengt van zijn keuze, wordt geacht niet te hebben gekozen en wordt dus uitgesloten van de MOSS-regeling. Indien hij echter in de loop van 2019 de drempel van 10.000 euro overschrijdt, vinden zijn diensten opnieuw plaats waar de klant is gevestigd of waar hij zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, overeenkomstig artikel 21bis, § 2, 9°, eerste lid, van het Btw-Wetboek. Voor de handeling die ertoe leidt dat de drempel wordt overschreden en voor de daaropvolgende handelingen kan de belastingplichtige zich opnieuw in de MOSS-regeling registreren.
2. Jaarlijks omzetcijfer groter dan de drempel van 10.000 euro
Indien de drempel van 10.000 euro wordt overschreden, blijft de verplichting om zich te registreren en de handelingen aan te geven via de regeling MOSS gehandhaafd. De belastingplichtige blijft genieten van de administratieve vereenvoudiging die deze regeling biedt en past de btw van de lidstaat van verbruik toe voor de MOSS-diensten.
B. Toepassingsvoorwaarden van de bijzondere regeling
a. Registratie, wijziging, stopzetting en doorhaling in België
1. Registratie
De niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening in België heeft gevestigd of, indien hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet heeft gevestigd in de Gemeenschap, uitsluitend in België over een vaste inrichting beschikt, doet opgave van het begin van zijn onder deze bijzondere regeling vallende economische activiteit op het elektronische adres dat daarvoor door de minister van Financiën of zijn gemachtigde is gecreëerd (artikel 58quater, § 3, eerste lid, van het Btw-Wetboek).
Indien de niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Gemeenschap heeft gevestigd, maar daarin meer dan één vaste inrichting heeft, en hij België kiest als lidstaat van identificatie, dan doet hij opgave van het begin van zijn onder deze bijzondere regeling vallende economische activiteit op het in het eerste lid bedoelde elektronische adres (artikel 58quater, § 3, tweede lid, van het Btw-Wetboek).
De registratie in de regeling MOSS die mogelijk is sedert 01.10.2014 verloopt volledig geautomatiseerd aan de hand van het Belgische btw-identificatienummer, via het portaal Intervat > module MOSS > registratie.
Dit portaal is 24 uur op 24 en 7 dagen op 7 op beveiligde wijze toegankelijk voor de belastingplichtige en voor zijn lasthebber.
De belastingplichtige moet de volgende informatie verstrekken (artikel 58ter, § 3, tweede lid, van het Btw-Wetboek):
1° naam
2° postadres
3° elektronische adressen, met inbegrip van websites
4° in voorkomend geval, het nationale belastingnummer
5° een verklaring dat hij niet voor btw-doeleinden geïdentificeerd is in de Gemeenschap
In de praktijk vereist de registratie in de module MOSS op Intervat het invullen van de volgende verplichte velden:
*· Naam
*· Handelsnaam
*· Zetel van bedrijfsuitoefening
*· Postadres (straat, nummer, bus, postcode, plaats en land)
*· Contactgegevens (identiteit van de contactpersoon, e-mailadres en telefoonnummer)
*· Bankgegevens (rekeninghouder, BIC(SWIFT)-code, bankrekeningnummer IBAN/OBAN)
*· Datum van ingang van het gebruik van de bijzondere regeling MOSS
In voorkomend geval worden ook het adres van de website en het oude identificatienummer gevraagd.
De belastingplichtige die de registratie aanvraagt moet op erewoord verklaren dat hij niet in het bezit is van een btw-identificatienummer in de Gemeenschap en dat hij kennis heeft genomen van alle wettelijke bepalingen van het mini enig loket (MOSS), door de gepaste vakjes aan te kruisen.
De lidstaat van identificatie zal bepaalde controles uitvoeren op de verstrekte registratiegegevens om er zeker van te zijn dat de belastingplichtige voldoet aan de voorwaarden voor het gebruik van de regeling. Hij zal daarbij ten minste nagaan of de belastingplichtige niet al in een andere lidstaat voor het MOSS geregistreerd is en hoe het staat met de quarantaineperiodes.
Op basis van de resultaten van deze controles kan de lidstaat van identificatie de registratie voor het MOSS weigeren. De belastingplichtige kan in beroep gaan tegen deze beslissing volgens de nationale procedures.
Voor de belastbare handelingen die hij verricht in het kader van deze bijzondere regeling, maakt de belastingplichtige gebruik van zijn btw-identificatienummer dat aan hem werd toegekend overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 1°,van het Btw-Wetboek (artikel 58quater, § 3, derde lid, van het Btw-Wetboek).
De registratie gaat in vanaf de eerste dag van het kalenderkwartaal volgend op dat waarin de belastingplichtige de lidstaat van identificatie heeft meegedeeld dat hij gebruik wenst te maken van de regeling. Als een belastingplichtige bijvoorbeeld dus op 15.02.2019 de lidstaat van identificatie meedeelt dat hij gebruik wenst te maken van deze regeling en daarvoor de vereiste gegevens verstrekt, zal hij gebruik kunnen maken van het mini-éénloketsysteem voor diensten die hij vanaf 01.04.2019 verricht.
Er kunnen zich echter situaties voordoen waarin de belastingplichtige vóór deze datum diensten begint te verlenen in het kader van deze regeling. In dat geval gaat de regeling in vanaf de datum van de eerste dienstverrichting, op voorwaarde dat de belastingplichtige de lidstaat van identificatie uiterlijk op de tiende dag van de maand volgend op die eerste dienstverrichting heeft meegedeeld dat hij begonnen is met de activiteiten die onder deze regeling vallen. Deze termijn geldt ook voor elke wijziging in de registratiegegevens in het geval dat de belastingplichtige de lidstaat van identificatie reeds heeft meegedeeld dat hij vanaf het volgende kwartaal diensten onder de regeling wil verrichten, maar daarmee in de praktijk al begint vóór die datum. Als de belastingplichtige deze termijn niet naleeft, dient hij zich voor btw-doeleinden te identificeren in de lidstaat of lidstaten van zijn afnemer(s) en daar de btw te voldoen.
Stel bijvoorbeeld dat de belastingplichtige op 01.03.2019 zijn eerste dienst verleent aan een niet-belastingplichtige. Zolang de lidstaat van identificatie hiervan op de hoogte wordt gebracht uiterlijk op 10.04.2019, zal de belastingplichtige toegang hebben tot de bijzondere regeling vanaf 01.03.2019, en zullen alle daaropvolgende diensten onder deze regeling vallen.
2. Wijziging en stopzetting
De niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige bedoeld in paragraaf 3, doet eveneens langs elektronische weg opgave van de beëindiging van deze activiteit, alsook van wijziging ervan in die mate dat hij niet langer aan de voorwaarden voldoet om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken (artikel 58quater, § 4, eerste lid, van het Btw-Wetboek).
De wijzigingen van de registratiegegevens moeten uiterlijk de tiende dag van de maand volgend op de wijziging worden ontvangen. Het individueel btw-identificatienummer daarentegen kan niet worden gewijzigd.
Elke belastingplichtige die gebruikmaakt van de MOSS EU-regeling, kan zijn lidstaat van identificatie wijzigen door voor een andere lidstaat te kiezen waar hij over een vaste inrichting beschikt, op voorwaarde dat de zetel van zijn economische activiteit nog altijd niet in de EU is gevestigd. De belastingplichtige is aan deze keuze gebonden gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren. Het betreft in feite een vrijwillige uitschrijving gevolgd door een nieuwe registratie. De belastingplichtige moet zich dus uit het register van de oude lidstaat van identificatie laten uitschrijven en zich volgens de normale regels laten registreren in de nieuwe lidstaat van identificatie.
Om zich te laten uitschrijven uit deze regeling, moet de belastingplichtige de lidstaat van identificatie van zijn voornemen in kennis stellen ten minste vijftien dagen vóór het einde van het kalenderkwartaal voorafgaand aan het kwartaal waarin hij de regeling niet langer wenst toe te passen. Als een belastingplichtige zich bijvoorbeeld vanaf 01.07.2019 uit de regeling wil laten uitschrijven, moet hij de lidstaat van identificatie hiervan vóór 15.06.2019 in kennis stellen.
Zodra de belastingplichtige de MOSS-regeling niet meer toepast, moeten de verplichtingen die voortvloeien uit het verlenen van telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten waarbij btw verschuldigd wordt na de datum waarop de belastingplichtige de regeling niet meer toepast, worden voldaan bij de lidstaat (lidstaten) van verbruik.
De belastingplichtige is in dit geval in alle lidstaten gedurende twee kalenderkwartalen uitgesloten van de regeling die hij niet langer toepast
3. Doorhaling
De niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige wordt uitgesloten van deze bijzondere regeling indien (artikel 58quater, § 4, tweede lid, van het Btw-Wetboek):
1° hij meldt dat hij niet langer telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten verricht
2° anderszins kan worden aangenomen dat zijn aan deze bijzondere regeling onderworpen belastbare handelingen beëindigd zijn
3° hij niet langer de voorwaarden vervult om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken
4° hij bij voortduring niet voldoet aan de voorschriften van deze bijzondere regeling
In de praktijk kan het vermoeden van beëindiging van activiteit beoogd in artikel 58quater, § 4, tweede lid, 2°, van het Btw-Wetboek worden ingeroepen wanneer de belastingplichtige gedurende acht opeenvolgende kalenderkwartalen geen diensten heeft verricht die vallen onder de regeling MOSS.
De in het 4° van hetzelfde artikel voorziene uitsluiting is van toepassing indien zich ten minste één van de volgende situaties voordoet:
*· de lidstaat van identificatie heeft hem voor drie onmiddellijk voorafgaande kalenderkwartalen herinneringen toegezonden en de btw-aangifte voor elk van deze kalenderkwartalen is niet binnen tien dagen na de verzending van de herinneringen ingediend
*· de lidstaat van identificatie heeft hem voor drie onmiddellijk voorafgaande kalenderkwartalen herinneringen toegezonden en hij heeft tien dagen na de verzending van elke herinnering nog altijd niet het volledige btw-bedrag voor elk van deze kalenderkwartalen betaald, tenzij het resterende niet-betaalde bedrag lager is dan 100 EUR per kalenderkwartaal
*· hij heeft, na een verzoek van de lidstaat van identificatie of de lidstaat van verbruik, en één maand na de daaropvolgende herinneringen van de lidstaat van identificatie, nagelaten de boekhouding langs elektronische weg beschikbaar te stellen
Iedere lidstaat kan de lidstaat van identificatie verzoeken om de belastingplichtige uit de regeling te sluiten, maar alleen de lidstaat van identificatie kan de beslissing tot uitsluiting nemen. Een belastingplichtige kan beroep aantekenen tegen de beslissing tot uitsluiting overeenkomstig de nationale procedures die van toepassing zijn in de lidstaat van identificatie.
De quarantaineperiode
De quarantaineperiode is de periode waarin de belastingplichtige geen gebruik meer mag maken van één of van beide regelingen in het mini-enig loketsysteem. Alleen in de volgende gevallen is er een quarantaineperiode van toepassing:
*· De belastingplichtige deelt de lidstaat van identificatie mee dat hij niet langer telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten levert. Er is een quarantaineperiode van twee kalenderkwartalen vanaf de datum van beëindiging. De quarantaine geldt alleen voor de regeling waarvan de belastingplichtige gebruikmaakte.
*· De belastingplichtige stapt vrijwillig uit de regeling. Er is een quarantaineperiode van twee kalenderkwartalen vanaf de datum van beëindiging. De quarantaine geldt alleen voor de regeling waarvan de belastingplichtige gebruikmaakte.
*· De belastingplichtige voldoet bij voortduring niet aan de voorschriften van de bijzondere regeling. Er is een quarantaineperiode van acht kalenderkwartalen vanaf de datum van beëindiging. Deze quarantaine geldt voor beide regelingen.
*· De belastingplichtige is uitgesloten omdat hij niet langer aan de voorwaarden voldoet om gebruik te mogen maken van de bijzondere regeling in kwestie. Er is geen quarantaineperiode van toepassing.
*· er wordt aangenomen dat de belastingplichtige zijn activiteiten die aan een bijzondere regeling onderworpen zijn, heeft beëindigd omdat hij geen onder die regeling vallende diensten heeft verleend gedurende acht opeenvolgende kalenderkwartalen. Er is geen quarantaineperiode van toepassing.
Datum waarop de uitsluiting van kracht wordt
Wanneer de belastingplichtige vrijwillig uit de regeling stapt, wordt de beëindiging van kracht op de eerste dag van het volgende kalenderkwartaal.
Wanneer de belastingplichtige de lidstaat van identificatie ervan in kennis stelt dat hij niet langer telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten levert of wanneer hij bij voortduring niet aan de voorschriften van de bijzondere regeling voldoet, wordt de uitsluiting van kracht op de eerste dag van het kalenderkwartaal volgend op de dag waarop de beslissing tot uitsluiting langs elektronische weg aan de belastingplichtige is toegezonden. Wanneer de uitsluiting echter het gevolg is van een verplaatsing van de zetel van de belastingplichtige of zijn vaste inrichting, wordt de uitsluiting van kracht op de datum van die verplaatsing op voorwaarde dat de belastingplichtige beide lidstaten van de verplaatsing in kennis heeft gesteld uiterlijk op de tiende dag van de maand volgend op de verplaatsing.
b. Verplichtingen van de dienstverrichter die ervoor heeft gekozen om zich in België te registreren voor de bijzondere regeling MOSS EU
1. De administratie langs elektronische weg informeren van het tijdstip waarop hij een economische activiteit, onderworpen aan de regeling MOSS, aanvangt (artikel 53octies, § 2 en artikel 58quater, § 3, eerste lid, van het Btw-Wetboek).
Deze inlichtingen moeten meegedeeld worden via het portaal Intervat > module MOSS > Registratie, zoals hierboven vermeld.
2. De administratie langs elektronische weg informeren van het tijdstip van de stopzetting van deze activiteit of de wijziging ervan in die mate dat hij niet langer aan de voorwaarden voldoet om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken (artikel 58quater, § 4, eerste lid, van het Btw-Wetboek).
3. Per kwartaal een aangifte indienen voor alle handelingen die deze regeling genieten (artikel 58quater, § 5, eerste tot derde lid, van het Btw-Wetboek).
De niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige bedoeld in artikel 58quater, § 3, van het Btw-Wetboek moet voor elk kalenderkwartaal langs elektronische weg een aangifte opgesteld in euro indienen uiterlijk de twintigste dag van de maand na het verstrijken van het betrokken kalenderkwartaal. De indiening van deze aangifte is verplicht, zelfs in het geval er tijdens het kwartaal geen handelingen zijn verricht.
De uiterste termijn voor de indiening van de aangifte wijzigt niet als deze datum in het weekend of op een feestdag valt. Een aangifte mag niet worden ingediend voordat het aangiftetijdvak is afgelopen.
Deze informatie moet meegedeeld worden via het portaal Intervat > module MOSS > Aangifte.
Een Pdf die het geheel van de gegevens van de aangifte per lidstaat van verbruik herneemt, wordt automatisch aangemaakt en moet elektronisch door de aangever worden ondertekend. Deze Pdf doet dienst als ontvangstmelding.
Deze aangifte bevat het btw-identificatienummer en, voor het tijdvak waarop ze betrekking heeft en voor elke lidstaat van verbruik waar de btw verschuldigd is:
*· het totale bedrag, btw niet inbegrepen, van de verrichte telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten
*· het totale bedrag van de belasting daarover, opgesplitst naar belastingtarieven
*· de geldende btw-tarieven
*· de totale verschuldigde belasting
Wat de telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en de langs elektronische weg verrichte diensten betreft, moet de aangifte MOSS twee afzonderlijke types van handelingen vermelden, uitgesplitst volgens lidstaat van verbruik:
*· deze die worden verricht door de Belgische hoofdzetel van de belastingplichtige (handelingen verricht door de Belgische vaste inrichting als het een buiten de EU gevestigde belastingplichtige betreft)
*· deze die worden verricht door de vaste inrichtingen waarover die belastingplichtige beschikt in andere lidstaten. Het individueel btw-identificatienummer of het fiscaal registratienummer van elke inrichting wordt dan eveneens vermeld.
Er wordt aan herinnerd dat in de aangifte MOSS alleen de telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en de langs elektronische weg verrichte diensten mogen worden vermeld die onderworpen zijn aan de btw in de lidstaten waar hij niet is gevestigd, ongeacht of zij worden verricht door de Belgische hoofdzetel of door de andere vaste inrichtingen. Bijgevolg zullen deze diensten verstrekt aan particuliere klanten in een lidstaat waar de belastingplichtige beschikt over een vaste inrichting moeten worden aangegeven in de binnenlandse btw-aangifte van deze inrichting en niet via de MOSS-aangifte.
Voorbeeld:
*· een belastingplichtige A heeft zijn hoofdkantoor in Italië en vaste inrichtingen in Frankrijk en België
*· het hoofdkantoor verleent telecommunicatiediensten aan particulieren in Frankrijk en Duitsland
*· de vaste inrichting in België verleent telecommunicatiediensten aan particulieren in Frankrijk en Duitsland
*· belastingplichtige A geeft zijn diensten in Duitsland aan in zijn aangifte MOSS in Italië maar moet zijn diensten in Frankrijk aangeven in de binnenlandse btw-aangifte van de Franse vaste inrichting
De handelingen onderworpen aan de btw in België worden opgenomen in de Belgische periodieke btw-aangifte en de handelingen onderworpen aan de btw in een lidstaat waar de belastingplichtige beschikt over een vaste inrichting worden opgenomen in de in die andere lidstaat in te dienen periodieke btw-aangifte.
Elke MOSS-aangifte staat op zich. Dit betekent dat elke wijziging van de inhoud van die aangifte dient te gebeuren via een verbeterende aangifte (verbetering is mogelijk gedurende een periode van 3 jaar) en kan niet worden verricht in een volgende MOSS-aangifte.
Als de belastingplichtige geen aangifte heeft ingediend binnen 30 dagen na het verstrijken van het aangiftetijdvak, zendt de lidstaat van identificatie hem langs elektronische weg een aanmaning toe om hem te herinneren aan zijn aangifte- en betalingsverplichting. Eventuele verdere aanmaningen zullen worden verzonden door de lidstaat/lidstaten van verbruik die eventuele boetes en kosten in verband met een te late indiening van de aangifte vaststelt/vaststellen, in overeenstemming met zijn/hun voorschriften en procedures.
De diensten die door een lidstaat van verbruik worden vrijgesteld door één van de artikelen 131 tot 135 van de Richtlijn 2006/112/EG (zoals bijvoorbeeld in het kader van e-learning) of door artikel 151 van de Richtlijn 2006/112/EG (diensten verstrekt in het kader van diplomatieke of consulaire betrekkingen of aan internationale organisaties) moeten niet worden opgenomen in de MOSS-aangifte.
4. De verschuldigde belasting met betrekking tot de aangifte voldoen binnen de termijn bepaald voor de indiening van die aangifte (artikel 58quater, § 5, vierde lid, van het Btw-Wetboek)
De niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige voldoet de btw, op het moment dat de aangifte wordt ingediend, doch uiterlijk bij het verstrijken van de termijn waarbinnen deze aangifte moet worden ingediend, dat wil zeggen uiterlijk op de twintigste dag van de maand volgend op het betrokken kwartaal.
Alleen het specifieke rekeningnummer en het unieke gestructureerde referentienummer per aangifte die in de automatisch door de MOSS-toepassing gegenereerde ontvangstbevestiging worden vermeld, mogen gebruikt worden.
De lidstaat van identificatie mag geen betalingsregelingen of soortgelijke systemen van uitgestelde betaling aanbieden.
De Belgische administratie verzorgt de verdeling van de op deze wijze ontvangen btw tussen de verschillende lidstaten waarin de handelingen geacht worden plaats te vinden op basis van de door de operator verstrekte gegevens.
Als de belastingplichtige nalaat een betaling te verrichten of niet het volledige bedrag betaalt, zendt de lidstaat van identificatie hem langs elektronische weg een aanmaning toe op de tiende dag volgend op de dag waarop de betaling verschuldigd was.
Het is aan de lidstaat van verbruik om verdere aanmaningen te zenden of stappen te ondernemen om de btw te innen. Als de lidstaat van verbruik een aanmaning zendt, kan de belastingplichtige de nog verschuldigde btw niet langer aan de lidstaat van identificatie betalen en moet hij deze rechtstreeks aan de lidstaat van verbruik betalen. Als de belastingplichtige desondanks aan de lidstaat van identificatie betaalt, wordt de betaling door de lidstaat van identificatie niet overgemaakt aan de lidstaat van verbruik, maar teruggestort naar de belastingplichtige.
Eventuele boetes en kosten in verband met te late betalingen vallen buiten het kader van het MOSS-systeem en behoren tot de bevoegdheid van de lidstaat van verbruik, in overeenstemming met zijn voorschriften en procedures.
5. Een boekhouding voeren van alle handelingen waarop deze regeling van toepassing is (artikel 58quater, § 6, van het Btw-Wetboek).
De niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige voert van alle handelingen waarop deze bijzondere regeling van toepassing is, een boekhouding. Deze boekhouding moet voldoende gegevens bevatten om de belastingautoriteiten van de lidstaat van verbruik in staat te stellen de juistheid van de aangifte te bepalen (artikel 58quater, § 6, eerste lid, van het Btw-Wetboek).
Artikel 26bis, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1, voornoemd, geeft nadere uitleg inzake het voeren van de boekhouding. De dienstverrichter vermeldt voor elke handeling:
*· een volgnummer
*· de datum van de handeling of de periode van de uitvoering van de handeling
*· de naam en het adres van de ontvanger van de dienst
*· de beschrijving van de verstrekte dienst
*· de vermelding van het tarief dat van toepassing is in de lidstaat waar de handeling wordt geacht plaats te vinden, van de maatstaf van heffing en van het bedrag van de verschuldigde belasting
*· in voorkomend geval, de vermelding van de wettelijke bepaling op grond waarvan de handeling van de belasting is vrijgesteld of op grond waarvan de belasting niet in rekening wordt gebracht
Hij moet bovendien op het einde van elke aangifteperiode, per betrokken lidstaat, het totaalbedrag van de maatstaf van heffing, het totaalbedrag van de overeenstemmende belasting uitgedrukt in euro, alsook het totaalbedrag van de in de Gemeenschap met betrekking tot die periode verschuldigde belasting inschrijven in de boekhouding.
Paragraaf 2 van datzelfde artikel heeft betrekking op de belastingplichtige onderworpen aan de regeling MOSS EU die één of meer vaste inrichtingen heeft in andere lidstaten van waaruit de diensten worden verricht. Zijn boekhouding dient eveneens het totale bedrag van de telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten te vermelden die onder deze bijzondere regeling vallen per lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft gevestigd en uitgesplitst naar lidstaat van verbruik.
De gegevens vervat in de boekhouding bedoeld in artikel 58quater, § 6, eerste lid, van het Btw-Wetboek moeten langs elektronische weg ter inzage worden voorgelegd op ieder verzoek van de ambtenaren van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde alsook op dat van de ambtenaren van de bevoegde administratie van de lidstaat van verbruik (artikel 58quater, § 6, tweede lid, van het Btw-Wetboek).
Deze gegevens moeten worden bewaard gedurende tien jaar na afloop van het jaar waarin de dienst is verricht (artikel 58quater, § 6, derde lid, van het Btw-Wetboek).
c. Recht op aftrek
Er is geen enkele aftrek mogelijk via deze aangifte MOSS, overeenkomstig artikel 58quater, § 7, eerste lid, van het Btw-Wetboek: de niet in België gevestigde belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruik maakt, mag de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten niet in aftrek brengen in de in paragraaf 5 bedoelde aangifte.
De niet in België gevestigde belastingplichtige kan niettemin, volgens de normale regels, de teruggaaf genieten van de voorbelasting die hij voldaan heeft om goederen en diensten te verkrijgen die hij gebruikt ten behoeve van de belastbare activiteiten die de voormelde regeling genieten, overeenkomstig artikel 76, § 2, van het Btw-Wetboek (artikel 58quater, § 7, tweede lid, van het Btw-Wetboek).
In het geval hij niet voor de btw geïdentificeerd is in België, zal hij de teruggave van de als voorbelasting betaalde Belgische btw kunnen verkrijgen, volgens de modaliteiten voorzien door de Richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12.02.2008 (zie koninklijk besluit nr. 56 van 09.12.2009 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen gevestigd in een andere lidstaat dan de lidstaat van teruggaaf). Dit verzoek moet ingediend worden via het portaal Intervat > module VATREFUND > Mijn aangifte.
Indien de niet in België gevestigde belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruik maakt echter in België ook handelingen verricht die niet aan deze bijzondere regeling onderworpen zijn en waarvoor hij zich voor de btw heeft laten identificeren in België, brengt hij de belasting die verband houdt met de aan deze bijzondere regeling onderworpen handelingen in aftrek in de periodieke aangifte (artikel 58quater, § 7, derde lid, van het Btw-Wetboek).
Daartegenover is het de in België gevestigde belastingplichtige die gebruik maakt van deze bijzondere regeling niet toegestaan de buitenlandse btw in aftrek te brengen in de MOSS EU aangifte.
In het geval hij niet voor de btw geïdentificeerd is in deze lidstaten, zal hij de teruggaaf van die buitenlandse btw kunnen verkrijgen volgens de modaliteiten voorzien door de Richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12.02.2008.
De in België gevestigde belastingplichtige die gebruik maakt van deze bijzondere regeling en die in een andere lidstaat ook handelingen verricht die niet onderworpen zijn aan deze bijzondere regeling waarvoor hij zich voor de btw heeft laten identificeren, trekt de bedragen van de btw met betrekking tot de handelingen onderworpen aan deze bijzondere regeling, af in de periodieke aangifte die hij indient in die lidstaat.
d. In de Belgische periodieke btw-aangifte op te nemen handelingen MOSS
Om te bepalen welke in de aangifte MOSS aangegeven handelingen eveneens moeten worden opgenomen in de Belgische periodieke aangifte, worden drie specifieke gevallen onderzocht (Beslissing nr. E.T. 126.947 van 22.12.2014).
1. De belastingplichtige heeft zijn hoofdzetel in België.
De in andere lidstaten verrichte handelingen die de belastingplichtige in zijn MOSS-aangifte heeft opgenomen (met inbegrip van die welke worden verricht door vaste inrichtingen waarover hij eventueel beschikt in andere lidstaten), moeten worden vermeld in rooster 47 van zijn periodieke btw-aangifte.
Aangezien de MOSS-aangifte slechts per kwartaal wordt ingediend, wordt aanvaard dat de belastingplichtige gehouden tot de indiening van maandaangiften, deze MOSS-handelingen enkel globaal opneemt in de periodieke btw-aangifte van de laatste maand van elk kwartaal.
Voorbeeld:
De vennootschap naar Belgisch recht X, een maandaangever actief in de telecommunicatiesector, heeft een MOSS-aangifte ingediend voor het eerste kwartaal van 2019. Deze aangifte omvat de handelingen die zij heeft verricht in Frankrijk en in het Groothertogdom Luxemburg voor een waarde van 20.000 euro én de handelingen die haar Poolse vaste inrichting heeft verricht in de Tsjechische Republiek en in Slowakije voor een waarde van 15.000 euro.
De vennootschap X neemt een bedrag van 35.000 euro op in rooster 47 van haar aangifte van maart 2019, in te dienen uiterlijk op 20.04.2019.
2. De belastingplichtige beschikt over een vaste inrichting in België.
De handelingen die in de MOSS-aangifte zijn opgenomen en die werden verricht door de Belgische vaste inrichting van een buitenlandse belastingplichtige, moeten worden opgenomen in rooster 47 van de Belgische periodieke btw-aangifte.
Er wordt eveneens toegestaan dat de Belgische vaste inrichting die gehouden is tot het indienen van maandaangiften, deze MOSS-handelingen enkel globaal opneemt in de periodieke btw-aangifte van de laatste maand van elk kwartaal.
Voorbeelden
1. De Noorse vennootschap Y, die elektronische diensten verricht, beschikt over een vaste inrichting in België en in Duitsland. Zij heeft zich in België ingeschreven voor de regeling MOSS en heeft een aangifte MOSS ingediend voor het 1ste kwartaal 2019. Die aangifte omvat de handelingen die haar Belgische vaste inrichting heeft verricht in Nederland voor een waarde van 10.000 euro en de handelingen die haar Duitse vaste inrichting heeft verricht in Denemarken en Zweden voor een waarde van 50.000 euro.
De Belgische vaste inrichting is gehouden tot de indiening van maandelijkse periodieke aangiften. Zij neemt een bedrag van 10.000 euro op in rooster 47 van haar aangifte van maart 2019, in te dienen uiterlijk op 20.04.2019.
2. De Italiaanse vennootschap Z, die elektronische diensten verricht, beschikt over een vaste inrichting in België. Zij heeft zich in Italië ingeschreven voor de regeling MOSS en heeft een aangifte MOSS ingediend voor het eerste kwartaal van 2019. Die aangifte omvat de handelingen die de Italiaanse hoofdzetel heeft verricht in Spanje, Portugal en Kroatië voor een waarde van 100.000 euro én de handelingen die haar Belgische vaste inrichting heeft verricht in Nederland en in Frankrijk voor een waarde van 30.000 euro.
De Belgische vaste inrichting is gehouden tot de indiening van maandelijkse periodieke aangiften. Zij neemt een bedrag van 30.000 euro op in rooster 47 van haar aangifte van maart 2019, in te dienen uiterlijk op 20.04.2019.
3. De belastingplichtige beschikt in België over een rechtstreekse btw-identificatie of een aansprakelijke vertegenwoordiger zonder vaste inrichting.
De in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige die zich in zijn lidstaat ingeschreven heeft voor de regeling MOSS en die in België beschikt over een rechtstreekse btw-identificatie of over een aansprakelijke vertegenwoordiger zonder vaste inrichting, moet de in België gerealiseerde handelingen die hij opgenomen heeft in zijn MOSS-aangifte, niet inschrijven in zijn Belgische periodieke aangifte.
5. Facturering
A. Tussen 01.01.2015 en 31.12.2018
a. Toepasselijke wetgeving
Om te bepalen welke de toepasselijke regels zijn inzake de facturering van telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten aan niet belastingplichtige klanten, moet vooreerst worden verwezen naar artikel 53decies van het Btw-Wetboek dat vastlegt welk land bevoegd is om de factureringsregels vast te stellen.
Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek, gelden voor de facturering de regels die van toepassing zijn in de lidstaat waar de levering van het goed of de dienst geacht wordt te zijn verricht, overeenkomstig het bepaalde in titel V van Richtlijn 2006/112/EG.
Opgemerkt wordt dat de in artikel 53decies, §1, tweede lid, 1°, van het Btw-Wetboek voorziene afwijking, die bepaalt dat voor de facturering de regels gelden die van toepassing zijn in de lidstaat waar de leverancier of de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd of beschikt over een vaste inrichting van waaruit de levering of de dienst wordt verricht, geen toepassing kan vinden wanneer de handeling plaatsvindt in de Gemeenschap om reden dat de dienstverrichter de schuldenaar is van de btw en niet zijn niet-belastingplichtige klant.
Daarentegen is de in artikel 53decies, § 1, tweede lid, 2°, van het Wetboek voorziene afwijking, die bepaalt dat voor de facturering de regels gelden die van toepassing zijn in de lidstaat waarin de leverancier of de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd of beschikt over een vaste inrichting van waaruit de levering of de dienst wordt verricht, wel van toepassing in de situatie waarbij de aan een niet-belastingplichtige klant geleverde dienst niet geacht wordt te zijn verricht in de Gemeenschap.
Dit betekent dus dat de Belgische administratie enkel bevoegd is om de toepasselijke regels inzake de facturering van telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten aan niet-belastingplichtige klanten vast te stellen in die gevallen waar de dienst ofwel plaatsvindt in België, ofwel plaatsvindt in een derde land. Als die handeling daarentegen plaatsvindt in een andere lidstaat, zal enkel die lidstaat bevoegd zijn.
b. Diensten die plaatsvinden in België of in een derde land
Overeenkomstig artikel 53, § 2, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek, dient de belastingplichtige die andere leveringen van goederen of diensten verricht dan die welke krachtens artikel 44 zijn vrijgesteld en andere dan die welke bedoeld zijn in artikel 135, lid 1, punten a) tot g) van richtlijn 2006/112/EG, een factuur uit te reiken aan zijn medecontractant en een kopie ervan op te stellen of ervoor te zorgen dat in zijn naam en voor zijn rekening, door zijn medecontractant of een derde een factuur wordt uitgereikt en een kopie daarvan wordt opgesteld wanneer hij een levering van goederen of een dienst heeft verricht voor een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon.
Daarentegen voorzien noch artikel 53, § 2, van het Btw-Wetboek, noch artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29.12.1992, voornoemd, in een verplichting tot facturering voor de leveringen van goederen en de diensten die worden verricht voor een fysieke persoon die die handelingen bestemt voor zijn privé-gebruik.
Dat betekent dan ook dat elke belastingplichtige die telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten verstrekt aan niet-belastingplichtige rechtspersonen die gevestigd zijn in België of buiten de Europese Unie, verplicht is om te factureren. Deze factuur dient, in de regel, alle vermeldingen voorzien in artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 1 bevatten.
Daarentegen is elke belastingplichtige die telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten verstrekt aan niet-belastingplichtige fysieke personen die handelen als privé-personen en die gevestigd zijn in België of buiten de Europese Unie, geenszins verplicht om te factureren.
c. Diensten die plaatsvinden in een andere lidstaat
Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, van het Btw-Wetboek, gelden voor de facturering van telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten verstrekt aan een niet-belastingplichtige persoon die gevestigd is in een andere lidstaat, de door die lidstaat vastgelegde regels. Bijgevolg komt het toe aan de Belgische dienstverrichter die dat type van diensten verstrekt om zich te richten tot de fiscale autoriteiten van de betrokken lidstaat om te vernemen of de prestatie het voorwerp moet uitmaken van een facturering en in bevestigend geval, welke de vermeldingen zijn die moeten voorkomen op die factuur.
B. Vanaf 01.01.2019
a. Toepasselijke wetgeving
Artikel 1 van de richtlijn 2017/2455 van de Raad van 05.12.2017 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG en Richtlijn 2009/132/EG wat betreft bepaalde btw-verplichtingen voor diensten en afstandsverkopen van goederen voert, met ingang op 01.01.2019, een wijziging in van de regels voor de facturering: voortaan zijn de regels voor de facturering van de lidstaat van identificatie van toepassing en dus niet meer de regels van de lidstaat van verbruik.
De verplichte naleving door de ondernemingen van de factureringsvereisten van iedere lidstaat van verbruik vormde een te zware last. Voor de diensten die onder de huidige bijzondere EU- en niet-EU-regeling vallen, moesten de dienstverrichters immers op het gebied van facturering de regels van de lidstaat van verbruik toepassen, overeenkomstig artikel 219bis van de btw-richtlijn.
Deze nieuwe bepaling voorziet dat, in afwijking van de normale regels die van toepassing zijn inzake facturering, de regels gelden die van toepassing zijn in de lidstaat van identificatie van de leverancier of dienstverrichter die gebruikmaakt van de bijzondere regelingen voorzien in de artikelen 58ter of 58quater van het Btw-Wetboek.
Het doel is om de administratieve lasten inzake facturering zo veel mogelijk te beperken voor de bedrijven die grensoverschrijdende handelingen verrichten.
Artikel 53decies, § 1, van het Btw-Wetboek, wordt derhalve aangevuld met een derde lid dat een tweede afwijking van de in paragraaf 1 voorziene algemene regel invoert, waardoor artikel 53decies, § 1 thans het volgende bepaalt:
§ 1 Voor de facturering gelden de regels die van toepassing zijn in de lidstaat waar de levering van het goed of de dienst geacht wordt te zijn verricht, overeenkomstig het bepaalde in titel V van Richtlijn 2006/112/EG.
In afwijking van het eerste lid gelden voor de facturering de regels die van toepassing zijn in de lidstaat waar de leverancier of de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij de levering van het goed of de dienst verricht, of, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, de lidstaat waar de leverancier of dienstverrichter zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft, wanneer:
1°de leverancier of de dienstverrichter niet gevestigd is in de lidstaat waar de levering van het goed of de dienst overeenkomstig het bepaalde in titel V van Richtlijn 2006/112/EG geacht wordt te zijn verricht, of zijn vaste inrichting in die lidstaat niet betrokken is bij het verrichten van de levering van het goed of de dienst in de zin van artikel 192bis van deze richtlijn, en de tot voldoening van de belasting gehouden persoon degene is voor wie de levering van het goed of de dienst wordt verricht
Indien in dit geval de afnemer zelf de factuur uitreikt, is evenwel het eerste lid van toepassing
2°de levering van het goed of de dienst niet geacht wordt in de Gemeenschap te zijn verricht
In afwijking van het eerste lid, is de facturering onderworpen aan de regels die van toepassing zijn in de lidstaat waar de dienstverrichter of leverancier die gebruikmaakt van één van de bijzondere regelingen bedoeld in de artikelen 58ter of 58quater, is geïdentificeerd.
Voorbeelden
1. Onderneming A, gevestigd in België, is geregistreerd in de regeling MOSS EU omdat zij telecommunicatiediensten verricht. Ze verricht op 01.03.2019 een telecommunicatiedienst voor rekening van een Luxemburgse overheidsinstantie, een niet-belastingplichtige rechtspersoon.
Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, derde lid (nieuw) van het Btw-Wetboek, is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen. Overeenkomstig artikel 53, § 2, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek moet de vennootschap een factuur uitreiken omdat zij een dienst heeft verricht voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon.
2. Onderneming B, gevestigd in België, is geregistreerd in de regeling MOSS EU omdat zij elektronische diensten aanbiedt. Ze verricht op 15.03.2019 een elektronische dienst voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die in Slowakije woont.
Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, derde lid (nieuw) van het Btw-Wetboek, is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen. Overeenkomstig artikel 53, § 2, van het Btw-Wetboek is onderneming B niet gehouden een factuur uit te reiken, aangezien zij een dienst heeft verricht voor een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon.
3. Onderneming C, gevestigd in Nederland, is geregistreerd in de regeling MOSS EU omdat zij elektronische diensten aanbiedt. Ze verricht op 20.03.2019 een elektronische dienst voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon met woonplaats in België.
Volgens artikel 53decies, § 1, derde lid (nieuw) van het Btw-Wetboek is Nederland bevoegd om de factureringsregels vast te stellen. Het is aan de Nederlandse belastingdienst om te bepalen of onderneming C een factuur moet uitreiken.
4. Onderneming D, gevestigd in Canada, is in België geregistreerd in de regeling MOSS niet-EU voor het verrichten van radio- en televisieomroepdiensten. Ze biedt een omroepdienst aan voor rekening van een Franse gemeente, een niet-belastingplichtige rechtspersoon.
Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, derde lid (nieuw) van het Btw-Wetboek, is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen. Overeenkomstig artikel 53, § 2, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek moet onderneming D een factuur uitreiken omdat zij diensten heeft verricht voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon.
5. Onderneming E, gevestigd in Noorwegen, is in Zweden geregistreerd in de regeling MOSS niet-EU voor het verrichten van elektronische diensten. Ze verricht een elektronische dienst voor rekening van een Belgische overheidsinstantie, een niet-belastingplichtige rechtspersoon.
Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, derde lid (nieuw), van het Btw-Wetboek is Zweden bevoegd om de factureringsregels vast te stellen. Het is aan de Zweedse belastingdienst om te bepalen of onderneming E een factuur moet uitreiken.
[Inhoudstafel van deze afdeling] - [Inhoudstafel van de Btw-Commentaar]
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.