Telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.126.947 22 december 2014

Zoeken

Telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte dienstenBelasting over de toegevoegde waarde - Telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten - Mini Enig Loket inzake Btw

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-126-947-telecommunicatiediensten-radio-televisieomroepdiensten-langs-d2c3

Nummer
E.T.126.947
Datum
22 december 2014

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

191 paragrafen

Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Operationele Expertise en Ondersteuning

Dienst BTW

Belasting over de toegevoegde waarde

Beslissing BTW nr. E.T.126.947 dd. 22.12.2014

Belasting over de toegevoegde waarde

Telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten

Mini Enig Loket inzake BTW

Per 01.01.2015 zal het Btw-Wetboek worden aangepast teneinde de plaats van de telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en de langs elektronische weg verrichte diensten, in het kader van een B2C-relatie, te bepalen daar waar de ontvanger van betreffende diensten is gevestigd. Deze wijzigingen met betrekking tot de plaatsbepaling voor diensten vormt de omzetting van de wijzigingen aangebracht aan richtlijn 2006/112/EG van 28.11.2006 en dewelke in werking moeten treden op 01.01.2015.

Naast deze wijzigingen, en teneinde de administratieve verplichtingen die uit deze omzetting zouden kunnen voorvloeien te verlichten, werd voor dit type handelingen op Europees niveau een systeem van vereenvoudiging van aangifte ingevoegd (systeem genaamd "Mini-One-Stop-Shop" of MOSS).

Een eerste commentaar werd dienaangaand reeds door de administratie gepubliceerd via de fiscale databank http://www.fisconet.fgov.be/ (zie dienaangaand het btw-bericht van 26.06.2014).

Onderhavige beslissing brengt bijkomende verduidelijkingen aan zowel met betrekking tot de problematiek van de plaatsbepaling als het MOSS.

I. WIJZIGINGEN INZAKE DE PLAATSBEPALING VAN SOMMIGE HANDELINGEN

A. Toepasselijke wetgeving

Vanaf 01.01.2015 vinden alle telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en de langs elektronische weg verrichte diensten, met inbegrip van deze verricht in het kader van een B2C-relatie, plaats daar waar de ontvanger van de dienst gevestigd is of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft.

Worden als telecommunicatiediensten beschouwd de diensten die betrekking hebben op de transmissie, uitzending of ontvangst van signalen, tekst, beelden en geluiden of informatie van allerlei aard, via draad, radiogolven, optische of andere elektromagnetische systemen, daaronder begrepen de overdracht en het verlenen van het recht om gebruik te maken van capaciteit voor dergelijke transmissie, uitzending of ontvangst. Voor de toepassing van deze bepaling wordt onder telecommunicatiediensten mede verstaan het bieden van toegang tot wereldwijde informatienetten (zie Btw-Handleiding, nr. 60).

Overeenkomstig artikel 6ter van de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de Raad van 15.03.2011, zoals van toepassing vanaf 01.01.2015, omvatten de radio- en televisieomroepdiensten diensten bestaande in de levering van audio- en audiovisuele inhoud zoals radio- en televisieprogramma’s die aan het algemene publiek worden aangeboden via communicatienetwerken voor het gelijktijdig beluisteren of bekijken en onder de redactionele verantwoordelijkheid van een aanbieder van mediadiensten op basis van een programmaschema.

De langs elektronische weg verrichte diensten betreffen diensten die over het internet of een elektronisch netwerk worden verleend, wegens hun aard grotendeels geautomatiseerd zijn en slechts in geringe mate menselijk ingrijpen vergen, en zonder informatietechnologie niet kunnen worden verricht (zie artikel 7 van voornoemde Uitvoeringsverordening).

Duidelijkheidshalve werd bijlage II bij richtlijn 2006/112/EG van 28.11.2006 – die voorziet in een niet-limitatieve lijst van handelingen die in elk geval als "langs elektronische weg verrichte diensten" dienen te worden aangemerkt – omgezet in artikel 18, § 1, tweede lid, 16°, van het Wetboek.

Worden aldus ondermeer als zodanig beschouwd de langs elektronische weg verrichte diensten die tot doel hebben het leveren en onderbrengen van websites, het onderhoud op afstand van programma's en uitrustingen, de levering van software en de bijwerking ervan, de levering van beelden, geschreven stukken en informatie en de terbeschikkingstelling van databanken, de levering van muziek of films, van spelen, met inbegrip van kans- of gokspelen, en van uitzendingen of manifestaties op het gebied van politiek, cultuur, kunst, sport, wetenschappen of ontspanning en de levering van onderwijs op afstand.

Een "langs elektronische weg verrichte dienst" voldoet aldus aan navolgende criteria:

- vooreerst dient deze te worden verstrekt over het Internet of over een elektronisch netwerk (meer bepaald dient de dienst afhankelijk te zijn van het Internet of van een analoog netwerk);

- daarenboven dient de aard van de beoogde dienst sterk afhankelijk te zijn van de informatietechnologie gebruikt om deze te verrichten (het is te zeggen dat de dienst wegens zijn aard grotendeels geautomatiseerd dient te zijn, slechts in geringe mate een menselijk ingrijpen vergt en niet kan worden verricht zonder informatietechnologie).

De langs elektronische weg verrichte diensten hebben het voorwerp uitgemaakt van een uitvoerige commentaar in circulaire AFZ nr. 9/2003 van 12.08.2003. Voor meer informatie wordt verwezen naar de inhoud van deze circulaire.

Als aanvulling op de in die circulaire genoemde voorbeelden en tegenvoorbeelden wordt opgemerkt dat een financiële dienst die online wordt verstrekt, niet aangemerkt wordt als een langs elektronische weg verrichte dienst.

Er wordt evenwel vastgesteld dat er tussen de EU-lidstaten geen unanieme benadering is van de draagwijdte van het begrip "langs elektronische weg verrichte diensten". Een communautaire interpretatie van dit begrip zou toelaten om elk risico van dubbele of niet-belasting te vermijden.

In afwachting van een gemeenschappelijk standpunt zal de administratie de circulaire AFZ nr. 9/2003 onverkort blijven toepassen.

B. Toelichting van 03.04.2014

Tijdens de maand april 2014 hebben de diensten van de Europese Commissie een juridisch niet-bindende toelichting gepubliceerd met betrekking tot de wijzigingen van de EU-btw-regels betreffende de plaats van telecommunicatie-, omroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten die in 2015 in werking treden.

De administratie sluit zich voor wat de interpretatie en de praktische toepassing van voornoemde nieuwe regels betreft volledig aan bij de inhoud van deze toelichting dewelke werd opgesteld in overleg met de verschillende lidstaten.

De Nederlandse, Franse, Duitse en Engelse versie van deze toelichting kunnen worden bekeken via de links:

Toelichting 2015 nl.pdf

Notes explicatives 2015 fr.pdf

Erläuterungen 2015_de.pdf

Explanatory notes 2015 en.pdf

De aandacht wordt gevestigd op het weerlegbaar vermoeden bedoeld in artikel 9bis (nieuw) van de uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011. Dit vermoeden houdt in dat een belastingplichtige door wiens tussenkomst elektronische diensten of via het internet aangeboden telefoondiensten worden verricht, in eigen naam handelt, maar voor rekening van degene die deze diensten verricht. Deze bepaling weerspiegelt de juridische situatie die is vastgelegd in artikel 28 van de btw-richtlijn (artikel 13, § 2, en 20, § 1, van het Btw-Wetboek) wanneer de volgende drie voorwaarden zijn vervuld:

- tussenkomst van een belastingplichtige in de verrichting van de dienst;

- handelend in eigen naam;

- voor rekening van een ander.

In de mate waarin één van deze drie voorwaarden niet is vervuld is artikel 9bis van de verordening evenwel niet van toepassing. In deze veronderstelling blijft de circulaire AOIF nr. 50/2009 (E.T. 109.696) van 12.11.2009, die het toepasselijk btw-stelsel voor handelingen verstrekt door middel van specifiek voor dat doel gecommercialiseerde telecommunicatiemiddelen toelicht, van toepassing.

De bepalingen van artikel 9bis zijn zo opgebouwd dat het vermoeden geldt, tenzij het wordt weerlegd door een belastingplichtige door wiens tussenkomst de dienst wordt verricht en die aan alle voorwaarden voldoet opgesomd onder punt 3.4.2. van de toelichting. Dit houdt, onder meer, in dat:

- de factuur die wordt opgemaakt of beschikbaar wordt gesteld door elke belastingplichtige door wiens tussenkomst de dienst wordt verricht, de betrokken dienst weergeeft (d.w.z. een voldoende duidelijke vermelding), evenals de verrichter ervan (in normale handelstransacties wordt tussen twee belastingplichtigen een btw-factuur uitgereikt); en

- de factuur of het betalingsbewijs waarover de afnemer beschikt geeft de betrokken dienst en de verrichter ervan weer (de belastingplichtige moet een factuur of betaalbewijs opmaken of ter beschikking stellen van de eindafnemer waarin de verrichte diensten en de verrichter worden vermeld, vb. handelsnaam, btw-identificatienummer).

Voor de diensten die in België plaatsvinden, oordeelt de administratie dat het in artikel 9bis van de Verordening vervatte vermoeden wordt weerlegd in zover de operator, op de keerzijde of als bijlage van de factuur, minstens de in punt 65 van de circulaire nr. ET 109.696 (AOIF Nr. 50/2009) d.d. 12.11.2009 opgenomen gegevens vermeldt.

Er wordt aan herinnerd dat overeenkomstig punt 65 van die circulaire, de operator minstens de datum van de oproep, de prijs btw inbegrepen et het oproepnummer, al dan niet vergezeld van een verwijzing naar of een code betreffende de content of de content provider, moet vermelden. Die gegevens moeten de administratie toelaten, rechtstreeks of onrechtstreeks, de content provider te identificeren, alsook de aard van die content te bepalen.

II. MINI ENIG LOKET INZAKE BTW (MOSS)

A. Voorwoord

Zoals hiervoor uiteengezet, zullen de nieuwe regels van plaatsbepaling inzake de telecommunicatiediensten, de radio- en televisieomroepdiensten en de langs elektronische weg verrichte diensten verstrekt aan niet belastingplichtigen in werking treden op 01.01.2015.

Tot en met 31.12.2014, verschilt de plaatsbepaling van dit type diensten naargelang van de plaats van vestiging van de dienstverrichter en van de afnemer, alsook van de aard van de handelingen.

Bijgevolg vinden de telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en de langs elektronische weg verrichte diensten verstrekt door een belastingplichtige die de zetel van zijn economische activiteit in de Gemeenschap heeft gevestigd of die beschikt over een vaste inrichting van waaruit de dienst wordt verstrekt in de Gemeenschap, plaats in de lidstaat waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd, wanneer zij worden verstrekt aan een niet belastingplichtige ontvanger die gevestigd is in de Gemeenschap (artikel 21bis, § 1, van het Btw-Wetboek).

De langs elektronische weg verrichte diensten, verstrekt door een belastingplichtige die de zetel van zijn economische activiteit buiten de Gemeenschap heeft gevestigd of daar over een vaste inrichting beschikt van waaruit de dienst wordt verricht aan een in de Gemeenschap gevestigde, niet belastingplichtige ontvanger, vinden al sinds 01.01.2003 plaats daar waar de ontvanger van de dienst is gevestigd (artikel 21bis, § 2, 9°, van het Btw-Wetboek).

Eveneens vinden de telecommunicatiediensten en de radio- en televisieomroepdiensten die een buiten de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige dienstverrichter verricht voor een niet belastingplichtige ontvanger die gevestigd is in België of er zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, sinds 01.01.2003 en tot en met 31.12.2014 plaats in België, indien die diensten feitelijk hier te lande worden gebruikt of geëxploiteerd (artikel 21bis, § 2, 11°, van het Btw-Wetboek).

Tenslotte vinden de telecommunicatiediensten, de radio- en televisieomroepdiensten en de langs elektronische weg verrichte diensten, die worden verricht door een belastingplichtige die de zetel van zijn economische activiteit in de Gemeenschap heeft gevestigd, plaats daar waar de ontvanger van de dienst is gevestigd, indien de dienst wordt verleend aan een niet belastingplichtige ontvanger die buiten de Gemeenschap is gevestigd of aldaar zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft (artikel 21bis, § 2, 10°, i, j, en k, van het Btw-Wetboek).

B. De regeling van het mini enig loket – praktische gids

Vanaf 01.01.2015 zullen de telecommunicatiediensten, de radio- en televisieomroepdiensten en de langs elektronische weg verrichte diensten, die worden verricht voor een niet belastingplichtige ontvanger van diensten, steeds plaatsvinden in het land waar die ontvanger is gevestigd, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft, ongeacht de plaats waar de dienstverrichter en de ontvanger zijn gevestigd.

Bijgevolg heeft de operator die in 2015 dat type van diensten verstrekt aan niet belastingplichtige klanten die in de Europese Unie zijn gevestigd, de principiële verplichting om zich voor de btw te laten identificeren in alle lidstaten waar die diensten plaatsvinden en waar hij nog niet is gevestigd of geïdentificeerd.

Teneinde de verplichtingen van de betrokken belastingplichtigen te vereenvoudigen, wordt er gelijktijdig een facultatief systeem van een mini enig loket opgezet in de Gemeenschap, "Mini One Stop Shop" (MOSS) geheten, om deze belastingplichtigen toe te laten al hun verplichtingen te vervullen via één enkele lidstaat van identificatie (indiening van één enkele elektronische kwartaalaangifte die het behaalde omzetcijfer en de verschuldigde btw vermeldt per betrokken lidstaat).

Er worden twee systemen van mini enig loket opgezet:

- een EU regeling voor de Europese operatoren of de niet Europese operatoren die beschikken over een vaste inrichting op het grondgebied van de Europese Unie;

- een niet EU-regeling voor de niet Europese operatoren die in de Europese Unie beschikken noch over een vaste inrichting, noch over een btw-identificatie.

Op 23.10.2013 hebben de diensten van de Europese Commissie een gids van het mini enig loket inzake btw gepubliceerd die ertoe strekt om de Europese wetgeving ten overstaan van het mini enig loket, evenals de technische en functionele bijzonderheden eigen aan de bijzondere regelingen, beter te (doen) begrijpen.

De administratie schaart zich volledig achter de inhoud van die in samenwerking met de verschillende lidstaten opgestelde gids voor de interpretatie en praktische toepassing van deze nieuwe regeling.

De Nederlandse, Franse, Duitse en Engelse versies van deze gids van het mini enig loket kunnen worden bekeken via de links:

Gids voor het mini-éénloketsysteem van de btw nl.pdf

Guide du mini-guichet unique en matière de TVA fr.pdf

Leitfaden zur kleinen einzigen Anlaufstelle für die Mehrwertsteuer de.pdf

Guide to the VAT mini One Stop Shop_en.pdf

C. De regeling van het mini enig loket (MOSS) EU

De regeling MOSS EU is voorbehouden aan elke operator die de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd in één van de lidstaten van de Europese Unie of die de zetel van zijn activiteit heeft gevestigd buiten de Europese Unie, maar die beschikt over een vaste inrichting op het grondgebied van de EU. De belastingplichtige kan zich niet beroepen op de MOSS-regeling voor de diensten die hij verstrekt in een lidstaat waar hij beschikt over een inrichting (zetel van economisch activiteit of vaste inrichting).

Kunnen zich bijgevolg registreren in het Belgische systeem van het mini enig loket EU:

- de belastingplichtigen die de hoofdzetel van hun economische activiteit hebben gevestigd in België;

- de belastingplichtigen die de hoofdzetel van hun economische activiteit hebben gevestigd buiten de Europese Unie, maar die beschikken over een vaste inrichting in België. Voor zover die belastingplichtigen beschikken over meerdere vaste inrichtingen in de Europese Unie, mogen zij zich inschrijven in de lidstaat van hun keuze.

Kunnen zich daarentegen niet registreren in het Belgisch systeem van het mini enig loket EU:

- de belastingplichtigen die de hoofdzetel van hun economische activiteit hebben gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie (zelfs al beschikken ze in België over een vaste inrichting, een rechtstreekse btw-identificatie of een aansprakelijke vertegenwoordiger). Die belastingplichtigen kunnen zich alleen inschrijven in het MOSS-systeem in de lidstaat waar de hoofdzetel van hun economische activiteit is gevestigd;

- de belastingplichtige die de hoofdzetel van hun economische activiteit hebben gevestigd buiten de Europese Unie en die niet beschikken over een vaste inrichting in België (zelfs al hebben ze in België een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen).

De belastingplichtige die de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd in België of de niet Europese belastingplichtige die beschikt over een vaste inrichting in België kan de Belgische regeling van het mini enig loket EU exclusief gebruiken voor de telecommunicatiediensten, de radio- en televisieomroepdiensten en de langs elektronische weg verrichte diensten die hij verstrekt aan een niet belastingplichtige ontvanger van diensten die gevestigd is in een lidstaat waar hij niet gevestigd is. Dit betekent dan ook dat de diensten van dat type die hij verstrekt aan een in België gevestigde niet belastingplichtige klant (handeling op te nemen in de Belgische periodieke btw-aangifte) en aan een niet belastingplichtige klant die is gevestigd in een lidstaat waar die belastingplichtige beschikt over een vaste inrichting (handeling op te nemen in de in die lidstaat in te dienen periodieke btw-aangifte) niet thuishoren in het MOSS-systeem.

Horen evenmin thuis in het MOSS-systeem de handelingen die plaatsvinden in andere lidstaten en die de belastingplichtige verstrekt aan niet belastingplichtige klanten, maar die geen telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten uitmaken (zoals bij voorbeeld de verkopen op afstand, de leveringen met montage, werken in onroerende staat, …).

De telecommunicatiediensten, de radio- en televisieomroepdiensten en de langs elektronische weg verrichte diensten die worden verstrekt aan een belastingplichtige ontvanger van diensten die is gevestigd in een andere lidstaat mogen nooit worden opgenomen onder de Belgische regeling MOSS EU (handelingen die plaatsvinden in de lidstaat van de ontvanger en waarvoor de ontvanger daar de schuldenaar is van de btw).

Tot slot wordt eraan herinnerd dat de regeling MOSS EU facultatief is. Een onderneming die alle toegangsvoorwaarden tot de regeling MOSS EU vervult, kan beslissen om zich te laten identificeren in de verschillende lidstaten waar zij de bedoelde diensten verstrekt aan niet belastingplichtige klanten en om niet in die regeling te stappen. Zij zal dan btw-aangiften moeten indienen in alle lidstaten waar zij dat type handelingen heeft verricht. Echter, als zij kiest voor de regeling MOSS EU, dan moet zij die regeling toepassen voor alle telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten die zij verstrekt aan niet belastingplichtigen en die plaatsvinden in de lidstaten waar zij niet is gevestigd, met inbegrip van de lidstaten waar zij is geïdentificeerd zonder er gevestigd te zijn.

1. Registratie

De registratie in de regeling MOSS die mogelijk is sinds 01.10.2014 verloopt volledig geautomatiseerd middels het Belgische btw-identificatienummer en via het Intervat portaal, module MOSS, registratie http :// minfin.fgov.be /portail2/nl/e-services/intervat/index.htm

Dit portaal, dat eveneens gebruikt wordt voor de indiening van de periodieke btw-aangiften, de intracommunautaire opgaven, de vragen om teruggaaf … is 24 uur op 24 en 7 dagen op 7 op beveiligde wijze toegankelijk voor de belastingplichtige via een BE-identiteitskaart, via een klasse 3-certificaat en voor zijn lasthebber.

2. De Belgische aangifte MOSS EU

De indiening van de aangifte MOSS gebeurt per kwartaal. Zoals bij de registratie, kan die indiening alleen volledig geautomatiseerd gebeuren via het portaal Intervat, module MOSS, aangifte. De aangifte MOSS moet uiterlijk de 20ste dag van de maand volgend op het betreffende kwartaal worden ingediend. De eerste aangifte MOSS met betrekking tot het eerste kwartaal 2015 zal dus uiterlijk 20.04.2015 moeten worden ingediend.

Een aangifte is verplicht zelfs al werd er tijdens het kwartaal geen enkele handeling verricht. De aangifte MOSS wordt gedaan in EURO.

Via die aangifte MOSS is geen enkele aftrek mogelijk (de belastingplichtige kan genieten van de aftrek van een buitenlandse btw die hem werd aangerekend hetzij, voor de lidstaten waar hij niet is geïdentificeerd, door de indiening van een aanvraag om teruggaaf via zijn portaal [systeem van VAT REFUND], hetzij, voor de lidstaten waar hij wel is geïdentificeerd, via een periodieke aangifte).

Een Pdf die het geheel van de gegevens van de aangifte per lidstaat van verbruik herneemt wordt automatisch aangemaakt en moet elektronisch worden ondertekend. Die Pdf doet dienst als ontvangstmelding.

Elke aangifte MOSS staat op zich. Dit betekent dat elke wijziging van de inhoud van die aangifte moet gebeuren via een verbeterende aangifte (verbetering is mogelijk gedurende een periode van 3 jaar) en niet kan worden verricht in een volgende aangifte MOSS.

Onder de telecommunicatiediensten, de radio- en televisieomroepdiensten en de langs elektronische weg verrichte diensten moet de aangifte MOSS twee afzonderlijke types van handelingen opnemen:

1. deze die worden verricht door de Belgische hoofdinrichting van de belastingplichtige (handelingen verricht door de Belgische vaste inrichting als het een buiten de EU gevestigde belastingplichtige betreft);

2. deze die worden verricht door de vaste inrichtingen waarover die belastingplichtige beschikt in andere lidstaten.

Enkel de handelingen die aan de btw onderworpen zijn in lidstaten waar hij niet gevestigd is, die worden gerealiseerd door de Belgische hoofdinrichting of door zijn andere vaste inrichtingen, mogen worden opgenomen in de aangifte MOSS.

De handelingen die onderworpen zijn aan de btw van een lidstaat waar de belastingplichtige gevestigd is, zullen daarentegen worden opgenomen in de periodieke aangifte ad hoc.

Samenvattende tabel

Beoogde dienstenverricht door:aan een niet-belastingplichtige in
lidstaat Alidstaat Blidstaat CAndere lidstatenD/E/F/G
zetel (X1) in lidstaat Anationale btw-aangifte van X1 in lidstaat Anationale btw-aangifte van X2 in lidstaat Bnationale btw-aangifte van X3 in lidstaat CMOSS aangifte in lidstaat A (1)
vaste inrichting (X2) in lidstaat Bvaste inrichting (X3) in lidstaat C________nationale btw-aangifte van X2 in lidstaat Bnationale btw-aangifte van X2 in lidstaat Bnationale btw-aangifte van X3 in lidstaat Cnationale btw-aangifte van X3 in lidstaat CMOSS aangifte in lidstaat A (1)MOSS aangifte in lidstaat A (1)
(1) bevat zowel de handelingen van de zetel X1 als van vaste inrichtingen X2, X3,…

Voorbeeld

De onderneming naar Belgisch recht X1, die gespecialiseerd is in de verstrekking van elektronische diensten, heeft zich ingeschreven in de regeling MOSS EU in België. Zij beschikt over een vaste inrichting in Frankrijk (X2) en een vaste inrichting in Nederland (X3).

Handelingen gerealiseerd door de Belgische hoofdinrichting X1:

- Diensten aan Belgische niet belastingplichtige klanten (in lidstaat A): op te nemen in de door X1 ingediende Belgische periodieke aangifte;

- Diensten aan Duitse niet belastingplichtige klanten (in lidstaat D): op te nemen in de door X1 ingediende aangifte MOSS;

- Diensten aan Franse niet belastingplichtige klanten (in lidstaat B): op te nemen in de door X2 ingediende Franse periodieke aangifte;

- Diensten aan Nederlandse niet belastingplichtige klanten (in lidstaat C): op te nemen in door X3 ingediende Nederlandse periodieke aangifte;

- Diensten aan Britse niet belastingplichtige klanten (in lidstaat E): op te nemen in de door X1 ingediende aangifte MOSS.

Handelingen gerealiseerd door de Franse vaste inrichting X2 :

- Diensten aan Franse niet belastingplichtige klanten (in lidstaat B): op te nemen in de door X2 ingediende Franse periodieke aangifte;

- Diensten aan Italiaanse niet belastingplichtige klanten (in lidstaat F): op te nemen in de door X1 ingediende aangifte MOSS;

- Diensten aan Belgische niet belastingplichtige klanten (in lidstaat A): op te nemen in de door X1 ingediende Belgische periodieke aangifte.

Handelingen gerealiseerd door de Nederlandse vaste inrichting X3:

- Diensten aan Nederlandse niet belastingplichtige klanten (in lidstaat C): op te nemen in door X3 ingediende Nederlandse periodieke aangifte:

- Diensten aan Belgische niet belastingplichtige klanten (in lidstaat A): op te nemen in de door X1 ingediende Belgische periodieke aangifte;

- Diensten aan Deense niet belastingplichtige klanten (in lidstaat G): op te nemen in de door X1 ingediende aangifte MOSS;

- Diensten aan Britse niet belastingplichtige klanten (in lidstaat E): op te nemen in de door X1 ingediende aangifte MOSS.

De onderneming X1 zal in haar aangifte MOSS dan ook het behaalde omzetcijfer en het bedrag van de verschuldigde btw opnemen van de handelingen die zij heeft verricht in Duitsland en in het Verenigd Koninkrijk (zie D en E), van de die handelingen die haar Franse vaste inrichting X2 heeft verricht in Italië (zie F), evenals van de handelingen die haar Nederlandse vaste inrichting X3 heeft verricht in Denemarken en in het Verenigd Koninkrijk (zie G en E).

3. De betaling

De enige betaling moet worden verricht binnen dezelfde termijn als die voor de indiening van de aangifte MOSS (uiterlijk de 20ste dag van de maand die volgt op het betreffende kwartaal). De eerste betaling met betrekking tot de 1ste aangifte MOSS aangaande het 1ste kwartaal 2015 zal dus moeten worden verricht uiterlijk op 20.04.2015.

Alleen het specifieke rekeningnummer en de unieke gestructureerde mededeling per aangifte die vermeld worden in de Pdf die automatisch aangemaakt wordt bij de indiening van de aangifte MOSS mogen worden gebruikt.

4. Opname van de handelingen MOSS in de periodieke aangifte

Hierna wordt onderzocht in hoever de in de aangifte MOSS aangegeven handelingen eveneens moeten worden opgenomen in de Belgische periodieke aangifte, al naar gelang de belastingplichtige zijn hoofdzetel in België heeft, beschikt over een vaste inrichting in België of beschikt over een btw-identificatie in België met of zonder aansprakelijke vertegenwoordiger.

a. De belastingplichtige heeft zijn hoofdzetel in België

De in de andere lidstaten verrichte handelingen die de belastingplichtige heeft opgenomen in zijn aangifte MOSS (met inbegrip van die gerealiseerd door de vaste inrichtingen waarover hij in voorkomend geval beschikt in andere lidstaten) moeten worden ingeschreven in rooster 47 van zijn periodieke aangifte.

Gezien de aangifte MOSS slechts per kwartaal wordt ingediend, wordt toegestaan dat de tot de indiening van maandaangiften gehouden belastingplichtige die handelingen MOSS enkel globaal opneemt in de periodieke aangifte van de laatste maand van elk kwartaal.

Voorbeeld

De vennootschap naar Belgisch recht X, maandaangever, actief in de telecommunicatiesector, heeft een aangifte MOSS ingediend voor het 1ste kwartaal 2015. Die aangifte beslaat handelingen die zij heeft verricht in Frankrijk en in het Groothertogdom Luxemburg voor een waarde van 20.000 euro én handelingen die haar Poolse vaste inrichting heeft verricht in de Republiek Tsjechië en in Slovakije voor een waarde van 15.000 euro.

De vennootschap X neemt een bedrag van 35.000 euro op in rooster 47 van haar aangifte over maart 2015, in te dienen uiterlijk op 20.04.2015.

b. De belastingplichtige beschikt over een vaste inrichting in België

Zullen moeten voorkomen in rooster 47 van de Belgische periodieke aangifte de handelingen die werden opgenomen in de aangifte MOSS en die werden verricht door de Belgische vaste inrichting van een buitenlandse belastingplichtige.

Er wordt eveneens toegestaan dat de tot de indiening van maandaangiften gehouden Belgische vaste inrichting die handelingen MOSS enkel globaal opneemt in de periodieke aangifte van de laatste maand van elk kwartaal.

Voorbeelden

1. De Noorse vennootschap Y, die elektronische diensten levert, beschikt over een vaste inrichting in België en in Duitsland. Zij heeft zich in België ingeschreven voor de regeling MOSS en heeft een aangifte MOSS ingediend voor het 1ste kwartaal 2015. Die aangifte omvat de handelingen die haar Belgische vaste inrichting heeft verricht in Nederland voor een waarde van 10.000 euro en de handelingen die haar Duitse vaste inrichting heeft verricht in Denemarken en Zweden voor een waarde van 50.000 euro.

De Belgische vaste inrichting is gehouden tot de indiening van periodieke aangiften. Zij neemt een bedrag van 10.000 euro op in rooster 47 van haar aangifte over maart 2015, in te dienen uiterlijk op 20.04.2015.

2. De Italiaanse vennootschap Z, die elektronische prestaties levert, beschikt over een vaste inrichting in België. Zij heeft zich in Italië ingeschreven voor de regeling MOSS en heeft een aangifte MOSS ingediend voor het 1ste kwartaal 2015. Die aangifte omvat de handelingen die de Italiaanse hoofdzetel heeft verricht in Spanje, in Portugal en in Kroatië voor een waarde van 100.000 euro én de handelingen die haar Belgische vaste inrichting heeft verricht in Nederland en in Frankrijk voor een waarde van 30.000 euro.

De Belgische vaste inrichting is gehouden tot de indiening van periodieke aangiften. Zij neemt een bedrag van 30.000 euro op in rooster 47 van haar aangifte over maart 2015, in te dienen uiterlijk op 20.04.2015.

c. De belastingplichtige beschikt in België over een rechtstreekse btw-identificatie of over een aansprakelijke vertegenwoordiger zonder vaste inrichting

De in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige die zich in zijn lidstaat ingeschreven heeft voor de regeling MOSS en die in België beschikt over een rechtstreekse btw-identificatie of over een aansprakelijke vertegenwoordiger zonder vaste inrichting moet de in België gerealiseerde handelingen die hij opgenomen heeft in zijn aangifte MOSS niet inschrijven in zijn Belgische periodieke aangifte.

D. De regeling van het mini enig loket (MOSS) niet EU

Overeenkomstig artikel 58bis (oud) van het Btw-Wetboek, bestaat er al sinds 01.01.2003 een regeling van mini enig loket voor de niet in de Europese Unie gevestigde dienstverrichters die elektronische diensten verstrekken aan niet belastingplichtige ontvangers die gevestigd zijn in de Europese Unie (regeling bekend onder de benaming van "VAT on e-services" – VOES).

Op 01.01.2015 wordt die regeling uitgebreid naar de niet in de Europese Unie gevestigde dienstverrichters die telecommunicatiediensten en radio- en televisieomroepdiensten verstrekken aan niet belastingplichtige ontvangers van diensten die gevestigd zijn in de Europese Unie et zal zij voortaan worden geheten de regeling MOSS niet EU. Die regeling laat een buiten de Gemeenschap gevestigde dienstverrichter, wanneer hij telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of langs elektronische weg verrichte diensten verstrekt aan een niet belastingplichtige ontvanger die gevestigd is in de Gemeenschap, toe om zijn aangifteverplichtingen te voldoen vanuit een enig punt, te weten de lidstaat van identificatie van zijn keuze.

De regeling MOSS niet EU is voorbehouden aan elke operator die de zetel van zijn economische activiteit niet in de EU heeft gevestigd of die niet beschikt over een vaste inrichting op dat grondgebied, én die niet geregistreerd is en al evenmin gehouden is om zich voor de btw te identificeren in de Europese Unie.

Bijgevolg kunnen zich dus niet registreren in het Belgisch systeem van het mini enig loket niet EU:

- de belastingplichtigen die de hoofdzetel van hun economische activiteit hebben gevestigd buiten de Gemeenschap, maar die beschikken over één of meer vaste inrichtingen in de Europese Unie. Die belastingplichtigen zijn uitgesloten van de regeling MOSS niet EU, maar mogen zich inschrijven in de regeling MOSS EU van hun keuze in één van de lidstaten waar zij beschikken over een vaste inrichting;

- de belastingplichtigen die de hoofdzetel van hun economische activiteit hebben gevestigd buiten de Europese Unie, maar die geïdentificeerd zijn of zouden moeten zijn geïdentificeerd in één van de lidstaten van de Europese Unie. Die belastingplichtigen zijn uitgesloten van de regeling MOSS niet EU en zijn gehouden om zich te laten identificeren in alle lidstaten waar zij telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of langs elektronische weg verrichte diensten verstrekken aan een niet belastingplichtige ontvanger.

De belastingplichtige die de hoofdzetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd buiten de Europese Unie en die de voorwaarden vervult, kan zich inschrijven onder de regeling MOSS niet EU in de lidstaat van zijn keuze. Degene die heeft besloten om zich in te schrijven onder de Belgische regeling MOSS niet EU neemt in zijn aangifte MOSS alle telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten op die hij verstrekt voor een niet belastingplichtige ontvanger van diensten die gevestigd is in de Europese Unie, met inbegrip van de prestaties die plaatsvinden in België.

Horen niet thuis in de regeling MOSS niet EU de in andere lidstaten plaatsvindende handelingen welke de in een derde land gevestigde belastingplichtige verstrekt aan niet belastingplichtige klanten, maar die niet bestaan in telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten (zoals bij voorbeeld de verkopen op afstand, de leveringen met montage, de werken in onroerende staat, …). Gelet op het feit dat de niet in de Europese Unie gevestigde belastingplichtige, om dat type handeling te kunnen stellen, verplicht is om zich te laten identificeren in alle lidstaten waar die handelingen plaatsvinden, is hij ambtshalve uitgesloten van de regeling MOSS niet EU.

De telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en de langs elektronische weg verrichte diensten die worden verricht voor een belastingplichtige ontvanger die gevestigd is in een andere lidstaat mogen nooit worden opgenomen onder de Belgische regeling MOSS niet EU (handelingen die plaatsvinden in de lidstaat van de ontvanger en waarvoor de ontvanger er de schuldenaar is van de btw).

Tot slot wordt eraan herinnerd dat de regeling MOSS niet EU facultatief is. Een onderneming die alle toegangsvoorwaarden tot de regeling MOSS niet EU vervult kan beslissen om zich te laten identificeren in de verschillende lidstaten waar zij de bedoelde diensten verstrekt aan niet belastingplichtige klanten en om niet in die regeling te stappen. Zij zal dan btw-aangiften moeten indienen in alle lidstaten waar zij dat type handelingen heeft verricht.

Registratie – aangifte MOSS niet EU - betaling

Er wordt mutatis mutandis verwezen naar punt C, 1, 2 en 3.

De volgende preciseringen worden evenwel aangebracht.

De belastingplichtige wiens hoofdzetel zich bevindt buiten de Europese Unie en er niet gevestigd, noch geïdentificeerd is voor de btw, die telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten verstrekt aan niet belastingplichtige klanten die gevestigd zijn in de Europese Unie, mag vrij de lidstaat kiezen waar hij zich registreert in de regeling MOSS niet EU.

De registratie in de Belgische regeling MOSS niet EU die mogelijk is sinds 01.10.2014 verloopt volledig geautomatiseerd middels het Belgische btw-identificatienummer en via het Intervat portaal, module MOSS, registratie http :// minfin.fgov.be/portail2/nl/e-services/intervat/index.htm

Dit portaal is 24 uur op 24 en 7 dagen op 7 op beveiligde wijze toegankelijk voor de belastingplichtige via een klasse 3-certificaat én voor zijn lasthebber.

Een specifiek identificatienummer wordt toegekend aan de belastingplichtige (nummer voorafgegaan door de letters UE).

De aangifte MOSS niet EU moet alle handelingen vermelden (telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten) die door een niet in de Europese Unie gevestigde belastingplichtige worden verricht ten behoeve van niet belastingplichtige klanten die gevestigd zijn in de Europese Unie, met inbegrip van de aan de Belgische niet belastingplichtige klanten geleverde prestaties.

III. FACTURERING

A. Toepasselijke wetgeving

Om te bepalen welke de toepasselijke regels zijn inzake de facturering van telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten aan niet belastingplichtige klanten, moet vooreerst worden verwezen naar artikel 53decies van het Btw-Wetboek dat vastlegt welk land bevoegd is om de factureringsregels vast te stellen.

Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, van het Btw-Wetboek, gelden voor de facturering de regels die van toepassing zijn in de lidstaat waar de levering van het goed of de dienst geacht wordt te zijn verricht, overeenkomstig het bepaalde in titel V van Richtlijn 2006/112/EG.

Opgemerkt wordt dat de in artikel 53decies, § 2, van het Wetboek voorziene afwijking, die bepaalt dat voor de facturering de regels gelden die van toepassing zijn in de lidstaat waar de leverancier of de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd of beschikt over een vaste inrichting van waaruit de levering of de dienst wordt verricht, geen toepassing kan vinden wanneer de handeling plaatsvindt in de Gemeenschap, om reden dat de dienstverrichter de schuldenaar is van de btw en niet zijn niet belastingplichtige klant.

Daarentegen is de in artikel 53decies, § 2, van het Wetboek voorziene afwijking, die bepaalt dat voor de facturering de regels gelden die van toepassing zijn in de lidstaat waarin de leverancier of de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd of beschikt over een vaste inrichting van waaruit de levering of de dienst wordt verricht, wel van toepassing in de situatie waarbij de aan een niet belastingplichtige klant geleverde prestatie niet geacht wordt te zijn verricht in de Gemeenschap.

Dit betekent dus dat de Belgische administratie enkel bevoegd is om de toepasselijke regels inzake de facturering van telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten aan niet belastingplichtige klanten vast te stellen in die gevallen waar de prestatie ofwel plaatsvindt in België, ofwel plaatsvindt in een derde land. Als die prestatie daarentegen plaatsvindt in een andere lidstaat, zal enkel die lidstaat bevoegd zijn.

B. Prestaties die plaatsvinden in België of in een derde land

Overeenkomstig artikel 53, § 2, eerste lid, 1°, van het Wetboek, dient de belastingplichtige die andere leveringen van goederen of diensten verricht dan die welke krachtens artikel 44 zijn vrijgesteld en andere dan die welke bedoeld zijn in artikel 135, lid 1, punten a) tot g) van richtlijn 2006/112/EG, een factuur uit te reiken aan zijn medecontractant en een kopie ervan op te stellen of ervoor te zorgen dat in zijn naam en voor zijn rekening, door zijn medecontractant of een derde een factuur wordt uitgereikt en een kopie daarvan wordt opgesteld wanneer hij een levering van goederen of een dienst heeft verricht voor een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon.

Daarentegen voorzien noch artikel 53, § 2, van het Btw-Wetboek, noch artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 1, in een verplichting tot facturering voor de leveringen van goederen en de diensten die worden verricht voor een fysieke persoon die die handelingen bestemt voor zijn privé-gebruik.

Dat betekent dan ook dat elke belastingplichtige die telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten verstrekt aan niet belastingplichtige rechtspersonen die gevestigd zijn in België of buiten de Europese Unie, verplicht is om te factureren. Deze factuur dient, in de regel, alle vermeldingen voorzien in artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 1 bevatten.

Daarentegen is elke belastingplichtige die telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten verstrekt aan niet belastingplichtige fysieke personen die handelen als privé-personen en die gevestigd zijn in België of buiten de Europese Unie, geenszins verplicht om te factureren.

C. Prestaties die plaatsvinden in een andere lidstaat

Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, van het Wetboek, gelden voor de facturering van telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten verstrekt aan een niet belastingplichtige persoon die gevestigd is in een andere lidstaat, de door die lidstaat vastgelegde regels. Bijgevolg komt het toe aan de Belgische dienstverrichter die dat type van diensten verstrekt om zich te richten tot de fiscale autoriteiten van de betrokken lidstaat om vast te stellen of de prestatie het voorwerp moet uitmaken van een facturering en in bevestigend geval, de vermeldingen die moeten voorkomen op die factuur.

Jozef MARCKX

Adviseur-generaal

Aangehaalde teksten

11

Administratieve doctrine

13

« … verricht via een telecommunicatienetwerk, een interface of een portaal zoals een marktplaats voor applicaties (artikel 9bis van de uitvoeringsverordening). Onder bepaalde voorwaarden kan dit vermoeden worden weerlegd. Dit wordt uitvoerig toegelicht in de beslissing nr. E.T.126.947 dd. 22.12.2014 . Voor bijkomende informatie wordt verwezen naar die beslissing. Wanneer het vermoeden wordt weerlegd, dient toepassing te worden gemaakt van de circulaire AOIF nr. 50/2009 (E.T.109.696) van 12.11.2009 met betrekking tot het toe te passen btw-stelsel op … »

Circulaire AAFisc Nr. 32/2016 (nr. E.T.130.082) d.d. 30.11.2016, loterieOmzendbrief30.11.2016

Bekijk de 13 documenten