Beslissing Btw nr. E.T.76.283 dd. 06.10.1993
BTW-Revue nr. 108, blz. 342-344, nr. 987
Landbouwondernemers - Inbreng van een bedrijfsafdeling - Gebouwen.
Overeenkomstig artikel 10, § 1, van het koninklijk besluit nr. 22 van 15 september 1970 met betrekking tot de bijzondere regeling voor landbouwondernemers inzake BTW, kan de landbouwondernemer die niet langer onderworpen is aan de bijzondere regeling ingesteld bij artikel 57 van het Wetboek en overgaat naar de normale regeling van de belasting, teruggaaf verkrijgen van de belasting over de toegevoegde waarde geheven :
1° van de andere goederen dan bedrijfsmiddelen, die nog niet werden vervreemd en van de diensten die nog niet werden gebruikt bij de wijziging in de belastingregeling;
2° van de bedrijfsmiddelen die bij de wijziging nog bestaan, voor zover die goederen nog bruikbaar zijn en het herzieningstijdvak bepaald bij artikel 48, § 2, van het Wetboek, of ter uitvoering ervan, niet is verstreken.
Krachtens artikel 10, § 2, 2de lid, van voormeld besluit wordt voormelde teruggaaf slechts toegestaan in de mate waarin de landbouwondernemer de aftrek had kunnen verrichten bij toepassing van de artikelen 45 tot 49 van het Wetboek, indien hij op het tijdstip van de wijziging in de belastingregeling de hoedanigheid van belastingplichtige had verkregen zoals bedoeld in artikel 49, 3°, van het Wetboek.
In geval van overdracht van een landbouwonderneming die een algemeenheid van goederen of een bedrijfsafdeling vormt in de zin van artikel 11 van het BTW-Wetboek door een landbouwondernemer onderworpen aan de bijzondere landbouwregeling ingesteld bij artikel 57 van dit Wetboek aan een ondernemer onderworpen aan de normale regeling, slaat die overdracht op goederen die, alleen al omwille van de bijzondere regeling waaraan de overlater onderworpen was, met belastingen zijn bezwaard. Daar die goederen in het patrimonium komen van een belastingplichtige die aan de normale regeling onderworpen is, moeten ze van die belasting worden ontheven, volgens de regels die door artikel 10 van het koninklijk besluit nr. 22 zijn bepaald voor de landbouwondernemer die van de bijzondere naar de normale regeling overgaat.
De vraag werd gesteld of hetgeen voorafgaat ook geldt voor de bedrijfsgebouwen welke in die overdracht zijn begrepen maar waarvan de overdracht buiten de werkingssfeer van het BTW-Wetboek valt (oude gebouwen, nieuwe gebouwen waarvoor niet voor de toepassing van de BTW werd geopteerd).
De overdrager kan, overeenkomstig de bepalingen van artikel 10, § 1, 2°, van het koninklijk besluit nr. 22 en volgens de regels van de artikelen 9 en 11, § 3, van het koninklijk besluit nr. 3, teruggaaf krijgen van de BTW geheven van de bedrijfsmiddelen die op die overdracht slaan, met inbegrip van de gebouwen, voor zover uiteraard aan alle voorwaarden van eerstgenoemd koninklijk besluit werd voldaan. De teruggaaf kan derhalve zowel betrekking hebben op nieuwe gebouwen in de zin van artikel 8, § 1, en 44, § 3, 1°, a, tweede streepje, van het BTW-Wetboek als op andere gebouwen waarbij telkens uiteraard rekening dient te worden gehouden met de reeds verstreken termijn van het herzieningstijdvak.
Het spreekt vanzelf dat de overnemer, als voortzetter van de persoon van de overdrager, zelf de herziening moet verrichten, wanneer zich één van de gevallen zou voordoen als bedoeld in artikel 10 van het koninklijk besluit nr. 3.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.