BESLISSING ET62087/06
Beslissing nr. E.T.62.087 dd. 11.04.2006
Zie ook beslissing nr. E.T. 62087 dd. 03.08.1999
Zie ook beslissing nr. E.T. 62087 dd. 21.11.1995
Zie ook beslissing nr. E.T. 62087 dd. 12.04.1994
Zie ook beslissing nr. E.T. 62087 dd. 11.09.1990
Zie ook beslissing nr. E.T. 62087 dd. 28.11.1989
Uitvoer - Internationaal reizigersverkeer - Global Refund Cheque - Artikel 39, § 1, 4° van het BTW-Wetboek
Bij haar beslissing van 3 augustus 1999, zelfde referte (z. BTW-Revue nr. 143, blz 539), heeft de BTW-administratie op grond van artikel 8, 4° van het koninklijk besluit nr. 18 van 29 december 1992, het model van de bij die beslissing gevoegde "global refund cheque" (GRF-cheque) erkend als een als factuur geldend document voor de toepassing van de vrijstelling van de BTW bedoeld in artikel 39, §1, 4° van het BTW-Wetboek.
In voornoemde beslissing is onder meer bepaald dat, in uitvoering van het bepaalde in artikel 5, §1, 6° van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, op de GRF-cheque de aard, de hoeveelheid en de benaming van de geleverde goederen moeten vermeld worden in het daartoe bestemde vak.
Zowel om praktische redenen (plaatsgebrek op de cheque in geval van grote aankopen) als om economische redenen (tijdsdruk voor het manueel invullen) en naar analogie met het bepaalde in nummer 31 van de aanschrijving nr. 5/1976 van 10 maart 1976, aanvaardt de administratie dat de in vorig lid bedoelde gegevens met betrekking tot de geleverde goederen mogen worden vervangen door een kasticket dat voor de toepassing van de terugbetalingsprocedure aan de cheque wordt gehecht.
Deze procedure kan enkel onder de volgende voorwaarden worden toegepast:
a) voorwaarden ten aanzien van het kasticket. Het kasticket moet minimaal de volgende gegevens vermelden:
•het volgnummer door het kasregister toegekend aan de handeling, genomen uit een ononderbroken reeks;
•de datum waarop de levering plaatsvindt;
•de gebruikelijke benaming van de verkochte goederen, hun aantal en de prijs. Aan de hand van deze beschrijving dient de controlerende douanebeambte er zich van te kunnen vergewissen dat de hem aangeboden goederen overeenstemmen met deze vermeld op het kasticket. De vermelding op het kasticket van een code, eenzijdig opgesteld door de verkoper, kan bijgevolg niet aanvaard worden;
•de globale prijs, belasting inbegrepen.
b) voorwaarden ten aanzien van de GRF-cheque:
•in het vak voorbehouden voor de omschrijving van de goederen, moet verwezen worden naar het volgnummer dat door het kasregister werd toegekend aan de handeling;
•de overige vakken van de GRF-cheque moeten allen worden ingevuld op de wijze zoals voorzien in de bovengenoemde beslissing;
c) het totaalbedrag van de aankopen, belasting inbegrepen, vermeld op de GRF-cheque moet overeenstemmen met het totaalbedrag van de aankopen, belasting inbegrepen, vermeld op het aangehechte kasticket. In dit verband aanvaardt de administratie dat een belastingplichtige-verkoper voor de leveringen van goederen die hij binnen eenzelfde kalendermaand verricht aan eenzelfde afnemer, één GRF-cheque op zijn naam mag opmaken. Dit impliceert dat meerdere kasticketten die elk een afzonderlijke aankoop door eenzelfde afnemer vaststellen, aan die GRF-cheque mogen worden gehecht voor zover de in dit punt bedoelde voorwaarde inzake de vermelding van de aankoopbedragen wordt gerespecteerd. De GRF-cheque moet in dit geval bovendien dezelfde datum dragen als het laatst uitgereikte kasticket waarvoor de vrijstellingsregeling gevraagd wordt. Voor de toepassing van de minimumwaarde bedoeld in artikel 8, 2° van het koninklijk besluit nr. 18 van 29 december 1992, moeten de waarden van alle aan de GRF-cheque gehechte kasticketten worden samengeteld;
d) de GRF-cheque en het/de kasticket(ten) vormen tijdens de ganse terugbetalingsprocedure één onafscheidelijk geheel. Ze moeten derhalve blijvend aan mekaar gehecht zijn bij de voorlegging aan de douane, bij de uitoefening van het recht op teruggaaf van de BTW, en tijdens de wettelijke bewaartermijn inzake BTW.
Vanzelfsprekend blijven de overige voorwaarden voor de toepassing van de vrijstelling, opgenomen in de artikelen 8 en 9 van het koninklijk besluit nr. 18 van 29 december 1992, onverkort van kracht. In dit verband wordt opgemerkt dat alle goederen die op het kasticket zijn vermeld, ook moeten worden uitgevoerd en niet (gedeeltelijk) hier te lande mogen blijven.
De niet-naleving van een van deze voorwaarden heeft in principe tot gevolg dat het recht op de vrijstelling van de BTW vervalt.