BESLISSING ET51756
Beslissing nr. E.T. 51756 dd. 25.05.1990
BTW-Revue, nr. 91, blz. 334
Zie ook beslissing nr. E.T. 28.697 dd. 31.03.1978.
Zie ook beslissing nr. E.T. 57.130 dd. 28.07.1987.
Invoer - Betalen van voorschotten.
Bij beslissing van 31 maart 1978 (Z. Revue nr. 35, blz. 428.1), nr. E.T. 28.697, en 28 juli 1987 (Z. Revue 78, blz. 309.2), nr. E.T. 57.130, wordt gesteld dat de BTW verschuldigd is over de voorschotten die de leverancier aan zijn klant aanrekent met betrekking tot goederen die bij invoer ten name van eerstgenoemde ten verbruik zullen worden aangegeven maar vanuit het buitenland rechtstreeks naar de in België gevestigde klant zullen verzonden worden. Bovengenoemde beslissingen steunen op artikel 51, § 4, van het BTW-Wetboek op grond waarvan de levering van de goederen in de relatie tussen de in België gevestigde leverancier en zijn koper geacht wordt in België plaats te vinden.
In zijn arrest van 10 november 1988 beslist het Hof van Beroep te Brussel dat artikel 51, § 4, van het BTW-Wetboek niet extensief mag uitgelegd worden en dat enkel het feit van de levering in de uitdrukkelijk bepaalde omstandigheden, bij afwijking van artikel 16 van het BTW-Wetboek, als levering hier te lande mag aangemerkt worden.
Artikel 51, § 4, van genoemd Wetboek heeft volgens bovengenoemd arrest derhalve niet tot gevolg dat inzonderheid artikel 17, § 1, tweede lid, van het BTW-Wetboek eveneens geldt ten aanzien van de betaalde voorschotten met betrekking tot de levering die bij toepassing van bovengenoemd artikel 51, § 4, geacht wordt in België plaats te vinden. Overigens, zo stelt het Hof, vereist de toepassing van genoemd artikel 51, § 4, dat de BTW verschuldigd ter zake van de invoer van de goederen moet voldaan zijn, hetgeen veronderstelt dat de goederen op Belgisch grondgebied zijn binnengekomen en het belastbaar feit bij invoer heeft plaatsgevonden.
Ten gevolge van bovengenoemde rechtspraak en in tegenstelling met het bepaalde van bovengenoemde beslissingen, vindt bijgevolg artikel 17, § 1, tweede lid, van het BTW-Wetboek ten aanzien van voorschotten die worden betaald in verband met een levering die op grond van artikel 51, § 4, van evengenoemd Wetboek geacht wordt hier te lande plaats te vinden, geen toepassing.
Hetgeen voorafgaat doet evenwel geen afbreuk aan de toepassing van genoemd artikel 17, § 1, tweede lid, ten aanzien van de voorschotten die door de leverancier aan zijn klanten worden aangerekend wanneer eerstgenoemde optreedt als geadresseerde bij invoer van de goederen die hem tevens rechtstreeks vanuit het buitenland worden toegezonden of wanneer hij als geadresseerde optreedt nadat de goederen vooraf in entrepot werden geplaatst.
Immers, in die gevallen bevinden de goederen zich op het tijdstip dat ze ter beschikking van de koper zullen worden gesteld hoe dan ook binnen het Rijk zodat de levering bij toepassing van artikel 16 van het BTW-Wetboek hier te lande plaatsvindt.
Wanneer het daarentegen vaststaat dat bij de invoer de goederen ten verbruik zullen worden aangegeven met voldoening van de belasting ten name van de koper of een navolgende koper, spreekt het vanzelf dat op de bovengenoemde voorschotten de BTW niet is verschuldigd.
De beslissingen nr. E.T. 28.697 van 31 maart 1978 en nr. E.T. 57.130 van 28 juli 1987 worden opgeheven.