lid 1Voor leveringen van goederen vindt het belastbare feit plaats en wordt de belasting opeisbaar op het tijdstip waarop de levering van het goed wordt verricht. De levering wordt verricht op het tijdstip waarop het goed ter beschikking van de verkrijger of de overnemer wordt gesteld.
lid 2Wanneer het goed ter beschikking van de verkrijger of de overnemer is vóór het sluiten van het contract of wanneer de verkoper of overdrager het bezit van het goed behoudt na het sluiten van het contract, wordt de levering geacht te zijn verricht op het tijdstip waarop het contract uitwerking heeft.
lid 3Indien de levering de verzending of het vervoer omvat van het goed door of voor rekening van de leverancier, wordt de levering verricht op het tijdstip van de aankomst van de verzending of van het vervoer naar de afnemer of de overnemer, tenzij het goed door of voor rekening van de leverancier wordt geïnstalleerd of gemonteerd, in welk geval de levering wordt verricht op het tijdstip waarop de installatie of de montage wordt beëindigd.
lid 1In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, worden leveringen van goederen die aanleiding geven tot opeenvolgende afrekeningen of betalingen, met uitsluiting van de leveringen voorzien in artikel 10, § 2, b), geacht te zijn verricht bij het verstrijken van elke periode waarop een afrekening of betaling betrekking heeft.
lid 2Doorlopende leveringen van goederen gedurende een periode langer dan een kalendermaand, waarbij de goederen worden verzonden of vervoerd vanuit België naar een andere lidstaat en met vrijstelling van belasting worden geleverd of met vrijstelling van belasting door een belastingplichtige voor bedrijfsdoeleinden naar een andere lidstaat worden overgebracht, onder de in artikel 39bis vastgestelde voorwaarden, worden geacht te zijn verricht bij het verstrijken van elke kalendermaand totdat de levering van goederen wordt beëindigd.
lid 3Wat de vervreemding van goederen betreft bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, alsook de vestiging, overdracht of wederoverdracht van de zakelijke rechten in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, op zulke goederen, wordt de levering geacht te zijn verricht uiterlijk bij het verstrijken van de in artikel 44, § 3, 1°, bepaalde termijn.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Aangehaalde teksten
5Rechtspraak
26België
23Europese Unie
3Het Hof legt de richtlijn uit die dit artikel omzet.
Hof van JustitieC-89/2318.04.2024
Toepassingsgebied, economische activiteit
Hof van JustitieC-43/1911.06.2020
Werkingssfeer, belastbare handelingen
Administratieve doctrine
153Wetgeving
9132 documenten hangen aan een welbepaald punt van het artikel, 53 verwijzen naar geen enkel bijzonder punt, 3 verwijzen naar een punt dat de gepubliceerde tekst niet draagt. De koppeling wordt in de tekst van de documenten gelezen.
Opeenvolgende versies
5 versies eerste op 01.01.1978| Van kracht | Wijziging | Bron |
|---|---|---|
| 25.05.2019van kracht | § 2, derde lid, werd gewijzigd | W 02.05.2019, B.S. 15.05.2019 |
| 01.01.2013 | het artikel werd vervangen | W 17.12.2012 (I), B.S. 21.12.2012 |
| 01.01.2010 | § 1, derde lid, 2°, werd gewijzigd | W 23.12.2009, B.S. 30.12.2009 |
| 01.01.1993 | het artikel werd vervangen | W 28.12.1992 |
| 01.01.1978 | het artikel werd gewijzigd | W 27.12.1977 |