BESLISSING ET57130
Beslissing nr. E.T. 57130 dd. 28.07.1987.
Zie ook beslissing nr. E.T. 28.697 dd. 31.03.1978.
Zie ook beslissing nr. E.T. 51.756 dd. 25.05.1990.
Betalen voorschotten op nog niet ingevoerde goederen.
De beslissing van 31 maart 1978, nr. E.T. 28.697 Z. Revue nr. 35, blz. 428. , geeft antwoord op de vraag of de BTW, bij toepassing van artikel 17 van het Wetboek, verschuldigd is op de voorschotten die de leverancier van een goed dat zal worden ingevoerd aan zijn medecontractant in rekening brengt voor de invoer zelf van dat goed.
Indien wordt vermoed dat het bedoelde goed ten verbruik zal aangegeven worden met voldoening van de belasting ten name van de koper-medecontractant, is de BTW niet verschuldigd op het hem door de leverancier aangerekende voorschot. Indien daarentegen wordt voorzien dat het bedoelde goed ten verbruik zal worden aangegeven met voldoening van de BTW ten name van de leverancier, wordt de daaropvolgende levering aan de koper, op grond van artikel 51, § 4 van het Wetboek, geacht in België plaats te vinden zodat, op grond van artikel 17 van het Wetboek, de BTW over het voorschot verschuldigd is.
Bovengenoemde beslissing is onder meer van toepassing ten aanzien van de verkoop aan zijn klanten door een in België gevestigde leverancier, van wijn waarvan de invoer, omwille van het rijpingsproces in het buitenland, wordt uitgesteld.
Om iedere betwisting tussen de leverancier en de koper van wijn te voorkomen, wordt aangeraden van bij de verkoop schriftelijk de modaliteiten van de latere invoer vast te leggen (b.v. in de bestelbon). Anderzijds, wanneer de factuur met betrekking tot het voorschot de betreffende BTW niet vermeldt, moet de leverancier het niet aanrekenen van de belasting verantwoorden door er uitdrukkelijk op te wijzen dat de BTW bij invoer rechtstreeks zal voldaan worden ten name van de koper.
Indien de wijn, in tegenstelling met de op de factuur vermelde vooruitzichten, achteraf toch wordt ingevoerd met aangifte ten verbruik op naam van de leverancier, kan deze laatste de door artikel 70, § 1, van het Wetboek beoogde geldboete wegens niet-betaling van de belasting op het voorschot vermijden door een spontane regularisatie te verrichten in het kader "herzieningen" van zijn periodieke aangifte met betrekking tot de periode in de loop waarvan de invoer heeft plaatsgevonden. Die regularisatie heeft betrekking op het bedrag van de verschuldigde belasting op het voorschot verhoogd met de interest over dat bedrag berekend vanaf de uiterste datum van indiening van de aangifte met betrekking tot de periode waarin de BTW over het voorschot verschuldigd is geworden tot de uiterste datum van indiening van de aangifte waarin die belasting werd geregulariseerd.