BESLISSING ET28697
Beslissing nr. E.T. 28697 dd. 31.03.1978.
Zie ook beslissing nr. E.T. 51.756 dd. 25.05.1990.
Zie ook beslissing nr. E.T. 57.130 dd. 28.07.1987.
Maatstaf van heffing bij invoer
De vraag werd gesteld of, bij toepassing van artikel 17, § 1, nieuw, van het Wetboek, de BTW verschuldigd is op de voorschotten die de leverancier van een goed, dat zal worden ingevoerd, aan zijn medecontractant in rekening brengt op een tijdstip waarop de leverancier weet dat het goed zich nog in het buitenland bevindt.
Volgend onderscheid dient gemaakt te worden. Wanneer het vaststaat, bijvoorbeeld omdat de leverancier de gewoonte heeft op die wijze te handelen, dat, bij de invoer, het goed ten verbruik zal worden aangegeven met voldoening van de belasting ten name van de koper of een navolgende koper, is op de bovengenoemde voorschotten de BTW niet verschuldigd. Wordt daarentegen voorzien dat het goed voor het verbruik zal worden aangegeven met betaling van de BTW op naam van de leverancier, dan is, krachtens artikel 51, § 4 van het Wetboek, op deze voorschotten de BTW verschuldigd.
De BTW is eveneens verschuldigd wanneer de leverancier en a fortiori, de koper, niet weten op wiens naam de belasting zal worden betaald op het tijdstip van de aangifte tot verbruik.
Wanneer in deze veronderstelling de wegens de invoer verschuldigde BTW in hoofde van de koper wordt voldaan (d.i. wanneer het document 45 op zijn naam wordt opgemaakt), zal, bij toepassing van artikel 77, § 1, 1° van het Wetboek, de op het voorschot betaalde BTW kunnen worden teruggegeven.
Dezelfde regels zijn van toepassing wanneer een tussenpersoon, die krachtens artikel 13 van het Wetboek als koperwederverkoper wordt aangemerkt, zijn tussenkomst verleent bij de verkoop.
Met goederen die zich in het buitenland bevinden worden eveneens gelijkgesteld, de goederen die zich onder een regeling van doorvoer of entrepot bevinden.