Het teruggaafverzoek moet de volgende gegevens bevatten:
1°de naam en het volledige adres van de aanvrager;
2°een elektronisch adres;
3°een omschrijving van de beroepsactiviteit van de aanvrager waarvoor de goederen of diensten worden afgenomen;
4°het teruggaaftijdvak waarop het verzoek betrekking heeft;
5°een verklaring van de aanvrager dat hij gedurende het teruggaaftijdvak geen leveringen van goederen of diensten heeft verricht waarvan de plaats geacht wordt in de lidstaat van teruggaaf te zijn gelegen, met uitzondering van de volgende handelingen:
a)vervoer en daarmee samenhangende diensten die vrijgesteld zijn krachtens de artikelen 144, 146, 148, 149, 151, 153, 159 of 160 van de richtlijn 2006/112/EG;
c)leveringen van goederen of diensten waarvoor de belastingplichtige gebruikmaakt van één van de bijzondere regelingen bedoeld in de artikelen 58quater of 58quinquies van het Wetboek;
6°het BTW-identificatienummer bedoeld in artikel 50 van het Wetboek;
7°zijn bankgegevens (inclusief IBAN en BIC).
Behalve de in paragraaf 1 bedoelde gegevens worden in het teruggaafverzoek voor iedere factuur en ieder invoerdocument de volgende gegevens vermeld:
1°de naam en het volledige adres van de leverancier of dienstverrichter;
2°behalve in het geval van invoer, het BTW-identificatienummer van de leverancier of dienstverrichter of zijn fiscaal registratienummer, toegekend door de lidstaat van teruggaaf overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 239 en 240 van de richtlijn 2006/112/EG;
4°de datum en het nummer van de factuur of het invoerdocument;
5°de maatstaf van heffing en het bedrag aan BTW, uitgedrukt in de munteenheid van de lidstaat van teruggaaf;
6°het bedrag van de aftrekbare belasting over de toegevoegde waarde berekend volgens de bepalingen inzake het recht op aftrek in de lidstaat van teruggaaf en uitgedrukt in de munteenheid van deze lidstaat. Als de belastingplichtige in België zowel handelingen verricht die een recht op aftrek doen ontstaan als handelingen die geen recht op aftrek doen ontstaan, kan slechts dat gedeelte van de BTW worden teruggegeven dat aftrekbaar is overeenkomstig artikel 46 van het Wetboek;
7°in voorkomend geval, het verhoudingsgetal van de aftrek, berekend volgens de bepalingen van artikel 46 van het Wetboek en uitgedrukt in percenten;
8°de aard van de afgenomen goederen en diensten, aangegeven door middel van de codes voorzien in artikel 9 van de richtlijn 2008/9/EG zoals omgezet in de lidstaat van teruggaaf.