BTW
Koninklijk besluit nr. 44, van 21 oktober 1993, tot vaststelling van het bedrag van de niet-proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde.
(Uitvoering van artikel 70, § 4, eerste lid, van het Wetboek)
(Officieuze coördinatie)
(Dit koninklijk besluit werd, met ingang van 01.07.2012, vervangen door het Koninklijk besluit nr. 44, van 9 juli 2012, tot vaststelling van het bedrag van de niet-proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde)
Afdeling 1.
ALGEMENE VERPLICHTINGEN.
Artikel 53 van het wetboek
Artikel 53bis van het wetboek
Artikel 53ter van het wetboek
Artikel 53quater van het wetboek
Artikel 53quinquies en 53octies, § 2, van het wetboek
Artikelen 53sexies, § 1, 53octies, § 2, en 57, § 7, tweede lid, van het wetboek
Artikelen 53sexies, § 2, van het wetboek
Artikel 54 van het wetboek
Te houden en voor te leggen boeken en stukken
Verplichtingen van medecontractanten schuldenaars
Andere maatregelen om de voldoening van de belasting te verzekeren
Artikel 54bis van het wetboek
Artikel 55 van het wetboek
Artikel 56 van het wetboek
Artikel 58 van het wetboek
Artikel 61, 62bis, 63 en 63bis van het wetboek
Afdeling 2.
INVOER
Artikel 52 van het wetboek
Afdeling 3.
UITVOER
Artikel 39, 39ter, 40 en 42 van het wetboek
Afdeling 3bis.
ANDERE REGELING VAN ENTREPOT DAN DOUANE-ENTREPOT
Artikel 39quater van het wetboek
Afdeling 4.
MAANDELIJKSE TERUGGAAF
Artikel 76, § 1 en 80 van het wetboek
art. 1
2 documentenlid 1(De tekst van KB nr. 44, artikel 1, is van toepassing met ingang van 01.11.1993 (KB 21.10.1993))
lid 2De bedragen van de niet-proportionele fiscale geldboeten voor de overtredingen beoogd in artikel 70, § 4, eerste lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, zijn opgenomen in de bijlage bij dit besluit.
art. 2
1 documentlid 1(De tekst van KB nr. 43, artikel 2, is van toepassing met ingang van 01.11.1993. (KB 21.10.1993))
lid 2Dit besluit treedt in werking op 1 november 1993.
art. 3
lid 1(De tekst van KB nr. 43, artikel 2, is van toepassing met ingang van 01.11.1993. (KB 21.10.1993))
lid 2Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
bijlage
Eerste afdeling.- Algemene verplichtingen.
ARTIKEL 53 VAN HET WETBOEK
Artikel 53, eerste lid, 1°, van het Wetboek (artikelen 1 tot 3 van het koninklijk besluit nr. 10 van 29 december 1992 met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, bedoeld in de artikelen 15, § 5, derde lid, en 25ter, § 1, derde lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de aangiften van aanvang, wijziging, stopzetting van activiteit en de voorafgaande kennisgevingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde).
1.
A)
Niet indienen van een aangifte
500 EUR per aangifte
B)
Indienen van een aangifte die onjuiste gegevens bevat of van een onvolledige aangifte.
Louter toevallige onregelmatigheden (1)
50 EUR per aangifte
Andere onregelmatigheden
500 EUR per aangifte
[(1) Moet onder "louter toevallige onregelmatigheden" worden verstaan, de onregelmatigheden die te wijten zijn aan onwetendheid, vergissingen of nalatigheid en waarbij aan de goede trouw van de overtreder niet kan worden getwijfeld.]
Laattijdig indienen van een aangifte van aanvang of wijziging van activiteit.
A)
Lastens de belastingplichtige wordt een invorderingsprocedure ingezet voor de sommen die hij verschuldigd is met betrekking tot de periode voorafgaand aan de laattijdige aangifte en die hij aan de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde in haar bevoegdheid heeft niet heeft medegedeeld
10 pct. van de verschuldigdebelasting met een minimum van 25 EUR en een maximum van 500 EUR
B)
Andere gevallen
50 EUR per aangifte
Laattijdig indienen van de aangifte van stopzetting van activiteit
50 EUR per aangifte
50 EUR per factuur of als zodanig geldend stuk
Artikel 53, eerste lid, 3°, van het Wetboek (artikel 18 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde).
Niet indienen van een aangifte
Laattijdig indienen van een aangifte.
A)
Er is geen belasting verschuldigd voor het tijdvak waarop de aangifte betrekking heeft
25 EUR per aangifte en per maandvertraging (2) met een maximum van 125 EUR
B)
Er is wel belasting verschuldigd voor het tijdvak waarop de aangifte betrekking heeft
50 EUR per aangifte en per maandvertraging (2) met een maximum van 250 EUR
[(2) Ieder begonnen tijdvak van een maand wordt voor een gehele maand gerekend.]
Artikel 53, eerste lid, 4°, van het Wetboek (artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 24 van 29 december 1992 met betrekking tot de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde).
Voor de betaling is geen gebruik gemaakt noch van het formulier bezorgd door de administratie, noch van de gestructureerde mededeling ter kennis gebracht door de administratie, zoals voorgeschreven in artikel 3 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 24 van 29 december 1992
25 EUR per betaling
ARTIKEL 53bis VAN HET WETBOEK
Artikel 53bis, §§ 1 en 2, van het Wetboek (artikelen 4, § 1, 5 en 6 van het koninklijk besluit nr. 10 van 29 december 1992 met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, bedoeld in de artikelen 15, § 5, derde lid, en 25ter, § 1, derde lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de aangiften van aanvang, wijziging, stopzetting van activiteit en de voorafgaande kennisgevingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde).
1.
A)
Niet indienen van een aangifte, een verklaring of een kennisgeving
500 EUR per aangifte, verklaringof kennisgeving
B)
Indienen van een aangifte, verklaring of kennisgeving die onjuiste gegevens bevat, of van een onvolledige aangifte, verklaring of kennisgeving.
Louter toevallige onregelmatigheden (3)
50 EUR per aangifte, verklaring of kennisgeving
Andere onregelmatigheden
500 EUR per aangifte, verklaring of kennisgeving
[(3) Moet onder "louter toevallige onregelmatigheden" worden verstaan, de onregelmatigheden die te wijten zijn aan onwetendheid, vergissingen of nalatigheid en waarbij aan de goede trouw van de overtreder niet kan worden getwijfeld.]
Laattijdig indienen van een aangifte, verklaring of kennisgeving.
A)
Lastens de belastingplichtige wordt een invorderingsprocedure ingezet voor de sommen die hij verschuldigd is met betrekking tot de periode voorafgaand aan de laattijdige aangifte, verklaring of kennisgeving en die hij aan de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde in haar bevoegdheid heeft niet heeft medegedeeld
10 pct. van de verschuldigdebelasting met een minimum van 25 EUR en een maximum van 500 EUR
B)
Andere gevallen
50 EUR per aangifte, verklaring ofkennisgeving
De aangifte, verklaring of kennisgeving wordt niet gedaan op het formulier beoogd in artikel 6 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 10 van 29 december 1992
25 EUR per aangifte, verklaring of kennisgeving
ARTIKEL 53ter VAN HET WETBOEK
Artikel 53ter, 1°, van het Wetboek (artikel 18 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde).
Niet indienen van een aangifte
500 EUR per aangifte
Laattijdig indienen van een aangifte
50 EUR per aangifte en per maand vertraging (4) met een maximum van 250 EUR
De aangifte bevat onjuistheden of is onvolledig op het stuk van de andere gegevens dan die welke betrekking hebben op de bedragen, exclusief belasting, van de handelingen, of op de belastingbedragen
125 EUR per aangifte
[(4) Ieder begonnen tijdvak van een maand wordt voor een gehele maand gerekend.]
ARTIKEL 53quater VAN HET WETBOEK
Niet naleven van de verplichting om het identificatienummer mede te delen aan een leverancier of aan een klant
250 EUR per overtreding
ARTIKELEN 53quinquies EN 53octies, § 2, VAN HET WETBOEK
(Artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 23 van 29 december 1992 tot regeling van de toepassingsmodaliteiten van artikel 53quinquies van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde).
Niet naleven van de verplichting opgelegd door artikel 53quinquies van het Wetboek
2.500 EUR
Laattijdig naleven van de verplichting opgelegd door artikel 53quinquies van het Wetboek.
A)
Er zijn handelingen verricht ten behoeve van minstens één afnemer-belastingplichtige en er wordt aan de verplichting voldaan :
vóór 1 juli volgend op de datum waarop de bepaling van artikel 53quinquies van het Wetboek uiterlijk moet worden nageleefd
25 EUR per afnemer-belastingplichtige voor wie de verplichting moet worden nageleefd, met een maximum van 1.250 EUR
tijdens de periode van 1 juli tot 30 september volgend op dezelfde datum
50 EUR per afnemer-belastingplichtige voor wie de verplichting moet worden nageleefd, met een maximum van 1.250 EUR
tijdens de periode van 1 oktober tot 31 januari volgend op dezelfde datum
125 EUR per afnemer-belastingplichtige voor wie de verplichting moet worden nageleefd, met een maximum van 1.250 EUR
na 31 januari volgend op dezelfde datum
1.250 EUR
B)
Er zijn geen handelingen verricht ten behoeve van belastingplichtigen
125 EUR
Met betrekking tot bepaalde afnemers-belastingplichtigen zijn de gegevens beoogd in artikel 1, eerste lid, van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 23 van 29 december 1992 niet medegedeeld
125 EUR per afnemer-belastingplichtige voor wie de verplichting moet worden nageleefd, met een maximum van 1.250 EUR
De gegevens die moeten worden medegedeeld krachtens artikel 1, eerste lid, van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 23 van 29 december 1992 zijn onjuist.
A)
De juiste gegevens worden aan de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde in haar bevoegdheid heeft medegedeeld :
vóór 1 juli volgend op de datum waarop de bepaling van artikel 53quinquies van het Wetboek uiterlijk moet worden nageleefd
25 EUR per afnemerbelas-tingplichtige voor wie de verplichting moet worden nageleefd, met een maximum van 1.250 EUR
tijdens de periode van 1 juli tot 30 september volgend op dezelfde datum
50 EUR per afnemerbelasting-plichtige voor wie de verplichting moet worden nageleefd, met een maximum van 1.250 EUR
tijdens de periode van 1 oktober tot 31 januari volgend op dezelfde datum
125 EUR per afnemerbelasting-plichtige voor wie de verplichting moet worden nageleefd, met een maximum van 1.250 EUR
B)
Andere gevallen
250 EUR per afnemerbelas-tingplichtige voor wie de verplichting moet worden nageleefd, met een maximum van 1.250 EUR
5.
A)
De gegevens worden niet medegedeeld op een opgave waarvan het model voldoet aan het bepaalde in artikel 1, derde of vierde lid, van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 23 van 29 december 1992
125 EUR per opgave
B)
De door of vanwege de Minister van Financiën overeenkomstig artikel 53octies, § 2, van het Wetboek toegestane procedures worden niet correct nageleefd
125 EUR telkens de proceduresniet correct worden nageleefd
ARTIKELEN 53sexies, § 1, 53octies, § 2, EN 57, § 7, TWEEDE LID,
VAN HET WETBOEK
(Artikelen 1 tot 4, 6 tot 8 en 10 van het koninklijk besluit nr. 50 van 29 december 1992 tot regeling van de toepassingsmodaliteiten van artikel 53sexies, § 1, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde)
Niet naleven van de verplichting bedoeld in de artikelen 53sexies, § 1, en 57, § 7, tweede lid, van het Wetboek
2.500 EUR
Laattijdig naleven van de verplichting bedoeld in de artikelen 53sexies, § 1, en 57, § 7, tweede lid, van het Wetboek.
A)
De verplichting wordt nageleefd vóór het verstrijken van de maand volgend op de datum waarop ze uiterlijk moet worden nageleefd
25 EUR per persoon die in eenandere Lid-Staat voor btw-doeleinden is geïdentificeerd en voor wie de verplichting moet worden nageleefd, met een maximum van 1.250 EUR
B)
Andere gevallen
125 EUR per persoon die in eenandere Lid-Staat voor btw-doeleinden is geïdentificeerd en voor wie de verplichting moet worden nageleefd, met een maximum van 1.250 EUR
Met betrekking tot ten minste één persoon die in een andere Lid-Staat voor btw-doeleinden is geïdenti-ficeerd zijn de gegevens beoogd in de artikelen 1, 2, 4, 6, § 1, en 7 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 50 van 29 december 1992, niet medegedeeld
250 EUR per persoon die in een andere Lid-Staat voor btw-doeleinden is geïdentificeerd en voor wie de gegevens moeten worden medegedeeld, met een maximum van 2.500 EUR
De gegevens die krachtens de artikelen 1 tot 4, 6, § 1, en 7 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 50 van 29 december 1992 moeten worden medegedeeld zijn onjuist
50 EUR per persoon die in een andere Lid-Staat voor btw-doeleinden is geïdentificeerd en voor wie de gegevens moeten worden medegedeeld, met een maximum van 2.500 EUR
(opgeheven bij art. 11 van het K.B. van 26.11.1998)
6.
A)
Voor de naleving van de verplichting van de artikelen 53sexies, § 1, en 57, § 7, van het Wetboek, wordt een opgave gebruikt waarvan het model niet overeenkomt met het model bepaald in de artikelen 5 en 6, § 2, van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 50 van 29 december 1992
125 EUR per opgave
B)
De door of vanwege de Minister van Financiën overeenkomstig artikel 53octies, § 2, van het Wetboek toegestane procedures worden niet correct nageleefd
125 EUR telkens de proceduresniet correct worden nageleefd
ARTIKEL 53sexies, § 2, VAN HET WETBOEK
(Artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 48 van 29 december 1992 met betrekking tot de levering van nieuwe vervoermiddelen in de zin van artikel 8bis, § 2, van het Wetboek, verricht binnen de voorwaarden van artikel 39bis van het Wetboek)
125 EUR per overtreding
ARTIKEL 54 VAN HET WETBOEK
Artikelen 3 en 5 van het koninklijk besluit nr. 23 van 29 december 1992 tot regeling van de toepassingsmodaliteiten van artikel 53quinquies van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.
Artikelen 4 en 5, §§ 4 en 5, van het koninklijk besluit nr. 31 van 29 december 1992 met betrekking tot de toepassingsmodaliteiten van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de handelingen verricht door niet in België gevestigde belasting-plichtigen.
Artikel 9 van het koninklijk besluit nr. 50 van 29 december 1992 tot regeling van de toepassings-modaliteiten van artikel 53sexies, § 1, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde).
TE HOUDEN EN VOOR TE LEGGEN BOEKEN EN STUKKEN
Onjuiste toepassing van :
artikel 8 of artikel 14 van het boven-genoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 ;
artikel 5 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 23 van 29 december 1992 ;
artikel 9 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 50 van 29 december 1992.
A)
Louter toevallige onregelmatig-heden (5)
25 EUR per overtreding
B)
Andere onregelmatigheden
125 EUR per overtreding
[(5) Moet onder "louter toevallige onregelmatigheden" worden verstaan, de onregelmatigheden die te wijten zijn aan onwetendheid, vergissingen of nalatigheid en waarbij aan de goede trouw van de overtreder niet kan worden getwijfeld..]
VERPLICHTINGEN VAN MEDECONTRACTANTEN SCHULDENAARS
De mededeling beoogd in artikel 5, § 4, van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 31 van 29 december 1992 :
A)
is niet gedaan
500 EUR per mededeling
B)
bevat onjuiste gegevens, of is onvolledig
Louter toevallige onregelmatig-heden (5)
50 EUR per mededeling
Andere onregelmatigheden
500 EUR per mededeling
[(5) Moet onder "louter toevallige onregelmatigheden" worden verstaan, de onregelmatigheden die te wijten zijn aan onwetendheid, vergissingen of nalatigheid en waarbij aan de goede trouw van de overtreder niet kan worden getwijfeld..]
C)
wordt laattijdig gedaan
Lastens de belastingplichtige wordt een invorderingsprocedure ingezet voor de sommen die hij verschuldigd is met betrekking tot de periode voorafgaand aan de laattijdige mededeling, en die hij aan de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde in haar bevoegdheid heeft niet heeft medegedeeld
10 pct. van de verschuldigde belasting met een minimum van 25 EUR en een maximum van 500 EUR
Andere gevallen
50 EUR per mededeling
Niet naleven of onjuist toepassen van de voorwaarden beoogd in artikel 5, § 5, van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 31 van 29 december 1992, die niet rechtstreeks betrekking hebben op de te verrichten storting of overschrijving
500 EUR telkens de voor-waarden niet of onjuist worden nageleefd
ANDERE MAATREGELEN OM DE VOLDOENING VAN DE BELASTING TE VERZEKEREN
Onjuiste toepassing van de verplichtingen bedoeld in artikel 7, § 1, eerste tot derde lid, of § 2, en de artikelen 8, 9, 10, 11, 12 of 13 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, met uitzondering van de in artikel 70, § 2, van het Wetboek beoogde onregelmatigheden in de factuur of het als zodanig geldend stuk
50 EUR per document dat isuitgereikt of opgemaakt
5.
A)
De boeken voldoen niet aan een verplichting opgelegd krachtens artikel 15, § 1, van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992
125 EUR per overtreding
B)
De inschrijvingen met betrekking tot de boekhouding voldoen niet aan een verplichting opgelegd krachtens artikel 15, §§ 2 tot 4, van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992
125 EUR per overtreding
C)
Niet naleven of onjuist toepassen van de verplichting bedoeld in artikel 16, § 1 of § 2, van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992
250 EUR per overtreding
6.
A)
Niet uitreiken, op het tijdstip waarop de dienst is voltooid, van minstens één stuk dat moet worden uitgereikt krachtens artikel 22 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992
125 EUR per stuk
B)
Overtredingen betreffende de vermel-dingen opgelegd krachtens artikel 22, § 2, van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992
75 EUR per uitgereikt stuk
C)
Overtredingen betreffende het opstellen en het rangschikken van het dubbel bedoeld in artikel 22, § 3, van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992
125 EUR per dubbel
D)
Overtredingen betreffende de dagelijkse aantekening van de nummers van de rekeningen of van de ontvangstbewijzen bedoeld in artikel 22, § 5, van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992
250 EUR per overtreding
E)
De belastingplichtige blijft in gebreke de bestemming aan te tonen van de documenten die hij van de drukker heeft ontvangen (artikel 22, § 7, van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992)
500 EUR
F)
Overtredingen van de verplichtingen opgelegd aan de erkende drukkers, krachtens artikel 22, § 8, van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992
1.250 EUR per overtreding
G)
Ter vervanging van de rekeningen of de ontvangstbewijzen wordt een kasregister of een procedure gebruikt waarvoor geen vergunning is verleend krachtens artikel 22, § 9, van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, of wordt een kasregister of een procedure gebruikt welke niet voldoet aan de voorwaarden gesteld in hetzelfde artikel
1.250 EUR
7.
A)
In het register dat krachtens artikel 28 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 wordt gehouden, wordt voor een voertuig geen inschrijving verricht.
Eerste vaststelling
50 EUR per overtreding
Tweede vaststelling
125 EUR per overtreding
Vanaf de derde vaststelling
250 EUR per overtreding
B)
Overtredingen betreffende de inschrij-vingen en de verbeteringen verricht krachtens de artikelen 28 en 29 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992
25 EUR per inschrijving of verbetering
C)
Het register bedoeld in artikel 28 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 bevindt zich niet in de beroepslokalen
125 EUR
D)
De inschrijvingen in het register bedoeld in artikel 28 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 worden niet zonder enig wit vak noch leemte verricht ;
het register bedoeld in hetzelfde artikel wordt vóór het gebruik niet voorgelegd op het kantoor bedoeld in artikel 29 van hetzelfde besluit.
Eerste overtreding
50 EUR
Volgende overtredingen
125 EUR
E)
Ter vervanging van het register bedoeld in artikel 28 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 wordt een procedure gebruikt waarvoor geen vergunning is verleend krachtens artikel 29, tweede lid, van hetzelfde besluit, of de gebruikte procedure voor het houden van bedoeld register voldoet niet aan de voorwaarden opgelegd krachtens artikel 29, tweede lid, van hetzelfde besluit
250 EUR
Niet naleven of onjuiste toepassing van de verplichting opgelegd krachtens artikel 30 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992
25 EUR per onregelmatig stuk
Niet naleven of onjuiste toepassing van de verplichting opgelegd krachtens artikel 3 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 23 van 29 december 1992
25 EUR
Niet naleven of onjuiste toepassing van een verplichting opgelegd krachtens artikel 4 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 31 van 29 december 1992
25 EUR per factuur of per stuk
ARTIKEL 54bis VAN HET WETBOEK
1.
A)
In het register gehouden krachtens artikel 23 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, of in de boekhouding gehouden krachtens artikel 27 van hetzelfde besluit wordt een handeling niet opgetekend
250 EUR per overtreding
B)
In het register gehouden krachtens artikel 25 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, of in de boekhouding gehouden krachtens artikel 27 van hetzelfde besluit zijn toevertrouwde materialen en voorwerpen niet ingeschreven
125 EUR per ontbrekendeinschrijving
Overtredingen betreffende de vermeldingen verricht krachtens de artikelen 24, 26 of 27 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, of betreffende de verbeteringen opgelegd krachtens artikel 29 van hetzelfde besluit
25 EUR per vermelding of verbetering
De inschrijvingen in de registers bedoeld in de artikelen 23 en 25 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 worden niet zonder enig wit vak noch leemte verricht.
De registers bedoeld in de bovengenoemde artikelen worden vóór het gebruik niet voorgelegd op het kantoor bedoeld in artikel 29 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992.
Eerste overtreding
50 EUR
Volgende overtredingen
125 EUR
ARTIKEL 55 VAN HET WETBOEK
(Artikelen 1 en 2 van het koninklijk besluit nr. 31 van 29 december 1992 met betrekking tot de toepassings-modaliteiten van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de handelingen verricht door niet in België gevestigde belastingplichtigen).
Overtreding van een bepaling van artikel 55 van het Wetboek of van de artikelen 1 en 2 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 31 van 29 december 1992, die niet kan worden bestraft met een andere geldboete voorzien in dit besluit
250 EUR per overtreding
ARTIKEL 56 VAN HET WETBOEK
(Artikel 56, § 2, van het Wetboek en artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 23 van 29 december 1992 tot regeling van de toepassingsmodaliteiten van artikel 53quinquies van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde).
Niet vermelden van het totaalbedrag van de omzet in het daartoe bestemde rooster van de jaarlijkse opgave der afnemers-belastingplichtigen
125 EUR
ARTIKEL 58 VAN HET WETBOEK
(Artikel 58, § 4, van het Wetboek).
De voorgeschreven registers worden niet gehouden of worden zo gehouden dat de controle op de nauwkeurige heffing van de belasting onmogelijk of zeer moeilijk wordt gemaakt.
Eerste overtreding
250 EUR
Volgende overtredingen
500 EUR
Niet inschrijven van stukken in de registers
25 EUR per niet ingeschrevendocument
ARTIKELEN 61, 62, 62bis, 63 EN 63bis VAN HET WETBOEK
2.500 EUR per overtreding
Overtredingen op de verplichtingen opgelegd krachtens artikel 109 van het Wetboek
50 EUR per overtreding
Afdeling 2.- Invoer.
ARTIKEL 52 VAN HET WETBOEK
Overtredingen, andere dan deze bedoeld in artikel 70, § 1 of § 3, van het Wetboek, met betrekking tot de verplichting de goederen aan te geven onder de voorwaarden bepaald in artikel 52, § 1, van het Wetboek
50 EUR per overtreding
Afdeling 3.- Uitvoer.
ARTIKELEN 39, 39ter, 40 EN 42, VAN HET WETBOEK
Overtredingen begaan inzake de toepassing van artikel 39 van het Wetboek ;
onregelmatigheden in verband met het vervullen van de formaliteiten inzake uitvoer, waarbij het recht op de vrijstelling nochtans erkend wordt ;
onregelmatigheden in de stukken en documenten voorgelegd om het recht op de vrijstelling aan te tonen, waarbij dat recht nochtans erkend wordt
50 EUR per overtreding
Overtredingen in verband met de vergunningen bedoeld in de artikelen 39ter en 42, § 3, 8°, van het Wetboek.
A)
Onregelmatigheden met betrekking tot de uitreiking van de vergunning.
Het voordeel van de vrijstelling werd ingeroepen zonder in het bezit te zijn van de voorziene vergunning
125 EUR
De vergunning werd ten onrechte verleend op grond van verkeerde inlichtingen verstrekt door de aanvrager
250 EUR
B)
Onregelmatigheden bij de toepassing van de voorwaarden van de uitgereikte vergunning.
Onregelmatigheden met betrekking tot het vervullen van de formaliteiten opgelegd voor de toepassing van de vrijstelling, waarbij het recht op de vrijstelling nochtans erkend wordt ;
onregelmatigheden in de stukken en documenten voorgelegd om het recht op vrijstelling aan te tonen, waarbij dat recht nochtans erkend wordt
50 EUR per overtreding
Het vergelijkingsregister of de boekhouding die voor de controle van de vrijstelling is voorgeschreven, werd niet gehouden of werd zodanig gehouden dat deze controle zeer moeilijk is
125 EUR
Afdeling 3bis.- Andere regeling van entrepot dan douane-entrepot.
ARTIKEL 39quater VAN HET WETBOEK
Overtredingen in verband met de vergunning bedoeld in artikel 39quater van het Wetboek.
A)
Onregelmatigheden met betrekking tot de uitreiking van de vergunning.
Het voordeel van de vrijstelling werd ingeroepen zonder in het bezit te zijn van de voorziene vergunning
125 EUR
De vergunning werd ten onrechte verleend op grond van verkeerde inlichtingen verstrekt door de aanvrager
250 EUR
B)
Onregelmatigheden bij de toepassing van de voorwaarden van de uitgereikte vergunning.
Onregelmatigheden met betrekking tot het vervullen van de formaliteiten opgelegd voor de toepassing van de vrijstelling, waarbij het recht op de vrijstelling nochtans wordt erkend ;
onregelmatigheden in de stukken en documenten voorgelegd om het recht op vrijstelling aan te tonen, waarbij dat recht nochtans wordt erkend
50 EUR per overtreding
De boekhouding die voor de controle van de vrijstelling is voorgeschreven, werd niet gehouden of werd zodanig gehouden dat deze controle zeer moeilijk is
250 EUR
Afdeling 4.- Maandelijkse teruggaaf.
ARTIKELEN 76, § 1, EN 80 VAN HET WETBOEK
Overtredingen in verband met de toepassing van artikel 81, § 5, van het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde.
A)
De vergunning werd ten onrechte verleend op grond van verkeerde inlichtingen verstrekt door de belastingplichtige
250 EUR per kalenderjaar waarinten onrechte toepassing werd gemaakt van de vergunning
B)
De belastingplichtige heeft zich verder beroepen op een vroeger verleende vergunning, niettegenstaande hij niet meer voldoet aan de bijzondere voorwaarden
250 EUR per kalenderjaar waarinten onrechte toepassing werd gemaakt van de vergunning
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Aangehaalde teksten
50Rechtspraak
2België
2Hof van beroep te Bergen2013/RG/26018.06.2014
Niet-proportionele fiscale geldboeten
Rechtbank van eerste aanleg te Gent11.06.2013
Tarieven, Recht op Aftrek, vrijstelling, boetes, tarief
Administratieve doctrine
43 documenten hangen aan een welbepaald punt van het artikel, 3 verwijzen naar een punt dat de gepubliceerde tekst niet draagt. De koppeling wordt in de tekst van de documenten gelezen.