De belastingplichtigen en de leden van een btw-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, van het Wetboek, gehouden tot het indienen van de aangifte bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek, moeten voor ieder kalenderkwartaal tijdens hetwelk zij één of meerdere intracommunautaire leveringen van nieuwe vervoermiddelen in de zin van artikel 8bis, § 2, van het Wetboek verrichten, binnen de voorwaarden van artikel 39bis,2°, van het Wetboek, de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde daarvan inlichten uiterlijk de twintigste of vijfentwintigste dag van de maand die volgt op het kalenderkwartaal waarop ze betrekking heeft, al naargelang de belastingplichtige maandelijks dan wel driemaandelijks de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte indient, door middel van een lijst die de volgende inlichtingen bevat :
1°de naam of de maatschappelijke benaming van de leverancier van de goederen, het adres van zijn administratieve of maatschappelijke zetel, en zijn in artikel 50 van het Wetboek bedoeld btw-identificatienummer;
2°de datum van de factuur en het volgnummer waaronder deze is ingeschreven in het uitgaand factuurboek;
3°de lidstaat van bestemming;
4°de naam of de maatschappelijke benaming en het adres van de koper;
5°de waarde van de goederen en toebehoren;
6°de omschrijving van de goederen :
a)voor de landvoertuigen : het merk, het type, de cilinderinhoud (cc) en/of het vermogen (kW);
b)voor schepen : de lengte in meter;
c)voor luchtvaartuigen : het opstijggewicht in kg;
7°de datum van de eerste ingebruikneming, indien deze de factuurdatum voorafgaat;
8°het aantal kilometers, de duur van de verrichte vaarten of het aantal verrichte vlieguren;
9°het chassisnummer of het identificatienummer van het vervoermiddel.
§ 2
lid 1Deze lijst moet langs elektronische weg worden ingediend op het elektronisch adres dat te dien einde gecreëerd werd door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde.
lid 2De toepassingsmodaliteiten van het eerste lid worden geregeld door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde.
lid 1De belastingplichtigen en de leden van een btw-eenheid zijn vrijgesteld van de verplichting tot indiening langs elektronische weg zolang zij en in voorkomend geval de persoon die gemachtigd is de bedoelde lijst namens hen in te dienen, niet over de nodige geïnformatiseerde middelen beschikken om aan deze verplichting te voldoen.
lid 2De toepassing van het eerste lid en de formaliteiten te vervullen ingeval van vrijstelling worden geregeld en bepaald door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde.
Voor de bijzondere gevallen kan door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde, binnen de door hem te bepalen beperkingen en modaliteiten, worden afgeweken van de verplichting om de in de eerste paragraaf bedoelde lijst in te dienen. Deze lijst wordt in deze gevallen vervangen door een andere wijze van inlichting.