Koninklijk besluit nr. 22 van 15 september 1970, met betrekking tot de biezondere regeling voor landbouwondernemers · Koninklijke besluiten

Naar de tekst
Juriel

nr. 22

Zoeken
Van kracht

Koninklijk besluit nr. 22 van 15 september 1970, met betrekking tot de biezondere regeling voor landbouwondernemers

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-22-september-betrekking-biezondere-regeling-landbouwondernemers-d6c7

Besluit
nr. 22

Over het document

Verzameling
Koninklijke besluiten
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

17 artikelen

(Uitvoering van de artikelen 49, 56 en 57 van het Btw-Wetboek)

Officieuze coördinatie nr. 11- Laatstelijk gewijzigd met ingang van 10.01.2026 bij:

17 december 2025. - Koninklijk besluit tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 1, 2, 3, 4, 8, 10, 18, 19, 22, 27, 41, 44, 53 en 59 met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde, bl. 99208, Numac:2025009888

art. 1

lid 1(De tekst van KB nr. 22, artikel 1, werd opgeheven (Art. 18, KB 17.12.2023, B.S. 22.12.2023, pg. 120969, Numac: 2023048329) met ingang van 01.01.2024 (Art. 36, eerste lid, KB 17.12.2023))

lid 2(Opgeheven)

art. 2

lid 1(De tekst van KB nr. 22, artikel 2, werd opgeheven (Art. 19, KB 17.12.2023, B.S. 22.12.2023, pg. 120969, Numac: 2023048329) met ingang van 01.01.2024 (Art. 36, eerste lid, KB 17.12.2023))

lid 2(Opgeheven)

art. 3

lid 1(De tekst van KB nr. 22, artikel 3, tweede lid, inleidende zin, werd gewijzigd met ingang van 03.01.2025 (Art. 15, KB 15.12.2024, B.S. 24.12.2024, pg. 141348, Numac: 2024011655))

lid 2In de mate waarin hij onderworpen is aan de biezondere regeling ingesteld bij artikel 57 van het Wetboek, mag de landbouwondernemer het recht op aftrek van de belasting die drukt op de onderscheiden bestanddelen van de prijs van de handelingen die hij verricht, niet uitoefenen overeenkomstig de artikelen 45 tot 49 van het Wetboek.

lid 3Het bedrag van die belasting wordt hem door de koper of ontvanger terugbetaald onder de vorm van forfaitaire compensaties ter gelegenheid van de handelingen waarop artikel 57, § 1, derde lid, 1° en 2°, van het Wetboek, van toepassing is, wanneer die koper of ontvanger een belastingplichtige is of een niet-belastingplichtige rechtspersoon als bedoeld in artikel 57, § 2, tweede lid, 1°, 2° en 3°, van het Wetboek. De compensatiepercentages zijn forfaitair bepaald:

1°

op 2 pct. van de maatstaf van heffing ten aanzien van leveringen van hout;

2°

op 6 pct. van de maatstaf van heffing ten aanzien van andere leveringen en van diensten.

art. 4

[Volledig artikel werd vervangen (Art. 2, KB 12.12.2025, B.S. 24.12.2025, pg. 97146, Numac: 2025009711) met ingang van 01.01.2026 (Art.6, KB 12.12.2025)]

1)

Voor elke in artikel 3, tweede lid, bedoelde handeling voor belastingplichtigen die in principe gehouden zijn voor hun uitgaande handelingen een gestructureerde elektronische factuur uit te reiken krachtens artikel 53, § 2bis, eerste lid, van het Wetboek, reikt de medecontractant van de landbouwondernemer een stuk uit in de vorm van een gestructureerde elektronische factuur dat beantwoordt aan de in artikel 13ter van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde normen.

lid 2

Het eerste lid is niet van toepassing wanneer de landbouwondernemer aan de in het eerste lid bedoelde medecontractant zelf een gestructureerde elektronische factuur uitreikt die beantwoordt aan de in artikel 13ter van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde normen.

lid 3

Het in het eerste lid bedoelde stuk of de in het tweede lid bedoelde factuur wordt uitgereikt uiterlijk de vijftiende werkdag van de maand na die waarin het belastbare feit heeft plaatsgevonden overeenkomstig de artikelen 16 en 22, van het Wetboek.

2)

In afwijking van paragraaf 1, reikt de medecontractant van de in paragraaf 1 bedoelde landbouwondernemer, die om technische redenen niet in staat is om zelf of door een derde in zijn naam en voor zijn rekening, het in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde stuk uit te reiken overeenkomstig de door die bepaling bedoelde modaliteiten, binnen de in paragraaf 1, vierde lid voorziene termijn een stuk uit in twee exemplaren in een andere vorm.

lid 2

Het in het eerste lid bedoelde stuk bevat de volgende vermeldingen:

1°

de datum waarop het stuk wordt uitgereikt en het volgnummer waaronder het is ingeschreven in het boek voor inkomende facturen;

2°

de naam en het adres van de koper of ontvanger en van de landbouwondernemer en de vermelding dat deze laatste onderworpen is aan de bijzondere regeling voor landbouwondernemers;

3°

de datum van de levering van het goed of van de voltooiing van de dienst, of de datum waarop zich een ander belastbare feit heeft voorgedaan;

4°

de gewone benaming en de hoeveelheid van de geleverde goederen of de aard van de dienst, in voorkomend geval met vermelding van alle gegevens die voor het bepalen van het toe te passen tarief nodig zijn;

5°

de prijs zonder belasting en de andere elementen van de maatstaf van heffing;

6°

het forfaitaire compensatiepercentage en het bedrag van de forfaitaire compensatie dat aan de landbouwondernemer is betaald overeenkomstig artikel 3;

7°

alle andere bijzondere of afwijkende vermeldingen die worden voorgeschreven door de besluiten genomen ter uitvoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.

lid 2

Het in het eerste lid bedoelde stuk wordt uitgereikt uiterlijk de vijftiende werkdag van de maand na die waarin het belastbare feit heeft plaatsgevonden. De landbouwondernemer ondertekent één van de exemplaren van dat stuk voor akkoord en geeft het af of stuurt het terug aan de belastingplichtige koper of ontvanger. De belastingplichtige gehouden tot indiening van een periodieke aangifte vermeldt op dat stuk het tarief en het bedrag van de op de handeling verschuldigde belasting.

3)

Paragraaf 2 is van toepassing voor alle in artikel 3, tweede lid, bedoelde handelingen voor belastingplichtigen andere dan die bedoeld in paragraaf 1.

4)

De belastingplichtige koper of ontvanger schrijft het uitgereikte stuk of de ontvangen factuur in in zijn boek voor inkomende facturen met aantekening van de door artikel 15 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde voorgeschreven vermeldingen, alsmede, wat de belastingplichtige betreft gehouden tot het indienen van een in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde periodieke aangifte, het bedrag van de belasting waarvan hij schuldenaar is tegenover de Staat, overeenkomstig artikel 5 van dit besluit.

art. 4bis

lid 1(Volledig artikel vervangen met ingang van 01.01.2026. (Art. 3, KB 12.12.2025, SB 24.12.2025 – Numac 2025009711, pg. 97146))

lid 2Voor iedere in artikel 57, § 5, van het Wetboek bedoelde handeling reikt de landbouwondernemer aan de koper of ontvanger een factuur uit of zorgt ervoor dat in zijn naam en voor zijn rekening, door zijn medecontractant of door een derde een factuur wordt uitgereikt, overeenkomstig artikel 53, § 2, van het Wetboek

art. 4ter

lid 1(De tekst van KB nr. 22, artikel 4ter, werd opgeheven met ingang van 01.07.2021 (Art. 17, KB 29.06.2021, B.S. 01.07.2021, pg. 66782, Numac: 2021042537))

lid 2(Opgeheven)

art. 5

lid 1(Art. 5, met ingang van 01.01.2026 (Art. 4, KB 12.12.2025, SB 24.12.2025 – Numac 2025009711, pg. 97146))

lid 2De belastingplichtige koper of ontvanger die in België gehouden is een periodieke aangifte in te dienen wordt schuldenaar tegenover de Staat van het verschil tussen de belasting berekend tegen het tarief dat voor de handeling geldt en het bedrag van de forfaitaire compensatie dat hij overeenkomstig artikel 3 aan de landbouwondernemer betaalt. Hij tekent dat verschil aan in zijn boek voor inkomende facturen bij de inschrijving van het stuk of de factuur bedoeld in artikel 4 met betrekking tot die handeling en neemt dat verschil op in het bedrag van de verschuldigde belasting dat wordt vermeld in de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin het belastbare feit zich heeft voorgedaan.

lid 3Hij mag als belasting over de toegevoegde waarde in aftrek brengen, overeenkomstig de artikelen 45 tot 49 van het Wetboek, zowel het bedrag van de forfaitaire compensatie waarvoor de betaling aan de landbouwondernemer wordt gestaafd conform artikel 4, als de aanvullende belasting die hij in zijn aangifte heeft opgenomen.

art. 5bis

lid 1(De tekst van KB nr. 22, artikel 5bis, eerste lid, werd gewijzigd met ingang van 01.01.2026 (Art.5, KB 12.12.2025, B.S. 24.12.2025, pg. 97146, Numac: 2025009711))

lid 2De Schatkist betaalt aan de koper of ontvanger als bedoeld in artikel 57, § 5, van het Wetboek, het bedrag van de forfaitaire compensatie terug dat hij aan de landbouwondernemer heeft betaald en waarvan de betaling wordt bewezen overeenkomstig artikel 4bis.

lid 3Deze terugbetaling vindt plaats op dezelfde wijze als de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde. Ze geschiedt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 9, § 2, 9bis en 12, § 1bis, van het koninklijk besluit nr. 4 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde of overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 6 en 7 van het koninklijk besluit nr. 31 met betrekking tot de toepassingsmodaliteiten van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de handelingen verricht door niet in België gevestigde belastingplichtigen.

art. 6

lid 1(De tekst van KB nr. 22, artikel 6, eerste lid, werd vervangen (Art. 21, KB 17.12.2023, B.S. 22.12.2023, pg. 120969, Numac: 2023048329) met ingang van 01.01.2024 (Art. 36, eerste lid, KB 17.12.2023))

lid 2De landbouwondernemer wiens werkzaamheid slechts gedeeltelijk onderworpen is aan de bijzondere regeling van artikel 57, § 1, van het Wetboek, en die, krachtens artikel 57, § 1ter, van het Wetboek, ten aanzien van het andere gedeelte van die werkzaamheid onderworpen is aan de normale regeling van de belasting of aan de bijzondere regeling van artikel 56 van het Wetboek, wordt geacht zijn werkzaamheid uit te oefenen in twee onderscheiden sectoren overeenstemmend met ieder van die twee gedeelten. Alleen de handelingen verricht in de tweede sector onder de normale regeling van de belasting of onder de forfaitaire regeling van artikel 56 van het Wetboek, geven recht op aftrek in de zin van de artikelen 45 tot 49 van het Wetboek.

lid 3De door hem voortgebrachte goederen die de landbouwondernemer gebruikt voor het uitoefenen van zijn werkzaamheid in die tweede sector, worden geacht door hem aan die sector te zijn geleverd. Hij moet voor die leveringen uiterlijk de vijfde werkdag na de maand waarin het belastbaar feit zich heeft voorgedaan een stuk opmaken waarin hij vermeldt de aard en de hoeveelheid van de geleverde goederen, de prijs die hij zou hebben verkregen indien hij die goederen in het groot had verkocht en het bedrag van de forfaitaire compensatie berekend over die prijs tegen het tarief van 2 pct. indien het gaat om hout en tegen het tarief van 6 pct. indien het gaat om andere goederen. Dat bedrag mag hij dan in aftrek brengen overeenkomstig de artikelen 45 tot 49 van het Wetboek indien hij voor de tweede sector onderworpen is aan de normale regeling van de belasting of forfaitaire regeling van artikel 56, van het Wetboek.

lid 1(De tekst van KB nr. 22, artikel 7, eerste lid, werd vervangen met ingang van 01.04.2014 (Art. 8, KB 27.11.2014, B.S. 08.12.2014 – Ed. 3, pg. 100135))

lid 2De landbouwondernemer die een werkzaamheid uitoefent die onderworpen is aan de bijzondere regeling van artikel 57 van het Wetboek, en die reeds de hoedanigheid van belastingplichtige heeft omdat hij een andere werkzaamheid uitoefent waarvoor hij onderworpen is aan de bijzondere regeling van de artikelen 56 of 56bis van het Wetboek, wordt geacht twee onderscheiden sectoren te hebben overeenstemmend met ieder van die werkzaamheden. Alleen de handelingen verricht in de tweede sector onder de forfaitaire regeling van artikel 56 van het Wetboek, geven recht op aftrek in de zin van de artikelen 45 tot 49 van het Wetboek.

lid 3Het bepaalde in artikel 6, tweede lid, is van toepassing wanneer hij door hem voortgebrachte goederen gebruikt voor de uitoefening van zijn werkzaamheid van de tweede sector.

art. 8

lid 1(Tekst met ingang van 10.01.2026) [historiek]

lid 2De landbouwondernemer die ten aanzien van zijn gehele werkzaamheid onderworpen is aan de in artikel 57 van het Wetboek bedoelde regeling, doet binnen vijftien dagen aangifte door middel van de aangifte bedoeld in artikel 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10, van 29 december 1992, met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, de voorafgaande kennisgevingen en de aangiften van aanvang, wijziging en stopzetting van activiteit inzake belasting over de toegevoegde waarde van iedere wijziging waardoor hij geheel of gedeeltelijk onderworpen wordt aan de normale regeling van de belasting of aan de in de artikelen 56bis tot en met 56undecies van het Wetboek bedoelde bijzondere regeling.

art. 9

lid 1(Tekst met ingang van 10.01.2026)[historiek]

lid 2De in artikel 57, § 8, van het Wetboek bedoelde optie voor de normale regeling van de belasting ten aanzien van de handelingen bedoeld in artikel 57, § 1, derde lid, van het Wetboek, moet door de landbouwondernemer worden uitgeoefend door middel van de aangifte bedoeld in artikel 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10, van 29 december 1992, met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, de voorafgaande kennisgevingen en de aangiften van aanvang, wijziging en stopzetting van activiteit inzake belasting over de toegevoegde waarde. Die optie heeft uitwerking te rekenen vanaf het verstrijken van de maand na die waarin de aangifte is gedaan. Die optie heeft uitwerking te rekenen vanaf het verstrijken van de maand na die waarin de brief wordt verzonden.

lid 3Vóór 1 januari van het derde jaar na dat waarin de optie uitwerking heeft gehad kan de landbouwondernemer niet opnieuw overgaan naar de biezondere regeling ingesteld bij artikel 57 van het Wetboek. Van die wijziging in de belastingregeling moet vóór 1 december kennis worden gegeven aan de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde door middel van de aangifte bedoeld in artikel 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10, van 29 december 1992, met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, de voorafgaande kennisgevingen en de aangiften van aanvang, wijziging en stopzetting van activiteit inzake belasting over de toegevoegde waarde, die wijziging heeft uitwerking met ingang van 1 januari van het volgende jaar.

art. 10

(De tekst van KB nr. 22, artikel 10, § 1, tweede lid, werd gewijzigd (Art. 23, KB 17.12.2023, B.S. 22.12.2023, pg. 120969, Numac: 2023048329) met ingang van 01.01.2024 (Art. 36, eerste lid, KB 17.12.2023))

1)

De landbouwondernemer die niet langer onderworpen is aan de biezondere regeling ingesteld bij artikel 57 van het Wetboek en overgaat naar de normale regeling van de belasting, kan teruggaaf verkrijgen van de belasting over de toegevoegde waarde geheven :

1°

van de andere goederen dan bedrijfsmiddelen, die nog niet werden vervreemd en van de diensten die nog niet werden gebruikt bij de wijziging in de belastingregeling;

2°

van de bedrijfsmiddelen die bij de wijziging nog bestaan, voor zover die goederen nog bruikbaar zijn en het herzieningstijdvak bepaald bij artikel 48, § 2, van het Wetboek, of ter uitvoering ervan, niet is verstreken.

lid 2

De landbouwondernemer kan evenwel geen teruggaaf verkrijgen wanneer hij krachtens artikel 57, § 1ter, van het Wetboek, niet langer onderworpen is aan de biezondere regeling ingesteld bij artikel 57 van het Wetboek.

2)

De teruggaaf is afhankelijk van de indiening bij het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder de landbouwondernemer ressorteert, binnen drie maanden vanaf de wijziging in de belastingregeling, van een inventaris van de voorraad op het tijdstip van die wijziging en van een staat van de op dat tijdstip nog bruikbare bedrijfsmiddelen. Die stukken worden opgemaakt in drie exemplaren waarvan er twee bestemd zijn voor het controlekantoor; ze moeten op een gedetailleerde wijze de goederen en diensten vermelden die in aanmerking worden genomen voor het berekenen van de voor teruggaaf vatbare belasting, alsmede de datum waarop die goederen werden geleverd en die diensten werden verstrekt aan de landbouwondernemer, de maatstaf van heffing waarover ze met de belasting over de toegevoegde waarde werden belast en het terug te geven bedrag.

lid 2

De teruggaaf wordt slechts toegestaan in de mate waarin de landbouwondernemer de aftrek had kunnen verrichten bij toepassing van de artikelen 45 tot 49 van het Wetboek, indien hij op het tijdstip van de wijziging in de belastingregeling de hoedanigheid van belastingplichtige had verkregen zoals bedoeld in artikel 49, 3°, van het Wetboek.

lid 3

De landbouwondernemer oefent zijn recht op teruggaaf uit bij het indienen van de aangifte met betrekking tot de handelingen van de laatste maand van het kalenderkwartaal na dat waarin de in het eerste lid van deze paragraaf bedoelde stukken bij het controlekantoor werden ingediend.

(De tekst van KB nr. 22, artikel 11, werd gewijzigd met ingang van 01.01.1993 (Art.13, KB 14.04.1993))

1)

De landbouwondernemer die overeenkomstig artikel 9, tweede lid, opnieuw overgaat naar de biezondere regeling ingesteld bij artikel 57, § 1, van het Wetboek, herziet de door hem verrichte aftrek van de belasting geheven:

1°

van de andere goederen dan bedrijfsmiddelen, die nog niet werden vervreemd en van de diensten die nog niet werden gebruikt bij de wijziging in de belastingregeling;

2°

van de voor herziening vatbare en nog bruikbare bedrijfsmiddelen die op dat tijdstip bestaan.

lid 2

De terugkeer naar de biezondere regeling wordt gelijkgesteld met het verlies van de hoedanigheid van belastingplichtige voor de toepassing van artikel 49, 3°, van het Wetboek.

2)

Het bedrag van de terug te storten belasting wordt bepaald op basis van een inventaris van de voorraad op het tijdstip van de wijziging in de belastingregeling en van een staat van de op dat tijdstip nog bruikbare bedrijfsmiddelen. Die stukken worden opgemaakt in drie exemplaren waarvan er twee bestemd zijn voor het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde; ze moeten op een gedetailleerde wijze de goederen en diensten vermelden die voor herziening vatbaar zijn, alsmede de datum waarop die goederen werden geleverd en die diensten werden verstrekt aan de landbouwondernemer, de maatstaf van heffing waarover ze met de belasting over de toegevoegde waarde werden belast en het terug te storten bedrag.

lid 2

Deze stukken moeten binnen de maand vanaf de wijziging in de belastingregeling worden ingediend bij het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder de landbouwer ressorteert.

lid 3

Overgangsbepaling

art. 12

1 document

(vervallen)

art. 13

lid 1(De tekst van KB nr. 22, artikel 13, werd ingevoerd met ingang van 01.01.1971 (Art.98, W 03.07.1969))

lid 2Dit besluit treedt in werking op dezelfde datum als de wet van 3 juli 1969 tot invoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.

art. 14

lid 1(De tekst van KB nr. 22, artikel 14, werd ingevoerd met ingang van 01.01.1971 (Art.98, W 03.07.1969))

lid 2Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

Aangehaalde teksten

18
WBTW art. 5717 voorkomens
WBTW art. 499 voorkomens
WBTW art. 456 voorkomens
WBTW art. 566 voorkomens
KB nr. 10 art. 23 voorkomens
WBTW art. 533 voorkomens
WBTW art. 56bis2 voorkomens
KB nr. 1 art. 151 voorkomen
KB nr. 31 art. 61 voorkomen
KB nr. 31 art. 71 voorkomen
KB nr. 4 art. 121 voorkomen
KB nr. 4 art. 91 voorkomen
WBTW art. 161 voorkomen
WBTW art. 221 voorkomen
WBTW art. 481 voorkomen

Administratieve doctrine

14

« … btw, in de loop van het kalenderjaar niet meer dan 30 % bedraagt van het totale omzetcijfer van de landbouwonderneming noch in de loop van het voorafgaande kalenderjaar dat percentage heeft overschreden. De wijzigingen aangebracht aan de artikelen 2, 6 en 12 van het koninklijk besluit nr. 22 leggen op grond van de aan de koning verleende machtiging de vereiste uitvoeringsmaatregelen vast. 5.6.2.1. Handelingen waarvoor de landbouwregeling geldt Artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 22 wordt vervangen door de … »

Circulaire 2022/C/65 betreffende de wijzigingen aangebracht aan het Btw-Wetboek en koninklijke besluitenOmzendbrief06.07.2022art. 12

Wetgeving

1

6 documenten hangen aan een welbepaald punt van het artikel, 7 verwijzen naar geen enkel bijzonder punt, 2 verwijzen naar een punt dat de gepubliceerde tekst niet draagt. De koppeling wordt in de tekst van de documenten gelezen.

Bekijk de 15 documenten