Koninklijk besluit nr. 15 van 3 juni 1970, tot regeling van de schattingsprocedure waarin · Koninklijke besluiten

Naar de tekst
Juriel

nr. 15

Zoeken
Van kracht

Koninklijk besluit nr. 15 van 3 juni 1970, tot regeling van de schattingsprocedure waarinRegeling van de schattingsprocedure waarin artikel 59, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde voorziet.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-15-juni-regeling-schattingsprocedure-waarin-artikel-3f7b

Besluit
nr. 15

Over het document

Verzameling
Koninklijke besluiten
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

23 artikelen

(Uitvoering van de artikelen 12, § 2, eerste lid, 36, 51, § 3, en 59, § 2 van het Wetboek)

Officieuse coördinatie - Laatstelijk gewijzigd met ingang van 01.04.2019 (KB 17.03.2019, B.S. 08.04.2019, pg. 35699)

EERSTE HOOFDSTUK: Door de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde ingestelde vordering tot schatting.

(Het opschrift van hoofdstuk 1, van KB nr. 15, werd gewijzigd met ingang van 16.05.2014 (Art. 16, KB 24.01.2015, B.S. 20.02.2015 – Ed. 2, pg. 13872, erratum B.S. 17.04.2015, pg. 22342, vervangen door erratum B.S. 27.04.2015, pg. 23413))

Afdeling 1: Vervreemdingen van goederen bedoeld in artikel 1, § 9, van het Wetboek.

(Het opschrift van afdeling 1 van hoofdstuk 1, van KB nr. 15, werd vervangen met ingang van 01.01.2011 (Art. 12, KB 19.12.2010, B.S. 24.12.2010))

lid 1(De tekst van KB nr. 15, artikel 1, werd vervangen met ingang van 01.01.2011 (Art. 13, KB 19.12.2010, B.S. 24.12.2010))

lid 2Wanneer de administratie de deskundige schatting vordert waarin artikel 59, § 2, van het Wetboek voorziet voor het bepalen van de normale waarde van goederen bedoeld in artikel 1, § 9, van hetzelfde Wetboek in het door artikel 36, § 1, a), van dit Wetboek bedoelde geval, wordt ze ingeleid bij een vordering waarvan kennis wordt gegeven door de ontvanger der registratie in wiens ambtsgebied de voornoemde goederen zijn gelegen aan de verkrijger van de bedoelde goederen, hierna « tegenpartij » genoemd.

(De tekst van KB nr. 15, artikel 2, § 1, eerste lid, werd vervangen met ingang van 01.01.2011 (Art. 14, KB 19.12.2010, B.S. 24.12.2010))

1)

De kennisgeving van de vordering tot schatting moet geschieden binnen twee jaar vanaf de dag van de overeenkomst, wanneer de te schatten goederen werden vervreemd ingevolge een contract dat dagtekent van na de betekening van het kadastrale inkomen.

lid 2

In alle andere gevallen moet van de vordering tot schatting kennis worden gegeven binnen twee jaar na de dag waarop het kadastrale inkomen werd betekend.

2)

De schatting kan niet meer door de ontvanger worden gevorderd wanneer reeds een vordering tot schatting werd ingeleid overeenkomstig artikel 19 van dit besluit.

lid 1(De tekst van KB nr. 15, artikel 3, werd vervangen met ingang van 01.01.2011 (Art. 15, KB 19.12.2010, B.S. 24.12.2010))

lid 2In de vordering tot schatting zijn vermeld: de te schatten goederen, de door de administratie geschatte normale waarde, het bedrag van de door de administratie gevorderde belasting en geldboete, alsmede het tijdstip waarop de deskundigen zich moeten plaatsen om de normale waarde van deze goederen te bepalen. Dat tijdstip is de datum van de overeenkomst.

lid 3Wanneer een belastingplichtige voor een niet gesplitste prijs een gebouw of een gedeelte van een gebouw en het bijhorende terrein met voldoening van de belasting vervreemdt samen met een andere grond dan het bijhorende terrein, vermeldt de vordering tot schatting bovendien de waarde van respectievelijk het gebouw of een gedeelte van het gebouw en van het bijhorende terrein, en van de andere grond dan het bijhorende terrein, zoals geschat overeenkomstig de artikelen 30 en 36, § 1, a), van het Wetboek.

art. 4

lid 1(De tekst van KB nr. 15, artikel 4, werd ingevoerd met ingang van 01.01.1971 (Art.98, KB 03.07.1969))

lid 2Binnen vijftien dagen na de in artikel 1 bedoelde kennisgeving kunnen de ontvanger en de tegenpartij overeenkomen de schatting op te dragen aan een of aan drie door hen gekozen deskundigen.

lid 3Die overeenkomst wordt vastgesteld bij een proces-verbaal waarin het voorwerp van de schatting en de gekozen deskundige(n) zijn vermeld.

lid 4Het proces-verbaal wordt gedagtekend en door de ontvanger en de tegenpartij ondertekend, indien deze laatste niet mag of niet kan ondertekenen, dient zulks in het proces-verbaal te worden vermeld.

art. 5

lid 1(De tekst van KB nr. 15, artikel 5, werd ingevoerd met ingang van 01.01.1971 (Art.98, KB 03.07.1969))

lid 2Bij gemis van de in artikel 4 bedoelde overeenkomst richt de ontvanger aan de vrederechter van de plaats waar het gebouw is gelegen, een verzoekschrift dat de uiteenzetting van de feiten en de vordering tot schatting inhoudt. Is het gebouw gelegen in het rechtsgebied van verscheidene vredegerechten dan is de bevoegde vrederechter die van de plaats waar zich de grootste bebouwde oppervlakte bevindt.

lid 3Het verzoekschrift wordt aan de tegenpartij betekend.

lid 4De rechter beslist binnen vijftien dagen na het verzoekschrift, hij beveelt de schatting en benoemt, naar vereis van omstandigheden, een of drie deskundigen.

art. 6

lid 1(De tekst van KB nr. 15, artikel 6, 1°, werd gewijzigd met ingang van 16.05.2014 (Art. 17, KB 24.01.2015, B.S. 20.02.2015 – Ed. 2, pg. 13872, erratum B.S. 17.04.2015, pg. 22342, vervangen door erratum B.S. 27.04.2015, pg. 23413))

lid 2Tot deskundigen kunnen niet worden gekozen of benoemd:

1°

de ambtenaren van de administratie;

2°

de openbare of ministeriële ambtenaren die de akten of verklaringen hebben opgesteld waarin de vervreemding van de te schatten goederen is vastgesteld;

3°

al degenen die aan de oprichting van de te schatten goederen hebben deelgenomen, met inbegrip van de architecten en aannemers;

4°

de bedienden van de in 1° tot 3° bedoelde personen.

lid 1(De tekst van KB nr. 15, artikel 7, werd ingevoerd met ingang van 01.01.1971 (Art.98, KB 03.07.1969))

lid 2Het vonnis waarbij de schatting wordt bevolen, wordt ten verzoeke van de ontvanger aan de tegenpartij betekend.

lid 3Indien de ontvanger of de tegenpartij gegronde redenen hebben om de bevoegdheid, de onafhankelijkheid of de onpartijdigheid van de benoemde deskundigen in twijfel te trekken, kunnen zij, binnen acht dagen na de betekening van het vonnis, bij de rechter de wraking van de deskundigen vorderen. Deze wraking mag altijd worden gevorderd in de gevallen bedoeld in artikel 966 van het Gerechtelijk Wetboek.

lid 4De vordering tot wraking wordt ingesteld bij een verzoekschrift waarin de redenen van de wraking nader worden bepaald. De rechter beslist na de betrokkenen te hebben gehoord. Bij hetzelfde vonnis vervangt hij de gewraakte deskundigen.

lid 5Deze nieuwe beslissing wordt aan de tegenpartij betekend.

lid 1(De tekst van KB nr. 15, artikel 8, werd ingevoerd met ingang van 01.01.1971 (Art.98, KB 03.07.1969))

lid 2De ontvanger geeft aan de deskundigen kennis van de opdracht die hun is toevertrouwd.

lid 3Bij de ontvangst van die kennisgeving laten de deskundigen zowel aan de ontvanger als aan de tegenpartij schriftelijk weten op welke dag en uur zij de nodig geachte bezoeken ter plaatse zullen doen en de partijen in hun beweringen en opmerkingen zullen horen.

lid 4Van ieder stuk dat door een van de partijen aan de deskundigen wordt medegedeeld moet meteen door haar aan de andere partij, bij ter post aangetekend schrijven, een afschrift worden gezonden.

lid 1(De tekst van KB nr. 15, artikel 9, werd gewijzigd met ingang van 01.01.2011 (Art. 17, KB 19.12.2010, B.S. 24.12.2010))

lid 2De deskundige of, in voorkomend geval, de drie gezamenlijk optredende deskundigen gaan de normale waarde na die het in de vordering tot schatting vermelde goederen hebben op het erin vermelde tijdstip.

lid 3In het geval bedoeld in artikel 3, tweede lid, gaan ze bovendien de verkoopwaarde na van de andere grond dan het bijhorende terrein, alsmede de verkoopwaarde van het geheel van de vervreemde goederen.

lid 4Uiterlijk binnen drie maanden na de in artikel 8, eerste lid, bedoelde kennisgeving maken zij een enkel verslag op, dat gedagtekend en ondertekend wordt en waarin zij advies uitbrengen op beredeneerde wijze en met bewijsgronden tot staving, zonder enige beperking noch voorbehoud.

lid 5De handtekening van de deskundige wordt voorafgegaan door de eed:

lid 6“ Ik zweer dat ik in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk mijn opdracht heb vervuld. “

lid 7of:

lid 8“ Je jure que j'ai rempli ma mission en honneur et conscience, avec exactitude et probité. “

lid 9of:

lid 10“ Ich schwöre, dass ich den mir erteilten Auftrag auf Ehre und Gewissen, genau und ehrlich erfüllt habe. “

lid 11De minuut van het verslag wordt neergelegd ter griffie van het in artikel 5 aangewezen vredegerecht.

lid 1(De tekst van KB nr. 15, artikel 10, werd ingevoerd met ingang van 01.01.1971 (Art.98, KB 03.07.1969))

lid 2Het verslag wordt door de meest gerede partij gelicht en betekend aan de andere partij.

lid 3De door de deskundigen gegeven waardering, en, in geval zij het onder elkaar niet eens zijn, de waardering van de meerderheid of, indien er geen meerderheid is, de tussenliggende waardering, bepaalt de waarde voor de heffing van de belasting.

art. 11

lid 1(De tekst van KB nr. 15, artikel 11, werd ingevoerd met ingang van 01.01.1971 (Art.98, KB 03.07.1969))

lid 2De krachtens de vorige artikelen te verrichten betekeningen en kennisgevingen kunnen worden gedaan bij ter post aangetekend schrijven. De afgifte van het stuk ter post geldt als kennisgeving vanaf de daaropvolgende dag.

art. 12

1 document

lid 1(De tekst van KB nr. 15, artikel 12, werd gewijzigd met ingang van 21.01.2008 (Art.4, KB 20.12.2007, B.S. 11.01.2008))

lid 2Zowel de ontvanger als de tegenpartij kunnen de schatting betwisten door inleiding van een rechtsvordering. Deze rechtsvordering dient ingeleid te worden, op straffe van verval, binnen de termijn van één maand te rekenen van de betekening van het verslag.

lid 1(De tekst van KB nr. 15, artikel 13, tweede lid, werd gewijzigd met ingang van 01.04.2019 (Art. 8, KB 17.03.2019, B.S. 08.04.2019, pg. 35699). Dit besluit (KB 17.03.2019) is niet van toepassing op het dwangbevel dat werd kennisgegeven of betekend vóór de datum van zijn inwerkingtreding – 01.04.2019 (Art. 23, KB 17.03.2019))

lid 2De tegenpartij is gehouden tot de kosten van de procedure indien het vastgestelde tekort gelijk is aan of groter dan een achtste van de maatstaf waarover de belasting werd voldaan. Die kosten blijven evenwel ten laste van de Schatkist indien de tegenpartij, vóór de kennisgeving van de vordering tot schatting, heeft aangeboden de aanvullende belasting te voldoen verhoogd met een gelijke som als boete, over een maatstaf die het bij de schatting uitgewezen tekort bereikt of overtreft.

lid 3De invordering geschiedt op basis van een innings- en invorderingsregister op de wijze bepaald bij artikel 85 van het Wetboek.

lid 4Afdeling 2: Werk in onroerende staat.

(De tekst van KB nr. 15, artikel 14, werd vervangen met ingang van 01.01.2011 (Art. 18, KB 19.12.2010, B.S. 24.12.2010))

1)

Wanneer voor het bepalen van de normale waarde van de in de artikelen 19, § 2, eerste lid, 1° en 36, § 1, b), van het Wetboek bedoelde diensten, de deskundige schatting, waarin artikel 59, § 2, van hetzelfde Wetboek voorziet, door de administratie wordt gevorderd, wordt ze ingeleid bij een vordering waarvan kennis wordt gegeven door het hoofd van het controlekantoor in het ambtsgebied waarvan het goed bedoeld in artikel 1, § 9, 1°, van het Wetboek is gelegen waarop de diensten betrekking hebben:

1°

aan de opdrachtgever aan wie de diensten werden verstrekt;

2°

aan de belastingplichtige in het geval bedoeld in artikel 19, § 2, eerste lid, 1°, van het Wetboek.

2)

Wanneer werken in onroerende staat betrekking hebben op de voltooiing van een goed bedoeld in artikel 1, § 9, 1°, van het Wetboek dat met betaling van de belasting werd verkregen, wordt, in afwijking van paragraaf 1, de vordering tot schatting met betrekking tot die diensten ingeleid door de in artikel 1 genoemde ambtenaar samen met de vordering tot schatting die het onvoltooide goed betreft.

art. 15

1 document

lid 1(De tekst van KB nr. 15, artikel 15, werd ingevoerd met ingang van 01.01.1971 (Art.98, KB 03.07.1969))

lid 2De kennisgeving van de vordering tot schatting moet geschieden binnen twee jaar na de dag van de betekening van het kadastrale inkomen van het gebouw waarop de te schatten diensten betrekking hebben.

lid 3De schatting kan niet meer door het hoofd van het controlekantoor worden gevorderd wanneer reeds een vordering tot schatting werd ingeleid overeenkomstig artikel 19 van dit besluit.

lid 1(De tekst van KB nr. 15, artikel 16, werd ingevoerd met ingang van 01.01.1971 (Art.98, KB 03.07.1969))

lid 2In de vordering tot schatting zijn vermeld: de te schatten dienst of diensten, de door de administratie geschatte normale waarde, het bedrag van de door de administratie gevorderde belasting en geldboete, alsmede het tijdstip waarop de deskundigen zich moeten plaatsen om de normale waarde van de diensten te bepalen. Dat tijdstip is 1 januari van het jaar waarin het gebouw waarop de te schatten diensten betrekking hebben geheel of gedeeltelijk in gebruik genomen werd.

art. 17

1 document

lid 1(De tekst van KB nr. 15, artikel 17, werd ingevoerd met ingang van 01.01.1971 (Art.98, KB 03.07.1969))

lid 2De deskundige of, in voorkomend geval, de drie gezamenlijk optredende deskundigen gaan de normale waarde na die de in de vordering tot schatting vermelde diensten hebben op het erin vermelde tijdstip.

lid 3De artikelen 4 tot 13, met uitzondering van artikel 9, eerste en tweede lid, zijn van toepassing op de in deze afdeling geregelde vordering tot schatting met dien verstande dat in die artikelen de woorden “ de ontvanger “ worden vervangen door “ het hoofd van het BTW-controlekantoor “.

lid 4HOOFDSTUK II: Tegen de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde ingestelde vordering tot schatting.

(Het opschrift van hoofdstuk 2, van KB nr. 15, werd gewijzigd met ingang van 16.05.2014 (Art. 16, KB 24.01.2015, B.S. 20.02.2015 – Ed. 2, pg. 13872, erratum B.S. 17.04.2015, pg. 22342, vervangen door erratum B.S. 27.04.2015, pg. 23413))

lid 1(De tekst van KB nr. 15, artikel 18, eerste lid, werd gewijzigd met ingang van 01.04.2019 (Art. 9, KB 17.03.2019, B.S. 08.04.2019, pg. 35699). Dit besluit (KB 17.03.2019) is niet van toepassing op het dwangbevel dat werd kennisgegeven of betekend vóór de datum van zijn inwerkingtreding – 01.04.2019 (Art. 23, KB 17.03.2019))

lid 2Alleen hij die in der minne of op basis van een innings- en invorderingsregister verzocht werd een aanvullende belasting te betalen om reden dat de maatstaf waarover de belasting werd voldaan lager is dan de normale waarde van de te schatten goederen bedoeld in artikel 1, § 9, van het Wetboek of de te schatten diensten, kan tegen de administratie de deskundige schatting vorderen krachtens artikel 59, § 2, van het Wetboek.

lid 3De schatting kan niet meer worden gevorderd wanneer de administratie reeds de vordering tot schatting heeft ingeleid.

art. 19

1 document

lid 1(De tekst van KB nr. 15, artikel 19, werd ingevoerd met ingang van 01.01.1971 (Art.98, KB 03.07.1969))

lid 2De in artikel 18 bedoelde deskundige schatting wordt ingeleid door een vordering waarvan kennis wordt gegeven aan de ambtenaar aangewezen in de artikelen 1 of 14, naar gelang van het geval.

art. 20

lid 1(De tekst van KB nr. 15, artikel 20, werd gewijzigd met ingang van 01.01.2011 (Art. 20, KB 19.12.2010, B.S. 24.12.2010))

lid 2In de vordering tot schatting zijn vermeld: de te schatten goederen of de te schatten diensten en het tijdstip waarop de deskundigen zich overeenkomstig de artikelen 3 en 16 moeten plaatsen om de schatting te doen.

lid 1(De tekst van KB nr. 15, artikel 21, werd ingevoerd met ingang van 01.01.1971 (Art.98, KB 03.07.1969))

lid 2De artikelen 4 tot 13 en 17 zijn van toepassing op de in dit hoofdstuk bedoelde vordering tot schatting.

art. 22

lid 1(De tekst van KB nr. 15, artikel 22, werd ingevoerd met ingang van 01.01.1971 (Art.98, KB 03.07.1969))

lid 2Dit besluit treedt in werking op dezelfde datum als de wet van 3 juli 1969 tot invoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.

art. 23

lid 1(De tekst van KB nr. 15, artikel 23, werd ingevoerd met ingang van 01.01.1971 (Art.98, KB 03.07.1969))

lid 2Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

lid 3Recente wijzigingen van KB nr. 15

lid 4KB van 17.03.2019 - Koninklijk besluit tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 4, 15, 24, 31, 41 en 56 met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde, met het oog op de automatisering van de uitvoerbare titel inzake de belasting over de toegevoegde waarde (B.S. 08.04.2019, pg. 35699)

lid 5Wijzigt met ingang van 01.04.2019:

art. 13 (tweede lid, gewijzigd)

art. 18 (eerste lid, gewijzigd)

lid 6KB van 24.01.2015 - Koninklijk besluit tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 1, 2, 3, 4, 7, 9, 10, 11, 15, 19, 23, 24, 27, 31, 46, 47, 48, 50, 54 en 56 met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde en het koninklijk besluit van 7 juni 2007 tot uitvoering van de artikelen 84quinquies tot 84decies van het wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (B.S. 20.02.2015, Ed. 2, pg. 13872, erratum B.S. 17.04.2015, pg. 22342, vervangen door erratum B.S. 27.04.2015, pg. 23413)

lid 7Wijzigt met ingang van 16.05.2014:

Het opschrift van hoofdstuk 1, werd gewijzigd

art. 6 (1°, gewijzigd)

Het opschrift van hoofdstuk 2, werd gewijzigd

Aangehaalde teksten

8
WBTW art. 14 voorkomens
WBTW art. 594 voorkomens
WBTW art. 363 voorkomens
WBTW art. 121 voorkomen
WBTW art. 301 voorkomen
WBTW art. 511 voorkomen

Rechtspraak

4

België

4

Bekijk alle 4

Administratieve doctrine

24

28 documenten hangen aan een welbepaald punt van het artikel. De koppeling wordt in de tekst van de documenten gelezen.

Bekijk de 28 documenten