lid 1Om de betaling van de door hem verschuldigde belasting te waarborgen, dient de in artikel 1 bedoelde persoon voor elke in artikel 1 bedoelde handeling bij de bevoegde dienst van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde waaronder hij ressorteert, een aangifte in drievoud in, waarvan één exemplaar hem wordt teruggegeven na van een ontvangstbewijs te zijn voorzien.
lid 2De in het eerste lid bedoelde aangifte wordt ingediend binnen een maand volgend op het tijdstip waarop de belasting over de gehele maatstaf van heffing van de betrokken handeling opeisbaar is geworden.
lid 3De verschuldigde belasting wordt betaald binnen de termijn die is vastgesteld voor de indiening van de in het tweede lid bedoelde aangifte.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Aangehaalde teksten
1Rechtspraak
13België
13Hof van beroep te Antwerpen17.10.2023
Beroepsoprichter, voldoening van de btw, recht op aftrek
Hof van beroep te Brussel08.09.2021
Toevallige belastingplichtige, Geldboete, Intresten, Aangifte, fiscale boete, Btw-aangifte
Hof van beroep te Brussel2014/RG/59914.09.2016
Toevallige belastingplichtige, Recht op aftrek, Onregelmatige factuur
Administratieve doctrine
33Wetgeving
349 verwijzen naar geen enkel bijzonder punt. De koppeling wordt in de tekst van de documenten gelezen.
Opeenvolgende versies
4 versies eerste op 01.01.1971| Van kracht | Wijziging | Bron |
|---|---|---|
| 01.01.2024van kracht | het artikel werd vervangen | KB 17.12.2023, B.S. 22.12.2023 |
| 01.01.2011 | eerste lid, vervangen | KB 19.12.2010, B.S. 24.12.2010 |
| 01.01.1993 | eerste lid, werd vervangen | KB 29.12.1992 |
| 01.01.1971 | het artikel werd ingevoerd | KB 03.06.1970 |