lid 1Met het oog op de voldoening van de door hem verschuldigde belasting moet de in artikel 1, §§ 1 en 2, bedoelde belastingplichtige, voor iedere vervreemding, bij het controlekantoor waaronder hij ressorteert een aangifte in drievoud indienen.
lid 2De verplichting tot indiening van de in het eerste lid bedoelde aangifte ontstaat op het tijdstip waarop de belasting over de volledige maatstaf van heffing verschuldigd wordt. Aan die verplichting moet worden voldaan binnen een maand te rekenen vanaf dat tijdstip.
lid 3De belasting moet worden voldaan binnen de termijn die gesteld is voor het indienen van de aangifte.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Opeenvolgende versies
4 versies eerste op 01.01.1971| Van kracht | Wijziging | Bron |
|---|---|---|
| 01.01.2024van kracht | het artikel werd vervangen | KB 17.12.2023, B.S. 22.12.2023 |
| 01.01.2011 | eerste lid, vervangen | KB 19.12.2010, B.S. 24.12.2010 |
| 01.01.1993 | eerste lid, werd vervangen | KB 29.12.1992 |
| 01.01.1971getoond | het artikel werd ingevoerd | KB 03.06.1970 |