Artikel 53 van het Belgische Btw-Wetboek · Btw-Wetboek

Naar de tekst
Juriel

53 01.01.1990 - 31.12.1992 het artikel werd gewijzigd W 08.08.1980 en Art. 117, W 22.12.1989

Zoeken
Niet meer van kracht

Artikel 53 van het Belgische Btw-WetboekDeze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53/versie-1990-01-01

Artikel
53
Periode
01.01.1990 - 31.12.1992
Wijziging
het artikel werd gewijzigd
Bron
W 08.08.1980 en Art. 117, W 22.12.1989

Tekst

3 paragrafen 0 punten van kracht van 01.01.1990 tot 31.12.1992

§ 1

lid 1De medecontractant van de leverancier of van de dienstverrichter is met deze tegenover de Staat hoofdelijk gehouden tot voldoening van de belasting wanneer de factuur of het als zodanig geldend stuk, waarvan het uitreiken is voorgeschreven door de artikelen 50 en 52 of door de ter uitvoering ervan gegeven regelen, niet werd uitgereikt, onjuiste vermeldingen bevat ten aanzien van de naam en het adres van de bij de handeling betrokken partijen, de aard of de hoeveelheid van de geleverde goederen of verstrekte diensten, de prijs of het toebehoren ervan, of het bedrag van de op de handeling verschuldigde belasting niet of onjuist vermeldt.

lid 2De medecontractant die de identiteit van zijn leverancier of dienstverrichter aantoont en bewijst hem de prijs en de bijbehorende belasting of een deel daarvan te hebben betaald, is evenwel in die mate van de hoofdelijke aansprakelijkheid ontslagen.

lid 3De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing wanneer de medecontractant, op grond van artikel 52, laatste lid, persoonlijk gehouden is tot voldoening van de belasting.

§ 2

Wanneer ten aanzien van goederen en diensten waarvoor de in artikel 59, § 2, bedoelde deskundige schatting kan worden gevorderd bevonden wordt dat de belasting werd voldaan over een onvoldoende maatstaf, is de aanvullende belasting verschuldigd door de persoon tegen wie de schattingsprocedure dient te worden ingesteld.

§ 3

lid 1De belasting is verschuldigd door de ontvanger van de dienst indien de plaats van de dienst op basis van artikel 21, § 3, 7, geacht wordt zich in België te bevinden en indien de dienstverrichter een in het buitenland gevestigde belastingplichtige is. Deze belastingplichtige is hoofdelijk gehouden tot de betaling van de belasting.

lid 2De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten voor de betaling van deze belasting.

Opeenvolgende versies

13 versies eerste op 01.01.1990
Van krachtWijzigingBron
20.02.2026van krachtW. 10.02.2026, B.S. 20.02.2026
01.01.2026§ 2, eerste lid, inleidende zin wordt vervangen; § 2bis wordt ingevoegd en § 3 wordt vervangenW 06.02.2024, B.S. 20.02.2024
01.01.2025§ 1ter, werd ingevoegdW 12.03.2023, B.S. 23.03.2023
01.01.2022§ 2, eerste lid, 2°, werd gewijzigdW 27.12.2021, B.S. 31.12.2021
01.07.2021§ 1bis en § 2, eerste lid, 2°, werden vervangenW 02.04.2021, B.S. 13.04.2021
01.01.2016§ 2, eerste lid, 4°, werd gewijzigdW 06.12.2015, B.S. 17.12.2015
01.01.2015§ 1bis, werd ingevoegdW 19.12.2014, B.S. 29.12.2014
01.04.2014§ 1, tweede lid, werd gewijzigdW 15.05.2014, B.S. 22.05.2014
01.01.2013§ 2 en § 3, werd vervangenW 17.12.2012 (I), B.S. 21.12.2012
01.04.2007§ 3, werd ingevoegdW 27.04.2007, B.S. 08.05.2007
01.01.2004het artikel werd vervangenW 28.01.2004, B.S. 10.02.2004
01.01.1993het artikel werd vervangenW 28.12.1992
01.01.1990getoondhet artikel werd gewijzigdW 08.08.1980 en Art. 117, W 22.12.1989