Wat op die datum veranderde
21 gewijzigde passages op 42 822 ingevoegde woorden 2 geschrapte woordenVergeleken met de versie van 01.01.2022
De FOD dateert deze versie op 01.01.2025 in zijn lijst, en op 01.01.2024 in de tekst die hij eraan koppelt. De getoonde tekst is die van de lijst.
Wat de FOD erover zegt : 1. De tekst van art. 53, § 1ter, werd ingevoegd (Art. 3, W 12.03.2023, B.S. 23.03.2023, pg. 33328, Numac: 2023041020) met ingang van 01.01.2024 (Art. 21, eerste lid, W 12.03.2023). De datum van inwerkingtreding van de wet van 12.03.2023 werd met een jaar uitgesteld tot 01.01.2025 (art. 35, KB 17.12.2023, B.S. 22.12.2023, pg. 120969, Numac: 2023048329
ingevoegde tekst: 2. De tekst van art. 53, § 1, tweede lid, werd gewijzigd (Art. 7, W 21.03.2024, B.S. 09.04.2024, pg. 40955, Numac: 2024002757) eveneens met ingang van 01.01.2025 (Art. 26, W 21.03.2024)) einde van de invoeging.
§ 1
De belastingplichtige, met uitzondering van degene die geen enkel recht op aftrek heeft, is gehouden :
een aangifte in te dienen bij de aanvang, de wijziging of de stopzetting van zijn werkzaamheid;
iedere maand een aangifte in te dienen waarin hij vermeldt :
het bedrag der in dit Wetboek bedoelde handelingen die hij heeft verricht of die aan hem werden verstrekt gedurende de vorige maand in het kader van zijn economische activiteit;
het bedrag van de opeisbare belasting, van de te verrichten aftrek en van de te verrichten herzieningen;
de gegevens die de Koning noodzakelijk acht om te voldoen aan de door de Gemeenschap uitgevaardigde regelgeving inzake statistieken en om de controle op de toepassing van de belasting te waarborgen;
de verschuldigd geworden belasting te voldoen binnen de termijn van indiening van de bij 2° voorgeschreven aangifte.
In afwijking van het eerste lid is de in geschrapte tekst: artikel 56bis, einde van de schrapping. ingevoegde tekst: de artikelen 56bis tot en met 56undecies, einde van de invoeging. bedoelde belastingplichtige gehouden tot de in het eerste lid, 1°, bepaalde verplichtingen.
§ 1bis
lid 1Paragraaf 1, eerste lid, 1°, is niet van toepassing op de belastingplichtige die uitsluitend handelingen verricht waarvoor hij gebruikmaakt van de bijzondere regeling bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 2 of 4, van de richtlijn 2006/112/EG.
lid 2Paragraaf 1, eerste lid, 2° en 3°, is niet van toepassing op de belastingplichtige die uitsluitend handelingen verricht waarvoor hij gebruikmaakt van een bijzondere regeling bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, van de richtlijn 2006/112/EG.
§ 1ter
lid 1ingevoegde tekst: De administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde brengt aan de belastingplichtige die gehouden is tot het indienen van de in paragraaf 1, eerste lid, 2°, bedoelde aangifte een voorstel van vervangende aangifte ter kennis, na het verstrijken van een termijn van drie maanden volgend op het aangiftetijdvak, wanneer de in paragraaf 1, eerste lid, 2°, bedoelde aangifte niet binnen de vereiste termijn werd ingediend, behalve in de volgende gevallen: einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: wanneer de belastingplichtige niet als zodanig voor btw-doeleinden is geïdentificeerd overeenkomstig artikel 50; einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: wanneer de belastingplichtige de in de paragraaf 1, eerste lid, 2°, bedoelde aangifte heeft ingediend vóór de kennisgeving van deze vervangende aangifte; einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: wanneer de rechten van de Schatkist in gevaar zijn. einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: Het voorstel van vervangende aangifte bedoeld in het eerste lid herneemt het hoogste verschuldigde bedrag aan belasting opgenomen in de in paragraaf 1, eerste lid, 2°, bedoelde aangiften met betrekking tot de twaalf maanden voorafgaand aan het aangiftetijdvak van de niet binnen de vereiste termijn ingediende aangifte. einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: Bij gebrek aan een eerder ingediende aangifte in de loop van een aangiftetijdvak dat maximaal twaalf maanden aan het aangiftetijdvak van de niet-ingediende aangifte voorafgaat, of wanneer het in het tweede lid bedoelde bedrag lager is dan 2.100 euro, legt het in het eerste lid bedoelde voorstel van vervangende aangifte het verschuldigde bedrag aan belasting vast op 2.100 euro. einde van de invoeging.
lid 2ingevoegde tekst: Het in het eerste lid bedoelde voorstel van vervangende aangifte wordt aan de in het eerste lid bedoelde belastingplichtige ter kennis gebracht bij aangetekende zending en heeft uitwerking op de derde werkdag volgend op de afgifte van die zending aan de aanbieder van de universele postdienst. Het bevat de volgende vermeldingen: einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: de vermelding "voorstel van vervangende aangifte"; einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: het aangiftetijdvak waarvoor de belastingplichtige geen aangifte heeft ingediend; einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: het verschuldigde bedrag aan belasting die, al naargelang het geval, overeenstemt met: einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: het hoogste verschuldigde bedrag aan belasting opgenomen in de in het tweede lid bedoelde aangiften, wanneer dat bedrag hoger is of gelijk aan 2.100 euro; einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: 2.100 euro, bij gebrek aan in het tweede lid bedoelde aangiften of wanneer het hoogste verschuldigde bedrag aan belasting opgenomen in de in het tweede lid bedoelde aangiften lager is dan 2.100 euro; einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: de wettelijke grondslag waarop de administratie zich steunt om het bedrag van de verschuldigde belasting vast te stellen. einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: De in het eerste lid bedoelde belastingplichtige kan de in paragraaf 1, eerste lid, 2°, bedoelde niet ingediende aangifte indienen binnen een termijn van een maand vanaf de datum van uitwerking van de in het eerste lid bedoelde kennisgeving van het voorstel van vervangende aangifte om het voorstel van vervangende aangifte te betwisten. De indiening van die aangifte maakt een einde aan de procedure van voorstel van vervangende aangifte. einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: Wanneer de in het eerste lid bedoelde belastingplichtige de in het vijfde lid bedoelde aangifte niet heeft ingediend binnen de erin vermelde termijn, wordt de vervangende aangifte definitief en worden die aangifte en het verschuldigde bedrag aan belasting zoals vastgesteld in het in het eerste lid bedoelde voorstel van vervangende aangifte, aan de in het eerste lid bedoelde belastingplichtige ter kennis gebracht bij aangetekende zending die de in het vierde lid bedoelde vermeldingen omvat. Die kennisgeving heeft uitwerking vanaf de derde werkdag volgend op de afgifte van de zending aan de aanbieder van de universele postdienst. einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen de in het zesde lid bedoelde definitieve vervangende aangifte op het elektronische adres, binnen de termijn en volgens de modaliteiten, zoals bepaald door de Koning. einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: De kennisgeving van de definitieve vervangende aangifte doet geen afbreuk aan het recht van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde om de correcte toepassing na te gaan van de verschuldigde belasting ten aanzien van het aangiftetijdvak dat betrekking heeft op de vervangende aangifte en om desgevallend het bedrag ervan te corrigeren. einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: De in het eerste lid bedoelde belastingplichtige, voldoet zonder uitstel het in het zesde lid bedoelde verschuldigde bedrag aan belasting alsook de overeenkomstig artikel 91, § 1, eerste lid, 1° verschuldigde nalatigheidsinteresten. einde van de invoeging.
§ 2
De belastingplichtige die andere leveringen van goederen of diensten verricht dan die welke krachtens artikel 44 zijn vrijgesteld en andere dan die welke bedoeld zijn in artikel 135, lid 1, punten a) tot g) van richtlijn 2006/112/EG, dient een factuur uit te reiken aan zijn medecontractant en een kopie ervan op te stellen of ervoor te zorgen dat in zijn naam en voor zijn rekening, door zijn medecontractant of een derde een factuur wordt uitgereikt en een kopie daarvan wordt opgesteld :
wanneer hij een levering van goederen of een dienst heeft verricht voor een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon;
wanneer hij een levering van goederen heeft verricht bedoeld in artikel 15, §§ 1, 2 of 2bis, voor elke niet-belastingplichtige natuurlijke persoon, behalve wanneer hij gebruikmaakt van de bijzondere regeling bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 3, van de richtlijn 2006/112/EG;
wanneer hij een levering van goederen, zoals bedoeld in artikel 39bis, eerste lid, 2°, heeft verricht voor elke niet-belastingplichtige persoon;
wanneer de belasting opeisbaar wordt over de gehele of een deel van de prijs van de handeling, bij toepassing van de artikelen 17, § 1, derde lid en § 4 en 22bis, § 1, derde lid, § 2, tweede lid en § 4, vooraleer een levering van een goed of een dienst bedoeld in 1° en 2°, wordt verricht.
De uitreiking van facturen door de medecontractant, in naam en voor rekening van de leverancier of de dienstverrichter, wordt toegestaan op voorwaarde dat er een voorafgaandelijk akkoord is tussen beide partijen en dat iedere factuur het voorwerp uitmaakt van een procedure van aanvaarding door de belastingplichtige die de levering van het goed of de dienst verricht.
Ieder document dat wijzigingen aanbrengt in en specifiek en ondubbelzinnig verwijst naar de oorspronkelijke factuur geldt als factuur.
Het gebruik van een elektronische factuur is toegestaan mits aanvaarding door de afnemer.
De Koning kan aan de belastingplichtigen de verplichting opleggen een factuur uit te reiken voor de leveringen van goederen of dienstverrichtingen, andere dan deze bedoeld in het eerste lid.
§ 3
lid 1In het kader van een btw-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, is het lid dat goederen of diensten verschaft aan een ander lid ertoe gehouden een bijzonder stuk uit te reiken aan dat lid en een kopie daarvan op te stellen of ervoor te zorgen dat in zijn naam en voor zijn rekening, door het lid in zijn hoedanigheid van medecontractant of door een derde dergelijke stukken worden uitgereikt of opgesteld, als de in paragraaf 2 bedoelde factuur niet werd uitgereikt.
lid 2De in paragraaf 2, tweede lid, bedoelde voorwaarden zijn van toepassing wanneer het in het eerste lid bedoelde stuk wordt uitgereikt door de medecontractant in naam en voor rekening van het lid dat de goederen of de diensten verschaft.
lid 3De Koning kan andere verplichtingen bepalen om de juiste heffing van de belasting te waarborgen en om de fraude te vermijden.
lid 4ingevoegde tekst: (*) Ten aanzien van de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde aangiften waarvan de uiterste indieningsdatum vóór 1 januari 2024 valt en die op 1 januari 2024 nog niet het voorwerp uitgemaakt hebben van een definitieve rechtzetting, kan de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde de in artikel 53, § 1ter, van hetzelfde Wetboek bedoelde procedure toepassen dan wel de procedure die van toepassing was overeenkomstig de vigerende bepalingen vóór de inwerkingtreding van deze wet [oorspronkelijk 01.01.2024] (Art. 21, 2° lid, W 12.03.2023). De datum van inwerkingtreding van de wet van 12.03.2023 werd met een jaar uitgesteld tot 01.01.2025 (art. 35, KB 17.12.2023, B.S. 22.12.2023, pg. 120969, Numac: 2023048329) einde van de invoeging.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Opeenvolgende versies
13 versies eerste op 01.01.1990| Van kracht | Wijziging | Bron |
|---|---|---|
| 20.02.2026van kracht | W. 10.02.2026, B.S. 20.02.2026 | |
| 01.01.2026 | § 2, eerste lid, inleidende zin wordt vervangen; § 2bis wordt ingevoegd en § 3 wordt vervangen | W 06.02.2024, B.S. 20.02.2024 |
| 01.01.2025getoond | § 1ter, werd ingevoegd | W 12.03.2023, B.S. 23.03.2023 |
| 01.01.2022 | § 2, eerste lid, 2°, werd gewijzigd | W 27.12.2021, B.S. 31.12.2021 |
| 01.07.2021 | § 1bis en § 2, eerste lid, 2°, werden vervangen | W 02.04.2021, B.S. 13.04.2021 |
| 01.01.2016 | § 2, eerste lid, 4°, werd gewijzigd | W 06.12.2015, B.S. 17.12.2015 |
| 01.01.2015 | § 1bis, werd ingevoegd | W 19.12.2014, B.S. 29.12.2014 |
| 01.04.2014 | § 1, tweede lid, werd gewijzigd | W 15.05.2014, B.S. 22.05.2014 |
| 01.01.2013 | § 2 en § 3, werd vervangen | W 17.12.2012 (I), B.S. 21.12.2012 |
| 01.04.2007 | § 3, werd ingevoegd | W 27.04.2007, B.S. 08.05.2007 |
| 01.01.2004 | het artikel werd vervangen | W 28.01.2004, B.S. 10.02.2004 |
| 01.01.1993 | het artikel werd vervangen | W 28.12.1992 |
| 01.01.1990 | het artikel werd gewijzigd | W 08.08.1980 en Art. 117, W 22.12.1989 |