Herziening op grond van artikel 48, §2, W.BTW · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2024.0308 30 juli 2024

Zoeken

Herziening op grond van artikel 48, §2, W.BTWBtw - Herziening op grond van artikel 48, §2, W.BTW - IB - Abnormaal of goedgunstig verkregen voordeel in de zin van artikels 79 en 207 WIB92 - Abnormaal of goedgunstig verleend voordeel in de zin van artikel 26 WIB92

https://juriel.be/nl/rulings/2024-0308-herziening-grond-artikel-48-btw-6870

Nummer
2024.0308
Datum
30 juli 2024

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

46 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2024.0308 d.d. 30.07.2024

Btw · Herziening op grond van artikel 48, §2, W.BTW

IB · Abnormaal of goedgunstig verkregen voordeel in de zin van artikels 79 en 207 WIB92 · Abnormaal of goedgunstig verleend voordeel in de zin van artikel 26 WIB92

Samenvatting

De rulingaanvraag wordt ingediend in naam van AGB X.

Op basis van de door de aanvrager verstrekte gegevens, werd de herziening van de btw overeenkomstig artikel 48, §2, W.BTW op een correcte wijze berekend, zodat het AGB 12/15e van de oorspronkelijk in aftrek gebrachte btw moet herzien.

De transactie die het voorwerp uitmaakt van de vraag tot voorafgaande beslissing leidt in hoofde van de contracterende partijen niet tot het ontstaan van een toegestaan of ontvangen abnormaal of goedgunstig voordeel zoals omschreven in de artikels 26, 79 en 207 van het WIB92.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De rulingaanvraag wordt ingediend in naam van AGB X.

2. De stad Y heeft met een beslissing van haar gemeenteraad op <> het AGB opgericht voor het beheer, de exploitatie, de rendabilisering en de valorisering van het openbaar en privaat patrimonium waarvan het AGB eigenaar is of waarop haar een beheers- of gebruiksrecht werd toegekend door de stad. Daarnaast staat het AGB ook in voor de exploitatie van de infrastructuren bestemd voor culturele, sportieve, toeristische of ontspannende activiteiten, alsook voor het onderwijs en voor sociale, wetenschappelijke of verzorgende activiteiten.

3. Uit de erfpachtakte die aan de DVB werd voorgelegd blijkt dat op <> de stad Y, die eigenaar is van meerdere percelen op <>, deze percelen voor 99 jaar in erfpacht heeft gegeven aan het AGB met het oog op de realisatie van een kunstgrasveld.

4. Het AGB heeft het kunstgrasveld dan ook opgericht. De kosten hieraan verbonden waren onderworpen aan btw, waarna het AGB die btw in aftrek heeft genomen.

5. De stad Y en het AGB wensen de erfpachtovereenkomst vroegtijdig te beëindigen. Bijgevolg zal het AGB de reeds in aftrek genomen btw op de aanleg van het kunstgrasveld moeten herzien en zal de stad aan het AGB een vergoeding moeten betalen.

II. Vraagstelling

6. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in de aanvraag om een voorafgaande beslissing, strekt deze aanvraag er meer bepaald toe van de Dienst Voorafgaande Beslissingen (hierna: DVB) de bevestiging te verkrijgen dat:

• de herziening van de btw overeenkomstig artikel 48, §2, W.BTW op een correcte wijze werd berekend, opdat het AGB het correcte bedrag kan opnemen in haar periodieke btw-aangifte van het kwartaal waarin de beëindiging van de erfpacht zal plaatsvinden;

• de vergoeding die de stad Y aan het AGB zal betalen marktconform is en geen abnormaal of goedgunstig verkregen voordeel vormt in hoofde van het AGB in de zin van artikels 79 en 207 WIB92;

• de vergoeding die de stad Y aan het AGB zal betalen marktconform is en geen abnormaal of goedgunstig verleend voordeel vormt in hoofde van de stad Y in de zin van artikel 26 WIB92.

III. Beslissing

Uit het door de DVB verrichte onderzoek blijkt wat volgt.

7. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van de Wet van 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

III.1. Herziening BTW

8. De stad Y, die eigenaar is van de percelen op <>, heeft deze percelen voor 99 jaar in erfpacht gegeven aan het AGB met het oog op de realisatie van een kunstgrasveld.

9. Het AGB heeft op de gronden van <> een kunstgrasveld opgericht. Als btw-belastingplichtige waren de kosten gemaakt voor dat kunstgrasveld onderworpen aan btw, waarna het AGB die btw vervolgens in aftrek heeft genomen. De aanvrager verklaart dat het AGB volledig recht op aftrek heeft, de DVB heeft hieromtrent (en in het bijzonder het winstoogmerk) geen onderzoek gedaan.

10. De stad Y en het AGB wensen de erfpachtovereenkomst vroegtijdig te beëindigen. Bijgevolg zal het AGB ingevolge artikel 48, §2, W.BTW de reeds in aftrek genomen btw op de aanleg van het kunstgrasveld moeten herzien.

11. Artikel 6 van Btw-KB nr. 3 bepaalt dat als bedrijfsmiddelen moeten worden beschouwd "de lichamelijke goederen, de zakelijke rechten bedoeld in artikel 9, tweede lid, 2° van het wetboek en de diensten die bestemd zijn om op een duurzame wijze te worden gebruikt als werkinstrument of exploitatiemiddelen". Bedrijfsmiddelen zijn aldus de goederen en diensten die bestemd zijn om op een duurzame wijze te worden gebruikt als werkinstrument of exploitatiemiddel.

12. Zolang aan dit criterium is voldaan, blijven de goederen een bedrijfsmiddel. Zij moeten geen eigendom zijn van de gebruiker ervan. Inzake btw gaat artikel 6 van Btw-KB nr. 3 aldus uit van een economisch gebruik van een goed en niet van het juridisch eigendomsrecht.

13. Ingevolge artikel 9, §2 van Btw-KB nr.3 bedraagt de herzieningstermijn voor onroerende bedrijfsmiddelen vijftien jaar en begint de termijn steeds te lopen vanaf 1 januari van het jaar van de ingebruikneming.

14. Ingevolge artikel 10, §1, 4° van Btw-KB nr. 3 dient de btw, die voorheen in aftrek werd genomen, te worden herzien wanneer het bedrijfsmiddel binnen de herzieningstermijn ophoudt te bestaan in de onderneming.

15. In casu betreft het kunstgrasveld een onroerend bedrijfsmiddel dat effectief ophoudt te bestaan in het AGB, aangezien het erfpachtrecht wordt beëindigd, de eigendom volledig overgaat op de stad Y en het AGB niet meer vrij kan beschikken over het kunstgrasveld in het kader van haar economische activiteit.

16. Aangezien het erfpachtrecht op de gronden van <> reeds beëindigd wordt na vijf jaar, zal een eenmalige herziening moeten gebeuren overeenkomstig artikel 11, §3 van Btw-KB nr. 3. Die bepaling stelt het volgende:

“De bij artikel 10, § 1, 3° tot 5° en § 2, bedoelde herziening wordt in eenmaal verricht voor het jaar waarin de oorzaak van de herziening zich heeft voorgedaan en voor de nog te lopen jaren van het herzieningstijdvak tot beloop, volgens het geval, van een vijfde, een vijftiende of een vijfentwintigste per jaar:

1° in de gevallen bedoeld in artikel 10, § 1, 3°, van het bedrag van de belasting welke de in die bepaling bedoelde beperking van de aftrek heeft ondergaan;

2° in de gevallen bedoeld in artikel 10, § 1, 4° en 5° en § 2, van het bedrag van de oorspronkelijk in aftrek gebrachte belasting.”

17. Er dient derhalve worden nagaan wanneer het recht op aftrek is ontstaan, dan wel wanneer de eerste ingebruikname heeft plaatsgevonden, en hoeveel jaren van de herzieningstermijn er op het ogenblik van de beëindiging van de erfpacht verstreken zijn. Aangezien in casu de herzieningstermijn van vijftien jaar nog niet is verstreken, zal per jaar dat nog niet verstreken is 1/15e van de afgetrokken btw moeten worden terugbetaald.

18. De herzieningstermijn begint steeds te lopen vanaf 1 januari van het jaar van de ingebruikneming. Uit de door de aanvrager voorgelegde stukken blijkt dat het kunstgrasveld in <> feitelijk in gebruik werd genomen.

19. Uit de door de aanvrager verstrekte cijfergegevens (waarover de DVB as such geen uitspraak kan doen) blijkt dat het totale investeringsbedrag door het AGB in het kunstgrasveld <> EUR (exclusief 21% btw) bedroeg. De btw, dewelke in aftrek werd gebracht, bedroeg <> EUR.

20. Het kunstgrasveld werd in <> feitelijk in gebruik genomen. Het eerste jaar van het herzieningstijdvak van vijftien jaar is <> en het recht van erfpacht wordt in <> beëindigd, dan zal er een herziening moeten gebeuren van 12/15e van <> EUR oftewel <> EUR.

III.2. Vergoeding

21. De gevraagde manier van bepaling van de verbrekingsvergoeding, zijnde de netto boekwaarde van de onroerende goederen per 31/12/2023, verhoogd met het bedrag van de BTW – herziening zoals bepaald in deze beslissing is aanvaardbaar, mits de contracterende partijen er in de verbrekingsovereenkomst mee akkoord gaan om gebruik te maken van artikel 37 §1 W04/02/2020 en artikel 3.176 lid 2 NBW.

IV. Conclusie

22. Op basis van de door de aanvrager verstrekte gegevens, werd de herziening van de btw overeenkomstig artikel 48, §2, W.BTW op een correcte wijze berekend, zodat het AGB 12/15e van de oorspronkelijk in aftrek gebrachte btw moet herzien.

23. De vergoeding bij de stopzetting van de erfpachtovereenkomst zal geen aanleiding geven tot het ontstaan van enig abnormaal of goedgunstig voordeel zoals omschreven in de artikels 26, 79 en 207 WIB92, indien deze vergoeding wordt bepaald op de manier die beschreven staat in deze beslissing.

Aangehaalde teksten

4
KB nr. 3 art. 62 voorkomens
KB nr. 3 art. 101 voorkomen
KB nr. 3 art. 111 voorkomen
KB nr. 3 art. 91 voorkomen