Werkingssfeer, dienst, belastbare handeling · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Brugge 2 maart 2010

Zoeken

Werkingssfeer, dienst, belastbare handelingBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/werkingssfeer-dienst-belastbare-handeling-rechtbank-brugge-2010-03-02-7047

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Brugge
Datum
2 maart 2010

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

49 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 02.03.2010

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

De Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge, vierde kamer, heeft het hiernavolgend vonnis verleend :

In de zaak : 09/92/A

De GEMEENTE ZONNEBEKE, vertegenwoordigd door haar College van Burgemeester en Schepenen, met burelen te 8980 Zonnebeke, Langemarkstraat 8, ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het nummer …,

eiseres,

hebbende als raadsman meester Fr. V., advocaat te …, … (ref.: …),

tegen :

De BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financien, Belastingen en Invordering - sector BTW, in de persoon van de Minister van Financiën, op vervolging en benaarstiging van de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-controlekantoor Roeselare I, van wie de kantoren gevestigd zijn te Roeselare, Rondekomstraat 30,

verweerder,

hebbende als raadsman meester J. V. d. P., advocaat te …, … (ref.: …).

I. RECHTSPLEGING

Gelet op de inleidende dagvaarding de dato 30 december 2008.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 2 februari 2010.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

II. BlJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

2.1. Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer … , voor haar activiteit van inzameling en transport van afvalwater. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Eiseres heeft in vak 62 van de aangifte van het derde kwartaal 2008 … euro opgenomen als aftrekbare BTW over de jaren·2005 en volgende.

Volgens verweerder is de BTW op de facturen die dateert van voor de aanvang van de belastingplicht echter niet aftrekbaar. Voormeld bedrag werd dan ook door de BTW­ controle gereduceerd tot … euro.

2.2. Eiseres vraagt dat het fiscaal verhaal ontvankelijk en gegrond wordt verklaard, dat dienvolgens voor recht wordt gezegd dat zij het recht op aftrek van voorbelasting met betrekking tot de investeringen aan de rioleringen en wegen mag verrichten voor een bedrag van … euro in hoofdsom, zijnde … euro meer dan toegestaan door de. administratie, vermeerderd met de intresten vanaf datum van dagvaarding tot datum van betaling. Tenslotte vordert zij dat verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in haar hoofde begroot op de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van … euro.

2.3. Verweerder vraagt dat de vordering ontvankelijk en ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in zijn hoofde begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

III. BEOORDELING

3.1. Nopens de ontvankelijkheid.

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kan leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.

3.2.1. De gemeenten zijn BTW-belastingplichtige voor de terbeschikkingstelling van hun rioleringsnet (inzamelen, afvoeren en saneren van afvalwater) aan de drinkwatermaatschappijen (artikel 18 § 1 W.BTW).

Eiseres heeft op 21 december 2005 een BTW-nummer aangevraagd, voor haar economische activiteit van inzamelen en vervoeren van afvalwater. Op 9 januari 2006 heeft zij met de Intercommunale Maatschappij voor watervoorziening in Vlaanderen een overeenkomst met betrekking tot de opvang, transport en sanering van afvalwater gesloten.

Aangezien de economie van het BTW-stelsel er zich tegen verzet dat diensten onder bezwarende titel met terugwerkende kracht worden verstrekt, kan de hoedanigheid van BTW-plichtige pas toegekend worden vanaf het tijdstip waarop de overeenkomst voor het vervoer van afvalwater effectief werd gesloten met de drink-watermaatschappij.

3.2.2. De regeling die vroeger door de BTW-administratie gehanteerd werd waardoor de belastingplichtigen de BTW op investeringen die zij als niet-belastingplichtige aangekocht hadden, in hun voordeel konden herzien (ingevolge beslissing nummer E.T 18235 van 10 november 1976 in uitvoering van artikel 49 W.BTW en artikel 21, tweede lid, 3° Koninklijk Besluit nummer 3 van 10 december 1969) werd door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in haar arrest van 02 juni 2005 inzake Waterschap Zeeuws-Vlaanderen (C-378/02) van tafel geveegd.

Ten gevolge hiervan heeft de administratie in haar beslissing nummer E.T. 110.412 van 20 december 2005 (gepubliceerd op 13.01.2006) beslist om de zogenaamde "historische BTW" niet langer toe te staan aan diegene die op 1 juli 2005 nog niet de hoedanigheid hadden van BTW-belastingplichtigen.

3.2.3. Eiseres kan in haar stelling gevolgd worden dat de bestaande nationale regeling zoals die was uitgewerkt in haar beslissing van 10 november 1976 niet retro­actief kan worden ingetrokken omwille van een interpretatie die het Hof van Justitie geeft aan een richtlijnbepaling die door de Nationale lidstaat niet correct was geïmplementeerd in de nationale rechtsorde. Een richtlijn kan immers uit zichzelf geen verplichtingen aan partikulieren opleggen.

De administratie kan zich dan ook niet op de Zesde BTW-richtlijn, zoals geïnterpreteerd door het Hof van Justitie in haar arrest Waterschap Zeeuws-Vlaanderen (C-378/02), baseren om aan belastingplichtigen het recht op aftrek inherent aan voorheen reeds gedane investeringen, dat zij vorderen op grond van de beslissing nummer E.T 18235 van 10 november 1976 in uitvoering van artikel 49 WBTW en artikel 21, - tweede lid, 3° Koninklijk Besluit nummer 3 van 10 december 1969, te ontzeggen.

3.2.4. Verder is het ook zo dat de beslissing van 20 december 2005 het algemeen beginsel van de non retroactiviteit (verwoord in artikel 2 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 108 wet van 04 augustus 1986 houdende fiscale bepalingen) schendt, aangezien zij een aftrekregeling ontzegt aan BTW-belastingplichtigen die deze hoedanigheid hebben verworven na 1 juli 2005. Hooguit kan-deze aftrek maar ontzegd worden aan BTW-belastingplichtigen die deze hoedanigheid maar hebben verworven na 13 januari 2006, datum van publicatie van de beslissing van 20 december 2005.

3.2.5. Op basis van het voorgaande kan eiseres het recht van aftrek van voorbelasting dat drukt op de riooolinvesteringen van voor 20 december 2005/9 januari 2006 niet ontzegd worden.

Alle verdere argumentatie is vanaf dan niet langer dienend.

3.3. Nopens de kosten.

Verweerder wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1ste lid van het gerechtelijk wetboek moet hij de gerechtskosten dragen. In hoofde van eiseres worden zij begroot op … euro rechtsplegingsvergoeding (basisbedrag).

Beschikkend gedeelte

De Rechtbank,

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart de vordering ontvankelijk en gegrond in de mate zoals hierna bepaald.

Zegt voor recht dat eiseres het recht op aftrek van voorbelasting met betrekking tot de investeringen aan de rioleringen en wegen mag verrichten voor een bedrag van … EURO … EUROCENT (… euro) in hoofdsom, zijnde … euro … eurocent (… euro) meer dan toegestaan door de administratie, vermeerderd met de intresten vanaf datum van dagvaarding tot datum van betaling.

Veroordeelt verweerder tot het betalen van de gerechtskosten , in zijn hoofde niet te begroten aangezien ze hem ten laste blijven en begroot deze aan de zijde van eiseres op … euro (… euro) rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtsgebouw te Brugge op twee maart tweeduizend en tien.

Aanwezig zijn :

N. H., alleenrechtsprekend rechter;

G. D. T., griffier.

N. H. G. D. T.

Aangehaalde teksten

2

Vergelijkbare beslissingen

8