Werkingssfeer, dienst, belastbare handeling, recht op aftrek van belasting · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Brussel 26 maart 1996

Zoeken

Werkingssfeer, dienst, belastbare handeling, recht op aftrek van belastingBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/werkingssfeer-dienst-belastbare-handeling-recht-rechtbank-brussel-1996-03-26-03be

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Brussel
Datum
26 maart 1996

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

106 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brussel d.d. 26.03.1996

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG BRUSSEL - 18de Kamer

INZAKE VAN AR 6/625/92

vonnis op tegenspraak

De Beheersmaatschappij F. D., Besloten Vennootschap, …, …, …,

EISERES

Vertegenwoordigd door Mter B. loco V., advocaat te …, …

TEGEN

De Belgische Staat, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van het hoofd van het Centraal BTW-controlekantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Van Orleystraat 15,

VERWEERSTER

vertegenwoordigd door Mter D. S. loco H. J. advocaat te …, …


Na beraad op 27.02.1996 spreekt de Rechtbank volgend vonnis uit :

Gelet op :

- de inleidende dagvaarding dd 21 april 1992;

- het vonnis alvorens recht dd 12 januari 1995

- de besluiten van eiseres, neergelegd ter griffie op 2.02.1995;

- de besluiten van verweerster, neergelegd ter griffie op 19.10.1995;

- de aanvullende besluiten van eiseres, neergelegd ter griffie op 20.11.1995;

- de aanvullende besluiten van verweerster, neergelegd ter zitting op 5.12.1995;

- de tweede aanvullende besluiten van eiseres, neergelegd ter zitting op 5.12.1995;

- de inventaris der stukken, neergelegd ter griffie op 19.02.1996;

- gehoord de partijen ter zitting dd 5 december 1995;

- gehoord de partijen ter zitting dd 27 februari 1996;

1. Procedure

De vordering zoals door eiseres in besluiten uitgebreid strekt ertoe verweerster te horen veroordelen tot de terugbetaling van een bedrag van … Fr verhoogd met de wettelijke interesten vanaf de dag van de dagvaarding;

Verweerders vragen de vordering van eisers ontvankelijk te verklaren doch ongegrond;

2. Feiten

Eiseres, een vennootschap met maatschappelijke zetel in Nederland koopt op 5 januari 1990 een nieuwe personenwagen van het type BMW 735 i te Lommel;

De netto-prijs van het voertuig bedraagt … gulden en eiseres betaald bovendien … Fr aan taksen (BTW 25 % en Weelde taks 8 %);

Op 26 juli 1990 wordt op het Centraal BTW­kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen door eiseres een aanvraag tot teruggaaf ingediend, met betrekking tot de periode van januari 1990 tot en met maart )990 voor een bedrag van … Fr (50 % van de taksen betaald op 5 januari 1990);

Bij de aanvraag tot teruggaaf was een attest gevoegd betreffende de hoedanigheid van belastingplichtige voor de verhuur van onroerend goed afgeleverd door de Heer R. L. van de Inspectie omzetbelasting Zwolle op 12 juni 1990;

Het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen heeft per aangetekende brief aan eiseres te kennen gegeven dat er geen gunstig gevolg kon worden gegeven aan de aanvraag tot teruggave;

Op 21 april 1992 werd verweerster gedagvaard;

3. In rechte

Wat de gegrondheid van de vordering betreft :

a. De activiteit van eiseres - gemengde belastingplichtige

Overwegende dat twee basisvoorwaarden dienen vervuld te zijn alvorens er recht op aftrek en teruggave van BTW zou zijn;

1. men moet een BTW-belastingplichtige zijn, hetgeen niet wordt betwist,

2. Er is slechts recht op aftrek voor handelingen verricht in het buitenland, indien er recht op aftrek ware geweest, hadden de handelingen in het binnenland plaatsgevonden;

(art 45, § 1 3 BTW-wetboek)

Overwegende dat het derhalve van primordiaal belang is te weten welke de activiteit is van eiseres;

Dat uit de verklaring van de heer H. dd 10 april 1992 blijkt :

" dat de aanwending van deze personenautomobiel ten behoeve van de door de vennootschap uitgeoefende activiteiten vrijwel geheel kan worden toegerekend aan het voeren van management, aangezien aanwending ten behoeve van het onroerend -goed beheer van te verwaarlozen betekenis is;"

Dat hieruit kan worden afgeleid dat het voertuig ook voor onroerend-goed beheer werd gebruikt;

Dat dit in de brief van 19 februari 1993 wordt bevestigd :

"De verhuur van de onroerende zaken geschiedt op basis van een huurovereenkomst en brengt nauwelijks werkzaamheden met zich mee welke tot het gebruik van de personenwagen nopen."

Dat hieruit blijkt dat de wagen van eiseres zowel in de managementsactiviteiten als in het beheer van onroerende goederen wordt gebruikt;

Dat deze eerste activiteit (management ... ) diensten zijn zoals bedoeld in artikel 18, § 1, 1° van het BTW-Wetboek, waarvoor dus wel recht op aftrek van de BTW bestaat;

Dat eiseres aldus de hoedanigheid van gemengde belastingplichtige heeft aangezien ze zowel handelingen verricht die aan de BTW zijn onderworpen als handelingen die buiten de werkingssfeer van de BTW vallen;

Dat gelet op het feit dat het voertuig bedrijfsmatig werd gebruikt, de personenwagen zowel voor het beheer van onroerende goederen als voor managementsactiviteiten werd gebruikt;

Dat in elk geval de personenwagen , zij het wellicht in zeer beperkte mate, wordt gebruikt voor het onroerend-goed beheer;

Dat dan ook de kosten van die wagen een gemengd karakter hebben in de mate dat het voertuig gebruikt wordt voor een niet-belastbare activiteit (onroerend-goed beheer) als voor een activiteit die onder BTW ressorteert (de bouwactiviteit sensu lato);

Dat conform artikel 17 lid 5 van de Zesde Richtlijn :

“ Voor goederen en diensten die door een belastingplichtige zowel worden gebruikt voor handelingen als bedoeld in de leden 2 en 3, waarvoor recht op aftrek bestaat, als voorhandelingen waarvoor geen recht op aftrek handelingen ,wordt aftrek slechts toegestaan voor dat gedeelte van de belasting over de toegevoegd waarde, dat evenredig is aan het bedrag van de eerstbedoelde handelingen (pro rata).

Dit pro rata wordt overeenkomstig de bepalingen van artikel 19 bepaald voor het totaal van de door de belastingplichtige verrichte handelingen.

De Lid-Staten kunnen evenwel :

a) de belastingplichtige toestaan een pro rata te bepalen voor iedere sector van zijn bedrijfsuitoefening, indien voor ieder van deze sectoren een aparte boekhouding wordt gevoerd;

b) de belastingplichtige verplichten voor iedere sector van zijn bedrijfsuitoefening een pro rata te bepalen en voor ieder van deze sectoren een aparte boekhouding te voeren;

c) de belastingplichtige toestaan of verplichten de aftrek toe te passen volgens het gebruik van de goederen en diensten of van en deel daarvan;

d) de belastingplichtige toestaan of verplichten de aftrek toe te passen volgens de in de eerste alinea vastgestelde regel voor alle goederen en diensten die zijn gebruikt voor alle daarin bedoelde handelingen;

e) bepalen dat, wanneer de belasting over de toegevoegde waarde die niet door de belastingplichtige kan worden afgetrokken, onbeduidend is, hiermee geen rekening wordt gehouden,

Dat in dat perspectief eiseres belastingplichtige blijft;

Dat er dan ook geen volledig recht van aftrek bestaat voor de goederen en de diensten gelet op het feit dat de wagen niet exclusief binnen het kader van de belastbare activiteit wordt aangewend;

b. De verschuldigde belasting

Overwegende dat eiseres gemengd belastingplichtige is;

Dat de wagen zowel gebruikt wordt in het kader van de verhuur van onroerende goederen als in het kader van managementsactiviteit;

Dat uit de neergelegde boekhouding van eiseres blijkt dat voor het jaar 1990 als huuropbrengsten een bedrag van … Gulden werd opgenomen in de verlies- en winstrekening;

Dat voor de management inkomsten ten bedrage van … Gulden werden geboekt;

Dat derhalve zuiver rekenkundig gezien eiseres in 1990 70 % van haar inkomsten puurde uit huuropbrengsten en slechts 30 % die onder de BTW ressorteert; (management).

Dat anderzijds het gebruik van een wagen in het kader van de verhuur van onroerende goederen miniem is;

Dat conform artikel 46 BTW-Wb het recht op aftrek beperkt blijft volgens een verhoudingsgetal;

Dat artikel 46 van het BTW-wetboek geen definitie geeft van een gemengd belastingplichtige, maar wel het recht op aftrek regelt van gemengde belastingplichtigen of van belastingplichtigen met gedeeltelijk recht op aftrek;

Dat artikel 17 lid 5 van de Zesde Richtlijn geenszins het begrip van gemengde belastingplichtige omschrijft maar wel de omvang van het recht op aftrek bepaalt, een pro rata vaststelt, dat volgens artikel 17 lid 5 van bovenvermelde richtlijn deze pro rata conform de bepalingen van artikel 19 bepaald wordt voor het totaal van de door de belasting­ plichtige verrichte handelingen;

Overwegende dat door verweerster nooit een vergunning werd verleend in de zin van artikel 46, § 2 BTW-wet zodat artikel 46, § 1 BTW-wet toepasselijk is ;

Antwerpen 9 maart 1993 A.R. 3788/90, niet gepubliceerd;

Dat derhalve het bedrag van de aftrekbare BTW dient te worden bepaald overeenkomstig het algemeen verhoudingsgetal bij toepassing van artikel 46, § 1 van het BTW-wetboek;

De bewijslast inzake het bestaan van het recht op aftrek berust bij de belastingplichtige. De bewijslevering dient te blijken uit formeel regelmatige facturen.

Rb. Oudenaarde 1 april 1994, «T.G.R.» 1994, 130.

Dat terzake eiseres gegevens enkel boekhoudkundige gegevens voorlegt en een accountantsverklaring;

Dat gelet op de neergelegde stukken de rechtbank het verhoudingsgetal ex aequo et bono raamt op 40 %;

Dat verweerster stelt dat er nog een beperking is conform artikel 45, § 2 BTW-wetboek "Ten aanzien van de levering, de invoer en de intracommunautaire verwerving van automobielen voor personenvervoer, daaronder begrepen de voertuigen die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen, en die ten aanzien van goederen en diensten met betrekking tot die voertuigen, in geen geval hoger zijn dan 50 % van de betaalde belasting

Dat verweerster aan ook ten onrechte in haar berekening een tweede beperking invoert in de zin dat die grens van 50 % een maximum. is, maar niet impliceert dat het bedrag ab initio dient te worden gehalveerd;

Dat in casu het verhoudingsgetal van 40 % lager ligt dan de 50 % en dus in overeenstemming is met artikel 45 BTW-wetboek;

Dat verweerster derhalve een bedrag verschuldigd is van … Fr x 40 % = … Fr;

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK,

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken;

Rechtsprekend op tegenspraak;

Verklaart de vordering gegrond in de volgende mate;

Veroordeelt verweerster tot betaling aan eiseres van een bedrag van … Fr te vermeerderen met de wettelijke interesten vanaf 21 april 1992;

Wijst eiseres af van het meergevorderde;

Veroordeelt eiseres en verweerster elk tot de helft van de kosten van het geding, begroot in hoofde van eisende partij op … fr. + … fr. en in hoofde van verwerende partij op … fr.;

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 18de kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel, op 26 maart 1996;

War aanwezig waren en zitting namen :

De Heer V., alleenrechtsprekend rechter,

Mevrouw V. W.; griffier.(*)

V. W. V.

Lasten en bevelen dat alle daartoe gevorderde gerechtsdeurwaarders dit vonnis, deze beschikking, ten uitvoer zullen leggen;

Dat onze Procureurs-Generaal en onze Procureurs des Konings bij de Rechtbanken van eerste aanleg daaraan de hand zullen houden en dat alle Bevelhebbers en Officieren van de openbare macht daartoe de sterke hand zullen bieden wanneer di: wettelijk van hen gevorderd wordt;

Ten blijke waarvan dit vonnis, deze beschikking, is ondertekend en gezegeld met het zegel van de Rechtbank.

Voor eensluidende uitgifte,

Voor de Hoofdgriffier,

De griffier,

V.

Aangehaalde teksten

4
WBTW art. 452 voorkomens
WBTW art. 462 voorkomens
WBTW art. 181 voorkomen

Vergelijkbare beslissingen

8