Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel dd. 11.04.2002
Ten onrechte aangerekende BTW
Gevolgen voor recht op aftrek
Samenvatting
Een schoonmaakbedrijf doet regelmatig beroep op onderaannemers. De vennootschap brengt de B.T.W. in aftrek die de onderaannemers op hun facturen hebben aangerekend.
Ter gelegenheid van een B.T.W.-controle merkt de Administratie op dat de onderaannemers toepassing hadden moeten maken van het systeem van verlegging van heffing voor werk in onroerende staat (art. 20 § 1 K.B. nr. 1 29 december 1992). De B.T.W. die de onderaannemers ten onrechte hebben aangerekend komt volgens de B.T.W.-controlediensten niet voor aftrek in aanmerking.
De vennootschap is het hiermee niet eens en weigert de in aftrek gebrachte B.T.W. terug te storten.
De rechtbank volgt het standpunt van de Administratie. De rechtbank is van oordeel dat het recht op aftrek van voorbelasting beperkt is tot de B.T.W. die daadwerkelijk verschuldigd was.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.